Je liet de tijd niet gaan, spartelend,
in het perk van pathisch preken tegen de stroom
aan het einde van de heestertunnel.
Je ontvluchtte het schimmenspel, om die vergeetziekte,
balanceerde je in werksnit, dan weer met pyjama.
Verstandelijk vermogen verloren, zochten we je.
Sterfelijke oversteek niet te wissen,
en wij, jij en ik, tonen weerstand,
maar eens aan de andere kant,
ga ik je nog harder missen!