Tweedehands, rommelmarkt, recycleren… je bent op slag hip, wanneer je deze woorden in je mond neemt. Ik hou ervan: garageverkopen, ruilavonden, kringloopwinkels… Waarom nieuw kopen als je het ook tweedehands kunt krijgen? “Nieuw? Weggesmeten geld”, roepen de fanatiekelingen in koor. Maar wat als je af en toe eens zondigt?
Ik woon in een klein dorpje in de Kempen. Ofwel doe je mee, ofwel doe je niet mee… Iets ertussenin bestaat niet. Zo moet je blijkbaar niet schrikken, wanneer er plots een reeds gebruikte, maar nog volledige kinderkamer op je oprit staat als cadeau. Natuurlijk ben je dan verplicht die kamer te gebruiken, want twee weken later komen ze al kijken hoe mooi hij in de kamer staat. Ze niet gebruiken is een schande, ze naar het containerpark doen een doodzonde. Ik begin dus vol goede moed de kast en nachtkastjes te verven, zodat de meubels toch enigszins naar mijn zin zijn. Maar wat is verf duur! Als je dat maar eens tweedehands zou kunnen kopen… Niet veel later rijden mijn man en ik naar Ikea. Wat blijkt… We hebben meer geld uitgegeven aan verf dan dat we een nieuwe kast gekocht zouden hebben. Maar nu zijn we natuurlijk hip! Een magere troost…
Of die ene keer, wanneer ik zakken vol kledij kreeg van een vrouwtje dat net overleden was. Ik mocht alles hebben, want we hadden dezelfde maat. Als je fan bent van flanellen pyjama’s en huispakken, dan sprong je wellicht een gat in de lucht. Weigeren is in die situatie moeilijk. Gevolg: twee zakken vol kledij op de zolder, niet durven toegeven dat je er niet blij mee bent en hopen dat je de familie niet tegenkomt, zodat ze er niet naar vragen.
Op zo’n momenten voel ik me als een kartonnen doos in mijn eigen huis. Regelmatig word ik verplaatst, zonder dat ik er iets aan kan doen. Iemand anders beslist over mijn inhoud. Eigen beslissingsrecht heb ik niet.
Ik ben helemaal niet consequent in het gebruik van gerecycleerd materiaal. Zo koop ik nooit tweedehandskledij. En ja, ons toilet boven hebben we ook nieuw gekocht. Ik beschouw me dus als een wannebee, die haar best doet wanneer het haar uitkomt. En ik ben daar perfect tevreden mee. Toch kunnen de fanatiekelingen het verpesten voor de gematigde liefhebber van rommelmarkten als ik door je een schuldgevoel te geven bij elke (in hun ogen) miskoop die je doet. Verschrikkelijk vind ik het: de ogen op je gericht, wanneer je fier aan het vertellen bent dat je een nieuwe brievenbus in je voortuin hebt gezet. Zo moet een vegetariër zich voelen, wanneer hij toch één keer, misschien zelfs per ongeluk, vlees eet. Waarom kunnen mensen op dat moment zo bekrompen zijn, terwijl ze eigenlijk net heel ruimdenkend zijn door in te zitten over alle verspilling op aarde?
Kon ik maar een kartonnen doos zijn in de huizen van de fanatieke recycleerders! Wat verstoppen zij in hun dozen? Door een kijkgat kan ik dan zien wat zij ‘verkeerd’ doen. Nagelbijten of neuspeuteren is ook niet gezond, nietwaar?