Hij danste alsmaar meer en meer
En lachte met de geest der zwaarte
Ja-zeggend tegen de eeuwige wederkeer
Bij Tribschen aan dat schone meer
In die dagen van diep geluk en glans
Danste hij alsmaar meer en meer
Van hoge bergen daalde hij neer
En toen begon zijn ondergang
Ja-zeggend tegen de eeuwige wederkeer
In grote eenzaamheid bleef hij een Heer
Altijd moedig, zelden bang
En danste hij alsmaar meer
Op zoek naar droge lucht en frisser weer
Op gladde steile wegen, in zon of regen
Ja-zeggend tegen de eeuwige wederkeer
Gedragen door de wind
Werd hij kameel, dan leeuw en kind
Ja-zeggend tegen de eeuwige wederkeer
Danste hij alsmaar meer en meer