onder het krijsen van meeuwen
een zee van gedachten
en jij daarin
gebeiteld
vanaf de golvenbreker
gooi ik een hengel uit
maar net als ik je
bijna
binnenhaal
laat je
los
ontglip je me
als een hupse vlieger
het dollend kind
op het strand
boven het ondergelopen
zandkasteel
wapperen nochtans
flarden van een
witte vlag
als het weer straks
opklaart,
kan
de zon
lijd-zaam
ondergaan
Anna Berg 2018
