Ik bewoog mijn vingertoppen naar de sterren enkel om te ontdekken dat het universum te groot is om in je handen te vatten. In het derde leerjaar speelden we tijdens de pauze vuurmannetje. Zolang je de grond niet raakte, was je veilig. Toen ik op de grond viel, werd ik een lavamonster. Als je valt, ga je niet dood. Je wordt gewoon iemand anders.
De wereld voelde niet reëel, dit lichaam ook niet. Misschien omdat toen ik twaalf was haar begon te groeien en mijn buik niet meer zo zacht mocht zijn als die vroeger was. Als kind verwar je realiteit met fantasie, maar als volwassene raken we de weg zodanig kwijt dat we denken dat fantasie niet meer bestaat.
<!--Footer for permalink pages-->