Lezen

Het oma-effect

In de stad was ik getuige van het oma-effect. Achteraf besefte ik dat het wellicht een universeel effect is, maar net zoals met veel zaken in het leven moet je ermee geconfronteerd worden om het klaar en duidelijk te zien. We zaten in een koffiezaak waar ook verse soep op het menu stond. We zagen een dampende kom soep passeren. Het rook zoals de soepgeur die in mijn neus drong als ik vroeger over de grote kiezel met de fiets naar school reed. In heel wat huishoudens werd de soep ’s morgens vroeg al bereid. Je geraakte die soepgeur niet snel kwijt. Zeker tot het middag was. Een jonge medewerker gaf hoorbaar onze bestelling door aan de keuken. "Oma, één wortel- en courgettesoep en één tomatensoep", zei hij. De soep die oma aan de medewerker gaf en daarna op onze tafel belandde smaakte voortreffelijk. "Zeg maar aan je oma dat het heerlijk smaakt", zei ik. "Oké, maar dat is mijn oma niet", lachte de jongeman. "Het is de oma van de vorige uitbaatster, maar omdat haar soep zo in de smaak viel, hebben we haar gevraagd of ze een flexi-job wil doen. Ik werkte hier toen ook al. Ik zei net als de uitbaatster altijd 'oma' en ondertussen doet iedereen dat hier." In de koffie- en soepzaak weten weinigen wellicht van haar naambestaan. Is het nu Julia, Maria of Irène? Niemand kan het zeggen, want het is voor iedereen 'oma'. Het lijkt me geen straf om als oma door het leven te gaan. Maar wat is nu dat oma-effect? Volgens mij is het dit. Een naam, die heb je. Maar een oma, dat ben je. En als je dat naar ieders tevredenheid uitoefent mag je die aanspreking houden. En iedereen mag die gebruiken. Het lijkt me een gezonde overeenkomst.

Rudi Lavreysen
0 0

Woordenboekenliefde

Een gedachte, een déjà vu, een vécu kwam voorbij en leidde tot een monoloog die als een warme wolk rond me bleef hangen. Het was bij het opzoeken van een woord in een heus woordenboek met echte papieren bladen. Deze monoloog Tijdens het opzoeken dacht ik aan de eerste keer dat ik een woordenboek gebruikte waarvoor het diende. Dat was op school. Hoe doe je dat,  de betekenis van een woord opzoeken? Er werd verondersteld dat je het alfabet knats vanbuiten kende. Dat was heel belangrijk. Zo kon je makkelijk bladeren door het woordenboek om snel bij de beginletter van het woord te komen. Laat ik het woord natrium nemen. De /n/ bevindt zich in de tweede helft van het alfabet. Dan weet je dat je niet vanaf de eerste bladzijde moet gaan zoeken. Dat vond ik een hele goede tip! Daarna kijk je naar de tweede letter van het woord. Voor natrium is dat de /a/. Op een of andere manier raakte ik helemaal vooraan in het woordenboek. Waar was de /n/ gebleven? Erop terugkijkend was er één stap in het proces van betekenis-van-woorden-opzoeken waarschijnlijk niet binnengedrongen (ik was een trage leerling). In mijn kinderlijk enthousiasme bladerde ik van de /n/ naar de /a/. Ik moest bij de /n/ blijven en dáár de volgende letter zoeken. Toen ik het eenmaal doorhad, ging er een wereld voor me open. Beeld u zich in! Een heel woordenboek, bomvol woorden die ik nog niet kende. Ik voelde me woordenveilig voor de rest van mijn leven. En dat was een pocketwoordenboek! Er kwamen andere talen bij, zowel in de school als later de avondschool. Hier en daar kon ik zelfs de liefde doorgeven aan kinderen die aanvankelijk niet zoveel voor taal en lezen voelden. Veel sneller ben ik niet geworden, noch met lezen, noch met opzoeken. De liefde voor woorden en taal in het algemeen blijft. Telkens ik er bewust mee bezig ben, is het NU! En die natrium? Dat is het zout op mijn pata…  woorden!

Anemos
0 0

Manipulatie

                                                                                                                     foto: Thomas Barbey “Die foto’s zijn gemanipuleerd, dat ziet toch iedereen?”“Ja, pa maar tegenwoordig heet dat gefotoshopt.”“Gefoto-wat? Shoppen betekent toch winkelen?”“Correct, maar het woord komt van het computerprogramma Photoshop.”“Dat zoek ik op. Ik bedoel dat ga ik googelen, ik ben moderner dan je denkt hoor.”“Ja, pa.”“Aha, ik wist dat ik gelijk had. Hier staat het zwart op wit: De eerste software om digitaal te tekenen was Sketchpad, in 1963 ontwikkeld door Ivan Sutherland. Hij gebruikte een CRT scherm om objecten te manipuleren. Zie je wel. Het zijn gemanipuleerde foto’s.”“Sure, dad, whatever you say.” Het is niet dat ik het absoluut wil halen, maar ik merk dat mijn zoon mij de laatste tijd wel heel snel gelijk geeft. Moet ik mij daar goed of slecht bij voelen? Ik gooi het over een andere boeg en vraag: “Ken jij de Engelse uitdrukking A picture is worth a thousand words?”“Zeg maar meteen waarover je het wilt hebben, pa.”“Het is zo veel makkelijker om iets met een foto uit te leggen dan het in woorden te omschrijven. Met een foto kan men zich een situatie beter inbeelden.”“Daar kan ik je geen ongelijk in geven.”“Het gaat niet om mijn gelijk, kan je je indenken hoe fout het is dat foto’s bijgewerkt worden om een totaal vertekend beeld te geven van de werkelijkheid?”“Natuurlijk is dat fout, maar het kan ook als grap bedoeld zijn en dan vind ik het wel geinig.”“Ik heb het niet over grapjes, jongen, hoe erg is het wanneer een bevolkingsgroep misleid wordt door malafide personen?”“Ga je het nu alweer hebben over Trump en Poetin of de Palestijnse kwestie? Er zijn echt wel interessantere mensen en situaties om te volgen hoor.”“Zo, wie of wat volg jij dan tegenwoordig?”“Onlangs verving de Franse president zijn vrouwelijk hoofd van de regering door een openlijke homoman als jongste premier ooit in Frankrijk. Dát vind ik een nieuwswaardig feit.” Wat moet ik mij hierbij voorstellen? Probeert mijn zoon mij te manipuleren of iets duidelijk te maken? Hij zal toch geen homo zijn? Ach, dat mag best, maar hij kan het ook gewoon meedelen als mannen onder elkaar. Wij kennen elkaar tenslotte al achttien jaar. Even doorvragen. “Ik las dat hij pas vierendertig is. Zijn foto is niet ‘geshopt’, hij ziet er goed uit. Tof dat je geïnteresseerd bent in de internationale politiek, maar is er iets dat je mij hiermee wilt duidelijk maken?”“Niet echt, tenzij dit: jij wilt toch zo graag dat ik later jouw zaak overneem, maar ik ga Politieke en Sociale Wetenschappen studeren. Je weet nooit wat er mij binnen een zestiental jaren in de schoot wordt geworpen.”

Vic de Bourg
6 1

Rinus en Alice

Het was een warme dag. Een van die hondsdagen uit het gelijknamige boek. Ambetant warm zelfs. Om de plakkerigheid wat tegen te gaan, begaf ik me naar een vlakbij gelegen terras. Wachten op afkoeling in de vorm van een glas, maar ook wachten op de avondkoelte, tot de zon achter het hoge gebouw aan de overzijde van het terras verdween. "Kom, we gaan bij Rinus zitten." Het was Alice die het tegen haar vriend Theo zei. Het leek alsof Theo het niet hoorde, want hij liep zonder te antwoorden recht het café binnen. Alsof er daar iets op hem wachtte. "Zijn gazet", zegt Alice tegen Rinus. Ze zag dat Rinus Theo achterna keek. "Hij gaat zijn gazet halen". Rinus glimlachte. Alsof hij het niet onprettig vond om alleen met Alice aan het tafeltje te zitten. "Rinus, ik heb een kuisvrouw nodig", zei Alice. Uit de mond van Rinus kwam niet meer dan een 'ooh', waarna hij naar zijn glas Westmalle Trippel greep. Hij hield de kelk omhoog zoals een pastoor dat in een kerk doet, net voor het ter communie gaan. 'Het lichaam van Rinus' prevelde ik. Na de slok kwam een luide 'aaah' en een lik met zijn tong over zijn snor en rond zijn lippen. "Nu dat gij hier zit begint de zon te schijnen", zei hij. "Die schijnt al de hele dag", antwoordde Alice. "Dat bedoel ik", zei Rinus. Alice ging verder over haar poetsvrouw. "Als ik ze maar kan vertrouwen", zei ze waarbij ze naar Rinus keek. Rinus keek naar Alice en stond op. Hij ging naar binnen. In mijn hoofd zag ik Rinus als vrouw verkleed terug naar buiten komen. Het was een raar zicht met zijn snor. "Mij kunt ge vertrouwen Alice", hoorde ik hem zeggen. Het was Theo die naar buiten kwam met de krant in zijn hand. "Waar is Rinus?"’, zei hij. "Die is naar binnen", zei Alice. "Hebt ge hem niet gezien?"

Rudi Lavreysen
7 0

Valentijn

Vandaag lees ik op de kalender dat het Singles Awareness Day is. Ik stel er me verder niets bij voor. Behalve dat het vlak na Valentijnsdag valt. Dat doet me dan weer denken aan Valentijn die ik twee dagen vóór ‘lievekesdag’ – zoals ik me de 14de februari herinner uit mijn kindertijd – kort doch aanwezig heb ontmoet, op het perron van tram 9 aan Berchem station.  Dat zit zo: Ik stapte op genoemde locatie uit, samen met andere mensen. De ene stapte één richting uit, ik de andere. Intussen wachtten mensen om op te stappen.Het perron aldaar is nogal smal. Desalniettemin viel me, door al dat volk heen, op dat Valentijn ook van de tram stapte en tegen de reling achteraan het perron ging leunen. Ik stond nog even stil tussen links en rechts weg stappende mensen. De grote zak boodschappen over mijn schouder bungelend was, helaas, niet plaats besparend. Door de wereld in vertraging te aanschouwen, blijf ik kalm en aanwezig. Iemand zei: “Wacht, die madam moet nog op de tram.” Ik draaide me om. Een vrouw keek me aan, met de vraag nog in haar ogen. Na mijn “Ik hoef niet in te stappen”, ging ieder zijn eigen weg. Valentijn stond nog tegen die reling dit dagdagelijkse gebeuren te aanschouwen. Ik stapte langs hem heen en hij lachte naar mij, mét een knipoog, zo eentje die uitdrukt wat je samen ongepland deelt: Die drukte toch! Ik lachte terug en vervolgde mijn weg, half in gedachten. Vanwaar ken ik die man, hij is een acteur… ah, ja in “De helaasheid der dingen” speelde hij de hoofdrol.Weer thuis, even googelend, duurde het niet lang voor ik het wist; Valentijn Dhaenens. Man man, als ik zo’n vijftien jaar jonger was, ik zou … Ja, wat eigenlijk? Op een tas koffie trakteren, zo eentje met een hartenvorm chocolaatje erbij in een rood papiertje? Een theatervoorstelling bijwonen, dat is realistischer en duidelijk: De helaasheid der dingen voorbij!

Anemos
17 0

Noepjestaart

Ik zie ze meteen als ik mijn fiets parkeer aan het station. Twee jongemannen met elk een rugzak op hun rug. Een van hen draagt een grote plastic tas in zijn rechterhand. Daarin zit een vierkante doos. Het lijkt wel een vlaaidoos. Dat weet ik omdat we vroeger op zondag altijd een buurvrouw van de bakker naar huis zagen fietsen. De vorm van die plastic tas zag er hetzelfde uit. 'Mevrouw Vlaai' hadden we haar gedoopt. We begrepen niet hoe ze die taart in balans kon houden op de fiets. Het is pokkedruk in de trein. De twee jongemannen hebben geen zitplaats. Een man heeft zijn boekentas op de zit naast hem geplaatst. Een van de jongemannen wijst naar de tas en vraagt met een licht Engels accent of hij de boekentas bij zich wil houden. De zittende man maakt geen bezwaar. 'Dank oe', zegt de jongeman. De andere heeft nog geen zitplaats.Ze doen me denken aan zendelingen van een geloofsgemeenschap uit Amerika, die hier hun blijde boodschap komen verkondigen. De plastic tas met de taart staat op zijn schoot. Nu ben ik toch benieuwd wat erin zit. Alsof hij mijn gedachten raadt neemt hij de doos uit de tas. Het is inderdaad een taartdoos. Hij doet een hoekje van de doos omhoog en ik zie meteen welke taart erin zit. "Nopjestaart", zeg ik nogal luid. Ze kijken me allebei glimlachend aan. “Hoe zegt oe?", vraagt de rechtstaande jongeman. "Het is nopjestaart", zeg ik. "Die dingetjes erbovenop zijn noppen." "Ah, noepen", lacht hij. Aan de eerste halte stappen ze uit. "Noepjestaart," lacht de jongeman naar mij. "Helemaal juist,” zeg ik. Ik zie ze door het raam met de nodige elegantie verder stappen, de taart mooi recht houdend. Ze zijn helemaal in hun nopjes. Mevrouw Vlaai zou trots zijn geweest.

Rudi Lavreysen
11 1

Wanneer doen we het weer?

Klagen en zagen, we doen het allemaal. Liefst over het weer, want dat is voor iedereen hetzelfde, of je nu arm of rijk, dik of dun bent. Het verbindt, want iedereen heeft ermee te maken en het is bijna nooit goed. Velen ervaren het als een veilig onderwerp om een gesprek te openen, anderen vinden een praatje over het weer het toppunt van oppervlakkigheid. Je moet weten dat ik vroeger zo goed als nooit ‘zomaar’ met een onbekend iemand babbelde, tenzij ik heel goed voorbereid was. Voorbereiding geeft zelfvertrouwen en zelfvertrouwen is een belangrijke sleutel tot succes. Als jeugdige observator merkte ik dat ongeveer tachtig procent van de conversaties tussen onbekenden over het weer gingen. In landen met een stabieler klimaat weten de mensen waar ze aan toe zijn en wordt er bijgevolg niet over gesproken, maar in onze wisselvallige contreien is dat constant het geval. Zo ontstond mijn fascinatie voor weersvoorspellingen en zo evolueerde ik van een logge boerenknol naar een volbloed renpaard dat altijd en overal beslagen ten ijs kwam, met geslepen hoefijzers en scherpzinnige weercommentaren, zodat ik niet door het ijs kon zakken of door de mand vallen. Op die manier was ik in staat om klagers op te peppen door het simpelweg herhalen van een positieve weersvoorspelling of overdreven optimisten de mond te snoeren door hen te wijzen op het naderend onheil in de vorm van plens- of onweersbuien.  Weerpraatjes op de radio genieten mijn voorkeur. Daar onthoud ik het meest van. Televisie leidt af. Waarom zijn Vlaamse weermannen altijd zo mager en waarom focus ik altijd op hun dansende adamsappels? Waarom zijn weervrouwen bij ons bijna altijd voorzien van allerlei afleidende lichaamsrondingen? Dag concentratie! Ach, ik moet mezelf niks wijsmaken. Radio brengt me nog meer van de wijs. Als ik hoor praten over weermodellen die het met elkaar eens zijn of mekaar tegenspreken, zie ik een groepje uitgemergelde panlatten in plunjes van Gucci, Prada of Versace samen op de weegschaal staan of kibbelen over de smaak van tissues, terwijl het voor anderen geen issue is. Af en toe, meestal als ik net gegeten heb of als de weerstem zegt dat het zachter wordt, droom ik weleens van plussize modellen. Je weet wel, van die dikke stapelwolken. Hoor ik vertellen dat het winters weer blijft aanhouden, denk ik terug aan lang vervlogen tijden waarin ik af en toe met mijn moeder meekeek naar The Bold and the Beautiful (Mooi en Meedogenloos), waarin iedereen vreemdging met iedereen of een affaire had buiten zijn of haar relatie, al is dat eigenlijk min of meer hetzelfde. Zo deed Ridge het met Brooke, de scharrel van zijn vader Eric, ondanks dat die nog getrouwd was met Stephanie en Ridge eigenlijk samen was met Taylor, zodat Brooke uiteindelijk zwanger werd. Alleen wist ze niet van wie. Misschien wel van Thorne, want die wipte in die tijd ook soms binnen, al gebeurde dat vooral toen hij een verhouding had met Macy. Over wisselvalligheid gesproken! Laat ik mezelf eens in het zonnetje zetten, hopelijk zonder de wind van voren te krijgen, en zeggen dat ik zelf het liefst een gesprek begin met een stevige oneliner of een grapje over elk ander onderwerp dan het weer, of het nu met iemand is die ik ken of een volslagen vreemde. Het houdt, zeker in het laatste geval, altijd een risicootje in en net daar kick ik de laatste jaren op. Een beetje spanning en verrassing. Het leven is veel meer dan slecht weer, voortdurend schuilen en wachten tot het voorbij is.      

Danny Vandenberk
0 0
Tip

Als je genoeg vis eet kan je vanzelf zwemmen

Er heerst een algemene wijsheid onder de havenarbeiders, scheepsjongens op de galjoenen en zelfs onder de kapiteins met hun vaten gerookt varkensvlees. Zonder uitzondering gelooft elk van hen dat wie genoeg vissen eet, vanzelf kan zwemmen.  We vreten ons ermee vol, want voor de gewone matroos is er natuurlijk ook niets anders dan wat de zee gratis ter beschikking stelt. Bij elke hap van de slijmerige zoute glibber voelen we ons een beetje meer gerustgesteld. Want straks is er de test. Ons zal niets overkomen. Van Willem zijn we minder zeker.  Willem lust geen vis. Dat verbaast ons niets. Hij kan ook geen knopen leggen. Iemand heeft gehoord dat hij een bastaardzoon is, van de nicht van de kapitein. Zij werkt ook in de haven. Sommigen hebben haar al van heel dichtbij gezien. Ze zou een ongekend verfijnde schoonheid bezitten, maar wel met een zwak gestel. Dat verklaart veel.  Alexander vreet vis alsof zijn forse ton geen bodem heeft. Soms spreekt hij ons toe, alsof niet de kapitein maar hij de ongekroonde koning van het schip is. Met zijn kabelarmen knoopt hij op een uur meer touwen dan wij allemaal tezamen. Hij zou Willem eens laten zien waarom je vis moet eten.  Daar staat hij, fier rechtop op de loopplank. Zijn blote bast glimt van de olie. Hij werpt Willem een minachtende blik toe terwijl hij steeds verder de plank op loopt. Als hij op het einde komt, draait hij zich nog één keer om, knipoogt en springt. PLONS!  Cirkels op het water deinen steeds verder uit. Op de top van de mast schreeuwt een meeuw. Alexander blijft voor eeuwig ongekroond. Zijn schedel krijgt wel een troon, op de zesde verdieping van het MAS. Naast de sokkel staat een klein wit kaartje met als opschrift: “Schedel van onbekende man, Vroege 16e eeuw”.  Meer lezen? Welkom op Instagram

Amanda Bos
128 5

De schotelvod

Je hebt het wellicht ooit gelezen in een interview met een bekende manspersoon. Dat hij plots vaststelt hoezeer hij op zijn vader begint te gelijken. Het gebeurt meestal als ze voor de spiegel staan. Dan zien ze niet zichzelf, maar hun vader in het spiegelbeeld. Het gezicht dat dezelfde trekken vertoont, het dunner wordende haar dat ze plots opzij moeten kammen, de rimpels, het ouder worden tout court. Ik kan erover meepraten. Toch gebeurt het bij mij niet voor de spiegel. Het is eerder de schotel- of vaatdoek die het hem doet. Vader zei meestal ‘schotelvod’ en in het plat dialect zelfs ‘het slet’, maar dat mocht hij van ons ma niet zeggen. Toch komt dat gewoon van het Middelnederlandse ‘slette’, wat een lap of vod was. "Zijt ge daar weer met uw vod,” zei onze jongste onlangs. Ik moest het aanrecht netjes maken, want als ze weinig tijd hebben kijken ze niet zo nauw. De kruimels lagen overal. Vader zei ‘greumels’ en het werkwoord was ‘greumelen’. Toen zag ik het. Met die schoteldoek nog in mijn hand zag ik plots ons vader staan. Jaren geleden, in de keuken van ons huis dat er al niet meer staat. Maar het beeld van die keuken is nog zo vers als de groenten uit zijn tuin. Hij moest jonger op pensioen en in de wintermaanden had hij niet veel om handen. Dan maar regelmatig met een schoteldoek over het aanrecht. De ‘greumels’ opruimen. In de andere seizoenen had hij geen tijd voor zijn vod. Dan wenkte zijn fiets of het werk in de tuin. Ik ben niet de enige die de gelijkenis ziet. Mijn vrouw zegt dat ik almaar meer op hem begin te gelijken. Maar misschien moet ik toch opletten met die vod. Overdrijven is nooit goed, of er komen vodden van.

Rudi Lavreysen
15 1

Chrysanten carrousel

In onze streek zijn er meerder chrysantentelers.  De potten worden er in de loop van het jaar mooi opgelijnd, op kleur en soort.  Van ver lijken ze met hun groene kopjes op een defilé van mini soldaten, onbeweeglijk in hun parade.  Maand na maand  zie ik ze aanzwellen,  maar ik heb nog lang  het raden naar welke lijn welk kleur verbergt. Hoe ze het fixen weet ik niet, maar de meeste telers slagen er wonderwel in, ondanks de variabele weersomstandigheden, om te pieken naar de dagen voor Allerheiligen. Enkele weken voordien pas verraden stippen het kleur van de rijen.  De ‘vroegpiekers’ worden snel te koop aangeboden en sieren voordeuren en perken. In de komende dagen  zie je rond en in onze kerkhoven een optocht van mensen, in stilte gehuld, geladen met chrysantenpotten, sommige nauwelijks te omarmen. Eénmaal per jaar vullen deze doorgaans oases van rust zich met geroezemoes van vroege bezoekers op weg naar het graf van geliefde of familie..  Je ziet ze onderweg links en rechts speuren naar de namen die herinneringen oproepen van oud of jong verdriet. Hier en daar zie je stiekem een spons of borsteltje voor een jaarlijkse kleine kuis, want graven horen er bij Allerheiligen of Allerzielen netjes bij te liggen. Langzaam maar zeker verdwijnen de grijze verweerde kleuren van de grafzerken onder een bonte verzameling chrysanten in een opbod van kleuren en grootte. Tegen Allerheiligen zijn de kerkhoven omgetoverd in een collectief kunstwerk, een meesterwerk zonder meester. Ik vraag me af of er ook potten geplaatst worden op de strooiweiden.  Het zou in elk geval een prachtig schouwspel kunnen opleveren.  Van de strak geordende kweekvelden naar een willekeurig samenspel. Hoe meer mensen kiezen voor crematie en verstrooiing, hoe groter het carrousel en collectief meesterwerk.   Vroeger zag je vooral witte chrysanten, nu heb je tinten wit maar ook roze, lila, paars, pistache… Chrysanten stralen voor mij ondanks hun weelderige bloei een zekere tristesse uit, hun lot zo verbonden aan de eerste nachtvorst.  Als die nachtvorst even uitblijft worden kerkhoven echter even een leuke plek om in rond te dwalen. Breng de moed op om op een zonnige morgen er langs te gaan, en je wordt door de lage zon en ochtenddauw beloond met een collage vol schittering en weerkaatsing van kleuren in de waterdruppels, een collage die lijkt alsof ze met een lakvernis bedekt is. Na een paar dagen is de rust weer helemaal terug, en in de daarop volgende weken verzamelt de gemeentewerker pot voor pot de verwelkte exemplaren.  Stilletjes wordt grijs weer de boventoon en maakt het kerkhof zich op voor de winterslaap, in afwachting van het volgende carrousel.

thomar
2 0

Jakobsladder

Ik ben al lang overtuigd dat woordspelletjes in al zijn varianten goed zijn voor het brein. Het is daarom ook meestal het eerste waarmee ik me in de vroege ochtend kan vermaken, mij kan opwarmen.  Ze verruimen tevens mijn woordenschat.   Hoewel soms vergezocht, zijn er vaak leuke verrassingen te lezen, zoals deze Jakobsladder, een woord dat ik al wel eens gelezen had maar eerder associeerde met één of andere plant.   Wie dezer dagen bij valavond gaat wandelen, maakt grote kans om een Jakobsladder te zien.  Het zijn de zonnestralenbundels die doorheen een wak in de wolken een plek op aarde beroeren. Dat verschijnsel dankt zijn naam aan Jakob, een profeet, die er een verbinding in zag tussen God in de hemel en zijn aardse verblijfplaats. Jakobsladders zijn er in alle mogelijke varianten, smalle en brede, lichte en straffe stralenbundels, doch niet alleen de wolken lenen zich voor dit spel.  Ook bomen in een bos kunnen een weergaloos stralenspel opleveren.  Het momentum vangen is de kunst.  Meestal is dat kort voor zonsondergang met laag zonlicht, grote wolkenmassa’s in de lucht, of langs bossen met hoge stammen, met laag en fel tegenlicht.  Je moet snel zijn om ze te zien en vast te leggen, want ze zijn vluchtig als de lucht.   Ik ben alvast blij met deze ontdekking, en geef de voorkeur aan de bijbelse verklaring.  Vóórheen had ik er geen naam voor en moest ik steevast aan mijn boezemvriend denken, die het parallel trok met die antieke driehoekige prenten met het opschrift ‘ God ziet U’, waarop een God met stralend aureool staat afgebeeld. Alle middelen waren goed om de mens godsvrees aan te jagen en mijn vriend moet danig onder de indruk geweest zijn. Telkenmale we onderweg zoiets zagen klonk het “zie ginds, een God ziet ons”.   Ik ben blij dat ik het nu kan benoemen, en dat de naam mogelijkheden schept.  Opstijgen of neerdalen, maar zonder vrees. Gelukkig is het als kijker quasi onmogelijk om net op die verre goddelijke plek te zijn waar de stralen de grond raken.  Welke eindeloze discussies of zelfs oorlogen zouden daar niet om uitgevochten worden? Ik hou het bij het bekorende van dit lichtspel.  Het zet stukjes landschap in de schijnwerper, en ik betrap me erop dat ik probeer te raden waar die stralen de grond raken, welke plaats uitverkoren werd.       Zo zie je maar dat een woordspelletje aanzet kan zijn voor een denkspelletje met woorden.

thomar
6 1

KRISKRAS

Het is woensdag, en dan komen de kleinkinderen ’s middags van oma’s kookkunst genieten.  De macaroni, de gehaktballetjes, de wok, alles zoveel beter dan thuis. Oma slooft zich elke woensdag af om het iedereen naar zijn zin te maken.  Eén voor één verdwijnen ze dan in de loop van de namiddag, niet zonder nog dat dessertje mee te pikken.   Als de laatste belhamel is verdwenen willen wij zelf ook onze zinnen verzetten. Na dagenlang door de ramen naar buiten naar de regen te turen, is het droog.  Droog maar een flink stuk frisser. Niet te kiezen in dit land, of te nat of meteen te fris.  Het brengt ons niet van ons stuk.  We pakken ons goed in tegen de kou, en weg zijn we .  Het jaagpad langs de Schelde laat ons toe om eerst even warm te draaien. Een vriend medicus vertelde me ooit, dat je eigenlijk per jaar van je leeftijd een minuut moet opwarmen, in ons geval dus ruim een uur.  De eerste gure koude besliste daar anders over.  Als je op de fiets vertrekt is het altijd uitkijken in welke richting je vertrekt.  Best tegenwind, dat maakt het makkelijker keren.  Dat blijkt de goede keuze te zijn.  We worden beloond met een oranjerode zonsondergang.    We schakelen snel naar een hogere trapsnelheid om nog warmer te krijgen want samen met de zon valt ook de temperatuur.  We worden net voor zonsondergang beloond met een uniek spektakel.  Duizenden krassende kauwen wervelen rondjes rond een populieren bos in een weide vlakbij. Spreeuwen doen dit vaker, maar van kauwen zag ik het nog nooit. Groepjes van enkele tientallen dat wel, maar duizenden, nee.Ook kauwen blijken echte acrobaten in de lucht en ze draaien in wilde gesynchroniseerde golven rondom de bomen.  Misschien vertellen ze elkaar over de belevenissen van de voorbije dag, de jachtsuccessen, of ruziën ze gewoon voor een slaapplaats in de bomen. Op het moment dat de zon achter de horizon verdwijnt verstomt opeens alle geluid en vallen ze letterlijk neer in de kruinen van de bomen.  Ik stel me voor dat ze hun pluimenkraag opzetten en knus bij elkaar warmte en geborgenheid zoeken.  Het is voor ons ook hoog tijd om te keren.  Thuis zullen we onze inmiddels verkleumde handen warmen aan een hete kop thee of chocolademelk en nog even nagenieten van het wondere spektakel dat we te zien kregen.  Ik vraag me af of ik ’s morgens ook beloond zou worden met een gelijkaardig spektakel bij het eerste ochtendgloren, maar ik heb de moed niet om daarvoor zo vroeg in het duister langs de Schelde naar hun slaapplaats te fietsen.  

thomar
6 0

Notenslag

Al sinds mijn prille jeugd heb ik iets met noten.  Mijn noten verzameldrang zorgt er elk jaar weer voor dat ik in het begin van de herfst tijdens mijn fietstochten langsheen een zorgvuldig uitgestippeld notenbomen parcours de nog groene bolsters ga monsteren.  Dat is belangrijk voor de keuze van mijn ‘moment suprême’, de datum van de notenslag, vast te leggen.  Van zo gauw ik de eerste barsten zie verschijnen stijgt de spanning, verhoog ik de frequentie van mijn inspectierondes, plan ik mijn notenslagdag.  De laatste jaren valt dit moment steeds vroeger in de herfst, wellicht gerelateerd aan de lange droge periodes ten gevolge van de klimaatverandering.  Ik herinner me dat enkele jaren geleden  de herfstvakantie begin november de start was van het gescharrel tussen de bladeren en tengels.  Dit jaar mocht ik al eind september mijn slag slaan.  Ik heb mijn vaste stekken voor die notenstroperij, ver genoeg van ’t stad waar ik de laatste jaren de duimen moest leggen voor groepjes allochtonen die gewapend met stokken en stenen de nog groene onrijpe bolsters uit te bomen proberen te gooien. Nee, geef mij maar die vergeten soms reuze notelaars die eenzaam hun waar staan aan te prijzen en geduldig wachten op die enkele gelukkige scharrelaar.  De bruine nog gebolsterde exemplaren laat ik liggen in de wetenschap dat de kleurstof van de notenschelpen soms nog dagen je vingers bij het pellen verkleurt zoals die van een kettingroker. Bovendien blijken die achtergelaten exemplaren van onschatbare waarde voor onze inheemse fauna.  Ik geniet telkens weer van het vlieg- en breekwerk van eksters, kauwen en kraaien.  Deze vliegende stropers maken er een sport van om met een noot in de bek een steile klim te maken boven een weg of verhard pad, om vervolgens in de top van hun vlucht de noot te pletter te laten vallen, soms keer op keer tot ze openbarst  Met een al even steile duikvlucht haasten ze zich daarna naar hun herfstfestijn. Niet alleen vogels zijn handig in dit notenwerk.  Er zijn nog liefhebbers.  Sinds mijn buurman een dragende notelaar heeft in zijn voortuin, en er zo’n rosse eekhoorn huist in zijn verwilderde tuin, vind ik in het voorjaar notelingen. Dat zijn met het vooruitzicht van mogelijk barre tijden weg gestopte exemplaren in alle mogelijke vergeten potten en bloembakken.  In het voorjaar zijn die notelingen al een paar decimeter groot en met enige droefheid moet ik ze willens nillens verwijderen of ook mijn tuin ondergaat hetzelfde lot. Eénmaal verzameld leg ik mijn oogst te drogen, en tot de volgende notenslag trek ik elke week wat tijd uit om ze te breken en te degusteren, want zo weet ik ‘a nut every day keeps the doctor away”.   Ik deel mijn oogst gul  met de gevleugelde wintergasten in de tuin.  Jaar na jaar op het ritme van de seizoenen voel ik me dankzij de noten heel even jager en stroper. Notenslag : de eerste dag van  mijn nieuwe notenjaarNoten verzameldrang: jaarlijkse terugkerende drang om noten te stropenNotenbomen parcours: parcours langs de mezelf (onwettig) toe geëigende locaties met notelaarsNotenstroperij: het rapen van de noten op bovengenoemde plaatsenNoteling: gekiemde noot met prille stengel, aanzet voor een boom

thomar
3 0