“Hoe was je dag schat?”

Hij keek pas op van de krant toen ze geen antwoord gaf.

“Ging wel. Ik ga koken.”

“Oké liefje, ik zal wel afwassen.” Hij bladerde verder, doelgericht op zoek naar de actualiteit die hij morgen met zijn leerlingen kon bespreken. Fred geloofde in het hier en nu. Als je geschiedenis wilt aanleren moet je het verleden kaderen met voorbeelden uit het heden. De leerlingen een venster geven op wat zich afspeelt in de wereld. Fred stond dan ook op met kwaliteitskrant nummer één, als hij thuis was las hij kwaliteitskrant nummer twee en na het eten keek hij naar het nieuws en duidingsprogramma nummer één. Nadat zij was gaan slapen keek hij naar duidingsprogramma nummer twee, waarvan elke avond flarden tot de slaapkamer doordrongen. Nu ze een jaar samenwoonden hielpen de stille gesprekken in de verte haar de slaap te vatten.

Ze deed de deur van de keuken zachtjes achter zich dicht en wreef in haar ogen. Ze voelde haar lenzen schuiven achter haar oogleden en wist dat haar knokkels zwart zouden worden van de mascara, maar ze kon niet stoppen met wrijven. Het gaf haar vermoeide, jeukende ogen een genot dat ze soms het hoogtepunt van haar dag vond. Na de wrijfsessie maakte ze haar ogen schoon met een watje, haalde haar lenzen eruit en zette haar bril op. Het was haar eigen ritueel om de werkdag van haar te laten afglijden. De laatste tijd leek het echter zijn effect te missen en voelde ze hoe het gewicht van haar bril op haar neusvleugels drukte.

Ze opende de koelkast en vroeg zich af wat ze zou klaarmaken. Ze rommelde tussen de groenten die zij en Fred elke week trouw afhaalden op de plukboerderij. Groenten van het seizoen. In de winter wilde het zeggen dat ze konden afwisselen tussen witloof, spruitjes en allerhande knollen of kolen. Ze verlangde naar een frisse aubergine, een knapperige paprika of – hemels – een risotto met groene asperges. Maar Fred was niet alleen bezig met de geschiedenis van de wereld maar ook met het voortbestaan ervan en hij zou het niet nalaten haar een schuldgevoel aan te praten omdat zij de aarde belastte met exotisch geïmporteerde groentjes.

Ze sneed de witloof en opende een zak chips. Fred had een chipsverslaving waardoor hij principieel zelf geen zakken wilde openen. Geopende zakken waarbij het risico bestond dat de chips zijn krokante beet zou verliezen gaven hem een gerechtvaardige reden om de zak helemaal leeg te eten. Op zo’n momenten hoorde ze hem de hele avond kraken en knisperen. Vroeger vond ze het schattig, liet ze hem smeken en bidden om toch nog een zakje open te maken, of er eentje te halen in de nachtwinkel. Dan speelde ze het bezorgde lief dat hem niet op het slechte pad wilde zetten. Ze bleef onverbiddelijk tot hij haar kuste – nooit was er iemand die haar zo goed kuste, die haar eerst naar adem deed happen voor hij speels in haar lip beet en dan met een tedere kracht zijn tong gebruikte. Hij kuste haar nu vooral wanneer hij zin had om te vrijen. En zij deed nieuwe zakken chips achteloos open zonder dat hij nog hoefde te smeken.

Hij had gevraagd hoe haar dag geweest was. Had ze echt moeten antwoorden zoals ze vroeger deed? Bij hem aan tafel gaan zitten, haar ellebogen op zijn krant zetten en beginnen vertellen. Ze dacht vaak dat het beter was dat ze zweeg. Ze wilde niet in herhaling blijven vallen: dezelfde frustraties waar ze nooit iets aan deed en waar hij elke keer serieus op inging, dezelfde grappige anekdotes, dezelfde mijmeringen. Daarna luisterde ze naar hem. De domme antwoorden van zijn leerlingen, de vakidioten tussen zijn collega’s. Hoe hij zelf niet veel beter was met zijn actualiteitsobsessie, hoe hij eigenlijk helemaal niet altijd geloofde dat geschiedenis of het heden of de wereld van enig belang waren voor zijn leerlingen.

Terwijl ze mayonaise door de witloof schepte, dacht ze dat ze misschien op die momenten het meest hield van Fred. Hij deed standvastig elke dag wat hij moest doen met een overgave en discipline waar zij enkel jaloers op kon zijn. Maar hij wist tegelijkertijd dat het maar bezigheid was, dat niets echt belangrijk was.

Zij kon het niet. Ze wilde geloven dat haar inspanningen en eigen karakter het verschil konden maken ook al moest ze er ’s nachts van wakker liggen. Ze wilde geloven dat een relatie niet zomaar voortkabbelt. Dat je moet blijven praten, ook wanneer het over niets meer gaat. Moet blijven kussen, ook wanneer zijn tong tussen je lippen je lang niet zoveel meer doet. En toch waren er avonden waarop ze liever elders wilde zijn dan in zijn witte keuken tussen zijn chips en zijn wintergroenten.

Fred klopte zacht op de deur, hij kwam achter haar staan en kuste haar in haar nek. “Je hebt weer in je ogen gewreven.”

Ze schudde geïrriteerd haar hoofd. “Hoe kan jij dat nu weten?”

Fred lachte. “Ze zien een beetje rood. En je wrijft altijd in je ogen als je thuiskomt.”

“Jij leest altijd de krant als je thuiskomt.”

“Jij begint altijd meteen groenten te snijden als je thuiskomt.”

“Nu hou je me van mijn werk.” Ze gaf hem een duw en kruidde de witloof af met de gigantische pepermolen die ze van haar schoonmoeder cadeau had gegeven.

“Gaan wij ooit in één mensenleven zoveel peper eten?”

Fred keek haar aan met die berustende blik van hem.

“Liefje, ik moet je iets bekennen.”

Ze stopte met aan de pepermolen te draaien en keek hem aan. Ze had dit soort woorden wel vaker gehoord of uitgesproken in een relatie, meestal op het moment waarop ze zich voelde zoals nu, waarop ze zich afvroeg waar ze gebleven was in het leven van een ander.

“Ik kan echt geen witloof meer zien.”

“O.”

“Ik hoop dat je niet teleurgesteld bent in mij en het spijt me van al die keren dat ik je behandelde als één van mijn leerlingen, maar zullen we morgen gewoon kopen waar we zin in hebben?”

Ze kuste hem zachtjes op de lippen.

“Natuurlijk schat, het is bijna lente.”

Geschreven door Maja op 06/12/2014 - laatst aangepast op 21/01/2015

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home