Zeer kort verhaal

Anna
10 mei 2016 · 20 keer gelezen · 0 keer geliket
Schrijfopdracht tegen 21 mei

 

Thema: Zeer kort verhaal schrijven

Doelgroep: volwassenen, open aanbod

 

Inleiding

 

  1. Trefwoorden geven met krantenknipsels Metro:

Cursisten trekken om beurten een stukje van een titel uit doos of envelop en vullen aan; het titeltje gaat de hele groep rond en iedereen probeert een eigen aanvulling te geven.

(niemand hoeft de zinnen te noteren, maar de knipsels kunnen straks nog gebruikt worden ter inspiratie om een zeer kort verhaal te starten of te eindigen). (10 min)

 

  1. Docent vertelt over volgende situatie: ‘Toen ik tien jaar oud was, werd ik per ongeluk opgesloten in het toilet van mijn grootvader. Ik heb er ongeveer een kwartier gezeten, gebonkt op de deur, geroepen, een beetje geweend. Uiteindelijk kwam mijn tante nonneke me verlossen. Zij was ‘de dader’, had uit gewoonte de deur gesloten en de grendel was van buiten op het slot gevallen. Het was een ouderwets toilet, heel proper, maar ik dacht als kind op dat moment dat ik nooit meer gevonden zou worden. Sinds dat moment heb ik een grote schrik van gesloten deuren.’

Heeft er iemand anders ook een jeugdherinnering die diepe indruk maakte? Die eventueel nog nawerkt af en toe? Positief of negatief, kort of lang, mensen mogen vrij vertellen.

Rondje doen en cursisten laten vertellen. (10 min)

(Dit eigen verhaal mag straks als inspiratie gebruikt worden om een zeer kort verhaal te schrijven).

 

  1. Laatste rondje bij de groep: geef een trefwoord dat een sterk gevoel oproept, b.v. jaloezie.
    Schrijf dat even op. Geef je blad door, de volgende schrijft er een nieuw trefwoord bij: een substantief of een werkwoord dat geassocieerd kan worden met eerste woord.
    Blaadje wordt nog één keer doorgegeven: met de drie trefwoorden die er op het blaadje staan, maakt elke cursist een zin (mag uit twee of drie regels bestaan). De zinnen worden voorgelezen, kunnen straks als beginzin gebruikt worden bij het schrijven van het zeer kort verhaal. (10 min)

 

Zeer kort verhaal

 

Cursisten luisteren naar twee voorbeelden van zeer korte verhalen, docent leest ze voor.

  • Zeer kort verhaal van A.L. Snijders: Geestgronden

 

  • Voorbeeld 2: Leen Raats, won de A.L. Snijdersprijs

 

Bespreking met cursisten:

Groepsgesprek aan de hand van een aantal vragen:

De twee voorbeelden worden ook uitgedeeld aan de cursisten.

Mogelijke leidraad om de zeer korte verhalen te bespreken:

Wat vond je van de twee zeer korte verhalen? Kan je ook aangeven waarom je dat vond (goed of niet goed, ronduit slecht..)

Wat zijn volgens jullie een aantal kenmerken van een zeer kort verhaal?

Tips: lengte, inhoud, vorm
         thema: zit er een boodschap in of een ‘les’? is het amusant of wat abstract? Vertrekt het vanuit  een dagelijkse situatie?

Proberen om een ‘definitie’ te formuleren, iedereen mag een inbreng doen – trefwoorden of structuur wel noteren (docent) op het bord

  • Plot: ondergeschikt belang, eerder een filosofische vertelling, een grap, een ‘les’
  • Vertrekken van iets wat er is, iets concreets
  • Lengte: handvol woorden, sommige tot 300 à 400 woorden

 

  • Iets verandert of verschuift, de situatie blijft niet hetzelfde (zie ook Jan Patijn met zijn Chinese vrouw)
  • William Peden(professor en verhalenspecialist) gaf volgende omschrijving van een zeer kort verhaal: “het openen of het sluiten van een raam”

Eens met deze omschrijving? Waarom (niet)?

Is er sprake van een begin, midden en einde zoals in een ‘klassiek’ verhaal?

 

In een groep waar de taal- of beginsituatie dit toelaat, laat docent een paar voorbeelden zien van Lydia Davis die een paar zeer korte verhalen voorleest (YouTube); soms zijn haar korte verhalen maar een paar regels lang of een paragraaf. https://youtu.be/RHOa_rS2RpE

Haar verzamelde verhalen in vertaling (Atlas Contact):’Varianten van ongemak’ en ‘Bezoek aan haar man’. In elk geval wordt ze vernoemd als voorbeeld, winnares van Man Booker prijs.

Andere mogelijkheid: via YouTube naar een zeer kort verhaal luisteren van A.L. Snijders:

https://youtu.be/AbJ4KcRtBCo  Teleurstelling

  • Zijn er ook verschillen tussen de voorbeelden die we lazen of hoorden?
  • Met andere woorden: elk zeer kort verhaal is anders en niet per se goed of slecht, je mag je eigen invulling geven.

 

Aan de slag

 

Groep wordt uitgenodigd om zelf een zeer kort verhaal te schrijven.

Kenmerken kunnen ze nog nalezen op het bord of de voorbeelden erbij nemen.

Vertrekken vanuit de oefeningen in het begin van de sessie:

  • de krantenknipsels uit de Metro (mag opgediept of gebruikt worden als begin- of eindzin)
  • jeugdherinnering waarover in het begin verteld werd; die kan (deels) gebruikt worden in een zeer kort verhaal, er mag bij verzonnen worden, de herinnering kan dus perfect als beginpunt gebruikt worden of ter inspiratie – hoeft niet te letterlijk, maar mag.
  • Sterk gevoel of emotie met de trefwoorden die werden gezocht door de anderen; kan ook een beginpunt zijn.
  • Cursisten mogen ook zelf aan de slag aan de hand van de voorbeelden die ze hoorden of zagen, de kenmerken die ze lazen of die aan bod kwamen.

Schrijftijd: 20 minuten

Tenslotte

Uitnodiging om je eigen zeer korte verhaal voor te lezen.

Anderen luisteren mee en geven feedback.

 

Anna

 

Voorbeelden zeer korte verhalen

 

Paul Dönitz ontmoette ik voor het eerst in de trein van Brussel naar Amsterdam. Hij zat tegenover me in een verder lege coupé. Hij las een boek over Socrates, dat kon ik zien. Wat ik niet kon zien was dat hij geheel getatoeëerd was, zijn lichaam, zijn benen, zijn armen. Ik zag alleen zijn lege delen, zijn twee handen, zijn hals en zijn gezicht. Hij at mandarijnen en bood mij er ook een aan. We praatten. Hij was ondanks de umlaut een Nederlander, woonde in Parijs, studeerde filosofie aan de Sorbonne, en was op weg naar zijn moeder in Haarlem. Hij vertelde dat Socrates ten onrechte als filosoof werd beschouwd. Hij was ook geen leraar, hij was een opvoeder, zijn levensdoel was de zedelijke verbetering van de mens. Hij was van mening dat de deugd leerbaar was, dat iemand die het goede kende nooit slecht kon handelen. Ik kan me het jaar van deze ontmoeting niet meer precies herinneren, het moet ergens in de late jaren vijftig geweest zijn. Het was een begin van een vriendschap op afstand. We zagen elkaar niet vaak en daarom duurde het enige jaren voor ik op een zomerse dag aan het strand van Zandvoort ontdekte dat tatoeages zijn hele lichaam overwoekerd hadden. Tegenwoordig is dat niet ongewoon, maar toen had ik nog nooit zoiets gezien. Vanmorgen zag ik in de krant een foto van Arie Boomsma, een trotse man die zijn tatoeages niet alleen op het strand laat zien. Maar hij heeft dan weer het probleem dat hij bij zijn tweede huwelijk de naam van zijn eerste vrouw heeft moeten laten verwijderen.    

A.L.  Snijders

Geestgronden

 

Mijn vriend Jan Patijn woont op de geestgronden van het Kennemerland in een afgelegen huis, groot en verveloos. Hij is er vijftig jaar geleden geboren en woont er alleen. Hoewel hij geen zorgeloos type is, hebben zijn ouders hem behalve het huis ook genoeg geld nagelaten om zorgeloos te leven. Hij heeft sinds twee jaar een Chinese vrouw, die alleen Chinees spreekt en verstaat, terwijl Jan Patijn alleen Nederlands spreekt en verstaat. Toen ze voor het eerst langs zijn huis liep had ze dorst, in de verte zag ze Jan Patijn op zijn zware bosmaaier, hij droeg oorbeschermers en een veiligheidsbril. Ze liep om het huis en zag dat de keukendeur openstond, ze ging naar binnen en dronk water. Toen Jan aan het eind van de middag thuiskwam, had de Chinese vrouw zich spoorloos verstopt. Ze bleef twee maanden in het huis wonen zonder dat hij zich van haar aanwezigheid bewust was. Deze situatie had jaren kunnen duren maar zij vond twee maanden illegaliteit genoeg. Ik zag haar voor het eerst toen ze me na een half jaar samen een bezoek brachten. Ze gebruikten een taal van klanken en gebaren die voor mij geheel ontoegankelijk waren. Ik schatte haar achttien, Jan houdt het op dertig. Hij is van mening dat dit de volmaakte basis voor liefde is, hij beschouwt het als een experimentele buitenkans. Ikzelf denk dat ook de geestgronden er een belangrijke rol in spelen. 

 

A.L. Snijders

 

 

Dit verhaal werd gepubliceerd in mijn verhalenbundel 'Barst' bij Uitgeverij Liverse, de bundel 'Kort&goed, de 22 mooiste inzendingen voor de A.L. Snijdersprijs 2004' van Afdh-uitgevers, en de Nederland Leest-bundels die in november 2015 gratis op 400.000 exemplaren werden verspreid via Nederlandse scholen en bibliotheken. 

Mijn naam is Treesje. Ik ben geboren op de rechter Schelde-oever. Ik ben 29, bang om 30 te worden en nog veel banger om het niet te worden. Ik heb een hekel aan voetbal, cava en saaie mensen. Wanneer ik alleen thuis ben, dans ik door de woonkamer. Ik ben getrouwd met een Sven en moeder van een Jade. Mijn man wil een tweede kind. Ik heb altijd een raam openstaan, ook als het vriest. Ik wil tocht voelen.
  Onderin mijn kleerkast staat een reistas met daarin kleding voor een paar dagen en een portemonnee met 253 euro. In een zijzakje zitten een mp3-speler met mijn favoriete muziek, een haarborstel en een pakje tampons. Die tas staat er al drie jaar.
  Ik denk weleens dat ik gewoon te veel van het leven verwacht. Wanneer ik de brievenbus open, hoop ik stiekem dat daar die ene brief ligt die mijn hele leven verandert. Het is een brief die waarschijnlijk nooit komt. Toch blijf ik hem verwachten. 
  Ik heb geen televisie. Het heeft lang geduurd om mijn man ervan te overtuigen dat zo’n ding enkel maar waardevolle tijd en energie vreet. Er staat nu een tafeltje, met daarop een fruitschaal. Mijn man kijkt voortaan tv op zijn tablet. Ik eet nooit fruit.

(c) Leen Raats

 

Geen dag zonder regel in het leven van A.L. Snijders

Hij is een verhalenverteller, een onderwijzer en een moralist. Maar het meest toch een verhalenverteller. Hij was vast zo’n leraar Nederlands, die je later nooit meer vergeet. Nu is hij gepensioneerd, maar de bron met verhalen is nog lang niet uitgeput. Sterker, elke dag moet er geschreven worden.

“Nulla dies sine linea” is zijn lijfspreuk, “geen dag zonder regel.”
Wie tot de gelukkigen behoort en op de lijst staat van tachtig vrienden en bekenden, ontvangt elke dag een ZKV, een zeer kort verhaal, zoals hij zijn genre benoemt . Het is een genoegen om tussen al je dagelijks geploeter opeens zo’n ZKV op je scherm te zien. Soms blijft een raadselachtig zinnetje de hele dag door je hoofd spelen. Zijn verhalen gaan over simpele zaken zoals brood bakken, boodschappen bij de Lidl, een herinnering aan zijn Amsterdamse jeugd of het weren van de veldmuizen uit zijn landelijke huis. Maar nooit blijft het daarbij. Er is altijd een abstractie en een moraal.
Overal vindt hij zijn inspiratie. Nu is er de fotograaf van de krant, die het huis rond speurt naar een fotogenieke plek. Dat is niet moeilijk in het huis van Peter Müller (zoals zijn echte naam luidt) aan een bosrand in de Achterhoek. De boerderij is een verrukkelijke bric à brac in fraaie pasteltinten. De talenten zijn eerlijk verdeeld in Huize Müller. Hij is van de letteren en zij van de beeldende kunst.
De keuze van de fotograaf valt op de werkkamer. Maar een kartonnen doosje Ariel waspoeder moet uit het zicht. Müller legt uit: “daarmee bestrijd ik de muizen.” Die middag zit er alweer een kort verhaal in de mailbox:
1 Er zijn muizen. 2 Wij wassen met Ariel Color. 3 Er komt een fotograaf op bezoek, voor een krant. Hij vraagt of ik aan mijn schrijftafel wil gaan zitten. Er liggen papieren en boeken, maar ook gereedschap – messen en tangen en schroevendraaiers. Op een stapel boeken staat een leeg doosje Ariel Color. De fotograaf pakt het en zet het buiten zicht. Ik vertel hem dat het huis en de schuren en de hokken vol staan met lege doosjes Ariel Color. Gif erin – een klein rond gat, met een schaar gemaakt. Ik vraag hem waarom het niet op mijn tafel mag staan. Dat hoort niet, zegt de fotograaf. Hij heeft een beeld van de tafel van een schrijver, hij is als iedereen, iedereen heeft een beeld van alles. Ik kan de muizen alleen de baas met behulp van gif en Ariel Color. Ik weet alles van ethiek, pikorde en schuld, maar ik kan niet anders.

Ruim een jaar geleden kwam zijn boek uit met 336 ZKV’s en tekeningen van zijn zoon Gijs Müller. Hij wilde niet wachten tot het er 365 waren. Hij houdt wel van het onaffe, streeft niet naar perfectie en bedacht als titel voor zijn boek: “Belangrijk is, dat ik niet aan de lezers denk.” Het had geen hoge verwachtingen van de verkoop van zijn boek. Een oplage van vijfhonderd leek hem aan de ruime kant. Het liep anders. Tommy Wieringa noemde hem de meester van het éénharige penseel, op de VPRO-radio kreeg hij een column en Frits Abrahams prees zijn boek in de NRC als de beste van 2006. Het boek krijgt nu zijn vijfde druk. Afgelopen maanden stond hij als columnist in De Volkskrant en oogstte alom lof. Er kwamen ingezonden brieven naar de krant : Snijders vermorzelt Bril en Mulder.” “Snijders evenaart Remco Campert.”

Martin Bril deelt niet graag zijn plek met Snijders op dezelfde pagina en recensent Arjen Peters kraakte hem tijdens het Avro-radioprogramma Opium. Hij noemt hem een krabbelaar buiten de grachtengordel.’ Begrijpelijk vindt Snijders die irritatie. “Ik doorbreek de pikorde.” En meteen is weer een anekdote over Paul Kruger, die op bezoek bij koninginWilhelmina het water uit zijn vingerkommetje op dronk, en daarmee de minachting en spot van de aanwezige gasten opriep. Toen Wilhelmna vervolgens hetzelfde deed, verstijfden ze en volgden haar voorbeeld.

Eerlijk gezegd maakt het Müller niet veel uit voor wie hij zijn columns schrijft. Ik hoef er niet meer van te leven, ik heb mijn pensioen. Hij schrijft sinds kort voor het regiokatern van het Zutphens Dagblad. Bij die redactie liggen ook dierbare herinneringen aan de tijd waarin hij columns schreef voor een aantal regionale kranten, die nu samen de Stentor heten. Elke column ging vergezeld van een brief aan de hoofdredacteur Van der Moer. Deze brieven en columns, geschreven in het jaar 1990, zijn ooit al eens uitgegeven en nu opnieuw op de markt gebracht door Thomas Rap.

Het was nog in het vóór-internet tijdperk, waarbij fouten op de loer lagen, omdat elke letter gezet moest worden. Mooi zijn de angsten voor zetfouten, die Müller in zijn brieven aan de hoofdredacteur verwoordt. “Onredelijke dierenliefde zou wel eens onzedelijke dierenliefde kunnen worden.” En : “Helaas is een letter weggevallen op een wel zeer cruciale plek in een gedicht van de Zuid Afrikaanse dichter Eybers. Het ging om de ‘t’ in het werkwoord ‘van kant maken.’ De brieven gaan vooral over taal en stijl en zijn net zo boeiend als de columns. Woorden en zinnen worden gewikt en gewogen. “Letters, punten, komma’s, ze zijn onze vrienden en kwelgeesten.” Steeds is er die zelfspot: “Er staat altijd iemand naast me die honend toekijkt.” Fictie en non-fictie wisselen elkaar af in zijn columns. Helemaal duidelijk is dat niet steeds, maar in zijn brieven, verantwoordt hij zich met smakelijke ironie. “Dat we elkaar vaak niet begrijpen, daar ben ik eigenlijk ontzettend blij mee.”

Een polemiek met Arjen Peters zal hij niet aangaan. Daar houdt hij niet van “Het is godzijdank een chaos, er is geen enkel solide lijn te ontdekken in de kunst. Alleen op universiteiten en scholen doen ze alsof, omdat hun leven anders geen zin heeft.”

A.L.Snijders, Heimelijke vreugde, Uitgeverij Thomas Rap Belangrijk dat ik niet aan lezers denk, AFdH Uitgevers

 

Lydia Davis

Lydia Davis is an American writer who was born in Massachusetts in 1947 and is now a professor of creative writing at the University at Albany, the capital of New York state.

She is best known for two contrasting accomplishments: translating from the French, to great acclaim, Marcel Proust’s complex Du Côté de Chez Swann (Swann’s Way) and Flaubert’sMadame Bovary, and writing short stories, a number of them among the shortest stories ever written. Much of her fiction may be seen under the aspect of philosophy or poetry or short story, and even the longer creations may be as succinct as two or three pages.

She has been described by the critic, James Wood in his latest collection, The Fun Stuff and Other Essays, as “a tempestuous Thomas Bernhard”. Most of all, as Craig Morgan Teicher, of theCleveland Plain Dealer, wrote in 2009, the year that Davis’sCollected Stories appeared as a single volume: She is “the master of a literary form largely of her own invention.”

 

Kortverhalenschrijfster Lydia Davis wint Booker Prize

23/05/13

De Man Booker International Prize voor Engelstalige literatuur gaat dit jaar naar de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis die met haar kortverhalen ook in Vlaanderen furore maakt.

 

Ze was onlangs nog te gast op het Brusselse Passa Porta Festival. Lydia Davis is ook bij ons geen onbekende meer dankzij 'Varianten van ongemak', een recente vertaling van haar kortverhalen. Ze kreeg de Man Booker International Prize voor haar opmerkelijke verhalen die vaak niet langer dan één paragraaf zijn.

De Amerikaanse Davis (65) is bekend voor haar werk van korte adem. Ze publiceerde tot nu toe negen bundels verhalen die vaak opvallen door hun aparte poëtische en filosofische formulering. Haar verzamelde verhalen werden in het Nederlands (bji Atlas Contact) in twee delen uitgebracht: 'Varianten van ongemak' en ' Bezoek aan haar man'.

"Haar schrijfsels zijn omschreven als verhalen, maar kunnen ook gedefinieerd worden als miniaturen, anekdotes, essays, grappen, parabels, fabels, teksten, gebeden of simpele observaties", aldus de juryvoorzitter.

Davis vertaalde ook werk van Marcel Proust, Michel Foucault en Gustave Flaubert. Ze schreef slechts één roman: 'The end of the story' (1995).

De Man Booker International Prize werd in 2005 voor het eerst uitgereikt, aan Ismail Kadare. De andere gelauwerden zijn Chinua Achebe, Alice Munro en Philip Roth.

FH

Hoe een zeer kort verhaal Schrijven?

 

In het januarinummer van Schrijven Magazine ontdekken we dat je met zeer korte verhalen (flash fiction) vele kanten op kan. In dit nummer geven we je vijf manieren om het uit te proberen, je krijgt er alvast één cadeau.

‘Een container voor verandering’, zo omschrijft Roberta Allen, auteur vanFast Fiction - Creating Fiction in Five Minutes het zeer korte verhaal. Als er iets verandert, hoe minimaal die verschuiving ook is, dan is er sprake van een verhaal. Zonder verandering heb je slechts een situatie. Een andere tot de verbeelding sprekende definitie vond ik bij professor en verhalenspecialist William Peden. Hij vergelijkt het zeer korte verhaal met ‘het openen of sluiten van een raam’. Er gebeurt iets, er beweegt iets.

Hoeveel woorden telt een zeer kort verhaal? De kortste bestaan uit een handvol woorden, de langere uit 300 à 400 woorden. Sommige bronnen spreken van 1.000 woorden, maar laten we ons hier concentreren op vertellingen die onder de 400 woorden blijven.

Er zijn eindeloos veel manieren om zeer korte verhalen te schrijven. De verhalen van A.L. Snijders zijn anders dan die van Lydia Davis of Sanneke van Hassel. Die van Franz Kafka zijn niet te vergelijken met die van Robert Walser of Ernest Hemingway.

Geen klassiek begin, midden en eind

In zeer korte verhalen is de plot vaak van ondergeschikt belang. Deze vertellingen kunnen net zo goed de vorm aannemen van een filosofische bespiegeling of een grap. Kijk maar eens naar de verhalen van Lydia Davis. Haar verhalen hebben geen klassiek begin, midden en eind. Omarm de vrijheid.

Toch kan het fijn zijn om te vertrekken met iets wat er al is. Blader eens in een krant of magazine en ga op zoek naar een regel die je intrigeert. Gebruik die als beginzin of juist als slotzin. Of misschien gebruik je hem wel ergens in de loop van je verhaal. Je kan dit ook doen met een gedicht. Gebruik een versregel.

 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Anna
10 mei 2016 · 20 keer gelezen · 0 keer geliket