Opeens word ik uitgenodigd
Om de avond door te brengen
Met een acteur die ik bewonder
Dat hij steeds lelijk was
Doet er niet toe
Ik ben opgewonden als een bakvis
Tot mijn schoonzus zegt:
“Hij slaat zijn vrouw,
Ik las het in de krant.”
Zijn stem klinkt net als in
“the movies” — hij bracht
Zijn eigen whisky mee
De gastvrouw drinkt niet maar
Ik wel, en met plezier
Soms verdwijnt hij even om
Op de veranda een sigaretje
Op te steken met zijn vriend
De theaterdirecteur
Dan wil hij de achtertuin zien
Die uitgeeft op het meer
Het is al donker maar de maan
Is bijna vol en de lichtjes van de stad
Knipogen ons toe vanaf de overkant
Hij heeft grote interesse
Voor de biologische gewassen
Buigt zich om de groenten
Te noemen bij hun naam
En nu aan tafel, alles vegetarisch
“Ik eet ook vis,” zegt hij, “maar
“Geen nood, dit is mijn lievelingsdaal,
gele linzen met spinazie.”
Hij veegt zijn bord schoon met chapati
Ik herinner mij zijn eerste grote rol
En zag ook al de laatste
Zijn ijdelheid is
Zichtbaar gestreeld.