Schrijfsessie: een scène schrijven
- De doelgroep: jongeren van 18 tot 24
- Beginsituatie: een groep die graag wil schrijven, maar niet veel ervaring heeft
- Doel: associëren, inspiratie aanscherpen, schrijfplezier ervaren, personages neerzetten in de ruimte en de tijd, zelf een conflict installeren
Eerste opdracht: associatie (30min)
- Check je favoriete afspeellijstje op je muziekdrager.
- Noteer de titels van de eerste tien songs.
- Schrijf ze op in de volgorde van het afspeellijstje. (Vertaal ze naar het Nederlands als dat nodig is.)
- Schrijf nu zoals je droomt: verbind deze losse stukken tot een geheel. (Of nog: schrijf de liedjes als het ware aan elkaar.)
- Doe deze opdracht snel: je krijgt twintig minuutjes de tijd om de songs met elkaar te verbinden.
Tweede opdracht: personages ( 2 x 35 min)
DEEL 1
- Kies een scène uit een serie of film die je leuk vindt. (Check YouTube, of gebruik je tv of dvd-speler. De scène duurt best slechts enkele minuten.)
- Bekijk de scène.
- Demp het geluid, zet de ondertiteling aan en bekijk de scène opnieuw.
- Schrijf de ondertiteling over.
DEEL 2
- Behoud de ondertiteling (de uitgesproken tekst), en schrijf de scène verder uit (omschrijvende tekst).
- Wat heb je gezien? Omschrijf …
…hoe de personages eruit zien.
…hoe ze de woorden uitspreken.
…de lichamelijke bewegingen die ze maken.
…wat ze erbij denken.
- Laat een song van je afspeellijstje op de achtergrond spelen die kunt verbinden met wat in deze scène gezegd wordt.
- De scène is maximum één A4’tje lang, Times New Roman 12.
Opdracht 3: ruimte en tijd (30 min)
- Neem de scène die je net uitschreef erbij.
- Plaats de personages nu in een andere ruimte. Als de scène zich afspeelt in een koffiebar, laat ze dan nu hetzelfde zeggen op bijvoorbeeld het strand.
- Verander ook de tijd. Als het ochtend is op je scherm, maak je er bijvoorbeeld middernacht van.
- Vervang het liedje door eentje, dat je kunt verbinden met de ruimte of de tijd.
Opdracht 4: conflict (30 min)
- We gaan terug naar de scène uit de vorige opdracht.
- We gaan terug naar je afspeellijstje.
- Zoek er een song uit die totaal niet bij één van je personages past. (Kies er dus één personage uit.)
- Laat het personage nu dingen denken en voelen die je uit dit liedje kunt halen (binnenkant).Let wel: verander niet wat hij of zij zegt.
- Herschrijf de scène uit opdracht 3 vanuit de spanning tussen wat het personage innerlijk ervaart en wat er uit hem of haar komt. (Opnieuw maximum een A’4tje)
- De bewuste contrasterende song speelt op de achtergrond.