Daar zitten wij, op een terras op een zonnige voorjaarsdag in Leuven. Ik ben de nieuwste aangeworvene en voel me al goed ingeburgerd.
“Wij zijn content met u. Zie, wij doen ontwikkelingswerk in Nederland. Gij zijt daar onze imboorling die we kunnen aanspreken”. Rik lachte.
Dit soort grappen kon ik verwachten. Het is een uitdaging, een kunst om die te pareren. Om tijd te winnen stond ik op. Ik liep naar de toog en kwam terug met twee pinten.
“Alsjeblieft”, zei ik. “Het is onze treffelijke gewoonte om de winst ‘in dit soort landen’ deels lokaal te besteden”.
Rik grijnsde.
