Lesvoorbereiding
Doelgroep:
kinderen uit Locaal Opvanginitiatief in asielprocedure
9 - 12 jaar
(de meeste kinderen uit deze groep zijn al een tijdje in België, volgen mee in het onderwijs en zijn redelijk goed op weg in het leren van NL / Ze hebben nog geen ervaring in creatief schrijven)
Lestijd: 3 u
Thema: droomreis
Doelen:
In deze les wil ik eerst kijken in hoeverre doel 1 kan bereikt worden om daarna over te gaan naar doel 2. Ik zie het als een opbouw om eerst het gegeven: ‘reis’ via een fictief figuurtje te kunnen beleven en daarna de link te leggen met hun eigen beleving. Het kan zijn dat we het opdelen in 2 lessen.
- de kinderen schrijven een reisverslag van een fictieve droomreis op een briefkaart
- de kinderen schrijven een autobiografisch dagboekfragment van hun eigen reis naar België
1) Inleiding (10 ‘)
Ik toon aan de kinderen een 3D wereldbol. We bekijken hem samen en proberen te benoemen wat we zien. Wanneer er een beetje sturing nodig is, kan ik vragen stellen: waar is de zee? Waar ligt er veel sneeuw? Wie heeft er al sneeuw gezien? Waar is er woestijn? …
Aan het einde van de inleiding vraag ik: zouden er landen bestaan die wij nog niet kennen?
2) start 1ste opdracht:
A) (15’)
Ieder kind krijgt een groot blad (A3) met hierop een wereldbol en er ruimte omheen. Ik heb een hele mand vol 3Dfiguurtjes (gogo’s, dino’s, playmobil mannetjes, …) meegebracht. Hieruit mag elk kind een figuurtje kiezen.
Ze krijgen ook papier en pen.
We gaan eerst het figuurtje een persoonlijkheid geven. Ik stel vragen, de kinderen mogen hun antwoorden noteren op een blad. Wanneer ze nog niet zo goed kunnen schrijven, mag er ook getekend worden. We kunnen ook elkaar helpen bij het schrijven en benoemen.
Vragen:
- hoe heet jouw figuurtje?
- hoe oud is hij of zij?
- waar woont hij of zij nu? (dit mag aangeduid worden op de kaart)
- wat eet het figuurtje graag?
- wat doet hij of zij graag? Heeft hij of zij een hobby?
- wat doet het figuurtje overdag? Gaat hij of zij naar school? Werkt hij of zij? Zoja, wat doet hij of zij dan?
- Als hij of zij een goede vriend heeft, wie zou dat kunnen zijn? (Ook hiervoor mogen de kinderen een 3D figuurtje kiezen)
Feedbackronde:
We stellen elk ons figuurtje aan elkaar voor. (5’)
B) (10’)
Na het beantwoorden van deze vragen, vertel ik heel kort over wat elk figuurtje wil gaan doen.
Inhoud:
Jouw figuurtje wil graag een droomreis maken, naar een plek ergens op deze wereld of naar een plek op een andere planeet. Het land waar hij of zij naar toe gaat, is een land dat nog nooit iemand gezien of ontdekt heeft.
Eerst kiest iedereen een plek op of buiten de wereldbol waar het figuurtje naartoe wil gaan. We duiden het met een stift aan op het blad. We trekken een lijn tussen waar hij of zij nu woont en naar daar waar hij of zij op reis wil.
Vraagstelling:
Welke route legt hij of zij af. Rechtstreeks van A naar B? Of toch via een kleine omweg? Enkel over het land? Of ook via de zee? …
Feedbackronde:
Even per 2 aan elkaar uitwisselen.
C) (30’)
Ik geef de kinderen strookjes papier en pen. Op deze strookjes mogen ze woorden schrijven die passen bij het land dat ze kiezen. Er kunnen meerdere antwoorden zijn. Om hen te begeleiden, stel ik vragen:
- hoe heet het land? (Ieder kind bedenkt een naam, liefst iets wat niet bestaat)
- welk weer is het in dit land? veel zon? altijd regen? sneeuw? …
- wat zie je vooral in dit land? sneeuw? zand? water? bergen? bossen? rivieren? ijs? veel gras en bloemen? Rotsen? Of zie je dingen die nog niemand ooit gezien heeft bvb. overal snoep? overal diamanten? …
- welke kleuren zie je vooral? blauw? rood? geel? …
- er leven ook dieren in dit land, welke dieren leven hier? Zijn er veel katten? honden? paarden? Of zijn het dieren die we niet kennen? Hoe worden deze dieren dan genoemd?
- hoe zien de mensen die er wonen uit? Of zijn het eerder vreemde wezens? hoe worden deze wezens genoemd?
- welke kleren dragen deze wezens of mensen?
Alle woorden die ze hebben verzameld, leggen ze rond hun blad met wereldbol.
Feedbackronde:
Ik loop rond en bespreek kort met elk kind dat wat ze opschrijven.
D) (10’)
Na de vragensessie leg ik een aantal foto’s / illustraties open.
Op deze foto’s staan voertuigen: auto, vliegtuig, boot, fiets, te voet, skateboard, rolschaatsen, go car, trein, bus, op een paard of ezel, een raket …
We benoemen ze eerst samen. Ik leg er ook lege kaartjes bij, mocht het zijn dat de kinderen zelf nog een voertuig uitvinden bvb. een figuurtje vliegt op de rug van een vogel, …
Vraagstelling:
Hoe gaat jouw figuurtje op reis? Het kan zijn dat hij meerdere voertuigen of manieren neemt. (denk ook terug aan de route die hij of zij wilde afleggen bij B)
Elk kind kiest een (of meerdere) foto (’s) met voertuig uit of tekent zelf een voertuig of manier waarop het figuurtje reist.
E) (10’)
Onderweg heeft het figuurtje ook zelf foto’s genomen. Op deze foto’s staan gebeurtenissen die onderweg gebeurd zijn. Het kan een foto zijn, waarop hij of zij iets moois heeft gezien, iets verdrietig, iets om kwaad van te worden, iets leuks, …
Vraagstelling:
Je mag één foto kiezen die gemaakt is door je figuurtje onderweg. Wat is er op die foto gebeurd? Wat heeft jouw figuurtje gezien of meegemaakt?
F) (15’)
Ook dit materiaal (bij D en E) leggen we bij ieders’ blad met wereldbol. Zo hebben we nu een verzameling van woorden, die weergeven hoe het land is. Een foto van het voertuig, waarmee het figuurtje op reis is gegaan en een foto van een gebeurtenis onderweg.
Feedbackronde:
We leggen alle info per persoon elk op een eigen plek in het lokaal. Daarna gaan we in groep rond om te kijken en te benoemen wat we zien.
G) (20’)
Schrijfopdracht doel 1:
Je figuurtje schrijft een grote briefkaart naar zijn goede vriend(in). Hierop schrijft hij of zij over zijn reis. Gebruik zoveel mogelijk de woorden en dat wat je verzameld hebt rond je blad met de wereldbol (strookjes met woorden, foto’s, tekeningen …) . De kaart is zo groot als een A4, dus meer kan er niet op. Aan de achterkant maken we een tekening van het land waar hij of zij op reis is. Dit kan een tekening zijn van bijvoorbeeld een landschap, van de inwoners van het land, de dieren die je er vindt, …
2) start 2de opdracht:
A) (10’)
We nemen de wereldbol er terug bij. Iedereen van jullie heeft eigenlijk ook een reis gemaakt, maar dan naar België. Ik zou eerst even samen willen bekijken, waar iedereen precies vandaan komt. We laten om de beurt ieder zijn land met naam benoemen en dan kijken we waar het ligt op de wereldbol.
B) (10’)
We nemen terug de foto’s erbij met de voertuigen. Hoe zijn jullie naar hier gekomen? Ze mogen weer elk de foto’s nemen, die ze nodig hebben. Mocht het zijn dat iedereen met een boot gekomen is, dan kunnen we daar toch even bij stil staan, terwijl dat we leren een papieren boot te vouwen.
C) (10’)
Ik geef hen papier, stiften en kleurpotloden.
Inhoud opdracht en vraagstelling:
We hebben gezien bij het figuurtje dat hij een foto had gemaakt van iets dat onderweg gebeurd was. Iets dat hij of zij mooi vond, iets leuks, misschien iets verdrietig, … Kan jij je nog iets herinneren van de weg naar hier toe, iets dat je nog weet? Iets leuks? Of misschien iets waar je heel verdrietig of bang van werd? …
Hiervan mogen ze elk een tekening maken.
D) (30’)
Schrijfopdracht doel 2 (uitbreiding 1):
Ik geef de kinderen een boekje en vertel dat dit een dagboek is. Een boek waarin je kan schrijven wat je op een dag hebt gezien, gehoord, … hebt. Een boek vol herinneringen.
Op de eerste blz. schrijven we een antwoord op de volgende vragen:
- hoe heet je?
- hoe oud ben je?
- waar ben je geboren?
- wat eet je graag?
- wat doe je graag?
Schrijf nu een dagboekfragment dat hoort bij je tekening. In dat fragment mag je schrijven wat je gezien hebt, hoe je het ervaren hebt, wat je erbij voelde, …
Daarna kleven we de tekening bij het dagboekfragment.
Feedbackronde:
Voor wie wil, mag zijn dagboekfragment voorlezen. Indien iemand het liever niet in groep doet, maar liever aan 1 iemand, dat mag ook.
Materialen:
wereldbol, A3 bladen met wereldkaart op, 3D figuurtjes, papier, potloden, pennen, stiften, papierstrookjes voor de woorden, foto’s of illustraties met voertuigen of andere manieren om te reizen, lege kaartjes om op te tekenen, A4 briefkaarten, dagboeken, foto’s met gebeurtenissen, lijm en scharen.
Tekst en inhoud: Hilde Schuurmans