Terras

Annelies
1 jun 2018 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket

Witte plastic stoelen die dit jaar nog niet gebruikt zijn, al is het toch al enkele weken warm. Er hangt een soort van krijt op, kalk bijna, zoals op glazen die uit een afwasmachine met goedkoop afwasmiddel komen. We gaan zitten aan een tafel die je vader nog gemaakt heeft, het hout is kromgetrokken door de zon, want schaduw komt hier nooit. Uit het open raam boven klinken kinderstemmen, de onze, het is al veel te laat, ze zouden al moeten slapen, morgen gaat de jongste op schoolreis. Het is een haperend gesprek, we draaien om wat dingen heen, bespreken eerst wat veilig is - het kamp in de zomer, de sandalen van de oudste, de auto die niet verkocht geraakt. Je hebt je haar anders, korter, het verwart me, je ziet er strenger uit, ouder ook. Je draagt kleren die ik nooit eerder heb gezien, kobaltblauw t-shirt, losse grijze broek, blote voeten. Je drinkt spuitwater met citroen. Je zegt dat aan dit huis geen geschiedenis zit. Ik denk dat de geschiedenis, de onze, hier bijna letterlijk uit elke baksteen spat. Ik zwijg. Je verwijt me dat ik klassiek geworden ben, ik slik, je weet als geen ander wat onder mijn vel kruipt. De kinderen blijven roepen, het is te warm boven, ze willen dat ik blijf, jij gaat boos naar boven, je blijft lang weg, ik staar wat naar de tuin, de heg die moet gesnoeid, het gras gemaaid. Het gesprek sukkelt voort, we struikelen over woorden, ze vallen tussen ons in op de tafel, jij snauwt. Ik voel iets van huilen aankomen, maar bijt het weg. Ik denk, waar ben jij gebleven? Waarschijnlijk denk jij net hetzelfde. De kinderen zijn het woelen in hun bed moe, ze hollen de tuin in, met hun blote billen op het ruwe hout van de schommel. Ik vertrek of ze gaan nooit meer slapen.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Annelies
1 jun 2018 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket