Tip van de week

06/09: 'Paniek' van Heidi Schoefs

Joris J. Peeters is schrijver, muzikant, theatermaker en schrijfcoach. Hij schreef drie broeken en brengt de muzikale theatervoorstelling 'Ik ben Spiegelbol'. In die voorstelling brengt hij ook zijn Nederlandstalige muziek.

Joris J. Peeters tipt deze week 'Paniek' van Heidi Schoefs.

“Ik houd van verhalen waarbij de auteur dicht bij zichzelf blijft. Dat doet Heidi Schoefs in het autobiografische Paniek. We hebben bijna allemaal dezelfde levensthema’s zoals afscheid nemen, liefde, vergeving … Maar al onze verhalen zijn uniek; net zoals die van Heidi Schoefs. En hoewel haar verhaal uniek is, is het toch herkenbaar.  

De spanning in 'Paniek' bouwt langzaam en mooi op. Het duurt tot aan de vijfde paragraaf tot je weet wat er met de mama van Heidi gaat gebeuren. Maar je voelt al snel dat de mama voor een groot keerpunt staat in haar leven.

In alles wat Heidi schrijft voel je de liefde voor haar mama; de zorg en ondersteuning die ze haar wil bieden. In korte, muzikale zinnen schetst ze haar zorg tijdens Covid.

In de eerste paragraaf zou de auteur de ‘haar’ in want haar stem  klonk rustig en sterk kunnen vervangen door mama’s stem. Dat creëert nabijheid en zo weten we sneller dat het over de mama gaat.

Heidi gebruikt in die eerste paragraaf de woorden rustig en sterk. Als lezer heb ik graag dat de auteur me toont hoe die stem dan ‘rustig en sterk’ klinkt, maar zonder die twee woorden te gebruiken. Daar zou een stijlfiguur passen.

De laatste zin "Ik zag geen spoor van paniek" mag de auteur laten vallen. Uit de paragraaf ervoor blijkt dat er geen paniek is bij de mama.

'Paniek' is een authentiek en herkenbaar verhaal over een situatie waar veel kinderen waarschijnlijk mee te maken krijgen.”

Gerelateerd

Tip

Paniek

Ik zag paniek in  haar ogen. Het kan ook mijn reflectie geweest zijn, want haar stem klonk rustig en sterk. We hadden het er vaak en veel over gehad. Over hoe ze zich erbij voelde, over hoe het zou zijn, over hoe vaak ze me nog zou zien. Het lag altijd ergens in de toekomst. Vandaag was het dan zo ver. Mama haar koffertje stond klaar. De meubeltjes hadden we al een paar dagen eerder geïnstalleerd. Ik had m’n best gedaan om het zo gezellig mogelijk te maken, met schemerlampjes en haar persoonlijke spulletjes. ‘Zullen we gaan?’ Weer zag ik paniek. Of was het mijn paniek? Mijn leven lang was het woord ‘bejaardentehuis’ taboe geweest. Mijn ouders zouden daar nooit naartoe gaan. Stel je voor. De laatste halte van het leven. Opnieuw voelde ik paniek. Schuldgevoel. Vandaag moest ik haar laten gaan. Mijn belofte gebroken. Het ging niet meer thuis. De afgelopen jaren, tijdens covid, was ik er altijd geweest. Fulltime verzorging. Van rolstoel tot nachtemmer. Drie maaltijden per dag. Vandaag was alles anders. Het leven verandert en de tijd om al haar noden in te vullen was in het gedrang gekomen. ‘Dag huis, wie weet kom ik nog een keer bij je eten.’ De moed zakte in m’n schoenen.‘Maar mama toch, natuurlijk kom je nog bij me eten. We gaan nog leuke tijden tegemoet.’ Huichelaar zei ik stilletjes tegen mezelf. Ik die altijd zo minachtend had gesproken over het bejaardentehuis moest nu alles uit de kast halen om het in een positief daglicht te stellen. Maar het moest. Het kon niet anders meer. Het leven vroeg nu andere dingen van mij. Een dikke knuffel en een onderdrukte traan. Daar zat ze dan in haar nieuwe kamer. Ze keek me geruststellend aan en zei: ‘ik denk dat ik het hier wel naar m’n zin ga hebben.’  Weer zag ik paniek. Of verbeelde ik het me? Toen ik terug thuis kwam en haar vertrouwde stoel zag staan, leeg, was er weer paniek. Het was mijn paniek. Mijn pijn. Mijn loslaten. Een whatsapp oproep van mama... Met een blij gezicht liet ze me zien dat ze op het terras in het lentezonnetje zat. Ze was blij. Ze had eindelijk uitzicht op een groene tuin. Ik zag geen spoor van paniek…

Heidi Schoefs
113 2

Gepubliceerd op

6 sep. 2023