We schillen een mandarijn,
staren bij onszelf naar binnen.
Vandaag zijn we voor één keer niet aanspreekbaar.
Je bent een vluchtend volk, dat zie ik.
Meer nog dan een volk op de vlucht,
besta je uit twijfels.
Soms is het goed de andere kant op te kijken.
We doen het veel
te weinig.
Hoe zou het zijn je hoofd op haar schouder te leggen?
Een man vraagt de weg.
Mijn hoofd maakt er een vrouw van.
Ik denk aan zeldzaamheid van bolle navels,
om toch maar niet de hand te moeten voelen
hoe het prikt achter de ogen -
de scherpe geur
Zou haar huid meedeinen?
Alleen de vrouw die richting vindt,
beweegt alsof er elders iets is
dat zou kunnen verdwijnen.
Als alles hetzelfde blijft, zal niks ooit veranderen
Ik begin alvast te tellen.