Lezen

Verdacht veel vakantie

Eerlijk? Echt onaangenaam zijn ze niet, die eerste dagen werkloosheid. Ja, de postbode brengt nog wel je C4 per aangetekende zending, maar daarmee is ook een pagina definitief omgeslagen. De ontgoocheling raakt stilaan verbeten, de klap verwerkt en met het veel te langzaam ontwakende lentezonnetje lijkt deze periode verdacht veel op vakantie. Met mijn eerste portie herwonnen energie begin ik thuis een grote schoonmaak. Alles wat me ook maar enigszins aan mijn oude werkgever, de spoorwegen, doet denken, moet onder mijn ogen uit. De cursussen, waar ik me het afgelopen halfjaar een ticket op werkzekerheid tot aan mijn pensioen mee had willen bezorgen, gaan de kelder in. Alle administratieve rompslomp is gearchiveerd en elke stofpluk die ik verwijder lijkt me een extra energieshot te geven waar geen Rode Stier tegenop kan. In de keuken moeten cola, chocolade en chips plaats maken voor gezonder spul. OK, de afgelopen weken waren héél stresserend en dan durft de Bourgondiër in mij al eens om verzadiging vragen, neen sméken, maar vanaf nu wordt het anders. Ik wil me herpakken! Dus laad ik in de supermarkt mijn winkelkarretje vol met versgeperst sinaasappelsap, magere yoghurt, rauwe groenten en méér van dat lekkers met NutriScore A of B. “Kan het zijn dat uw kaart leeg is?” de caissière kijkt me van achter haar mondmasker vragend aan. “Ah, ja, dat kan,” flap ik er quasi nonchalant uit, maar ik besef plots dat al mijn maaltijdcheques opgesoupeerd zijn en er de komende maand of maanden geen bedrag op mijn kaart bijgestort zal worden. Ik neem snel mijn bankkaart en besef dat ik ook mijn aankopen in de supermarkt voortaan zal moeten betalen van de som die ik van de RVA uitgekeerd krijg. Een bedrag dat naarmate ik werkloosheidsanciënniteit verwerf, alleen maar kleiner zal worden. En plots bezorgt dat ontslag me toch weer een pijnscheut. Eén blik op dat kassaticket en mijn vakantiegevoel is helemaal over.

Paul Dewilde
4 0

De voorraad weer op peil gebracht

Mijn schoonmoeder vond mij niet direct een goede huisvrouw. En eerlijk is eerlijk, als je de ouderwetse standaarden bekeek, was ik dat ook niet. Mijn linnenkast was een rommeltje, natuurlijk had ik voldoende handdoeken en theedoeken maar niet dat ik niet iedere week moest wassen. Mijn schoonmoeder kon geloof ik wel een maand zonder een keer naar de wasmand te kijken. Niet dat ze dat deed, ook op dat gebied was haar huishouden altijd keurig op orde. Alles netjes gevouwen op kleur en grootte in de kast. Ik geloof wel dat dit een generatiedingetje was. Mijn moeder heeft nog handdoeken in de linnenkast liggen die stammen uit de eerste jaren van haar huwelijk. En dat is toch alweer een tijdje geleden. Wij plagen haar er wel eens mee. Ze ondergaat dat goedmoedig en wijst er fijntjes op dat wij, haar dochters, dat straks erven. Nou gaan wij er van uit dat mijn moeder 120 jaar oud wordt, dus dat duurt gelukkig nog even. Wat de generatie van onze ouders ook belangrijk vond, was een goed gevulde voorraadkast. Toen wij mijn schoonouders gingen verhuizen van hun eengezinswoning naar een senioren-appartement, vond ik in de grote kelderkast doosjes van Honig met een logo dat ik niet kende. Zo oud was het al. Conserven die al vijf jaar over de datum waren, we hebben heel wat weggegooid. De koelkast was ook altijd goed gevuld. Ook later, toen mijn schoonvader alleen achterbleef, zorgde hij altijd voor een uitgebreide voorraad. Waar mijn koelkast aan het einde van de week wel wat gaten vertoont, zag die van hem er altijd goed gevuld uit. Als hij ’s avonds ergens trek in had, was er altijd wel een stukje kaas of worst voor handen. Mijn wekelijkse boodschappenexercitie met hem zorgde altijd weer voor veel vermaak. Omdat twee van mijn zussen altijd voor de boodschappen van mijn moeder zorgen, heb ik me eigenlijk nooit gerealiseerd hoe dat bij haar was. Natuurlijk kom je tijdens een bezoekje niks te kort maar ik heb me nooit afgevraagd of zij ook weken vooruit kan. Tot laatst, mijn zus die belast is met “de grote boodschappen” was geblesseerd. Ze vroeg me of ik een keer voor haar wilde invallen. Nou, geen enkel probleem natuurlijk. Ik haalde mijn moeder op en samen togen we naar de Appie. Ik heb mijn ogen uitgekeken maar me ook kostelijk vermaakt. Mijn moeder houdt van lekker eten, dat heb ik wel gezien. Ze krijgt ook veel koffievisite en bij koffie hoort een koekje. Dus daarvan gingen ook verschillende pakjes in de kar. Toen ik bij de kassa de berg spullen overzag, realiseerde ik me dat mijn maatje en ik daar twee weken van kunnen eten. Met zijn tweeën.

Machteld
5 0

Waar boeken onveilig zijn ...

Waar boeken onveilig zijn … Leuven is sinds mensenheugenis dé universiteitsstad van de Lage Landen, maar wie ervan uitgaat dat de Stellastad de place to be is voor boeken, is naïef. Boeken zijn daar niet veilig. Je had de universiteitsbibliotheek en faculteitsbibliotheken, maar toen ik er in de jaren 70 als would-besoixante-huitard aanspoelde, lag mijn kot godbetert rechtover de stadsbibliotheek. Als ik niet moest brossen, piket staan, betogen of cafés afschuimen, liep ik daar weleens binnen. Soms zat ik op kot een frietje te steken, multitaskend voortbladerend in een boek hoewel mijn vingers aaneenklitten door mayonaise, bearnaise, pickles of frietvet. Of bier. Vandaar wellicht dat de stadsbib later verhuisde en het pand gesloopt werd! Alleen het classicistische portiek met zes Toscaanse zuilen en fronton bleef ongemoeid en werd de entree van museum M. De boeken van de universiteitsbibliotheek daarentegen beleefden een veel ergere, drievoudige calvarie. In augustus 1914 ontaardden Duitse represailles voor een schietpartij (door francs-tireurs volgens hen, een geval van friendly fire volgens historici) in een rancuneuze, rücksichtslose furie: burgers werden zonder boe of bah geëxecuteerd, de stad platgebrand. Ook de middeleeuwse lakenhal waar het gros van de handgeschreven en gedrukte memorie van onze Alma Mater bewaard werd, ging in vlammen op. Pandemonium in het patrimonium: unieke paleotypes, incunabelen, wiegendrukken met kalligrafische miniaturen, monnikenvlijt, folianten, leporello's, vroegwetenschappelijk werk van beroemde Leuvense humanisten, materieel en immaterieel erfgoed. Verbrande en geblakerde papier- en papyrusrestjes dwarrelden buiten de stad neer. De nazaten van Goethe, Schiller en Gutenberg werden per direct paria's. De opgeschrikte beschaafde wereld smeedde een alliantie tegen de barbaarse 'furor teutonicus'. Overal werden karrenvrachten boeken en fondsen ingezameld: Leuven zou een chique nieuwe universiteitsbibliotheek krijgen, in een nieuwsoortige ad-hocstijl, met carillon en zo veel uiterst gedetailleerde tierlantijntjes, symboliek en iconografische hoogstandjes dat een gedegen stadsgids u urenlang kan onderhouden. De nieuwe bib was amper klaar toen een nieuwe blitzkrieg voorbijraasde. En wat is nu waarheid, wat het broodjeaapverhaal? Waren het de Duitsers die een batterij kanonnen opstelden om cynisch ook de nieuwe bib in de as te leggen? Of was het een verstrooide Engelse RAF-piloot die brandbommen dropte? Hoe dan ook: opnieuw van dattum! Bovengrondse brandschade terwijl het boekenfonds in de brandbestendige ondergrondse verdiepingen nagenoeg volledig verloren ging in gesmolten en vervolgens weer gestolde glasmassa! Ook na de Tweede Wereldoorlog herrees de bib als een feniks uit zijn as, maar geen kwarteeuw later voltrok zich een derde boekendrama. Leuven Vlaams, Walen Buiten! Even voorbij de taalgrens verrees Louvain-la-Neuve. Verbannen Franstalige studenten wrikten op de Oude Markt een kassei los en droegen dit souvenir in een plechtige processie helemaal naar hun nieuwe campus. Zodra Vlaamse folkloristen daar lucht van kregen, volgde een nachtelijke raid om de onmisbare kassei terug te halen. Toch is hij (of een andere) opnieuw in Novum Lovanium geraakt en verankerd. Heel andere kolder, van hoog macaber en morbide niveau, was de boedelscheiding inzake het boekenfonds van de universiteitsbib. Waren er twee exemplaren van een boek, dan werd gevochten voor het minst beduimelde. Complexer werd het met een 25-delige encyclopedie. Twaalf delen voor Leuven, twaalf voor Louvain, en voor het 25e deel werd naar verluidt ten slotte kop of munt gegooid. Dit is echter louter mythe; in werkelijkheid gingen alle even inschrijvingsnummers naar de ene partij, de oneven naar de andere. Ook academici en bollebozen hebben immers gezond verstand. Al beweren mensen die erbij waren, dat deelnemers aan de boedelscheidingsvergaderingen vaak een ruime pardessus droegen, met veel grote binnenzakken, en dat ze na zo'n meeting kromliepen van clandestien meegezeulde boeken. Pocketboeken avant la lettre. Tot slot die faculteitsbibliotheek. Vijf jaar na mijn licenties keerde ik er terug om in het zicht van de deadline nog gauw een thesis te fiksen. De knorrige bibliothecaris herkende me meteen, stopte me prompt een uitleenfiche onder de neus en vroeg geprikkeld wanneer ik dat boek eindelijk zou terugbezorgen! Ik viel compleet uit de lucht: een acute casus van retrograde amnesie. Zoals ik al zei: boeken zijn niet veilig in Leuven!

Piet
1 0

Oude bazen en nieuwe haarkleuren

Misschien moest ik mijn haar maar eens blond verven, of bruin, of acajou. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar mijn oude baas is er de oorzaak van dat ik dit heb overwogen. Kijk, aan het eind van je job, rest alleen nog de teruggave van al die leuke, extralegale voordelen; je laptop, je treinkaart, je badge met gratis parking in de stations… Je steekt het met pijn in het hart allemaal in je rugzakje dat je bij je aanwerving cadeau kreeg, samen met je hoop, je verwachtingen én je uiteindelijke desillusie omdat je droomjob toch niet je droomjob bleek te zijn. “Spijtig dat het zo gelopen is,” probeerde mijn oude baas me nog te troosten, toen ik hem bijna ritueel dat rugzakje overhandigde: “Je hebt gedaan wat je kon, maar…” er viel een korte, enigszins geladen stilte: “Laten we eerlijk zijn, nieuwe dingen aanleren gaat niet meer zo makkelijk voor mensen met onze haarkleur.” En zo werd ik er voor het eerst in mijn professionele leven mee geconfronteerd dat ik niet meer van de jongsten ben. Maar… als alleen je haarkleur dat verraadt, kan je daar nog iets aan doen, toch? Ach… misschien had die grijsaard wel een punt. Terugblikkend moet ik toegeven dat mijn jongere collega-cursisten als een sneltrein door de opleiding Traffic Control raasden, terwijl er bij mij toch eerder sprake was van een moeizaam voorthobbelend boemeltje, met alle gevolgen van dien. Terug op het perron voelde ik me verwant met het opgekalefaterde stoptreintje dat me weer naar huis bracht; te jong om uit te bollen, te oud om zich te kunnen meten met al die flitsende hogesnelheidstreinen. Daar kan geen likje verf iets aan verhelpen. Ik laat mijn haar maar zoals het is.

Paul Dewilde
0 0

Kennis van auto's

Mijn maatje is altijd een fan geweest van auto’s. Niet van bolides als Ferrari, die zijn alleen maar mooi om naar te kijken maar hebben nooit op het verlanglijstje gestaan. Zelfs niet als hij de Staatsloterij zou winnen. Nee, stoere, robuuste auto’s, dat was mooi. Door zijn werk was het ook zeker gerechtvaardigd een stevige auto te hebben. Tenslotte moesten er ladders op het dak en later een zware aanhanger meegenomen worden. Maar naast onze ‘werkauto’ hadden we ook een auto nodig waar ik mee naar mijn werk kon, waar ik boodschappen etc. mee deed en waar we in het weekend mee op pad konden. We hebben veel verschillende merken gehad maar de laatste jaren, hoe opmerkelijk, waren het steeds Toyota’s. In soorten en maten. Ik weet nog dat we een Toyota Avensis hadden besteld. Mijn maatje wilde liever niet standaard dus er werden wat opties toegevoegd. Waardoor de levering iets langer duurde dan gepland. En omdat we onze vorige auto al verkocht hadden, moest er iets komen ter overbrugging. Dat vond ik altijd sport, ik wilde graag iets wat echt oud was, waar ik niet zuinig op hoefde te zijn. De dealer die onze auto had gekocht, had precies staan wat ik wilde. En omdat het een sympathieke man was, mocht ik het autootje lenen, voor de maanden dat we moesten wachten. Uiteraard had hij dan onze auto ook eerder, maar ik vond het toch een mooi gebaar. Het kleine rode autootje, een automaat ook nog, bracht ons overal naar toe. We reden naar zee, ik laadde al mijn boodschappen in de koffer, stiekem vond ik het een prima karretje. Mijn maatje peilde de olie, ik gooide er benzine in, niks aan de hand. Tot die ochtend dat ik nietsvermoedend de snelweg opdraaide richting werk. Het was druk, het was ochtend dus ik sukkelde met een kalm gangetje achter mijn voorgangers aan. Met mijn gedachten al bij de dag die zou komen. Op een gegeven moment hoorde ik een bijzonder geluid. Ik keek om me heen, wat kon dat nou zijn. Het duurde even tot ik besefte dat mijn auto dat geluid maakte. En dat het steeds harder werd. Het leek wel of iemand met een hamer tegen de onderkant van de motorkap sloeg. Heel snel. Ik gaf gas om te kijken of het dan minder werd. Hmm. Helaas. Even later stond ik een beetje moedeloos op de vluchtstrook. Lang verhaal kort, mijn maatje heeft samen met een collega de auto naar mijn werk gesleept. Daar werd hij aan een inspectie onderworpen en het bleek dat de olie die mijn maatje had toegevoegd niet precies op de juiste plaats terecht was gekomen. Mijn collega sprak de legendarische woorden “het motortje is kapot, zet hem maar buiten”. Nader onderzoek wees uit dat ik niet helemaal onoplettend was geweest. Door een aantal, laten we maar zeggen, technische aanpassingen van de auto, was het lampje niet aangesloten. Het zou nooit zijn gaan branden. Maar toch, met lood in mijn schoenen ging ik de garagehouder bellen. Een behulpzame collega, nadat hij had kunnen stoppen met lachen, adviseerde me om brutaalweg een nieuwe auto te vragen. Tenslotte had hij me dit slechte exemplaar geleverd. Dat durfde ik niet, schoorvoetend vertelde ik wat er was gebeurd. De man reageerde heel laconiek, ik geloof dat de auto later zelfs aan mijn technische collega heeft verkocht. De weken die volgenden, heeft mijn maatje mij gebracht en gehaald, overal waar ik naar toe moest. We waren allebei zielsblij dat onze nieuwe auto werd afgeleverd. Want hoe goed we het ook samen kunnen vinden, het is toch fijn om je eigen vrijheid te hebben.  

Machteld
1 0

Het dagelijkse kost wat moeite

Hier sta ik dan met een lookteentje aan mijn vork gespiest, spinazie stovend. Ik wist dat Peter Selie getrouwd is met An Dijvie, maar Jeroen Meus heeft vorige week gezegd dat look en spinazie ook dikke vriendjes zijn. Als Jeroen Meus iets over koken zegt, geloof ik hem meteen. In dit geval zelfs met teen. Over andere onderwerpen kan hij beter zijn smikkel houden en hem vooral gebruiken om regelmatig te proeven tijdens het koken, want dat is belangrijk, zo zei hij zelf, proeven tijdens het koken.   Sinds ik dagelijks kook is Jeroen mijn goeroe. Je moet er maar op komen: een teentje look aan een vork spiesen om hem daarna als roerstok te gebruiken. Alhoewel, zo buitengewoon is het nu ook weer niet. Zelf pies ik ook wel eens met iets dat ik daarna als roerstok gebruik. Kom, smakelijk blijven, Danny. Gefocust blijven. Spinaziepuree. De spinazie ziet er ondertussen zo overheerlijk gestoofd uit dat Popeye zich in deze keuken niet zou kunnen bedwingen om die groene slierten via zijn pijp op fanatieke wijze op te zuigen om daarna Brutus de aframmeling van zijn leven te bezorgen. Zelf ben ik een en al zelfbeheersing en concentratie. Tijd om te mixen. Geleerd van Jeroen. Mixen maakt het stoempen, het pletten en vermengen van aardappelen en inmiddels groene smurrie veel makkelijker. Ziezo. Eitje klutsen, klompje boter erbij en afkruiden. O ja, dat is waar ook! Proeven! Ik haal vlug een flesje Westmalle Tripel uit de ijskast en verwijder gezwind het metalen kroonkurkje van het vorstelijke flesje, waarna ik de volle 33 centiliter in een royaal wijnglas pleur. Ik voel me de koning te rijk. Heerlijk. Ik nip nog eens. En nog een keer. Oké. Genoeg geproefd. Na drie grote slokken blijft er alleen nog wat schuim over.   Goed nieuws voor doven en slechthorenden, want qua vlees kies ik vandaag voor blinde vinken. Zelf zou ik liever doof zijn dan blind, vandaar. Voor een vink ligt dat misschien anders, aangezien het een zangvogel is. Ik ben dat niet. Wie houd ik voor de gek? Deze vinken zijn helemaal geen vogels. Het zijn stukjes gekruid gehakt, omzwachteld door een dun plakje kalfsvlees. Vandaag vliegen ze per half dozijn in een stoofpot met ajuin, tomatenblokjes, passata, champignons, paprika, pilipili, satékruiden, basilicum én het gerecupereerde lookteentje van daarstraks. Dat laatste zorgt voor het evenwicht. Ik heb iemand gekend die in een onoplettende bui een teen verloor en die persoon viel bijna meteen, zo zonder teen. Meer nog, hij heeft helemaal opnieuw moeten leren lopen omdat hij steeds weer op min of meer dezelfde manier onzacht tegen de grond kwakte. Uit medelijden kwak ik een tweede Westmalle Tripel in een glas. Al iets minder sierlijk dan daarnet. Proeven is belangrijk. Lekker. Veel te lekker. Glas leeg. Het eten is voorbereid. Klaar om straks heel eventjes opgewarmd en daarna gedegusteerd te worden door mezelf, mijn echtgenote en onze vier jonge wolven. Eerste reserve is de hond, die eventuele overschotjes in enkele nanoseconden naar binnen zal weten te schrokken. Mooie vooruitzichten. Tijd voor ontspanning.   Onderweg naar de televisie lijkt het alsof ik zelf een teen mis. Ik waggel even, plof in de zetel en druk lukraak op een of ander knopje van de afstandsbediening. Jeroen Meus! Ik ben bloedserieus! En ik rijm weer van opwinding, ik heb geen keus. Miraculeus! Jeroen Meus! Voor een keer staat hij niet in zijn keuken, maar zit hij, net als ik, zomaar wat te zitten. Om eerlijk te zijn lijkt hij net wat actiever dan ik, aangezien zijn smikkel beweegt. Afkeurend schud ik mijn hoofd van links naar rechts, lallend dat hij maar beter weer achter zijn fornuis kan kruipen. Hij vertelt op filosofische wijze over ambitie in het leven, racisme, discriminatie en respect voor elkaar ondanks afkomst of religie. Langzaam herzie ik mijn mening. Deze mens vertelt zinvolle, correcte dingen. Op een verstaanbare, volkse manier dan nog. Daar zouden onze politici nog veel van kunnen leren. Zijn smikkel evolueert in geen tijd naar smoel, zo naar bakkes, muil, bek en mond. Uiteindelijk hang ik aan zijn lippen. Mijn eigen exemplaren hangen samen met mijn tong in een glas water te bungelen en te roeren. Tijdens de reclameonderbreking van drie minuten geleden was ik naar de keuken gestrompeld om even van mijn Provençaalse saus te proeven. Veel te pikant en overdreven gekruid. Net als mijn gedachten en mening zo nu en dan.

Danny Vandenberk
0 0

In dewieg gelegd

1 mei - Dag van de Arbeid én de eerste dag van mijn kersverse werkloosheid. Hoe ironisch wil je het hebben? Op het eerste gezicht lijkt die eerste ‘werkloze’ dag niet zoveel te verschillen van alle andere dagen; je wordt nog altijd wakker op het uur dat je gewend was én je hoopt dat vol te houden want je wil je ondanks alles niet laten gaan. Dan maak je een ochtendwandeling ook al is het weer even druilerig als je gemoed, maar het helpt om je gedachten te ordenen. Je haalt wat boodschappen waarbij je met pijn in het hart je laatste maaltijdcheques uitgeeft; maar goed, nu bindt niks je nog aan je vorige werkgever. Dus terug thuis activeer je nog enkele jobsites. Aanklikken in welke regio, in welke sectoren en volgens welk statuut je wil werken; het heeft iets weg van bestellen bij de afhaalchinees. Nummertje 36 of 48? Voorlopig moet ik het doen met nummertje C4. Benieuwd of Deliveroo straks mijn droomjob aan huis zal leveren. Misschien wel... met al dat thuiswerk vandaag de dag. Maar je blijft je afvragen waar het is misgelopen. “Het is en blijft een speciale job, Traffic Controller,” de coaches hebben ons tijdens de opleiding regelmatig duidelijk gemaakt dat niet iedereen in de wieg gelegd is om de treinen op het Belgische spoorwegnet veilig en stipt te laten rijden. Ik dus ook niet, zo is gebleken. Al kan ik mezelf niks verwijten. Ik heb op mijn 53ste mijn carrière alsnog een héél nieuwe wending willen geven en dat was me zo veel waard dat ik daar mijn vaste job voor heb opgegeven. Dat dit niet gelukt is, is op zich geen schande, alleen zijn de gevolgen nu wel héél groot, want niet slagen voor het examen betekent ontslag. Dus ben ik nu een vijftigplusser die de ultieme sprong wou wagen naar een job met inhoud én werkzekerheid tot aan zijn pensioen. Alleen bleek de kloof tussen droom en werkelijkheid te breed waardoor ik in de afgrond der werkloosheid beland ben. Maar goed, ik lik mijn wonden, sta stilaan weer recht en ga verder op zoek naar die ene job waarvoor ik destijds in de wieg gelegd ben. Zou ik ze na 53 jaar alsnog vinden? Wordt vervolgd!

Paul Dewilde
8 0

Potten en pannen

Toen mijn maatje en ik net gingen samenwonen, was ik beslist geen keukenwonder. De maaltijden die ik dagelijks op tafel slingerde blonken niet uit. Op geen enkel gebied. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer peultjes ging koken. Geen idee hoe lang dat moest of hoeveel water erbij moest. Gewoon in het pannetje en op het gas. Wel schoongemaakt, dat had ik bij mijn moeder wel gezien. Na een tijdje kwam er een bijzondere geur uit de keuken. Het pannetje was droog gekookt en de peultjes waren slechts nog met grote moeite van de bodem te krabben. Potje erwtjes van Hak van maar? Ik heb zelfs een keer een gekookt ei aan laten branden. En dan moet je toch van goeden huize komen. Toch baalde ik daar wel van. Vooral als mijn schoonmoeder een bakje hutspot met hachee meebracht. “Want het eten van je moeder is toch altijd het lekkerste.” Ik kon wel lelijk kijken maar op dat moment kon ik het niet weerleggen. Ook de erwtensoep die we van mijn moeder kregen was ongeëvenaard. Het was niet anders. Het omslagpunt kwam, vreemd genoeg, tijdens een kampeervakantie in de Elzas. Vlak bij de camping was een grote winkel van Staub. Nooit van gehoord maar er stond een afbeelding van pannen op het pand dus we gingen gewoon uit nieuwsgierigheid even kijken. Er ging een wereld voor me open. Ik had nooit verwacht dat er zoveel verschil was in pannen. En dat pannen zoveel verschil kunnen maken. Ik kocht mijn eerste braadpan en vanaf dat moment ging het een stuk beter. Ik waagde me zelfs aan de wat moeilijkere gerechten. Mijn maatje vindt het prima. Hij houdt wel van lekker eten. Ik kreeg er plezier in en durfde op een gegeven moment zelfs voor anderen dan alleen mijn maatje te koken. Nu geniet ik ervan als de tafel vol zit en iedereen geniet. Ik ga graag naar een restaurant maar thuis mensen uitnodigen en zorgen dat iedereen lekker eet, vind ik eigenlijk net zo leuk. En gelukkig vind ik ook altijd weer mensen die willen komen eten. Soms brengen ze zelfs bakjes mee. Net als mijn jongste zus, die eerst een maaltje stoofvlees voor zichzelf veiligstelde voordat ze aan tafel ging. “Je hebt vast genoeg gemaakt, heb ik morgen lekker ook nog eten.” Dingen die ik voor de eerste keer maak, probeer ik nog wel uit op mijn maatje. Niet alleen vanwege het risico dat het mislukt maar ook omdat hij nog altijd een kritische fan is. De hete bliksem van zijn moeder is nog altijd lekkerder dan die ik maak. Maar dat is dan toch ook wel vrijwel het enige. Oh, en er mislukt echt nog wel eens wat. Vaak de meest simpele gerechten. De schnitzels die ik laatst op tafel zette, waren iets te hard gegaan. Ik heb het zwarte paneermeel er maar afgekrabd. Ach, spinazie en gebakken aardappelen zijn ook lekker.

Machteld
6 0

Hotel Metropole

Ooit was dit gedeelte van de stad een sjieke buurt geweest, net zoals dit gebouw ook grandeur en smaakvolle luxe uitstraalde. Als je iets wilde betekenen, moest je gezien worden in Hotel Metropole. Captains of industry, mediafiguren, politici, bankiers. Iedereen passeerde vroeg of laat langs de bar of door het sterrenrestaurant van deze tempel van overvloed, al dan niet gevolgd door wat gerollebol in één van de opulente kamers. Hier was hij dertig jaar geleden zelf op zo’n uit de hand gelopen vrijdagnamiddag met Naomi voor het eerst naar bed geweest, drie verdieping boven waar ze nu zaten. De receptie, het huwelijksfeest, alles speelde zich hier af. Maar wat blijft er nu nog over van het wonderkind van dertig jaar geleden, het nieuwe financiële wonder? Waar is het toch allemaal misgegaan, wat was het begin van het einde? Voor de zoveelste maal speelt de film van zijn leven zich voor zijn ogen af, terwijl de ijsregen zijn gezicht geselt. Hij trekt Naomi wat dichter tegen zich aan, waardoor hij haar intens rillen alleen maar harder voelt. Samen met de kou trekt de schuld door zijn lijf. Had hij net als Icarus te dicht bij de zon willen komen? Hij draait de dop van fles en neemt nog een geut van die gore whisky, die qua smaak haast ondrinkbaar is, maar gelukkig voldoende alcohol bevat. Neen, het is wellicht loutere machtswellust en grootheidswaanzin geweest. Hij is kapot, ziek en uitgeput. Hij voelt Naomi snikken. Met het belletjesgerinkel op de achtergrond zakt hij weg, ver weg. Op kerstochtend opent het nieuws dat de plotselinge vrieskou van gisterenavond en de afgelopen nacht tot een behoorlijke aantal ongevallen heeft geleid, en dat in het portiek van het verpauperde Hotel Metropole twee zwervers zijn doodgevroren, verstrengeld in een innige omhelzing.

SvenR
14 3

Over bouwwerven en vaders

De lente is mijn favoriete seizoen. Voor veel mensen heeft dat te maken met ontluikende bloesems, lammetjes in de wei en meisjes die hun kuiten ontbloten. Voor mij is de lente de tijd dat de bouwwerven terug in gang schieten. Ik vertraag wanneer ik er voorbij wandel, geniet discreet door het raam van de verbouwingen van onze buren. Het zijn niet de ontblote en gespierde mannenlijven die mijn hart sneller doen slaan. Mijn interesse is van een ander, hoger niveau. Hoe groot mijn bewondering voor metershoge kranen die met de precisie van een chef kok betonblokken op mekaar stapelen alsof het witloofblaadjes en een peterselietakje op een bordje nouvelle cuisine zijn. Hoe groot mijn nieuwsgierigheid naar de aanpak, de vordering of vertraging en het getoonde vakmanschap. Hoe prikkelt het mijn fantasie terwijl ik bedenk wat er achter die gevel later allemaal zal gebeuren. Overspel, wereldvernieuwende uitvindingen, onvoorwaardelijke of passionele liefde, grappige situaties met honden en katten. Maar vooral, hoe brengt het me terug naar mijn kindertijd. Als dochter van een schrijnwerker kon ik heel mijn jeugd genieten van permanente vorming over hoe dingen gemaakt worden, gemaakt moeten worden. Een wiebelende tafel, een scheef scharnier, een dak dat vraagt om problemen… het dagelijks leven zat vol met leerkansen. Een diploma heeft het me niet opgeleverd, maar wel een zeer grote, technische maturiteit. In minder dan geen tijd werd het klassieke rollenpatroon in ons huwelijk omgegooid en mijn echtgenoot heeft mij als zijn meerdere erkend op gebied van klussen in  huis. En mijn vader is fier op me, hij zegt dat ik het goed doe. Voorlopig ben ik te jong om me volledig te wijden aan mijn liefde voor bouwwerven. Later, als ik net als mijn vader nu, met een rollator door het dorp schuifel, als ik geen last meer heb van de drang om sociaal aanvaard gedrag te vertonen en me niet meer afvraag wat andere mensen van me denken (omdat ze per definitie jonger zijn dan mij en dus maar moeten leren zwijgen), dan zal ik mijn hoogdagen beleven. Dan zal ik stilstaan bij een werf en kijken. Kijken met bewondering, met nieuwsgierigheid en met veel fantasie. Ik zal in gedachten knipogen naar mijn vader en zeggen of ze het goed doen.

Hadewijch
1 0

Brood mee

Na meer dan een jaar voor het grootste gedeelte thuis werken, komen er nu toch ook wat meer ‘kantoordagen’ in zicht. Vanwege afspraken die toch niet lekker werken, online. Of gewoon, omdat ik mijn BHV-plicht moet vervullen. Dat laatste klinkt zwaarder dan het is, gelukkig heb ik anders dan pleisters plakken nog niet veel hoeven doen. Laten we hopen dat dat zo blijft. Maar wel naar kantoor dus, als dat nodig is. Het voelt nog steeds raar. Het is er leeg, vaak donker, koud. Er zijn een aantal koffie-automaten in werking en net niet die op onze afdeling. Een bakkie koffie is een hele wandeling. Het is niet erg, je komt onderweg nog eens iemand tegen en in het bedrijfsrestaurant kan ik dan een praatje maken met onze cateringmanager. Ook altijd gezellig. Volgens mij baalt zij nog het meest van het gebrek aan gezelligheid. Het restaurant is gesloten voor de lunch. We moeten dus onze eigen boterhammetjes meenemen. Dat was voor mij een hele ervaring. Ik kan me niet meer heugen dat ik voor mezelf brood heb gesmeerd. Gelukkig heeft mijn maatje zijn oude broodtrommeltje bewaard. Tupperware, jawel, onverwoestbaar. Hij kwam er triomfantelijk mee, “kijk, als je nou heel voorzichtig doet, mag je mijn trommeltje gebruiken.” Het leek bijna jeugdsentiment. Zoveel jaren, dag in dag uit, op pad met zijn Tupperware-attachékoffer, zoals hij dat noemde. Twee broodjes met kaas en twee broodjes met pindakaas. Een hele enkele keer afgewisseld met leverpastei. Mijn maatje is geen broodeter. Het voelt kaal hoor, zo’n trommeltje. Geen salade, geen soep, niet een lekkere ciabatta of een panini. Natuurlijk, het is ook luiheid van mezelf, ik kan er ook meer werk van maken. Maar daar heb ik dan weer geen zin in. Dus twee witte puntjes, een met oude kaas en een met snijvlees. Klaar. Hopelijk brengen de versoepelingen ook meer lucht op dit gebied. En kunnen we straks weer met z’n allen eten in het bedrijfsrestaurant. Mopperen als de soep koud is, of de yoghurtjes uitverkocht. Heerlijk.        

Machteld
5 0

Oog voor detail

Helaas ben ik niet zo heel opmerkzaam. Oog voor details, nee, niet precies mijn fort. Anders dan mijn maatje. Die kan televisie kijken en dan verongelijkt zeggen “dat kan niet, net was die sigaret net aangestoken en nu is hij al driekwart op”. Hij ziet dingen die niet kloppen en heeft gelijk in de gaten wanneer ik iets veranderd heb. Ik niet. Ooit, lang geleden, had hij zijn snor afgeschoren. Dat was toen nog, mannen hadden snorren, zonder baard. Ik geloof dat ik het pas twee dagen later in de gaten had. Echt schandelijk. Of die keer dat hij een nieuwe tuintafel had gekocht. We hadden het er al eerder over gehad. Om de metalen tafel te vervangen door een houten. Als verrassing had mijn maatje een tafel gehaald en hem in elkaar gezet. Stoelen eromheen, plant weer op zijn plaats. En ik zag niks. Als hij het niet had gezegd, had ik er waarschijnlijk pas een week later erg in gehad. Mijn maatje kan dat niet begrijpen, “zoiets zie je toch”. Ik niet. Helaas. Ik doe wel mijn best hoor, ik neem me iedere keer weer voor om beter op te letten. Maar als ik naar een televisieserie kijk, wil ik gewoon vermaakt worden. Gelukkig ben ik niet de enige die hier last van heeft. Laatst las ik een artikel over een jongeman die zijn vriendin ten huwelijk wilde vragen. Hij kocht een prachtige ring en liet het doosje quasi nonchalant slingeren. Tevergeefs, de dame in kwestie was er niet mee bezig en had niks in de gaten. Na weken van zich verkneukelen en foto’s maken als bewijsmateriaal, heeft hij haar toch maar op de ouderwetse wijze ten huwelijk gevraagd. Gewoon, op één knie. Uiteraard was ze blij verrast en heeft ze ja gezegd. Het had mij ook kunnen overkomen. Niet dat mijn maatje mij op die manier ten huwelijk heeft gevraagd. Integendeel zelfs, nadat we samen vonden dat het wel leuk zou zijn om te trouwen, heb ik alles geregeld. Zonder dat hij het wist. Tot mijn schande moet ik bekennen dat mijn moeder eerder wist dat we gingen trouwen dan mijn maatje zelf. Omdat de trouwambtenaar een goede vriend van mijn ouders was en ik geen risico wilde lopen. ’s Avonds heb ik mijn maatje gezegd dat hij een snipperdag moest nemen. “Waarom?”, wilde hij weten. “Omdat we die dag gaan trouwen.” Natuurlijk heeft hij zich later wel bemoeid met de details. Gelukkig. En is het een hele leuke dag geworden.    

Machteld
0 0