Katty Wtterwulghe versie 1
30 maart 2016
Herinnering bij foto: opdracht Kathleen voor Katty
Stout
Het was mijn eerste misdaad, en ik vond het verschrikkelijk spannend. Het was al avond, maar nog licht, het zomeruur stond aan, en ik ging naar de muziekschool zoals elke donderdag. Maar deze keer had ik mezelf iets voorgenomen. Ik ging grenzen verleggen, vooral mijn eigen grenzen. Want ooit zou ik toch eens iets stouts moeten gedaan hebben in mijn leven.
Op mijn weg naar de muziekschool passeerde ik een kleine kruidenierswinkel. Ik moest de straat voor oversteken om dichtbij de fruitbakken te kunnen lopen: de bakken waar de appels, de druiven en de pruimen lagen te lonken: eet mij, eet mij. Honger had ik niet want de aardappelstoemp was nog niet helemaal gezakt, maar goesting had ik des te meer. Goesting om te stelen, die blauwe pruim, de dikste. Mijn hart klopte in mijn keel, mijn handen waren klam van het zweet. Ik keek naar binnen of madam van de winkel in de buurt was en of meneer de schappen aan het vullen was misschien. Ik zag niemand, niet binnen en niet buiten. Ik griste de pruim van het stapeltje en stopte hem vliegensvlug in mijn jaszak. Ik stapte stevig door en keek niet meer om. Ik zweette om zoveel moed en durf en ik was blij dat mijn neus niet groeide toen mijn moeder ’s avonds na de muziekles vroeg of alles goed verlopen was, en of er niks gebeurd was onderweg. Ik was stout geweest, heel stout, maar dat heeft zij nooit geweten!
Of de pruim smaakte , weet ik niet meer.