Wij praatten over Zwitserduits, Catalaans en
Baskisch; over criminaliteit in Brussel en
restaurants in London en Chicago
terwijl wij zorgvuldig de vissenkoppen afkloofden
die in de linzensoep dreven,
de prins in jeans aan mijn linkerkant
zijn gemalin in een roze sari
(passend bij haar lippenstift) aan de rechter.
Onze gastvrouw, hoofdinspecteur van
de misdaadbrigade, was ooit zelf
met een prins getrouwd die ze nooit eerder had gezien.
Nu bediende zij ons eigenhandig,
Schepte rijst op onze borden, terwijl haar dochter,
de marxistische filosofieprofessor,
de prins plaagde omdat hij van partij veranderd was
en pas verkozen werd tot parlementslid.
De wind woei uit de rechterhoek, viel ik haar bij
en de kersverse parlementair kon daar
smakelijk om lachen.