Piere en Meneer Van Sand

Henricus
5 mrt. 2021 · 9 keer gelezen · 0 keer geliket

Pierre en Meneer Van Sand, lakenfabrikant

Pierre woont in de café’s. Is van niets bang en ongelovig

Op ‘t kasteeltje aan ‘t rekhof woonde Meneer Van Sand, industrieel.

Vooral voor wie het boekje over de Magdalenaput, te Poperinge, nog niet gelezen heeft

P. C. Baes, L Schotsmans, Mutsaertstraat, Antwerpen, 1857. Het is de basis van dit gesprek.

A: Verre nicht van Magdalena, spraakzaam en rad van tong, Siska.

B: Cafébaas, nieuwsgierige katholiek van de 19de eeuw, Meneer Van Sand.

Locatie: bankje bij het kasteeltje van Schabaillies, Poperinge.

 


B: Mademoiselle, je komt hier vaker naar ‘t kapelletje, mag ik u iets vragen?

A: Meneer Van Sand, zou er iets zijn dat ik U kan vertellen?

B: Hm. ‘t Zijn de dronkaards niet die me veel gaan vertellen over hetgene dat ik jou wil vragen.

A: Ba. Als ‘t zo zit.

We zullen toch een keer moeten luisteren.

Misschien.

Meneer Van Sand. Ik zag al lang dat je van mij iets wil. We zijn familie in het zoveelste knoopsgat, maar..

Misschien weet U wel iets te vertellen over de verzwegen details in de geschiedenis van Tante Madeleine.

B: Siska, Je weet dat de gehele familie van benauwdheid, dat ‘t allemaal zou kunnen waar gebeurd zijn, liefst daar over zwijgt.

A: Wat zeg je?

Ik ben die hele trunterie beu.

B: Ze vertellen er toch al jaren van?

‘k Wiste het wel.. dat je geen doetje bent, maar de laatste tijd. Als ‘t begint te donkeren wordt er af en toe een visje gesmeten aan ‘n toog… allemaal trunten?

A: De meeste van uw klanten zijn te paaien met een zuupje. En als z’er genoeg hebben dan gaan ze geen vliege meer kwaad doen.

 


B: … Mademoiselle Siska, ‘k heb altijd gedacht wie zal ik van mijn leven tegenkomen waar dat ik zou kunnen zonder treuzelen door vragen.

Zet je een momentje op die bank onder het kapelletje midden in den achternoene Onze Vrouwtje zorgt dat serieuse parlé zal zijn…

B: … Een door en door serieuze vraag. De weerwolf bestaat dat?

 


A: ‘k zal me toch even op ‘t bankje zetten.

….

A: Als dat geen seriuse vraag is.

B: ‘k heb het toch gezegd dat ik met een serieus ei zit.. Vandaag hadden ze ‘t in ‘t café over die weerwolf. De wijsheid was al uit de kan. Het schoolmeestertje van hoogste klas smeet de voetzoeker in de bende. “Piere”... mijn vader heeft nog in klas gehad. Hij was van niets benauwd. Polydore gooide kolen op ‘t vuur en breide verder: Hij spotte met de doodkeersjes, die lichtjes boven de pitten, ..

Hij durfde de kaarsjes doodblazen aan ‘t kapelletje….

A: Ja, Meneer Van Sand ‘k ben geen pilaaarbijter maar je moet ook Onzen Here niet uitdagen

B: Siska. ‘k Had het willen vragen aan ‘n schoolmeester, maar ie was al driemaal getracteerd en boven zijn theewater. Zou dat wel waar zijn het verhaal van uw tante Madeleine?

A: Om eerlijk te zijn Meneer Van Sand het enige wat ze mij als klein meisje toen verteld hebben is dat Tante Madeleine half en half familie was aan U en aan ons twee..

B: Daarmee is mijn vraag niet opgelost…

A: .. ‘k Zou liefst eerst mijn kaarske aansteken, Meneer Van Sand. Eventjes….

B: Mademoiselle, comme vous voulez.

A: Ave Maria.

 


A: ‘k heb wel gezegd dat ik de hele trunterie beu ben, Meneer Van Sand.

Maar er is een verschil tussen geloven in de weerwolf en de fabeltjes van Hans en Grietje, Onze Vrouwtje en de duivel.

B: Ik wist het Siska dat is een verstandig vrouwmens…

Vegerine, de heks van Lene durfde laatst nog zeggen als ze om mout kwamen van ons brouwsel: “Siska dat vrouwtje is verstandig genoeg om in onze confrerie te komen mee orakelen.”

Dat meestertje van de hoogste klas is ook bang van de nachtbijeenkomsten van aan de Leene. Ze hebben er opnieuw een cirkel van paddestoelen gevonden en de lichten waren opnieuw de helft van de nacht aan. ‘t Zijn slimme wijven.

Als ze hier mout komen halen. Ze weten wel waarom.

De meester zei: “ Als ‘t over brouwsels gaat.. daar weten ze ‘t fijne van. Ze kennen het kruidenboek van Dodoens van voor naar achter kennen. En de enige die het ook in huis hebben zijn de zuster van Fauquemberghe aan de Overdam. Het is even zeldzaam of het zesde boek van Mozes.

A: Meneer Van Sand, niet mouw vegen … bij congreganisten van de Paulientjes binnen de muren hebben ze me dat volkje afgeraden. Die drie heksen van de Lene die gaan met de duivel om..

B: Stop, Siska!

A: Je spreekt over de duivel, zo zonder te verpinken.

B: Och, God

A: Meneer Van Sand. Stop.!

 


B: Hewel, wat is ‘t.

A: STOP!

Bij ons in de familie.. en dat heeft zeker te maken met Tante Madeleine was het gebruikelijk “Stop” te roepen bij dit schietgebed.

Hier hoorde een aanroeping bij dat we binnen monds moesten opzeggen. "Och, Here, behoud ons van de duivel en zijn pomperijen…”

B: Pomperijen?

A: Ja, pomperijen.

Durf jij aan de schoolmeester eens vragen wat dat zijn die pomperijen?

B: Siska, ik ga dat zeker doen, als hij eens nuchter binnenkomt en er niet veel volk is…

A: Wat dat allemaal te maken heeft met Tante Madeleine dat weet ik totnogtoe niet.

‘k Ben bijna zeker dat in dat verhaaltje past, maar..

Ik weet dat Piere ook in dat verhaal past, maar dat was een vieze vent. En och, God dat heb ik altijd verstaan als Piere’s vloek. Ze hebben me ook verteld dat die gebakken kop van aan de pottebakkerij dat dat de kop van Piere is…

B: De pestekop?

Piere was de onvervaarde. Hij durfde iedereen aan en ontmaskerde de valse spoken, de verklede dieven die door mensen bang te maken een overval konden plegen.

Allemaal bijgeloof zei hij.

A: En hoe heeft Tante Madeleine met die vieze vent te maken?

B: Siska dat weet ik ook niet.

 


Twee weken later

B: Siska. ‘k Was al zes keren aan ‘t kapelletje en ‘k zie je nu pas.

A: ‘k Ben dikwijls hier geweest maar ‘r moet passen. ‘k ben benieuwd als je de schoolmeester zijn tong hebt kunnen pellen?

B: Neen.

A: God uit de hoge hemel. De pomperijen van de duivel blijven in de doos van pandora. Ik vraag aan Onze Lieve Vrouwtje als het wel goed is dat we het weten…

B: Dat is wat ik heb gedaan. Ik heb zijn rechtstreekse vertegenwoordiger geconsulteerd.

A: En?..

B: een duidelijke uitleg. ‘s duivels pomperijen, dat zijn aantrekkelijkheden en smoesjes waarmee de duivel de zielen in de hel trekt. Kortweg: bekoringen.

A: Daar hebben ze het bij de congreganisten ook altijd over.

B: Ja en Polydore die heeft me op weg geholpen om nog iets meer te begrijpen. Hij heeft in zijn boekerij het boekje van de Magdalenaput.

A: Op de Ieperse kassei? Als we klein waren mochten bij die put niet komen. Magdalena dat is toch Madeleine aan de schreve. ‘t Is niet waar zeker. Ik dacht gewoon. Onze ouders waren bang dat we in het water zouden sukkelen.

B: Siska. De zoektocht is een beetje opgelost. Het verhaaltije kan ik je helemaal vertellen. Maar mijn vraag blijft.

A: Mag ik eerst vragen? Wat heeft die Magdalenaput te maken met Tante Madeleine?

B: Heb je een momentje?

Piere had een pact met de duivel.

A: Hij liet zich vangen door de pomperijen van de duivel. Stomme Piere. Hij verkocht zijn ziel aan de duivel.

B: Ja, Siska. In het verhaal werd hij zo’n voorname Heer dat hij met Magdalena van fabrikant Van Sande kon huwen. Dat staat in het boekje over meerdere blz. verteld. Het speelt zich af in Poperinge, een toeristisch merkwaardige stad, met een ongehoord veel winstgevende economische bedrijvigheid. Laken onder andere.. .

En daar is graaf Vande Zande de ondernemer met de beeldige dochter Magdalena. Maar Piere is daar de knecht voor alle smerige werkjes. Het is Magdalena’s keppe niet.

A: Tante Madeleine?

B: Meneer Vande Zande is bekukkeld door de jonge heren en ook bij ‘t werkvolk zou er wel eens eentje opvallend vriendelijk doen.

A: Omwille van het smeer likt de kat de kandeleer…

B: Siska, ‘k hou van een vrouw die mensenkennis heeft

Zo gaat het in die verhaaltjes, zei Polydore. Als je je ziel aan de duivel verkoopt dan mag je een wens doen en de duivel stelt zijn voorwaarden.

A: En Piere die wenste…

B:.. te huwen met de dochter van de fabriek waar hij werkte.

A: Wat was de voorwaarde?

B: Piere mocht alles, maar de naam "God" mocht niet meer over zijn lippen komen.

En.. in zijn blijdschap op zijn huwelijksreis zittend op de “carosse” op de weg van Poperinge naar Ieper, volop in trance zei hij kei-gelukkig “och, God..”

A: Ons Heere, behoud mij van de duivel en zijn pomperijen.

 


B: Als de laatste blz. ontbreken of als de schrijver nooit beschreven heeft wat er van Magdalena geworden is heb ik in het verhaal van Polydores boekje niet kunnen achterhalen.

De wijze les uit Polydore’s boekje is duidelijk het te goed hebben omdat je je ziel aan de duivel hebt verkocht is in de carosseput verzuipen.

...

A: Meneer Van Sand. Jij wilde me iets vragen. En je geeft me een antwoord op een hele boel vragen die me allang bezig houden. Wat was nu jouw vraag?

B: Nu we on ziele uitverteld hebben is het voor mij gemakkelijker om de vraag te stellen.

Ik begon met de weerwolf.

We eindigen met je ziel verkopen aan de duivel.

Kan dat?

Die duivel bestaat die?

Aan de schoolmeester moet ik het niet vragen?

Aan de pastoor ook niet?

Aan die heksen moet ik het ook niet vragen, want daar zegt men van dat ze een zalfje krijgen van de duivel. Ze wrijven zich daarmee in om door de lucht te vliegen.

Waarom wou ik dat nu aan jouw vragen?

A: Voor mij is het niet gemakkelijker geworden om erop te antwoorden. Tante Madeleine en “och, God” doen me al lang bidden om me te behoeden van de duivel. Maar ik heb me er niet echt van aan getrokken. Nu stel je me een vraag waarop ik moet zeggen dat mijn voorouders wel geloofden dat de duivel bestaat.

En ik durf niet meer zeggen dat hij niet bestaat.

B: Als café baas Van Sand weet ik dat ik liever heb dat mijn bezoekers hun engel bewaarder laten spreken dan het duiveltje op de andere schouder. Is dat dan alleen een devoot fabeltje. Waar houdt die santeboetiek op.

‘t Is geloven.

Dat is misschien wel de keuze tussen kiezen voor ieder eens geluk of kiezen om voor je eigen geluk alleen.

A: ‘k Zal nog een kaarsje branden.

B: Saskia. Eerlijk maar ik denk toch op Tante Madeleine. En vooral behoed u voor ‘s duivels pomperijen dat je in de “carossepit” niet beland.

A: Meneer Van Sand. Sprookjes zijn toch soms wel leerzaam.

B: Dat was genoeg voor vandaag. Wie weet komt er nog een vertelsel waar iets uit te halen valt.

 

 

 

 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Henricus
5 mrt. 2021 · 9 keer gelezen · 0 keer geliket