Tekst voor Lode:
Bijna donker in het bos. We zitten met 25 meiden in de kring op een open plek in het gras. Overal kaarsjes om ons heen. Pater Bert zet zijn bruine koffer voor zich. Hij maakt er een altaartje van. Een kruisje, een doosje, een goudkleurige beker, dat staat erop. Meer niet. In zijn armen houdt hij zijn gitaar. Klaar om te zingen. Samen. Met elkaar. Hij zet ons liever in de natuur in plaats van in de kerk. Zodat we meer kunnen voelen. Ervaren wat we voor elkaar kunnen betekenen. En dat het leven meer is dan dure speelgoedcadeaus. Of een nieuwe auto waarmee je aan de buitenwereld kan tonen dat je daardoor ogenschijnlijk beter bent dan een ander.
Dit is waar ik van houd: samen zijn en nadenken over wat er nog meer is. Luisteren naar geluiden die je anders nooit te horen krijgt. Een speciale stilte. Blaadjes. Eekhoorntjes die met ons meezingen. Ik ben Pater Bert hier heel dankbaar voor. Ook omdat hij zo veilig is. Hij ziet ons graag. Als opgroeiende mensen. Zonder enige bijbedoelingen. Gewoon omdat hij ons iets wil bijbrengen.
Ik weet dat ik geen kerkganger zal worden. Of voor altijd in een soort van God kan geloven. Want zelfs al ben ik nog maar een kind, allang heb ik door dat het ook maar een manier is om mensen in één richting te doen kijken. Ik weet wel dat ik door dit mooie moment leer stilstaan bij wat er nog meer is in het leven en wat ons de kracht kan geven om door te zetten. En elke keer als ik in het bos zit of een gelig kaarsenvlammetje zie, dan denk ik hier aan.
Tekst voor Ariane:
De automatische deur glijdt open. De kleffe warmte in de winkel overvalt me. Het contrast kan niet groter zijn. Buiten twee graden onder nul en binnen lijkt het alsof ik een subtropisch zwembad binnenstap. Daardoor hangt er een muffe geur. Oude paddestoelen.
Ik probeer me te focussen op wat ik kom doen. Ik zoek een kat. Een pluchen kat voor mijn lievelingsnichtje. Ze vertelde me dat ik ze in deze winkel kon vinden. Nog nooit ben ik op deze plek geweest en ik vraag me meteen af waarom niet. Overal waar ik kijk, zie ik interessante voorwerpen, die hun eigen verhalen met zich meedragen.
Een oude koffer vol krassen trekt mijn aandacht. Ik veeg het stof eraf en probeer ze te openen. ‘Er hoort een sleutel bij’ hoor ik een zware stem zeggen. Een man, rond de vijftig, met stoppelbaard en een donkere bril reikt me een sleutel aan. Wat een grote handen heeft hij, merk ik op. Maar vlug richt ik me weer op de koffer. Mijn nieuwsgierigheid is nu nog groter.
Algauw voel ik me wat teleurgesteld. De koffer is leeg. De man knort nog even iets onverstaanbaars en gaat daarna door met het sorteren van spullen. Ineens valt mijn oog op een barst aan de binnenkant van de koffer. Ik peuter het een beetje open en vind er een briefje in. Mijn hart gaat als een razende te keer. Waarom zit hier een briefje? En wie heeft het erin gestoken? Ik lees en plots besef ik dat wat ik nu lees wel eens voorgoed mijn leven zou kunnen veranderen.