Suzan liep in haar eentje door Schiphol, in haar trouwjurk. Met woeste schokken trok ze haar koffer achter zich aan. Ze had geweigerd de jurk uit te doen; ze had erin geslapen. En nu ging ze op huwelijksreis. Alleen.

 

Bij de gate gekomen plofte ze neer op een vrij stoeltje tussen een oude dame en een veertiger met een bierbuikje dat zo bol stond dat het de allure had van een vergevorderde zwangerschap. De man bekeek haar van top tot teen en begon toen in het rond te spieden. Samenzweerderig liet hij zijn mond tot aan haar oor zakken.

"Verborgen camera, right?"

Suzan wierp hem een sarcastische blik toe.

"Inderdaad. Verborgen camera. Snelle jongen ben jij."

Hij grijnsde breed, spuugde in zijn handen, en gebruikte het speeksel om zijn weerbarstige haar in model te brengen.

 

Toch duurde het pas tot ze al een derde van de vlucht naar Bangkok afgelegd hadden voor Suzan doorkreeg dat ze een fout gemaakt had door in haar bruidsjurk in te schepen. Ze moest naar de wc. Van getrouwde vriendinnen had ze gehoord wat voor acrobatische kunsten die aan de dag hadden moeten leggen om in hun bruids-outfit hun blaas te legen –en dat was op restaurant geweest. Zij zou het voor elkaar moeten krijgen in een Airbus. Ze zuchtte, graaide al haar moed en haar onderrokken bij elkaar en sleepte zich door het nauwe gangpad naar de toiletten achteraan in het vliegtuig. Medepassagiers tikten elkaar op de schouder, pookten elkaar wakker, wezen haar heimelijk na. Een stewardess verscheen vanuit het niets voor de deur van de wc-cabine. Prachtige oosterse ogen, het pikzwarte haar strak naar achteren getrokken. De lippen perfect gestift in hetzelfde karmijnrood als haar sjaaltje.

"Can I help you, Miss?" vroeg ze bezorgd.

Suzan schudde koppig het hoofd.

"I´ll be fine."

Toen trok ze de deur open, wierp een blik in de sarcofaag die voor wc moest doorgaan, en richtte zich weer tot de stewardess.

"If I´m not out in fifteen minutes, break the door open, please. And pull me out."

De airhostess knikte ernstig.

Suzan trok haar rokken zo hoog ze kon en lanceerde zich achterwaarts de krappe ruimte in.

De deur werd langs buiten dichtgeduwd en Susan graaide blindelings langs de vele lagen satijn naar het slot dat ze, eens gevonden, dicht schoof. Overal was er tule en gebroken wit borduursel en kant. Ze voelde zich een meringue in een patisserie- doosje. En toch lukte het haar de jurk tot boven haar middel te stropen, haar minuscule onderbroekje te laten zakken (Huwelijksnacht! Aaaaargh! Niet aan denken!) en te plassen. Toen ze klaar was, maakte ze weer op de tast de deur open en haar jurk explodeerde als witte bloesem het gangpad in. Ze draaide zich nog even het toilet in om haar handen te wassen en grabbelde toen weer haar hele hebben en houden bij elkaar om de terugtocht aan te vatten. De stewardess keek haar opgelucht na.

 

Zodra Suzan tussen de stoelen verscheen, draaiden de hoofden van al haar medepassagiers zich naar haar om en brak er spontaan applaus uit. En zo schreed ze door het gangpad: vrolijk toegejuicht, glimlachend bewonderd, af en toe bemoedigend op haar arm getikt. Ze kon het niet helpen: op dat moment verliet de Wrok haar, samen met de Woede en de Vernedering. Voor ze het besefte ontspanden haar lippen in een glimlach. Het was dan niet het gangpad van de kerk, haar vader liep niet aan haar zijde en er stond geen toekomstige echtgenoot te wachten ergens ter hoogte van de cockpit waar dan een altaar had moeten staan, maar ze had het gevoel dat er haar al een jaar lang een enorme taart was beloofd die haar op het laatste moment ontzegd was, en dat ze nu tenminste met één vinger van de slagroom had mogen proeven.

 

Suzan ging weer op haar plaats zitten. Bedachtzaam pakte ze het flesje water dat op de onbezette stoel naast de hare lag, en woog het in haar hand. 

 

Nog tien uur tot Bangkok.

 

Geschreven door Kathleen Verbiest op 28/06/2014 - laatst aangepast op 18/10/2018

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home