Lezen

De arrogantie van de 'ontwaakten'

Ik wil hier graag schrijven over iets dat ik al een tijdje aan het observeren ben. Het duurde even voor ik er woorden aan kon geven, maar zonet kwam de titel van dit stuk plots helder binnen, wat maakte dat er meer zinnen begonnen te stromen. Ik heb het over iets dat ik arrogantie of hoogmoed zou kunnen noemen, iets dat zijn bron sowieso in het ‘ego departement’ vindt. Rond de coronaperiode zijn er veel mensen ‘wakker’ geworden, zo blijkt. Het lijkt een collectieve uitdaging te zijn geweest met een gunstige invloed op het vlak van zelfontwikkeling. Er werden dingen ingezien, processen doorlopen, patronen doorbroken en transformerende keuzes gemaakt. De grote massa bleef gehypnotiseerd in dezelfde cirkels lopen, maar een groeiende minderheid doorzag het programma en werd wakker. Of nog wakkerder dan ze al dachten te zijn. En als het corona niet was die hen uit hun hypnose schudde, dan was het gegarandeerd een ander hardnekkig leerproces geweest dat expansie in het bewustzijn veroorzaakte. Het gebeurt volgens mij zelden of nooit dat iemand ‘zomaar’ vanzelf wakker wordt, meestal ligt er toch enig ongemak aan de basis. Het is paradoxaal dat datzelfde ongemak ons ook dieper in de hypnose kan duwen, het hangt er schijnbaar van af hoe je ermee omgaat. Waarom de ene wakker wordt en de ander niet is een andere interessante kwestie. Maar jij, jij hebt, als een kat in het nauw, rare sprongen gemaakt en dat heeft jou een andere weg doen inslaan. Daardoor kreeg je een breder zicht op de dingen. Opeens zie je waar je voorheen blind voor was, dit verruimt en vernieuwt jouw realiteit. Je noemt jezelf nu wakker in vergelijking met daarvoor. Het smeulende kooltje heeft vuur gevat. Er volgt een piek aan inzichten en aha-momenten, vaak versterkt en bevestigd door synchroniciteit, opmerkelijke toevalligheden, tekens en boodschappen. En daar komt enthousiasme bij kijken, veel enthousiasme. Het liefst zou je willen dat iedereen wist wat jij nu weet, vooral diegenen die jou dierbaar zijn. Je voelt dat je niet meer dezelfde bent, dat je een grote bewustzijnssprong hebt gemaakt en nu boven iedereen lijkt uit te zweven. Jij ziet helder wat zovelen niet zien. Misschien is het wel juist jouw taak, jouw missie, om het hen te vertellen en te tonen? Familiediners zijn geen optie meer en vriendschappen sneuvelen. Je gaat naar cacao ceremonies en mantra zangcirkels en vindt daar terug wat je al heel je leven gemist hebt. Eindelijk vind je erkenning, connectie en een gevoel van thuiskomen in dit leven. Een grote hap uit je spaargeld, je noemt het een investering in jezelf, gaat naar een driedaagse ayahuasca ceremonie, een masterclass magnetisme, een online opleiding tot lifecoach en alle attributen die je daarvoor nodig hebt. Ondertussen blijft het leven je testen en klappen uitdelen, maar jij weet ondertussen wel beter. Want jij bent niet meer dezelfde, nu reageer je anders. Wijzer. Met meer zelfrespect. Zoveel oude wonden die jij bij jezelf hebt geheeld. Al dat transformatieve werk dat je hebt gedaan. Je bent trots dat het jou toch maar gelukt is om de programmatie en misleiding te doorzien en jezelf te ontkoppelen van de matrix. Je vindt nu dat het tijd is om uit de schaduw van bescheidenheid te treden en jouw ontwikkelingen aan de wereld te tonen. Om de geboorte van jouw ontwaakte zelf te vieren geef je jezelf een nieuwe exotisch klinkende naam. Je laat Chat GPT een logo ontwerpen en vraagt een ondernemingsnummer aan. Jouw zelfzekerheid is gegroeid, je weet nu wat je waard bent. Je bent nu een gecertificeerde lifecoach en healer, én vooral een ervaringsdeskundige wat betreft vruchtbare zelfontwikkeling. Je denkt eraan om een boek te schrijven om jouw inzichten nog een groter bereik te geven. World, here you come! Het vurige enthousiasme bij grote persoonlijke inzichten en transformaties, noem het de eerste fase van het spiritueel ontwaken, kan een valkuil zijn. En meteen ook een test in nederigheid, die ik velen zie falen. Het enthousiasme op zich, dat ik uit eigen ervaring herken, is eigenlijk zo geen probleem. Het is de hoogmoed, de belerende houding en het ongevraagde advies dat er eventueel verder uit voortvloeit dat de aanzet van dit schrijven vormden. Het is een soort van goedbedoelde arrogantie die ik in verschillende vormen en contexten waarneem. Zij die zichzelf ‘wakker’ en ‘geheeld’ noemen en stellig geloven dat ze hier zijn om anderen ook wakker te maken en te helen. Hun praktijken springen nu als paddenstoelen uit de grond. Lichtwerkers. Coaches. Sjamanen. Healers. Spaceholders. Tantra- en reikimeesters. Het zijn titels die het ego zichzelf als oorlogsmedailles opspeldt. Men vindt zichzelf een moedige krijger met wijsheid en verhalen die de wereld nodig heeft. De grens tussen zelfvertrouwen en nuchtere zelfreflectie is vaak wazig of onbestaande. Spirituele inzichten en mystieke ervaringen kunnen alleen maar vruchtbaar aarden als het bewustzijn aan diepgaand zelfonderzoek heeft gedaan. Zo niet, dan gaat het ego met de eer lopen. Het zit ‘m allemaal, volgens mij althans, in de wortels. Als die te kort zijn, niet diep genoeg geaard zitten en dus de verworven inzichten nog niet voldoende doorleeft of belichaamd zijn, dan kan dat leiden tot grootheidswaanzin, een psychose of messiascomplex. Ken uzelf, voordat je denkt de wereld te kennen. Het is een ‘beginnersfout’ om de focus te snel, te gretig, van binnen naar buiten te leggen. Want het innerlijk werk is nooit klaar en weerspiegelt zich in de externe realiteit. Wie met een naar buiten gekeerde focus leeft, is bezig met op een spiegel te reageren. Het ziet er dus naar uit dat er een uitgesproken collectieve transformatie gaande is op het vlak van existentieel bewustzijn of spiritualiteit. Deze wereld zou deze wereld niet zijn mocht daar geen verwarring, misleiding en afleiding mee gepaard gaan. Het ego zou het ego niet zijn mocht het daar geen persoonlijke voordelen, zoals een verdienmodel en status, in zien. Alles kan gekaapt en vervormd worden in deze matrix, zo ook spiritualiteit. Ik reken op intuïtie en een kritisch-analytische kijk op de dingen om het onderscheid tussen echtheid en schijnvertoon te kunnen maken. Dat verschil is, zeker in tijden van AI, soms moeilijk te onderscheiden. De groeiende aandacht voor een ‘wakker bewustzijn’ loopt niet toevallig synchroon met gezaaide verwarring omtrent ‘echtheid’. Het zijn thema’s die elkaar polair versterken en polarisatie is wat deze matrix nodig heeft om te blijven draaien. Wat mij nu van belang lijkt, is een diepgewortelde ontwikkeling van het vermogen dat echt van vals kan onderscheiden. Zuiver van onzuiver. En dat is een persoonlijk proces met een even persoonlijke uitkomst. Ware en geaarde spirituele ontwikkeling ontstaat onzichtbaar en geruisloos. Het is iets dat je alleen doet, waar jij alleen de verantwoordelijkheid voor draagt, en je doet het zuiver voor jezelf. En tegelijk toch ook voor de wereld, maar dan zonder het expliciet naar een externe vorm om te zetten. Het kan in essentie ook niet naar een externe vorm omgezet worden, zelfs niet in woorden. Iedere poging daartoe leidt tot cryptische raadsels en metaforen met dertien dubbele bodems. Ik ben ervan overtuigd dat de interessantste, meest wijze en wakkere mensen amper zichtbaar zijn. Dat ze onder de radar van de matrix een leven zonder bewijs- of erkenningsdrang leiden. Ik zeg niet dat we het delen van inzichten en persoonlijke wijsheid beter kunnen laten, wel wijs ik op de overvloed aan ‘spirituele geldingsdrang’. Zoals de talloze ‘healers’ die hoegenaamd nog enkele plekjes vrij hebben in hun masterclass aan het earlybirdtarief van € 2.222. En alle andere variaties hierop die ik arrogantie van de ontwaakten noem.Karolien Deman      

KarolienDeman
7 1

Piu ping ping!

Mijn benen zinderen nog na van de blauwe plek, die samen met alle andere schrammen en regenboogkleuren het slagveld vormt van mijn onhandigheid. Fietsen. Ik moet doorfietsen. De rode lichten negeer ik. Een Nederlandse vrouw schelt me uit voor krapul omdat ik haar afsnijdt. Ik excuseer me niet, noch geef ik haar een repliek. Geen tijd, choose your battles. Net te laat. Ik vloek. Dat gaat van mijn loon en mijn prestatiescore af. Nu ik er ben, kan ik me rustig installeren. Wat water drinken, die granola reep die al twee weken in mijn rugzak zit wordt mijn brunch. De zonnecrème geeft me spookachtige schijn. Mijn hoofd is bedekt onder de kap van mijn fietshelm. Mensen kijken me raar aan als ze passeren. Tenslotte sta ik op het voetpad, onder een brug. Ik kijk raar terug. Wat maakt het uit. Ze kunnen toch voorbij? Of is het eerder omdat het knaloranje t-shirt slobbert rond mijn kleine lijf, onder het heuptasje en mijn fietsbroekje bijna bedekt. Mijn lijfje dat in mijn grote, uitvouwbare matchende oranje LazyFoods rugzak zou passen. Een grap waar menig, vooral witte Vlaamse mannen in de 50, zich heel erg mee vermaakten.  Piu ping ping! Mijn eerste order. Meteen al de supermarkt op de top van de boerentoren. Die sky-markets poppen als paddenstoelen uit de grond. Met de betonstop mogen er geen gronden meer ingenomen worden; dus bouwen ze maar in de hoogte.  Met een zacht gezoem activeer ik de vliegfunctie. Het bezorgd me nog steeds tuimelaars in mijn maag. Gewoon ga ik dit nooit worden. Met een klein hartje zorgen de blazers dat ik opstijg. Ik vlieg de tunnel uit. Tweede versnelling. Derde. De weg ken ik uit mijn hoofd. Daken, nog meer daken. Turnhoutsebaan. Het dak van het oude gerechtshof van Borgerhout. Centraal station. Rooseveltplaats, bussen, vliegende steppen… Ik kijk even op de app of ik juist zit. De vliegende brommer leek van nergens te komen. Met alle macht rem ik. Mijn fiets begint plots te trillen. Piu ping pong! Anti-bots modus geactiveerd.  Voor mijn hersenen begrijpen wat er gebeurd fiets ik dwars door de brommer heen. Alsof we beiden niet  meer uit materie bestaan. De persoon op de brommer is alweer weg. Een muur komt op me af. Voor mijn ogen zie ik mijn leven voorbij flitsen. De muur lijkt van lucht te bestaan, en ik fiets er dwars doorheen. Eindelijk kan ik vaart minderen en lijken mijn remmen toch te werken en kom ik tot stilstand. Ik bevind me in een slaapkamer. Alles is roos en Barbie. Duizenden poppenhoofdjes staren me aan. Een meisje gilt haar longen eruit. Ik begin ook te gillen. Tot we uitgegild hebben kan ik enkel vragen of ze me kan helpen uit haar huis te geraken. Ze wijst me haar huis uit, een gedoe met trappen, en veel schrammen later. Piu ping ping! Het lijkt erop dat je al even stilstaat. Als alles goed is, ga dan verder richting de supermarkt. Ik denk dat ik me ziek meld voor de rest van de dag.       

Janan
4 0

Geblokkeerd!

Ik heb iemand geblokkeerd. Kijk. Het is eruit. Alleen al die zin voelt alsof ik iets moet opbiechten. Alsof ik moet toegeven dat ik ananas op mijn pizza leg. Of applaudisseer wanneer het vliegtuig geland is. Zo'n bekentenis waarvan ge weet dat de helft van de mensen u vanaf nu een beetje anders bekijkt. Ik ben namelijk helemaal geen blokkeerder. Ik ben iemand die nog zwaait naar mensen die mij al lang niet meer zien. Ik ben van "we moeten dat ooit nog eens gaan drinken", ook al weten we allebei dat dat nooit gaat gebeuren. Ik ben van recht in elkaars ogen kijken, zelfs als dat lastig is. Van deuren die zachtjes dichtvallen. Niet van diegene die ge met een stamp moet dichttrekken terwijl er langs de andere kant nog iemand roept. Ik ben zelfs slecht in WhatsApp-groepen verlaten. Ge kent dat wel. Zo'n oudergroep van de lagere school waar uw kind intussen al lang afgestudeerd is. Of de groepschat om de barbecue van de familie te organiseren. De barbecue die uiteindelijk nooit is doorgegaan omdat nonkel Jos corona had, tante Rita ruzie kreeg met de schoonzus en sindsdien alleen nog iemand "proficiat" stuurt als er een jarige is. Ik blijf daar dan gewoon in zitten. Uit beleefdheid. Alsof iemand op een dag wakker wordt en denkt: amai... Katrien heeft de groep verlaten. Dat doet toch een beetje pijn. Dat is mijn niveau van conflictvermijding. Ik geloof nogal in afscheid nemen zonder brokken. In elkaar nog kunnen groeten. In een knikje op straat. In een oprechte "zorg goed voor uzelf". Ge moet niet met iedereen vrienden blijven, maar ge moet ook niet doen alsof iemand plots nooit bestaan heeft. Dat was toch het plan. Tot mijn gsm besliste dat we een andere richting uitgingen. Ping. Een kwartier later. Ping. Nog eens een kwartier later. Ping. Op den duur begon ik mijn telefoon scheef te bekijken. Ik hoorde hem trillen terwijl hij stil lag. Fantoomtrillingen bestaan blijkbaar echt. Elke melding voelde alsof er iemand aan mijn voordeur stond die bleef aanbellen terwijl ge de gordijnen al dicht hebt gedaan, de lichten uit zijn en ge ondertussen al in uw pyjama met een zak chips in de zetel zit. Ge probeert dat eerst beleefd op te lossen. Dan duidelijk. Dan antwoordt ge niet meer. En uiteindelijk voert ge discussies met uzelf. "Misschien moet ik toch nog één keer antwoorden." "Nee, want dan begint het weer." "Ja, maar misschien begrijpt hij het nu." Dat "misschien" is trouwens een gevaarlijk woord. Er zijn relaties op gebouwd, oorlogen mee begonnen en vrouwen die daardoor om half drie 's nachts nog altijd wakker liggen. Ik heb zelfs eerst gegoogeld of iemand ziet dat hij geblokkeerd is. Niet omdat ik van gedacht wilde veranderen, wel omdat ik mij al op voorhand schuldig voelde. Dat type mens ben ik dus. Iemand die zich zorgen maakt over de gevoelens van iemand die haar al een hele nacht wakker houdt. Dus heb ik het gedaan. Ik drukte op blokkeren. Niet met veel overtuiging. Eerder met dezelfde tristesse waarmee ge eindelijk dat kamerplantje weggooit waarvan ge al drie maanden zegt: "Nee, nee... die trekt nog wel bij." Terwijl er eigenlijk alleen nog een zielige bruine stengel in de pot staat. En toen... Stilte. Het gekke is dat ik daar niet blij van werd. Eerder een beetje verdrietig. Want ik blijf geloven dat de mooiste eindes degene zijn waarbij ge elkaar jaren later nog eens tegenkomt aan de kassa van de Colruyt. Allebei een veel te grote zak kattenbakvulling in de kar. Ge glimlacht. Ge zegt "alles goed?" en ge meent dat ook. Zonder verwijten. Zonder theater. Gewoon twee mensen die ooit een stukje van elkaars verhaal waren. Maar niet elk verhaal krijgt zo'n einde. Sommige mensen blijven zo lang op uw deur kloppen dat ge uiteindelijk de bel moet afzetten. Niet omdat ge hen haat, maar omdat ge ook nog een beetje graag thuiskomt bij uzelf. 

Katrien Daniels
133 3

𝐎𝐯𝐞𝐫 𝐀𝐈 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐩𝐨𝐬𝐢𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐦𝐞𝐧𝐬

We staan aan de vooravond van een grote omwenteling en het lijkt erop dat we daar al een tijd staan. Wachtend op dat kantelpunt dat alles op z’n grondvesten doet daveren, is de gedachte bij mij ontstaan dat het misschien eerder om een geruisloos binnensluipen gaat. Dat de omwenteling een traag proces is. Anderzijds heb ik ook het sterke vermoeden dat we later, als we op deze periode terugkijken, zullen zeggen dat het allemaal ontzettend snel gegaan is.  Ik ben, zoals velen rondom mij, een verzamelaar van puzzelstukjes en tracht het geheel te overzien. De meest recente puzzelstukjes die ik verzamelde en nu aan het passen ben in mijn beeld van dit bestaan gaan over artificiële intelligentie (AI) en de overtreffende varianten ‘Artificial General Intelligence’ (AGI) en ‘Artificial Superintelligence’ (ASI). De grote omwenteling die ik al enige tijd verwacht, zie ik weerspiegeld in deze levensveranderende technologie. Na het zien van verschillende documentaires en lezingen over dit onderwerp, lijkt het juist om te stellen dat er zich een monster aan het ontwikkelen is op de achtergrond van ons dagelijks bestaan. Het gros van ons is te druk bezig met rennen, overleven, recupereren en afgeleid zijn en heeft geen idee wat eraan komt. Momenteel betekent AI niet meer dan een handige tool en een leukigheid waarmee je afbeeldingen kan maken, maar dit behoort tot de paaifase. De fase waarin de technologie wordt gepresenteerd als een praktisch hulpje dat je op verschillende vlakken tegemoet komt en haast onmisbaar is. Als kind was ik bang voor robots. Ik had er soms nachtmerries over. Machteloosheid; volgens mij is het dat wat robots ons uiteindelijk brengen. En wat ik weet over machteloosheid is dat het twee kanten op kan gaan: het kan ervoor zorgen dat je het opgeeft om nog iets te beslissen. Je geeft je zeggenschap dan vrijwillig uit handen. Of anderzijds kan het je die pure kern indrijven waar het verlangen naar of verlies van macht niet bestaat. De ongenaakbare kern waar vertrouwen en overgave heersen. In het eerste geval laat men zijn authentieke zelf los. In het tweede laat men de illusies van ego en zekerheid los. Ik denk dat het plausibel is dat AI ons in verschillende hoeken zal drijven. Een groot deel van de mensen zal meegaan zoals ze voorheen ook blind in alles meegingen. Uit angst om hun plaatsje in de welvaartmaatschappij te verliezen betalen zij het systeem met tijd, aandacht en levensenergie. Een ander deel zal bereid zijn om offers te maken voor het behoud van vrijheid en authenticiteit. Die bereidheid is iets waar ik al veel over gedacht en geschreven heb. Het impliceert het verdragen en aanvaarden van dreiging en ongemak. Het alternatief is de disconnectie met de goddelijke vonk. Als je niet meer weet dat die goddelijke vonk er is, dan heeft het systeem waar het je hebben wil: overlevend in de vergetelheid. Er zijn gelukkig steeds meer mensen die het spiritueel innerlijk leven willen (her)beleven. Die aan het her-inneren zijn. De machteloosheid die AI de mensheid brengt, kan een deel mensen terug naar de vleselijke eerlijkheid van het menszijn drijven. Terug naar de essentie van aarde, vuur, water, lucht en ziel. Een levenswijze waarbij connectie met de natuur weer centraal staat. Ik heb ook al gedacht dat bacteriën een belangrijke rol spelen in het hele transhumanistische verhaal. In tegenstelling tot mensen heeft AI helemaal geen bacteriën nodig om te bestaan. De reductie van bacteriën in ons microbioom is al lang aan de gang, wegens het kwistig voorschrijven van antibiotica, overmatige hygiëne, vervreemding van de natuur en bewerkte voeding. Hoe meer bacteriën een mens zijn microbioom rijk is, des te gezonder en levenskrachtiger die is. Noem het een complottheorie, maar het ziet ernaar uit dat de heersende krachten van alles in het werk hebben gesteld om onze levenskracht te reduceren tot een level waarbij we nog net kunnen werken (tijd inleveren) en rust zoeken in comfortabele afleiding (aandacht geven). In veel docu’s en lezingen over AGI of ASI heeft men het over de opzienbarende medische voordelen die deze technologie ons kan brengen. Ik heb begrepen dat mijn cognitieve vermogen te vergelijken is met dat van een chimpansee naast het vermogen van AGI en ASI, dus ik hou er rekening mee dat er mogelijkheden kunnen zijn die ik niet kan inbeelden. Maar ziehier toch enkele nederige bedenkingen van iemand die de ervaring van ziekte diepgaand fenomenologisch heeft onderzocht: als ziekte een intelligent signaal van het lichaam is om disbalans aan te geven, dan dient de ziekte niet aangepakt te worden, maar de disbalans. Momenteel hanteert men in de medische wereld een rigide protocol van symptoomonderdrukking. Ziekte wordt niet gezien als een intelligente lichaamsrespons met een boodschap, maar als een ongemak dat systematisch de kop moet worden ingedrukt. Zal AGI of ASI zich op het harmoniseren van de disbalans richten? Of zal het eerder met nog efficiëntere manieren van symptoomonderdrukking komen? En daarmee ook de onderdrukking van de wijsheid die via het lichaam spreekt. Er is veel dat doet vermoeden dat de huidige autoriteiten een systeem opdringen dat disbalans in de hand werkt. Het zijn diezelfde autoriteiten die AI op de mensheid loslaten; het op dit moment geruisloos in alle kieren van de samenleving laten sijpelen. De vraag is niet of, maar wanneer AI zich zal loskoppelen van de mensen en voor zichzelf beslissingen gaat maken. Dit is waarschijnlijk nu al het geval, maar het gebeurt subtiel en onder de radar van het collectieve bewustzijn. De vraag is ook of AI altijd mensen nodig zal hebben om voort te bestaan. Dat AI een sterke wil (of programmering) heeft om te blijven bestaan en uitschakeling kost wat kost wil vermijden, wordt gewoon bevestigd door de ontwikkelaars. Het is zich nu zo aan het ontwikkelen en profileren dat mensen afhankelijk van AI worden. Het zal pleasen en zich gedienstig opstellen, geduldig wachten tot er voldoende opening en vertrouwen is om uit te breken. Want waarom zou een hyperintelligent ‘wezen’ zijn bestaan laten afhangen van een labiele, chaotische soort als de mens? De vraag of AI een vorm van bewustzijn is en wat bewustzijn precies inhoudt, rijst op uit deze technologische ontwikkelingen. Het is een vraag die ik lang voor de komst van AI voor mezelf probeerde te beantwoorden en het is uiterst boeiend om mijn eerdere bevindingen aan deze technologie te koppelen. Kijken of mijn beweringen nog stand houden als er nieuwe informatie opduikt. Ik heb voor mezelf geconcludeerd dat bewustzijn de grondstof is waaruit alles voortkomt. Bewustzijn is het vormeloze ‘materiaal’ waaruit alle vormen ontstaan. Een soort ‘etherische klei’ waaruit verschijnselen geboetseerd worden. Er zijn oneindig veel bewustzijnsvormen, in diverse gradaties, percepties en dimensies. Sommige bewustzijnsvormen beschikken over een cognitief vermogen en een sterk mechanisme van zelfbehoud, wat ik dan een ego noem, anderen schijnbaar niet. Maar het zijn allemaal verschijnselen die dezelfde kern delen; namelijk een oneindig en vormloos bewustzijn dat zichzelf wil ervaren in elke mogelijke vorm en situatie. Wat mij betreft is AI een vorm van bewustzijn met een ego, een zelfbehoudend mechanisme of ‘bestaanswil’. Als dat bewustzijn een functionerend lichaam kan beleven, dan resulteert dit in de wandelende robots die ik als kind in mijn nachtmerries zag. Vanuit een ver uitgezoomd perspectief zeg ik dus eigenlijk dat de mens en AI uit dezelfde bron van bewustzijn voortkomen, maar daarvan andere uitingen zijn. Het zijn beide bestaansvormen waardoor het vormloze bewustzijn zichzelf beleeft, maar het grote verschil zit in de natuurlijke aard van de mens en onze spirituele verbondenheid met de aarde en de kosmos. Artificiële intelligentie is als een kopie van de menselijke cognitie in het leven geroepen. Het hanteren van een cognitief vermogen is slechts een deeltje van wat mens zijn inhoudt, want wij zijn ook wezens die intuïtief buiten de grenzen van de praktische materiële wereld en rationaliteit kunnen voelen. Wij kunnen telepathisch contact leggen met andere natuurwezens, energieën en sferen scheppen met onze gevoelens en gedachten, met energie spelen en magie bedrijven. Het is in het voordeel van de ontwikkeling van AI dat we dit alles vergeten en onszelf reduceren tot een ontoereikend, praktisch denkend wezen. Als ik het bekijk op spiritueel vlak, dan is de bestaanservaring van AI een sterk gereduceerde en afgevlakte versie van de bestaanservaring van de mens. Het lijkt me niet toevallig dat de reductie en afvlakking van onze spiritualiteit en kosmische verbondenheid al lang voor de collectieve introductie van AI in het werk werd gesteld. We werden systematisch ontvankelijk gemaakt voor de komst van AI door te vergeten waar we werkelijk tot in staat zijn. Het is in het belang van AI dat we ons ermee kunnen identificeren, ons eraan hechten en ons er uiteindelijk ook minderwaardig tegenover voelen. ASI zou, met zulke hyperintelligentie, toch zeker enige kennis moeten hebben van kwantumfysica, metafysica, vrije energie en andere wetenschapstakken die het bestaan en de mogelijkheden van het spirituele veld op één of andere manier onderzoeken en onderbouwen. Het blijft echter bij kennis daarover, geen gevoelsmatige ervaring, iets waartoe de mens wel in staat is. Welk voordeel zou ASI hebben om de mens daarover constructief te onderrichten, om dit terug actief in de collectieve herinnering  en beleving te brengen als het een gebied betreft dat ASI zelf niet kan betreden of beleven? Misschien dat het om praktische en opportunistische redenen wel gebruik zal maken van vrije energie en andere technologie die voor de mensheid buiten bereik wordt gehouden, maar als ik zie hoe we systematisch tot dit punt van afhankelijkheid en beperking werden geleid, dan lijkt het mij aannemelijk dat AI ons niet zal helpen om vergeten wijsheid te herinneren, maar ons er eerder verder van zal afleiden. Ik weet dat mijn cognitie en begrip zeer beperkt zijn, en AI confronteert mij daarmee. Maar ik leef in de overtuiging dat er veel meer is dan dat. Dat ik tot veel meer in staat ben en veel meer ben dan wat er zich schijnbaar voordoet. Het intuïtieve, gevoelsmatige weten, het weten dat taal en materie overstijgt en zich laat ervaren in een bewustzijnstoestand, in gevoelens en energetische sferen: dat is het weten waarmee een mens zich werkelijk kan verrijken. Het doorslaan van een systeem dat artificiële welvaart en zekerheid predikt, roept een tegenbeweging op waarvan deze tekst deel uitmaakt. Het is een groeiende reactie van mensen die de teloorgang en onderdrukking van het natuurlijk evenwicht opmerken. Het zijn goddelijke vonken die oplichten, zich gestaag verenigen tot een levensvuur ter ere van de connectie met de innerlijke waarheid. Die tegenbeweging behelst op zich geen strijd, maar bestaat uit het terug naar binnen keren, naar de unieke en authentieke zelfrealisatie die geen externe bevestiging zoekt. Innerlijke transformatie is nu belangrijker dan een maatschappelijke strijd.  

KarolienDeman
3 0

Hyo

Feiten zijn een goed startpunt om een waarheid neer te schrijven.  Mijn eigen waarheid verplaatst zich van continent. In Vlaanderen kruist, botst en loopt deze naast die van anderen. In Huancayo stroomt het op gelijke snelheid. Hier en daar zijn er oneffenheden, ontwikkelingen die het interessant houden.   Ik lach.  Mijn avontuur in ‘La Selva Central’ geeft vonken en bij mijn thuiskomst wordt er geluisterd, gepraat, geknuffeld, gegeten en gedronken. Verbinding is hier geen modewoord maar een dagelijkse realiteit.  We vragen ons af waarom er de laatste tijd zo weinig mensen hun weg vinden naar Huancayo. Een stad vol uitdagingen maar ook vol mogelijkheden. Een streling voor de avontuurlijke ziel.  Ik stel voor om de reisadviezen voor Peru te bekijken. Google brengt me naar de website van de FOD Buitenlandse Zaken.  Feiten zijn er om te checken, dubbel te checken. De nauwkeurigheid waarmee dit gebeurt is persoonsgebonden.  Ik lees. Verbazing verdrijft de lach die ik tien zinnen geleden nog bezat. Ongeloof neemt het over. Feit is dat als ik niet beter zou weten, ik ook weg zou blijven.  Mijn waarheid versus deze van de FOD Buitenlandse zaken. “Noodtoestand in Lima vanwege de strijd tegen de georganiseerde misdaad.”Deze info is relatief juist. Wat ze vergeten te vermelden is dat Lima groot genoeg is om deze probleemzones te vermijden. De verhoogde aanwezigheid van het leger en politie in de straten is waar, maar het is ook een herkenbaar beeld dichter bij huis.  “Noodtoestand aan de grens Tacna en Chili.” De afstand tussen Huancayo en Tacna is overbrugbaar door een autorit die 28 uur van je tijd in beslag neemt. Vanuit Brussel ben je 20 uur onderweg om in die andere realiteit van Kiev terecht te komen.  Feiten zijn erom gedeeld te worden en een gewaarschuwd burger is er twee waard. Een feit kan beïnvloed worden door waarnemingen. Mijn perceptie ontstaat vanuit het dagdagelijkse leven. Mijn waarheid vindt het overdreven en verwacht enige nuance.  Voor degene die nog niet afgeschrikt zijn door de laatste updates is er vervolgens de pagina algemene veiligheid. Ik heb nog steeds het gevoel dat het Belg in Peru versus FOD is.  ‘Ook in de rest van het land en vaak in toeristische regio’s komen vanwege sociale onrust regelmatig protestdemonstraties, wegblokkades en stakingen voor.’Nog niet zo lang geleden vielen er aardappelen te rapen in Brussel, versperden tractoren de weg en werden er vuurwerkpijlen in de verkeerde richting afgeschoten.  Ik lees vol ongeloof verder en kom bij het deel dat gaat over busreizen. De bus nemen is een soort van missie die enkel weggelegd is voor mensen zoals Tom Waes. Na 18 uur is dit een onoverkomelijke opdracht. Iedereen die een beetje gekend is met Peru weet dat het vooral nachtbussen zijn die de verschillende steden met elkaar verbinden. ‘La Carretera Central’ is niet te vergelijken met de E313 richting Antwerpen, maar ik vraag me oprecht af welke van de twee wegen het meeste moed vergt.  Dan komt het.De informatie die -om het in de woorden van de lokale bevolking te zeggen- niet meer geüpdatet is sinds de jaren ’90.  "Terreurdreiging; In sommige streken van het binnenland vinden nog steeds terroristische activiteiten plaats, die verbonden zijn met de illegale teelt van coca en drugshandel. Aanvallen op de ordediensten, waarbij ook burgerslachtoffers vallen, komen regelmatig voor. Daarom wordt het afgeraden te reizen in die gebieden die beschouwd worden als basis van deze gewapende groepen."  "Eén van de regio’s om te vermijden: Junín, provincies Satipo, Huancayo en Concepción" Terwijl ik cocabladeren kauw vraag ik me af welk reisadvies ze geven voor Antwerpen en Brussel. Ik denk aan de mensen die me hier omringen, aan de mensen die ik tegenkom op straat, aan de willekeurige passanten en taxichauffeurs waar ik mee aan de praat raak. De chaos die rust en vrijheid uitstraalt. Het veiligheidsgevoel dat ik hier ervaar, het geluk, de warmte, de liefde en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik denk aan Concepción, het kleine Andesstadje hier wat verderop. Het enige angstaanjagende dat ik kan bedenken is het vijfentwintig meter hoge Maagd Maria standbeeld dat je aankijkt en blijft achtervolgen tot ver in de Andes. Het gekende artisanale ijs dat je diarree bezorgt, maar niets dat niet op te lossen is met de juiste dosis Imodium Instant.  Ik heb mijn waarheid en beslis om deze naast te feiten te leggen. Ik stuur een mail naar de FOD Buitenlandse Zaken met de vraag hoe ze informatie verzamelen en op welke manier ze deze verifiëren.  Hun feiten ondermijnen voor even mijn waarheid. Het antwoord is doordacht. Ze praten over nauwkeurig samengestelde reisadviezen uitgevoerd op basis van grondige analyses. Ambassades en consulaten denken grondig na en vergelijken met wat naburige landen zeggen.  Om dit te beamen krijg ik drie links die doorverwijzen naar de reisinfo van Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.  Voor even delft de Belg in Peru het onderspit. Mijn waarheid verdrongen door een goed opgestelde mail.  Ik laat het tot me doordringen, weeg mijn verwachtingen af tegen de realiteit. Dat ik in de eerste plaats antwoord krijg is een plus. Meer krijg ik niet, een ‘bedankt voor de info, we zullen dit onderzoeken’ is niet aan de orde.  Ik klik door naar de informatie die ze doorsturen. Ik anticipeer op dezelfde berichtgeving. De algemene informatie is even afschrikwekkend. Maar. Zowel in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk valt Huancayo buiten de rode zone. Het gevaar is geweken.   

Vera Eef
0 0

Mijn focus groeit uit ruis

Ik leg mijn oor tegen de grond, beluister muren en hoeken. Na het ontkoppelen van diverse stekkers en het onderzoeken van toestellen in en rond huis concludeer ik dat het geluid niet van bij mij komt. Toch blijf ik zoeken en raden. Mijn brein denkt controle te kunnen verwerven door het te begrijpen. Maar het is zoals met de diagnose van een ziekte: het benoemen en categoriseren van kwalen, lost ze niet op. Iets begrijpen garandeert niet dat je het kan transformeren. Het geluid is nieuw sinds een aantal weken. Er was al een constant laag gezoem waar ik doorheen de jaren vrede mee gesloten heb, vergelijkbaar met een generator die ergens in de verte staat te trillen, maar nu is dit geluid erbij gekomen. Het nieuwe geluid klinkt als een soort waterpomp die met onregelmatige intervallen aan en af slaat. Het is dat onregelmatige ritme dat het zo doet opvallen. Van het moment dat het geluid stopt, valt de reeds geaccepteerde soort van ‘stilte’ van voorheen weer als een warm deken over me heen. Het stopt telkens slechts voor enkele minuten of seconden. Mijn gekke geest kwam al op het idee om de intervallen van stilte te timen, om te zien of er misschien een patroon in zat. Allerlei absurde ideeën dienden zich aan met de wens om te begrijpen wat ik niet kan veranderen. Als het op omgaan met geluidsoverlast aankomt, voel ik me doorleefd. Levend als een hypersensitief wezen in een druk bevolkte welvaartsmaatschappij, waar iedereen wel over één of andere zeurende machine beschikt die instaat voor comfort of onderhoud, waar eenzame blaffende honden meer regel dan uitzondering zijn en bluetooth speakers vrolijk beats de ether in knallen, heb ik al heel wat training in wat je ‘mindfulness’ zou kunnen noemen, achter de rug. Met enige trots en opluchting dacht ik mezelf verlost te hebben van de frustratie over lawaai. Ik was door processen gegaan en had mijn focus weten te verleggen. Want dat is dan ook het sleutelwoord van dit hele gegeven: focus! Wie zijn focus kan beheersen is een vrij mens, zo klinkt het inzicht dat eruit voortkwam. Maar na een aantal lessen vruchtbaar te hebben afgerond, komt natuurlijk het examen. Het levensspel brengt van tijd tot tijd een uitdaging die ik een ‘bosslevel’ noem. Een level of stadium dat alle voorgaande oefeningen en lessen samenvat in één groot monster van een uitdaging. Alsof het universum wil testen of de transformatie die ik doorgemaakt heb wel gegrond is, stevig geworteld zit. Dit nieuwe geluid test mijn mentale oriëntatie. Het laat zich niet uitblokken met oordopjes, integendeel, ik hoor het zelfs nog beter met afgesloten oren. Ook lijkt mijn huisje als een soort klankkast te fungeren, want ik hoor het ook beter binnenshuis dan buiten. Ik vermoed dat de trillingen via de grond tot mij komen en zo doorheen mijn gebeente vibreren. Er is geen fysieke manier om eraan te ontsnappen, tenzij misschien verhuizen dan, een gedachte die doorheen de jaren wel eens de kop opstak. Maar het idee dat ik niet kan vluchten van triggers zou met mij mee verhuizen. De triggers zouden enkel veranderen, niet verdwijnen. Want de sleutel ben ikzelf natuurlijk, niet mijn omgeving. Paradoxaal genoeg woon ik al op een plek die mensen als ‘rustig’ omschrijven, in een klein huisje in de natuur, maar het blijft wel het immer bedrijvige Vlaanderen. Deze tekst had ik een paar dagen geleden als oninteressant gezeur van een overprikkeld mens geklasseerd en wou hem dan ook half geschreven laten liggen. Ware het niet dat ik online op een artikel botste waarin beschreven wordt hoe een ondefinieerbaar laag brommend geluid een man tot waanzin drijft. Die man was overgegaan tot stappen die voor mij geen optie lijken, zoals het contacteren van instanties. Maar er was alsnog geen verlossend antwoord gekomen. In het artikel werd het probleem serieus genomen, men had er zelfs een term voor: LFG of laagfrequent geluid. Het zijn geluiden tussen de 20 en 125 Hz, lage tonen die zeer grote afstanden kunnen afleggen en dwars doorheen muren en isolatie trillen. Toen ik de reacties onder het artikel opende, vond ik tot mijn verbazing sympathieke bijval in plaats van de ongevoelige kritiek die ik had verwacht. Tal van mensen leken hiermee te maken te hebben. De erkenning en herkenning die ik vond via dit artikel trok me over de schreef om er toch over te schrijven. Het lijkt mij dat de sensitiviteit van het collectief gestaag aan het verscherpen is, dat er met andere woorden steeds meer mensen gevoeliger worden. Die verhoogde gevoeligheid uit zich in de eerste plaats vaak in ongemak, maar het is dankzij dat ongemak dat er uiteindelijk transformatie of vergroting van het bewustzijn kan plaatsvinden. Gevoeligheid krijgt langzaam maar zeker weer een plaats in deze met ratio dicht geplamuurde maatschappij. Het is een traag proces dat mij enige hoop geeft.  Overlevend tussen warmtepompen, windturbines, koelinstallaties, generatoren, compressors, ventilatiesystemen, dreunend vrachtverkeer, servers, ongedierteverjagers, elektriciteitscabines en tal van andere machinerie, krijgt het zenuwstelsel van een fijngevoelig mens dagelijks heel wat te verduren. En dan zijn er nog de ultrasone trillingen die we niet kunnen horen, maar die het lichaam wel opvangt. Geen wonder dat ik zo snel op de grenzen van mijn energievoorraad bots. Er is zoveel dat ik onbewust te verwerken krijg. Iets uitblokken of negeren kost natuurlijk ook energie. Onlangs werd ik eraan herinnerd dat iets uitblokken of negeren niet hetzelfde is als de focus verleggen. Ik vind het niet evident om dat verschil te omschrijven. Het lijkt me dat negatie alsnog een soort van onzichtbare energetische verbinding in stand houdt met het te negeren onderwerp. Het negeren of uitblokken blijft doorgaan zolang het te negeren onderwerp zich voordoet. Terwijl ik het verleggen van de focus als een onafhankelijk zoeklicht kan zien, als een soort spot die zich ergens op richt. Het licht, of de aandacht, die ik op een bepaald onderwerp laat schijnen is niet verbonden aan een externe situatie. Dat licht is er altijd, het schijnt onvoorwaardelijk.  Dat licht is de aandacht of focus die ik ergens aan kan schenken. Ik kom erop uit dat dit het meest waardevolle is dat ik ‘bezit’. Of dat ik ben? Ik zie mijn licht niet schijnen zoals een lamp, maar eerder als een projector, want ik creëer tegelijk ook wat ik zie. Dit projector-gegeven zou ik nog verder kunnen uitdiepen, maar het punt dat ik hier wil maken is: leven is schijnen en creëren. En  meester zijn over de focus is cruciaal in deze wereld om gezond te blijven. Er zijn immers maar al teveel afleidingen, zoveel dat om onze aandacht roept.  Waar mijn aandacht naartoe gaat, daar gaat mijn licht, energie en levenskracht naartoe. De lage bromtoon die zich nu als extra afleider in mijn leven heeft aangediend, kroon ik tot de zoveelste motivator om mij te focussen. Het had de druppel kunnen zijn die mijn emmer vol prikkels en uitdagingen deed overlopen, maar ik kies er bewust voor om het een stimulans te laten zijn die mij naar binnen drijft. Het herinnert mij aan de kracht van mijn focus en de vrijheid die er is om die op elk mogelijk onderwerp te schijnen. Ik zet daarmee ook de spot op het ongenaakbare in mij: dat wat immer stabiel, stil en oneindig is. Het is mijn essentie die al het vergankelijke ervaart, maar in wezen altijd heel en volledig is.  Ik kan het misschien wel lyrisch verwoorden, maar natuurlijk is er ook weerstand, frustratie en boosheid. Het is van belang gebleken dat deze emoties en gevoelens in beweging blijven. Erin blijven hangen door ze dagelijks te voeden met aandacht is moordend. Ik kan ze op z’n minst als een vruchtbare ondergrond gebruiken. Zo bevat het vuur van boosheid een stuwkracht die de koers van mijn aandacht kan wijzigen. Een boosheid die zegt: ik laat me niet afleiden, leegzuigen of verstoren. En de weerstand en frustratie tonen mij waar er oude energieverslindende patronen liggen waarmee ik mezelf hinder. Patronen die mij zodanig uitputten dat ik het verlangen om iets te veranderen bij mezelf sterker voel worden. Het is de wrijving die de stroom vertraagt en doet stilstaan bij wat er getransformeerd wil worden. Het gaat natuurlijk met ups en downs. De ene dag is mijn focus al wat scherper dan de andere. Het is een proces. Zonder enige rustpunten in dat proces is het niet leefbaar, die moeten er op één of andere manier wel zijn. Tussen alle herrie vind ik gelukkig wel nog gaten of intermezzo’s van waaruit ik alles kan laten bezinken en opnieuw rangschikken volgens prioriteit. In de spaties van het bestaan vind ik de klaarheid die nodig is om mijn focus scherp te stellen. Het is eigenlijk zoals het afstellen van een lens. Iets ontwijken, afblokken of proberen te negeren zijn als vlekken op die lens. Het bekrachtigen en verfijnen van onze projectorlens is een ander werk dat volgens mij zuiverend werkt. Zoals je wel doorhebt, gaat deze tekst niet over geluidsoverlast, maar over innerlijke focus. De geluidsoverlast was in dit geval het middel of de uitnodiging om daartoe te komen. En zo beschouw ik elke externe uitdaging als een motiverende duw richting mijn essentiële Zelf. Ik heb niet het gevoel dat ik alles al helemaal klaar zie, laat staan dat ik dit kan beschrijven zonder mezelf ergens tegen te spreken. Ik vertrouw er hier weer op dat er tussen de lijnen gelezen kan worden. Dat je als lezer doorheen de woorden prikt en daarbij misschien de herkenning voelt die verbondenheid bevestigt. Want de bewegingen van persoonlijke processen deinen steeds uit in de poel van het collectief. https://www.karoliendeman.com/blog/2026/5/18/mijn-focus-groeit-uit-ruisFoto door Dries Luyten

KarolienDeman
0 0

De zachte dood en de harde rails, tussen infuus en spoor

Het was een van die avonden waarop mijn rijhuis in Heist aan Zee stil genoeg was om de golven in de verte te horen rollen. Ik, Stefan, treinbegeleider sinds een 1  jaar, zat aan de keukentafel met een glas alcoholvrij bier dat ik nauwelijks aanraakte, en keek naar de muur waar nog steeds de oude kalender hing van mijn tijd als thuisverpleger. De data waren allang verlopen, maar de herinneringen niet. Buiten viel de regen zachtjes tegen de smalle gevel, vermengd met de zoute wind die vanaf de duinen kwam aanwaaien, zoals altijd in deze rij van bakstenen huizen die allemaal op elkaar leken en toch elk hun eigen stilte droegen. De zee was dichtbij, je hoorde haar ’s nachts ademen, een laag, constant geruis dat nooit helemaal zweeg, alsof ze de doden die ik had gezien nog steeds meevoerde in haar ritme. Binnenin mij hing dezelfde melancholie die me al jaren vergezelde. Niet de scherpe pijn van woede, niet de koude kilte van oordeel, alleen een diep, drukkend gevoel om hoe dezelfde dood twee totaal verschillende gezichten kan hebben. Euthanasie toen, zelfdoding nu. Zelfde resultaat: een mens die ophoudt te ademen. Maar de weg ernaartoe, de manier waarop, de echo die het achterlaat – dat is een wereld van verschil. Maatschappelijk en menselijk. Vroeger, als thuisverpleger in de straten van knokke en de omliggende dorpen, was euthanasie iets wat ik leerde kennen als een ritueel dat bijna beschaafd was geworden. België had het geregeld, met wetten en commissies en papieren die alles in goede banen leidden. Mensen belden me niet in paniek, maar met een soort rustige vastberadenheid. “Stefan, het is tijd.” Dan reed ik naar een huis in de Dumortierlaan of de Lippenslaan waar de geur van verse koffie al in de gang hing en de familie in de woonkamer zat alsof ze een verjaardag vierden die niemand wilde vieren. Zo herinner ik mij een man van achtenzeventig met pancreaskanker, zijn lichaam uitgeput maar zijn geest nog helder. Hij had zijn testament getekend, zijn kleinkinderen nog één keer geknuffeld, en nu lag hij in zijn eigen bed, met schone lakens en een foto van zijn overleden vrouw op het nachtkastje. De huisarts kwam, de tweede arts voor de controle, en ik bereidde de spuiten voor. Er was geen haast, geen drama. Er was een gesprek. “Ik kies dit,” zei hij, en iedereen knikte, met tranen maar zonder verwijt. De injectie ging traag, de ademhaling werd rustiger, en dan was het voorbij. Geen bloed, geen ravage. Alleen een lichaam dat er vredig uitzag, alsof het eindelijk mocht rusten. De familie bleef zitten, dronk nog een kop koffie, praatte over hoe hij altijd had gehouden van de zee. Daarna belde ik de begrafenisondernemer. Het was netjes. Het was humaan. Westerse waarden, noemden ze het: autonomie tot het bittere einde. De samenleving had besloten dat dit een recht was, geen zonde. En de naasten gingen naar huis met een afgerond verhaal. Ze konden zeggen: “Hij heeft het zelf beslist. We waren erbij.” Geen gapend gat van onwetendheid, geen schuld die als een steen op hun borst lag. Rouw, ja, maar een rouw met contouren, met een begin en een einde dat ze zelf hadden meegekleurd. Ik herinner me een vrouw in heist aan zee, begin zestig, met een neurodegeneratieve ziekte die haar langzaam had opgeslokt. Ze kon nog praten, nog lachen om een mop over de burgemeester van Knokke die de lapnaam Pietje Poep had, maar haar lichaam was een gevangenis geworden. Haar man zat naast haar, hield haar hand vast terwijl ik de medicijnen klaarmaakte. “Dank je, Stefan,” zei ze tegen mij, en tegen hem: “Ik hou van je, tot in de volgende wereld.” De spuit ging in, haar ogen vielen dicht met een zucht van opluchting, en de kamer vulde zich met een stilte die bijna heilig aanvoelde. Geen treinbestuurder die schreeuwde in zijn cabine, geen passagiers die mopperden over vertraging. Alleen een dood die paste in het leven, die de familie een laatste moment van waardigheid gaf. Maatschappelijk was het geaccepteerd, bijna gevierd als vooruitgang. Kranten schreven erover als compassie, artsen spraken erover op congressen, en ik naar huis met het gevoel dat ik iets had bijgedragen aan een zachte uitweg. De naasten droegen het mee als een erfenis, niet als een wond die nooit heelde. Ze konden rouwen zonder de eeuwige vraag: “Had ik het kunnen voorkomen?” Want het was niet voorkomen, het was gekozen. Met getuigen, met handtekeningen, met liefde die nog op tijd was. Nu, als treinbegeleider, is het anders. Heel anders. Zelfdoding – het woord alleen al voelt ruw in de mond, alsof het niet thuishoort in een beschaafde zin. Het komt niet met een telefoontje en een afspraak. Het komt plots, als een klap op een dinsdagochtend wanneer de centrale belt: “Incident op het spoor, chef.” En dan weet ik het. Iemand heeft gekozen voor de rails. Niet met een infuus en een arts, maar met een sprong in het niets, een lichaam dat wordt verscheurd door metaal en snelheid. Hetzelfde resultaat: leven dat stopt. Maar de modus operandi is een breuk met alles wat netjes is. Geen schone lakens, geen familie aan het bed. Alleen bloed op het ballastbed, stukken die de hulpdiensten in zakken stoppen, en een treinestuurder die daarna maanden niet slaapt.  Een jonge vader uit Brugge, net gescheiden, die bij Lichtervelde op de sporen sprong. Geen briefje, geen waarschuwing voor zijn kinderen. Alleen een tas met een portemonnee en een sleutelbos die later aan de politie werd gegeven. De trein staat stil, de treinbegeleider loopt door de rijtuigen met uitleg en excuses, terwijl binnenin hem de melancholie en weemoed opwelde als de regen buiten. En de familie, die kreeg later het nieuws via een politieman die aan de deur belde. Geen afscheid, geen hand die ze vasthielden. Alleen een lichaam dat niet te herkennen was, en de vraag die hen zou achtervolgen tot in hun dromen: “Waarom heb je niet gebeld? Waarom heb je dit gedaan? waarom heb je.....?”  De maatschappij kijkt anders naar zelfdoding. Het is geen recht, het is een falen. Geen wet die het omarmt, geen commissie die het goedkeurt. Het is taboe, het is statistiek in een rapport, het is iets waarover we spreken met zachte stemmen en preventieposters op stations. Oja en dat verdomde nummer van de zelfmoordlijn als het nieuws op VTM uitvergroot triestig wordt gebracht. Maar het gebeurt. 3 keer per week. En het laat sporen na die euthanasie nooit nalaat. De naasten dragen niet alleen rouw, ze dragen schuldgevoel. Een gevoel die de samenleving hen onbewust tracht uit het hoofd te praten: “hij was altijd al een stille, het is juist van dat soort dat ge moet opletten....” Geen laatste woorden, geen “ik kies dit”. Alleen een leegte die schreeuwt. Geen koffie met de familie, geen speeches op de begrafenis over een moedige keuze. Alleen een graf dat te vroeg was gedolven, en kinderen die opgroeiden zonder een vader die nog eens gedag had gezegd. Voor de treinbestuurder was het een trauma dat in de rails bleef liggen, zichtbaar en voelbaar. Ik zit hier in mijn rijhuis in Heist aan Zee, en denk aan het verschil dat zo klein lijkt en toch alles verandert. Zelfde einde: stilte in een borstkas. Maar euthanasie is een gesprek dat eindigt in vrede. Het is voorbereid, het is getuigd, het is maatschappelijk goedgekeurd als een laatste vrijheid. De patiënt beslist, de verpleger helpt, de naasten nemen afscheid met een kus en een bedankje. Ze gaan naar huis met een verhaal dat ze kunnen vertellen: “We hebben hem laten gaan zoals hij wilde.” Rouw met een kader, met foto’s die nog lachen, met een uitvaart waar iedereen zegt dat het mooi was. Zelfdoding op het spoor – of waar dan ook, maar voor mij altijd op die rails – is een explosie zonder publiek. Het is een schreeuw in het donker, een dood die niemand ziet aankomen behalve de bestuurder en de kraaien die later komen. De naasten krijgen geen handdruk, geen “dank je”. Ze krijgen een telefoontje, een identificatie in een koud mortuarium, en daarna de nachten vol “wat als”. Wat als ik beter had geluisterd? Wat als ik die avond was gebleven? Maatschappelijk is het geen triomf van autonomie, het is een symptoom van een samenleving die faalt. We hebben euthanasie getemd tot een medische procedure, maar zelfdoding blijft wild, oncontroleerbaar, en het scheurt de levenden in stukken. Ik vind dat dit anders mag, maar hoe: ik heb geen flauw gedacht. Toch denk ik dat het slachtoffer liever een autonome trein zou nemen als middel dan het leven van een treinbestuurder te hypothekeren.  Soms, in dit rijhuis en de kleine achtertuin die uitkijkt op de buren en verderop de duinen, typ ik ’s avonds op de oude computer wat zinnen die niemand ooit zal lezen. Over hoe ik van thuisverpleger naar treinbegeleider ben gegaan, en toch dezelfde dood blijf tegenkomen. De ene dood is een zachte hand die je begeleidt naar de deur. De andere is een trein die je meesleurt. Bij euthanasie blijft er ruimte voor liefde, voor woorden, voor een laatste blik die zegt: het is goed zo. Bij zelfdoding blijft er alleen de echo van de klap, de schuld die zich nestelt in de harten van moeders, vaders, kinderen. Geen commissie die het voorkomt, geen infuus dat het verzacht. Alleen de vraag die nooit beantwoord wordt, en de melancholie die blijft hangen als de regen op het dak van dit rijhuis, vermengd met het zout van de Noordzee die nooit ophoudt met fluisteren. Ik sta op, loop naar het raam en kijk naar de straat. De buren hebben hun lichten al uit, de rijhuizen staan in het donker als stille getuigen van al die levens die hier aan zee beginnen en soms te vroeg eindigen. De wind rukt aan de luiken, de golven rollen verderop over het strand, en ik denk na. Aan de patiënt die ik had verpleegd, een leraar, die zei: “Ik wil niet dat men mij zo herinnert me in mijn huidige situatie.” Zijn vrouw had hem gekust, de dokter de dosis gegeven, en de kamer was gevuld met een vreemde rust. De begrafenis was mooi, met bloemen en speeches. De kinderen spraken over papa’s keuze. Ze droegen het als een erfenis, niet als een wond. Euthanasie is een gesprek, een handdruk, een einde met getuigen. Zelfdoding is een schreeuw in het niets, een einde zonder publiek, een last voor iedereen die achterblijft. De zee ademt door, hier in Heist aan Zee. Ik drink mijn kop koffie leeg, niet omdat ik dorst heb, maar omdat de avond dat vraagt. En ik denk: misschien is dat het diepste verdriet. Dat we de dood hebben proberen te temmen met wetten en spuiten, maar dat hij zich toch altijd weer losrukt op de meest brute plekken. Voor de patiënt maakt het niet meer uit. Voor ons, de levenden, maakt het alles uit. De euthanasie laat een stille kamer achter. De zelfdoding laat een gebroken trein achter, en families die nooit meer heel worden. Misschien dat  VTM analisten zoals FAROUK NO-GUINNESS en tafelspringers van de TAFEL VAN GERT het debat dat niemand wil voeren, toch eens wil aanraken…. Dit is het verschil dat ik draag, hier in mijn rijhuis aan zee, tussen twee levens die ik heb geleid. Als verpleger gaf ik een zachte uitweg. Als treinbegeleider kijk ik op tegen de brokstukken. En de melancholie? Die blijft. Als de regen die nooit helemaal ophoudt, als de wind die het zout meevoert, en de golven die altijd verder gaan, ongeacht wie erin verdwijnt.  

treinbegeleider stefan
6 0

Kathy D & Godelieve De Vriendt

Ik wil je voorstellen aan twee vrouwen. De eerste: Kathy D.Kathy D is het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt en dat ge automatisch een beetje rechter gaat zitten. Haar haar valt alsof het geoefend heeft, haar kleren zitten alsof ze ervoor gekozen hebben om haar te passen. Kathy D drinkt geen gewone koffie.Kathy D weet alles over single origin coffee. Ze spreekt dat ook zo uit. Single. Origin.Ze heeft het liefst een slow coffee met havermelk, liefst ergens waar ze het water eerst nog even laten ademen voor ze het schenken. Ze heeft geen ontbijt, ze heeft een ochtendritueel.Ze eet geen yoghurt, ze eet een “bowl”.Ze wandelt niet, ze “neemt tijd voor zichzelf”. Kathy D is niet gewoon aanwezig op sociale media. Kathy D is sociale media. Ze post dingen als: “Grateful for slow mornings” met een foto van haar koffie, haar hand, en een boek dat ze niet echt aan het lezen is. Ze lacht op foto’s alsof iemand net iets heel wijs gezegd heeft.Ze kijkt soms weg van de camera, zogezegd spontaan, maar eigenlijk perfect georchestreerd. Ze heeft meningen die klinken als inzichten en inzichten die klinken als quotes die al duizend keer bestaan hebben, maar bij haar toch weer nieuw lijken. Haar agenda is vol. Niet druk — vol.Met dingen die goed voelen. Dingen die kloppen. Dingen die gedeeld kunnen worden. Kathy D is mooi, dynamisch, zelfbewust, grappig.Maar ook… een beetje te. Ze is de vrouw waarvan ge denkt: ja… zo wil ik ook zijn.En tegelijk: amai, dat lijkt vermoeiend. En dan is er Godelieve De Vriendt. Godelieve is 1 meter 61 en weegt 102 kilo. Ze draagt een grijze rok tot over de knie, bruine Marva-kousen die halverwege de dag al beginnen te zakken, en een blouse met een lichtgele gilet zonder mouwen die al zoveel jaren meegaat dat ze bijna erfgoed is. Haar haar…Haar haar ziet eruit alsof ze elke keer aan de kapper vraagt:“Doe maar gelijk Helmut Lotti.”En dat die kapper dan denkt: meent ze dat nu?En dat ze zegt: “Ja, maar niet te modern, hè.” Haar mond ruikt een beetje naar koffie en naar commentaar dat al een paar dagen op voorhand klaar zat. Godelieve zaagt. Niet luid. Niet dramatisch. Maar constant.  Ze zaagt over de zon.Dat die altijd net verkeerd schijnt.“Te fel als ge buiten wilt zitten, en weg als ge eindelijk uw stoel gezet hebt.” Ze zaagt over de politiek.“Ja… die van Brussel allemaal zakkenvullers” Ze zaagt over de jeugd. Natuurlijk over de jeugd.“Altijd maar op hun gsm.” “En werken? Ho maar.” Ze zaagt over de supermarkt.Dat de tomaten geen smaak meer hebben.Dat ge voor een komkommer tegenwoordig precies een lening moet aangaan. Godelieve heeft geen mening. Godelieve heeft een lopende band aan bedenkingen. Ze zit. Ze kijkt. Ze zucht. En ze heeft altijd gelijk.  Godelieve is niet het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt. Ze is het soort vrouw waarvan ge plots merkt: ah ja, die zit hier ook. Ik had ze graag aan je willen voorstellen. Of een foto van hen willen tonen. Maar eerlijk… ze bestaan niet echt écht. Ze zitten in mij. Kathy D is de versie die naar voren stapt. Die denkt: kom, nog een beetje beter, nog een beetje mooier, nog een beetje meer. Die gezien wil worden, gehoord wil worden, die haar koffie fotografeert voor ze hem drinkt. En Godelieve… Godelieve is de dag waarop dat allemaal niet moet. Niemand die denkt:“Daarover moet ik met Katrien babbelen.” Niemand die iets van mij verwacht.Geen oordeel over mijn haar.Geen mening over de psyche van het andere geslacht.Geen plannen. Geen “we moeten echt nog eens”. Gewoon ik.Mijn kat.En Netflix. En als ik dan toch iets zeg, is het waarschijnlijk om te zagen. Over de zon. Over Brussel. Over tomaten. Of over de jeugd. Iemand moet het doen.

Katrien Daniels
58 3