Kansen voor onbekend schrijftalent

Op dit platform gaat Creatief Schrijven vzw op zoek naar nieuwe of minder nieuwe schrijvers met een stevige portie x-factor. Misschien zoek je lezers voor je tekst, wil je deelnemen aan wedstrijden of ben je klaar voor een uitgever. Wat ook je schrijfambitie is, Azertyfactor biedt je nieuwe kansen.

Elke woensdag selecteert een auteur of specialist uit het boekenvak zijn of haar favoriete tekst.

Tip van de week: 'Niets is wat het lijkt' door Hilde Bours
13 februari 2019

Jan Loogman volgde o.a. de opleiding docent Creatief Schrijven en werkt vanaf 2008 als schrijfdocent en manuscriptbeoordelaar.
In mei 2018 verscheen van hem “Van rocker tot stoffensnor”, een boek met verhalen uit het leven van Wim Hoekstra, stoffenhandelaar op de Amsterdamse Albert Cuyp-markt. Eerder publiceerde hij gedichten, een boek over zijn vader en korte verhalen, onder meer over Amsterdam Nieuw-West.

Jan Loogman tipt 'Niets is wat het lijkt' van Hilde Bours

"Een fris begin: “Ik woon dicht bij de Scheldevallei, aan de voet van de Vlaamse Ardennen, een regio die erg geliefd is bij fietsers en wandelaars.” Zò, ik weet wat ik als lezer kan verwachten. Al ben ik nog niet zeker of het fietsen of wandelen wordt, in elk geval zullen we eropuit gaan in dit verhaal van Hilde  Bours.

Twee dingen bevallen me in dit korte verhaal. Allereerst de terloopse bedenkingen. “Ik dacht onmiddellijk aan het ‘Schurend scharniertje’ van Jos Ghysen,” staat er als de ik-verteller in een natuurgebied de deur van een vogelhut opent. En: “Hij deed me denken aan de opa van ‘Heidi uit de bergen’,” als ze in de hut een morsige oude man aantreft.  Scharniertje noch Heidi uit de bergen ken ik, en toch geven deze bedenkingen mij een beeld, namelijk van het hoofdpersonage, de ik-verteller. Ze is geen vrouw die gauw de kluts kwijt is. Ze kijkt en plaatst wat ze ziet meteen in een kader. Een zekere koelbloedigheid ken ik haar toe.

Wat me ook bevalt, is de spanningsopbouw. De opening haalde ik al aan en inderdaad gaat het hoofdpersonage, de verteller, er in het vervolg meteen op uit. Ze gaat naar de vogelhut bij een meertje in de buurt. Er gebeurt zo weinig en dat wordt zo vrolijk en zonder omwegen benoemd (“Ik genoot van het heerlijke, winterse tafereel”) dat ik als lezer een gebeurtenis voel aankomen. Die doet zich dan ook voor: de ontmoeting met de oude man.

Daarin toont de verteller inderdaad koelbloedigheid en het levert haar een levensles op. “Overdonderd” is zij erdoor, maar toch niet zozeer dat ze hem niet heeft kunnen onthouden en nu voor ons noteren.

Er is ook wel wat aan te merken op dit frisse korte verhaal. Was het misschien nog spannender geweest als de ik-verteller in de tegenwoordige tijd zou hebben verteld, direct vanuit de beleving? En zijn alle beelden even scherp, kan bijvoorbeeld gemijmer “snel stokken”? Het zijn aanmerkingen die hout snijden en toch niet afdoen aan de conclusie: een fijn verhaal, efficiënt verteld en met een leuke spanningsboog."

Tip van de week: 'Muze' door Marieke Ornelis
6 februari 2019

Kevin Amse is slamdichter. Hij behaalde de derde plaats op het BK poetry slam (2017) en was twee keer offerpoëet op het EK poetry slam (2016-2017). Met het collectief Slambacht won hij de Belgische teamslam (2016). Hij stond in de Turing top 100 en publiceerde o. a. in Deus Ex Machina.

Kevin Amse tipt deze week 'Muze' van Marieke Ornelis

"Vormelijk is het een lang en regelmatig gedicht. Door die regelmaat en de indeling van de strofen stoort de lengte niet. Ook de spanningsboog is goed genoeg om het gedicht boeiend te houden. Het geheel is duidelijk en overzichtelijk, wat een valkuil kan zijn bij een langer gedicht. De tekst leest vlot door het metrum dat er bewust of onbewust is ingeschreven. 

De beelden zijn duidelijk en scherp, alleen de 'claire-obscure' metafoor vind ik wat cliché. Verder ben ik onder de indruk van zinnen als 'hoe jij je gedachten om geweien vouwt' en 'hoe jij vrouwen doet opstijgen als rooksignalen verspreid in een stad.' Het is ook leuk hoe sommige zinnen een constante vormen door het gedicht heen. Dat zorgt voor herkenbaarheid en structuur. Daarbij denk ik aan de metaforen over wiskunde en een brand.

Voor mij is het gedicht een liefdesgedicht over hoe je helemaal opgaat in een (foute) liefde. Dat is er gaandeweg subtiel inschreven met 'ik ben er één van', dat pas onderaan in de tweede strofe verschijnt. Daarna wordt het nog pijnlijk duidelijk met een sterk slot 'Limieten zijn voor mensen die goed zijn in wiskunde' gevolgd door 'We bevinden ons ver buiten nul en oneindig', een variant op het eerdere 'We bevinden ons ergens tussen nul en oneindig.' Subtiel en sterk. 

Hier en daar mag het gedicht van mij nog wat bijgeschaafd worden, maar desondanks is het een erg knappe tekst." 

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home