Gert Vanlerberghe

Gebruikersnaam Gert Vanlerberghe

Opleiding

Publicaties

'Als een Ballon' (2012)

Prijzen

Teksten

Agorafobie

ze gelooft in karma en de markteconomiehaar dag is een kogeltrein, ze leeft sneller dan haar schaduwweer een zon aan spaandersik sla het licht op in mijn kijkdoosverblind de opgebrande collega nieuwsgierigheid straft meteenvoor de mooiste dagpauwoog voer ik mijn klinkende betoogik denk: het spijt me, escapisme is een voorrecht voor de rijkenmaar ik wens niet te bezwijkenonder het zuchtende beton, hypotheken wegen door kies een outfit, moeder zwaluwvandaag klimmen we naar dagoba’sop muilezels sluipen we door het nauw van de siqom te oreren in namaakstedeneen hellas van kartonmijn koninkrijk voor een beeldenstormnu het doek valt over reizen laatste raki voor de avondklokturen naar een spookrivierabij het kasteel van de koopmanflamingo’s in het zoutmeereen bevroren reiger in het riet val je mee nergens heen?kies een audi, vader ransuilom te cruisen langs een kruisweg in minhoalles staties nu geschraptgelukkig had je eraan gedacht ze in te scannen met een apphallo, hier simon van deliveroouw gestoofde spijt wordt koudde wijn nu zuurde kater voor overmorgende cijfers swingen de pan uiteen ragtime donkerroodroerloos op een stoelverleren we elkaaruit het hoofd, uit het lijf sanseveria, blijf in uw potmaar ik wil nog tempels zienverloren beschavingen terugfluiteneen terrorist influisterenhoe onbeduidend hij/zij oogt naast een virus, een rottend systeemeen zwerver die sterft zodatiedereen kan leven zonder filtereen sloppenwijk verdwijntvoor de aanleg van een pleinwaarop geen mens durft te blijvenhet zuichtende beton, door mijn schuld door mijn schuld

Gert Vanlerberghe
32 0

19u59

Verhalen van coronacruises, coronahotels, en hoe het allemaal begon: een vleermuis in de mond. Ze lijken van lang geleden. Ik ben ze haast vergeten. Nu maken ze plaats voor een eigen gefragmenteerd relaas. Duiven tellen tussen de bloesem. Vaststellen dat een woerd de twee meter afstand bewaart van zijn nieuwe vlam, zijn prinses in schutkleuren. Medelijden met de hond met drie poten. Sympathie voor zijn baasje. Blikken mogen nog kruisen, het is nog niet verboden. Een glimlach is nu meer waard dan wat centen. Het gastvrije grasveld waar iemand zijn sleutels tussen de keutels is verloren. Beloning voor de eerlijke vinder. De eerste vlinder. Waarop wacht de zwaluw? Het luchtruim al geruime tijd door buizerds ingenomen. Ze zijn hier koning te rijk. Wij zijn volkomen te rijk en vrezen wat moet komen. Ook wij bidden. Al is het in onze dromen. Het is druk wanneer niemand thuis blijft. Achter ramen zie ik enkel pluche beren en de kat. Ze wachten bang af. Om acht uur geklap. Ook witte lakens bedanken onze mondmaskerhelden. Ze symboliseren de goede afloop: ook vandaag stapt dit gezin niet in het graf. Eeuwige vraagstukken die ik mezelf voorleg:Zal ik me straks dan toch in het wassalon wagen?En de nachtwinkel?Kan een brood mij besmetten?Komen die fietsers niet te dichtbij wanneer ze me inhalen?Zal ik dierbaren verliezen aan het virus?En wat als ik zelf drager ben? Flarden van gesprekken opvangen. Of Yellow Submarine wel van The Beatles is. Zij denkt van niet. Haar vader wint het debat. Er is Google. En ik kon het niet laten in te grijpen. De eerste keer dat ik vandaag het zwijgen verbrak. In het wassalon vraagt een jonge man zich luidop af of ook senioren Tinder gebruiken. Het zou me verbazen van niet. En Tinderbereik stopt niet aan de grens. Matchen doen we op krediet. Swipen als tijdverdrijf, de tijd niet om het tinderen te minderen. We lijken wel kinderen.  Een dochter die haar moeder, na een blik op het infobordje, moet geruststellen. Dit is een salamander, mama. Geen krokodil. En ze zijn veel kleiner. Geen nood. Je bent hier veilig. Oranjebuik doet geen vlieg kwaad. En dat we ook in tijden van corona kunnen lachen. Het is al even gezond als uit uw kot komen en blijven bewegen. In de bufferzone die we lockdown light noemen, om ons eraan te herinneren dat het allemaal veel erger kan. Zodra onze eigen angsten in bedwang kunnen we nadenken over vluchtelingen, over daklozen, over kankerpatiënten, over andersvaliden in tijden van corona. Over coronapatiënten in tijden van corona. Vandaag denk ik weer: het kan allemaal veel erger. Vandaag weet ik zeker: dit komt goed. Maar vraag het mij morgen nog eens.

Gert Vanlerberghe
30 1

Meduse

Scheuren en gaten. Breuklijnen. Zo komt het licht binnen. Zo sijpelt het bewustzijn naar buiten. Minuscule lichtpuntjes in het duister. Als vlokken stof zweven ze onwennig door de kamer. Vonken verzamelen zich rond mijn hoofd. Vormen een aureool. Mogelijk een kroon van doornen. Het vuil van de aarde. Ze onthullen zich als kwalvormige gasplaneten in doffe blauwe kleuren. Elegante centripetale wezens die zich verliezen in onhoorbare muziek. Mijn hoofd gonst van de suggesties, een duizelingwekkende choreografie op een stille symfonie. Een artistieke openbaring waarvan ik de betekenis niet begrijp, maar ik kick op haar schoonheid, mijn ogen inhaleren de fonkelende gedaantes en worden zelf drager van het vuur. In een fractie van een seconde zie ik de waarheid en niets dan de waarheid, hoe de hele wereld in elkaar zit, van een beangstigende schoonheid, de perfectie maakt krankzinnig, en een mens kan zo’n inzicht slechts enkele seconden dragen, voor zijn hele geest zich met complete en verwoestende en onoverwinnelijke waanzin vult. Er zit wel degelijk een methodiek hierachter, net als achter alles, maar het oog kan slechts haar willekeur vermoeden. De drieste neteldiertjes maken wel eens scherpe bochten, onverwacht, nu eens links, dan rechts, iets naar boven, diep naar onder, maar lijken altijd de onvolmaakte cirkel rond mijn hoofd te beschrijven. Na geruime tijd – minuten? een halfuur? vele uren? – krijgt het hele occulte proces iets schrikwekkends. Steeds meer begin ik de situatie waarin ik me bevind te verafschuwen. Slaaf van een naargeestig mantra waar ik de ballen van begrijp. De verschrikking is absoluut. Mijn slapende lichaam schokt en werpt zich uit zijn baan. De kamer vliegt overkop. Ik voel dat iets zich heel gauw los zal maken van mijn lichaam, maar ik weet niet wat. Gaat het om meer vloeistoffen of gassen? Of zal er iets essentiëlers uit mij ontsnappen? Hoeveel stukjes ziel zal ik deze nacht nog morsen? En wat blijft er in de ochtend over? Laat ik enkel nog huid en afdruk in mijn gekwelde bed over en zal de essentie van mijn bestaan ten hemel rijzen, omringd door ondertussen honderden lichtgevende medusen? Met welke snippers uit welke heilige boeken zal ik wat betekenis bij elkaar kunnen puzzelen? Ik weet dat ik zonden zal moeten afleggen. Angsten zal moeten uitschijten. Wrok uitkotsen. Woede uitzweten. Haat uitzweren. Jaloezie uitpissen. De donkere lucht wordt ijler en condenseert. Alles is oceaan nu. Waar kwallen goed gedijen. Ik niet. Ik lig te stinken in een zelfverklaard aquarium. En de blauwe weekdieren ondergaan een nieuwe transformatie. De spoken van de oceaan krijgen steeds menselijkere trekken. Gelei wringt zich in vlees. Tentakels schoppen het tot ledematen. Het zijn nu lijken van drenkelingen. Ik lig hier verdomme in een zeemansgraf. Het massagraf dat we liever willen vergeten. De duizenden lijken op ons collectieve geweten. Dat laatste beetje menselijkheid dat al lang weer is uitgescheten. De kolkende hompen rottend vlees beginnen samen te klitten tot een groot respirerend wezen, een soort van rimpelige, harige en vlezige godin. Met een beetje verbeelding een gigantische blauwe kut. Misschien wel die van een godheid uit de vele wereldgodsdiensten die er te rapen vallen. De Vernietiger. Zij-wiens-kut-blauw-is. De pratende maar tandeloze vagina stelt me enkele vragen waar ik niet op kan antwoorden. Ik kijk haar angstig aan, iets wat zij naar arrogantie vertaalt. In het midden van het zwarte gat kolkt een vuurbal als een soort van oog. Het kijkt me doordringend aan terwijl ze mijn eerste opdracht aan me toevertrouwt. Niet gehoorzamen ligt niet in mijn aard. Ik weet wat er volgt. Een boeiende maar uitputtende reis naar de openbaring waar ik al heel mijn leven op wacht. Volg de kwallen door de levenspoort naar wat je altijd al hebt willen weten. Leg jezelf af in lagen. Ontdoe je van armen, benen. Schuur de huid van je vlees en het vlees van je botten. Al je geheimen liggen nu als appels voor het rapen. Je hoeft geen densiteit. Je bent niets met gestalte. Je bent een zwevend bewustzijn. Een verlichte geest. Je toegetakelde brein voelt zich als de laatste coelacanth op sterk water. Zwoegen bevrijdt.

Gert Vanlerberghe
0 0

BMI: Body Mass Inversion

De vuile ramen, met recente adem aangeslagen, woorden, soms een schreeuw, slaan te pletter op dubbele beglazing. Ongewassen lakens en een sofa om op te slapen, de geur van gevangenschap, van gekooid kweeklijf, en complexen die de kamer nooit verlaten. Je woont in een bijeen verzameld trauma, een boze droom van enkele vierkante meters groot, vele verdiepingen hoog. Achter het raam, voorbij de valse hoop op een snelle verlossing, het panorama van een stad waar je even geen deel meer van uitmaakt, je leven uit dit mierennest geschrapt. En niemand die het merkt. De honger naar verzadigde vetten en suikers brandt in je keel, maakt je tong een droge leren lap dat verhard in het lange wachten, een dagelijkse kick die er plots de brui aan gaf. Marteltuigen om vet te verbranden, liters zweet en de stank niet te harden, maar afslanken zul je, afgesneden van de toevoer van frisdrank en vet, gedaan met donuts en spek, weg met cola en drek, Geen taartjes, geen fastfood, cold turkey in vastgoed. En 's avonds worstel je met andere duivels, Stockholmsyndroom, het pad naar verlossing, gehandboeid aan haar perverse geest, gedwongen dieet, doeltreffend maar wreed. Mindblow, ze is zo mooi. Perfect getraind, je ziet jezelf over enige tijd, jouw spiegelbeeld in een streeflijf, een Siamese tweeling verwikkeld in een titanenstrijd, en hoe de rollen omgedraaid, hoe haar kont de sofa zal dragen tot ze in jouw afdruk past. Je hebt je doelgewicht bereikt, fastfood is verleden tijd, maar voor haar start een soortgelijke proef. Ze zal vreten tot ze zo dik als jij toen.   (voor Irvine Welsh en zijn fans)

Gert Vanlerberghe
0 0

De nacht

Die gedachten waarop nachten kunnen breken, verblind door een gebrek aan licht en high van hun eigen duister. Een sombere overpeinzing komt altijd onverwacht. Ze rijt elke jonge nacht, onervaren in haar veelvoud aan mogelijkheden, moeiteloos aan flarden. Amper opgewassen tegen wie geen aandacht heeft voor nachtelijke pracht. Zelfs in het meest volmaakte duister heb je zwartkijkers. En de nacht zet poorten open, laat niets of niemand buiten, dronken door een macht van tolerantie, een drang naar experiment als een dodelijke cocktail. Als stomende seks kan, dan kan ook verkrachting. Als liefde en behagen, dan ook woede en verwarring. Hier krijgt iemand een ingeving, ze wil haar man verrassen. Daar drijft de rommel in zijn hoofd een man naar drank en zelfmoord. Hier woedt oorlog, daar groeien tweede kansen. Hier feesten als de beesten, daar een spuit in de aders. Gekker moet het niet worden, dacht de nacht bij zichzelf, en toen werd het nog gekker. Gierende banden. Een Nissan die zich rond een lantaarnpaal drapeert. Vrouwen nagefloten, ze negeren, krijgen slaag. Wat had je aan? Honden verscheuren elkaar voor hun baasjes vermaak. Een eenzame man die zijn allerlaatste adem uitbraakt. Een dronken val van zes hoog. Een gooi naar macht. Een betoog. Kristalnacht. Lange messen. Een popster vermoord. Een baby doodgeboren. De schemering was zwanger van beloften en van kansen, maar de nacht brengt alle duivels aan het springen, aan het dansen. De nacht snuift lijntjes sterrenstof, voelt zich groter, kan meer aan. Als een zaadje in de hersens groeit een inval tot een daad. En met spijt in hun ogen zeggen zij het was de coke, het was de drank. Maar het was de nacht, onverantwoord, die de rede had verpacht. Het was de nacht, opstandige puber, onstuimig, ondoordacht. De omvang van de schade die ze toelaat had ze nauwelijks verwacht. Het was de nacht, wanneer alles nep en schijn en verdacht. Arresteer de nacht. Veroordeel de nacht. Die junkie. Die hoer. Die gangster. Moordenaar. Bedrieger. Leugenaar. Messentrekker. Manipulator. Pak haar alles af. Trek haar bij de haren. Sleep haar over de grond. Het is de dag die onze zelfoverschatting weer verstomt.

Gert Vanlerberghe
3 0

You Must Die

"Have you thought of Allāt and al-'Uzzā and Manāt the third, the other; These are the exalted Gharaniq, whose intercession is hoped for." En we vallen. Wrakstukken met heel veel verleden en nog luttele seconden op de teller. Ledematen, schoenen, stoelen, verpakkingen als asteroïden op koers naar de aarde. Een roze teddybeer maakt een frisse duik in een zwembad. Een motorkap verbrijzeld door een torso. We tuimelen, buitelen, duiken, storten neer. Onze maskers vallen mee (maar nog niet af). Celestiale verschoppelingen. Getalenteerde stumperds zonder vleugels. Hulpeloos herboren in bevroren zand. Een ironisch aureool. Een stigma stinkend naar zwavel. We kruipen, leren lopen, zijn ons geloof voorgoed verloren. Van God los in een ommezwaai,I tell you, I tell you, rise 'n' shine, tot in den draai,I tell you, you must die. Afgescheurd van vaderland, van subcontinent naar eiland, van veel god naar geen god. Nul dat is te weinig en drie zijn er te veel. Er is er één één één Stad van zand, doof voor de Profeet.   Visioenen van Hastings, griffioenen en manticores. Een klikspaan en agenten op het strand. Het geïsoleerde huis. Ze komen je halen. Een rat in de val, als een olifantman. Geschopt en beschimpt, de politie uw vriend. Gemuteerd in een geit, je eigen gevoeg als ontbijt. Een haan die drie keer kraait. De struisvogel rent de eenzaamheid voorbij. Argentijnse herinneringen als aangestampte sneeuw. Unfinished business, maar de jaren halen haar in. En ik verdwijn geruisloos in de nacht, als een minnaar. Jij ontsnapt met je lotgenoten, L.O.N.D.O.N. en samen zullen we je geliefde stad bestormen, L.O.N.D.O.N. maar Spoono, arme duivel, wie slaapt er met je vrouw? I tell you, I tell you, wie kwam en nam je leven en je huis?I tell you, you must die. To be born again... He is alive! No survivors. En toch sta je in hun woonkamer. En toch sta je in jouw woonkamer. Beëlzebub de hoorndrager staat in zijn eigen woonkamer. En ik naar mijn bergbeklimster. Gods gezicht op het dak van de wereld. Ik ben God niet, ik ben er vele. Er is er één één één En ik zijn zelfmoordsoldaat, met knikkende knieën in de strijd tegen Al-Lat. Zij smijt kometen in mijn kruis, ik bliksem vuur in haar gelaat. Water is liefde, wijn is haat, de tijd een godslasterlijk kwaad. The Imam vs. The Empress:FIGHT! The Imam wins! Fatality!I tell you, you must die. Er is er één één één Water wins! Untime wins! En wat voor religie hebben wij ons op de hals gehaald? En ja, ik praat in mijn slaap, maar maakt dat van mij een aartsengel? Wie stuurt mijn woorden? Wie souffleert ze, wie schrijft ze op? Wie praat van tijd en van haat, van kanker en bedevaart? Wie leidt de weg naar Mekka? "Is er een God?", vraagt de clown aan zijn os. Het dier blijft het antwoord schuldig.Pleased to meet you,hope you guess my name! Een gedroomde comeback. De nieuwe film. Over spijtige twijfels.  Er is er één één één  No survivors. I took another plane. Een gespleten universum. Een gespleten geheugen. Eén helft moet eeuwen dragen, tot aan het begin van de dagen.  Zevenslaper. Zeven dagen slapen in een kamer met de allures van de Himalaya. Want vergeten lukt haar niet. Everest in haar systeem. Visioenen van ijsbergen, Everest aan de Theems. Een ijsberg is water dat land probeert te worden. Everest is land in een groteske poging tot verdamping. Water. Land. Lucht. Gods gezicht. Geen tweede keer. Ik ben God niet, ik ben er vele. Ze vond me in de sneeuw, droeg me naar binnen. Onze liefde zo broos. Met overal barsten van het vallen, van het klimmen. Ik de engel die niet viel. Ik de aartsengel Djibriel. Tijd om wat Britten te bekeren,  een complete transformatie van L.O.N.D.O.N., stad van zonde-rlingen, en jij de droomduivel op zolder, baart een hype populairder dan Pokemon. Pleased to meet you,hope you guess my name! The Goat. The Bad. The Ugly. Geitman, de nieuwe zwarte superheld. De bange blanke man voert een nieuwe heksenjacht, gotta catch 'em all. Zwart is zonde. Jij bent geen engel, je behoorde tot de djinn, keerde je tegen het bevel van de Heer. Onze mutaties voeden de platte commerce, verruil je aureool voor hoorns, van een slechte ruil gesproken.   Maar er groeit iets op zolder. Wraak. En je wordt wakker in een nachtclub als je naakte menselijke zelf. Herboren.And all the sinners saints.   De Openbaring in een notendop: de engel die regels regent, de klerk die ze vervalst en de Profeet die het niet weet.  Stad van zand in verval, de stadspoorten wijd open voor de terugkeer van de Profeet. Onderwerping. Bekeer en heers.  Zuiver de stad van alle afgodinnen. Er is er één één één Een nieuwe godsdienst, een stortbui aan verboden, alle vrouwen achter slot, een zwarte markt van varkensvlees, dissidente spotprenten bij de vleet. Wat vervelend als niet iedereen je god graag heeft. Prostituees verkleed als de vrouwen van de Profeet: bijzonder winstgevend. De dichter zijn profane versie. Een heilig huishouden weerspiegeld in een bordeel. Spot en verzet in de kiem gesmoord door het zwaard. Hoeren en dichters. Dichters en hoeren. Wat is het verschil? En het licht dooft in de ogen van de Profeet, met een dankwoord aan Al-Lat op de lippen.   To be born again, first you have to die. Je haalt je oude leven uit de kast, past het als een oud knellend pak. L.O.N.D.O.N. And so we meet again. Een Dickensiaans drama. Winnaar en verliezer. Geen kans op vergiffenis, je ogen spuwen vuur. Wraak is een gerecht dat koud wordt opgediend.  De waanzin als de bliksem ingeslagen, pillen tegen schizofrenie, pillen tegen paranoia, een zelfdestructieve liefde verteert ons. Red ons of wacht geduldig af. Stemmen in mijn hoofd, stemmen aan de telefoon. Duivels die fluisteren, boodschappen voor Cone. Ze knagen en vreten en hakken en beuken. Wraak koud opgediend. Geen vezel nog heel. Niet van haar bergketen op zakformaat. Niet van ons. Black lives matter. Massaprotest. Oorlog in de straten. Een rechtszaak die de gemoederen verhit. Ik heb mijn gouden trompet. Ik blaas het einde van de mens. So we meet again. Confrontatie in een brandend huis. Een regen van vuur. Verkoolde geliefden. Hier komt alles samen. Hier brandt alles af. Hier splitst de vuurzee in twee en lopen wij samen naar buiten. Vergiffenis.   1 2 3 4 5 6 7 zo gaat het goed, zo gaat het beter, alweer een kilometer van spirituele waanzin. En we gaan nog niet naar huis, want niemand is daar thuis. Alle gelovigen te voet, enkel ketters nemen de Mercedes-Benz. Dodentocht naar Mekka. Wandelen op voeten die geen voeten meer zijn. Maanlandschappen van blaren en bloeduitstortingen. Maar wij gaan nog naar huis. Bijlange niet. Een kudde geïntimideerd door gieren en twijfels. Wie is de volgende die valt en niet meer opstaat? Toch brengen vlinders gevleugelde hoop. En ik droom onrustig voort. Een baby door steniging vermoord. Geloof heeft geen zwak voor diplomatie. Geloof is alles of niets. Geloof heeft geen bewijs nodig. En daar is de zee, de zee, de zee. Geloof verzet spreekwoordelijke bergen, maar de zee wil niet echt mee. Het water wordt hun graf. Hier is geen plaats voor mirakels. Schrap wat niet past:  De zee wordt geopend./De zee blijft gesloten. Einde van de bedevaart. Mekka wacht.   Een vader op sterven. Terug naar het geboorteland dat je wilde vergeten. Nu heb je een heden om te vergeten. Je toekomst zit geklemd in een wonderlamp, wrijf drie keer en ze verschijnt. De sporen die een overleden geliefde achterlaat doen nog het meeste pijn. Je neemt ze waar en je begrijpt.    En ik maak me klaar voor alweer een tragedie op de schaal van Shakespeare. Van hier gaat het enkel naar beneden. Gods gezicht op het dak van de wereld. Ik ben God niet, ik ben er vele. Gevallen engel. No survivors. To be born again, you must die.   Voor de typografie en afbeeldingen: http://gertvanlerberghe.blogspot.be/2016/08/you-must-die.html

Gert Vanlerberghe
0 0