Ik zit naast mijn tentje midden op de wei ergens in de polder. Deze keer ben ik alleen. Alleen met mijn tentje en de natuur. Ik kijk om mij heen en luister naar de stilte van de natuur. De natuur kent geen werkelijke stilte zoals ieder mens die kent. Nee, de natuur heeft zijn eigen stilte. Het is een speciale rustgevende stilte vol geluiden.
Als ik omhoog kijk, naar de blauwe lucht versierd met witte wolken zie ik als eerst een roofvogel bidden. De wind hoor ik waaien, het suist langs mijn oren. Ik kijk om mij heen en zie hoe ik omringt ben door het groene gras. Door het gras groeien kleurrijke bloemen. De bijen zoemen van de ene naar de andere bloem op zoek naar nectar. Iets verderop hoor ik een kudde schapen blaten en de vogels fluiten. Ze zingen in duet over deze prachtige dag vol zonneschijn.
Even later dalen er twee witte zwanen te water. Ze stralen status uit, daardoor zoeken de meerkoetjes een plaatsje verder op. Ik hoor de eenden smikkelen van het kroos. Ondertussen kwaken ze hele gesprekken tegen elkaar. Met een lag op mijn gezicht kijk ik om mij heen en bedenk, de vogeltjes hebben gelijk. Het is een prachtige dag, een dag om over te zingen. Iedereen mag het weten, het is een perfecte dag om te genieten van het leven.
’s Avonds als ik mijn tentje in kruip luister ik naar de krekels die speciaal voor mij hun slaapliedje spelen. Na een tijdje gaan zij slapen, waardoor de muggen hoorbaar zijn. Al gauw neemt het getik op de tent het over. Het regent, de druppels slaan op het doek. In de verte hoor ik zacht gedonder, stiekem hoop ik dat het dichterbij komt. Dan blijf ik wakker en luister ik aandachtig naar de kracht van de natuur. En steeds weer blijf ik denken, wat is het leven toch fijn als je heel even één met de natuur kunt zijn.
(Ingestuurd voor schrijfwedstrijd)
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.