Lezen

Het Kleurloze kasteel (2. inleiding: Tienerzorgen). Jawel, beste lezer, ik drop hier de hele inleiding van mijn 'epos')

Hij sloeg zijn benen rond de pilaar en luisterde aandachtig. Het enige wat hier leefde waren verdwaalde ratten en een zeldzame vleermuis. Die sneden geen touwen door, voor zover Elion wist. Hij trok met zijn tanden één handschoen los, propte die in zijn zak want het waren dure dingen en kauwde besluiteloos op zijn lip. Buiten, aan de grote poort die toegang gaf tot het Kleurloze Domein waren precies geteld elf borden in de grond geslagen, ieder van hen was volgekribbeld. Nog geen uurtje terug was hij langs die borden het Domein binnengedrongen.  Voorbij deze borden: verboden Energie te gebruiken. Overtreders hangen we op.  Dank u voor uw begrip Bij ieder bezoek aan het kasteel lapte Elion de regel aan zijn laars. Vandaag was niet anders dan de andere dagen, maakte hij zichzelf wijs. Knip De knetter, zijn vorm van Energie verlichtte nauwelijks één donkere hoek maar dat was meer dan genoeg. Hij keek op, wreef stevig in zijn ogen maar het beeld veranderde niet: pal boven hem, recht op de balk, precies op de plek waar hij enkele hartslagen eerder had gezeten, wiegden twee voeten heen en weer. Het drong bijzonder snel tot hem door: concurrentie!  En hij hing meters boven de grond, in een bijzonder nadelige positie. Elion sloeg zijn benen rond het touw en begon verwoed te klimmen.  'Hé! Blijf van dat touw... Waaaaa!' Hij zakte prompt nog eens een meter naar omlaag en het koude zweet brak hem uit. Wie het ook was, was overeind gekomen en leunde nonchalant tegen de pilaar, een diepe kap hulde het gezicht in duisternis. 'Komaan, we kunnen de buit gewoon verdelen, ik neem niks mee, ik heb een specifieke opdracht. Wat beneden ligt, is voor jou.' zei Elion zo rustig mogelijk, hij was het niet gewoon om concurrentie te hebben. '….isssssssssss al van mij,' sliste de stem. 'Wat?' Hij zette zich schrap. Vechten was niet zijn grootste kwaliteit, hij was goed met zijn mes maar steevast kleiner dan al wie hem op zijn gezicht wilde slaan. 'Als je ook voor De Liga werkt, dan kunnen we wel iets... Oooooo shit!' Hij zakte nog eens een halve meter waarop zijn gegil beantwoord werd met een zacht, gemeen gniffelen. Elion dwong zichzelf tot kalmte en stuurde de knetter naar beneden. De grond was nog heel ver weg.  De figuur op de balk, Elion kon onmogelijk zien of het een man of een vrouw was, hield het touw moeiteloos in één hand. 'Komaan, we kunnen toch iets regelen? Dit is nergens voor nodig,' smeekte hij wanhopig. 'Laat me alsjeblief niet... Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahhhhhhhh!' Elion viel met een ijzingwekkende kreet de duisternis in. Hij smakte hard tegen een meubelstuk voordat hij de grond raakte. De pijn schoot door zijn schouder en hoofd alvorens het zich verspreidde in zijn hele lijf. Witheet en aan een rotvaart. Hij hoorde ergens iemand jammeren, het was een bijzonder triestig geluidje dat hem vaag deed denken aan de verloren gelopen pup van een donkerdas. Hij had het beestje in zijn trui gewikkeld. Cornélia had het daarna in een emmer verdronken. Zo klonk het. Zo klonk hij, besefte Elion en hij klemde zijn kaken op elkaar. Zijn knetter doofde uit.  'Auw.' Hij hees zich op zijn knieën overeind en wreef in zijn ogen. Het was aardedonker.  'Smeerlap! Lafaard! Laat jouw gezicht zien, klootzak! Ik had wel dood kunnen zijn!' brulde hij boos naar boven, ziekelijk opgelucht dat hij niks gebroken had. Hij bleef nog een hele poos razen en schreeuwen, tot zijn handen ophielden met trillen en kreeg toen pas aandacht voor zijn omgeving. Tot zijn grote verbazing brandde er een gezellig licht in de zaal, die netjes was aangekleed en knusjes bemeubeld. Hij zou durven zweren dat hij enkele meubelstukken herkende uit zijn favoriete kroeg. Elion kwam overeind, trok zijn overige handschoen uit en draaide een toertje rond zijn as. 'Euh, hallo? Is er hier iemand?' 'Natuurlijk niet, al eeuwen niet meer. Je bent met je hoofd tegen de stoel geslagen,' sprak een warme stem. Er zat een jongeman in kleermakerszit op het tapijt.

Kat.
0 0

Het Kleurloze Kasteel. (1.Inleiding: Tienerzorgen)

Hoe groot is de kans dat ik zal sterven voor de komende oogst, vroeg Elion zich af terwijl hij geluidloos een loodzware doorweekte bundel stro optilde en tegelijk de dagen telde die hem nog restten voordat hij, met een zeis over de schouder, op een modderig veld werd verwacht. Vier dagen, het was een eenvoudige rekensom. De kans op een ingrijpende gebeurtenis, de eerstkomende vier dagen was klein. Na deze nacht stond er niks meer op zijn planning behalve richting 'boerenbuiten' reizen. Hij zag er tegenop en vervloekte het moment waarop hij had toegestemd met het stomme plan om zijn broer te helpen met het binnenhalen van de laatste oogst. Elion legde inmiddels de tweede losse bundel stro behoedzaam op de eerste. 'Ooemf.' Zijn voet schoof weg op het spekgladde dak en het koude zweet brak hem uit. Hij zette het beeld van zijn nabije toekomst aan de kant, hier en nu vroegen om al zijn aandacht. Na drie bundels was het gat groot genoeg. Hij klopte tevreden op zijn strakke buik: de enige reden waarom hij niet dik wilde worden, was dit. Hoe dikker de dief, hoe groter het gat, hoe meer er gewerkt moest worden, zo had Alex hem van jongs af geleerd. Elion controleerde zijn stapeltje bundels, bij zijn vertrek kon hij de ingang gewoon weer afdekken. 'Netjes.' Hij was tevreden: ondanks het pokkenweer liep alles bijzonder vlot. Hij manoeuvreerde zich zodanig dat hij plat op zijn buik lag om door het vrijgekomen gat naar beneden te kijken. De lucht die opsteeg was wak, met de zoete geur van talloze schimmels. Elion trok zijn sjaal voor zijn gezicht. Hij snoerde zijn rugzak stevig aan en liet zich behoedzaam door het vrijgemaakte gat in het dak zakken. Hij bengelde secondelang in de leegte, voordat zijn voeten houvast vonden op een dikke, houten balk. Hij ademde uit. En liet zijn handen voorzichtig los. De balk kreunde ontevreden maar maakte niet onmiddellijk aanstalten doormidden te breken. Hij zette zijn muts af en woelde door zijn natte haar tot het alle kanten opstond. Hij had vrije oren nodig, ook deze wijze les had hij meegekregen op zijn eerste inbraak ooit in het Kleurloze Kasteel. Ogen waren hier niks waard. Hij hurkte neer en wachtte geduldig tot het kraken wegtrok: de balk legde zich, met een beetje tegenzin, neer bij Elions gewicht.  Twee minuten waren voorbij, de volgende twee spendeerde hij met rondkijken in de duisternis. Alert voor de kleinste verandering sinds zijn vorige bezoekje hier. Dit was zijn laatste keer in naam van de Dievenliga. Falen was geen optie. Rondom hem voelde alles aan zoals altijd: leeg, doods, stoffig met ergens een kleine stip van Energie, waar hij de de bron niet van wilde kennen. Hij kwam overeind, balanceerde over de balk tot aan een massieve steunpilaar en bevroor: een ijskoude huivering kroop langs zijn rug, alsof iemand in zijn nek had geblazen. 'Getver,' fluisterde hij. 'Niet het moment om jezelf bang te maken. Je verliest tijd, stomkop.' Zeven minuten waren er intussen voorbij. Het was een verhaaltje, een soort van legende. Zo een verhaal dat iedereen wist, ondanks het feit dat de getuigen ervan het niet konden navertellen. Elion had nooit gesnapt hoe dat in zijn werk ging maar hij was niet van plan om de betrouwbaarheid ervan te testen. Inbreken in het Kleurloze Kasteel werd aangeraden tussen half drie en drie uur in de nacht, om confrontaties met eventuele spoken, geesten en andere onsympathieke, op bloed beluste aanwezigheden te vermijden. Hij zette zijn innerlijke klok op 23 minuten. Elion was geen negentien geworden door roekeloos te zijn en hij was vast van plan om de twintig te halen. Hij viste een paar op maat gemaakte handschoenen uit zijn broekzak, schoof zijn rugzak op één schouder en zocht de bundel touw. Beide uiteindes waren verzwaard met een metalen laagje. Elion hurkte neer en legde een stevige lus rond de balk, het hout sidderde onder zijn voeten voordat het luid kraakte. Het gekraak, vals en oorverdovend luid in de volkomen stille zaal, deed hem ineenkrimpen. 'Stttt,' fleemde hij poeslief. 'Sttt, ik ben zo terug weg.' Hij liet het touw langs de balk naar omlaag zakken, het gleed doorheen zijn handen, langzaam de diepte in. Elion maakte geen haast, sommige dingen vroegen tijd, hij was een grote voorstander van een goede voorbereiding. In gedachten legde hij de weg af naar twee oude kasten, met deuren van zwart glas. Dat waren precies negen stappen, had hij uitgerekend, en zijn doel voor deze nacht. Daarna, als hij nog drie minuten overhad, zou hij een spurtje maken naar de boekenkast, tegen de muur. Hij kwam hier regelmatig om boeken op te halen, jaren geleden al had hij zijn oog laten vallen op de boekencollectie van wijlen Azamerik de Boze, die gekend stond als analfabeet maar graag deed alsof. De collectie was indrukwekkend, stuk voor stuk waren die boeken een fortuin waard en het doorverkopen ervan was Elions grootste bron van inkomsten. Smokkelen, tijdens een opdracht van de Liga maar zonder Cornélia's toestemming, was strikt verboden maar Elion had, vlak onder haar neus een stevig spaarpotje aangelegd. De tijd was rijp om uit de Liga te stappen en voor zichzelf te beginnen.  Elion fantaseerde een poosje over het moment waarop hij Cornélia, zijn bazin, de zak met geld zou overhandigen. Hij had genoeg bij elkaar gespaard om zichzelf uit de Liga te kopen en schuldenvrij opnieuw te beginnen. In een verloren boerengat, duidelijk. Hij hoorde de zachte 'tik' van het metalen uiteinde: het touw had de vloer bereikt. Elion glimlachte tevreden, tot hier liep alles netjes op schema. 'Dit is de laatste keer,' mompelde hij, voordat hij, als een duiker die onder water verdween, automatisch zijn adem inhield. Hij gleed geluidloos van de balk, schommelde wat heen en weer tot zijn voeten de pilaar vonden en hopte zo langzaam naar beneden. Hier was hij voor gemaakt, niet om tarwe te zaaien of binnen te halen, dacht hij somber terwijl hij centimeter voor centimeter naar beneden gleed. 'Kssjjj....ksjjjjj...' Er klonk een akelig schurende geluidje, recht boven zijn hoofd.  'Wow!' Het touw zakte abrupt enkele centimeters. De schok daarvan benam hem de adem. 

Kat.
0 1

Een paradijs met klootzakken

God schiep een paradijs en in Haar oneindige goedheid besloot Zij dat alles er mocht zijn. Ze blies in elke mogelijke bestaansvorm bewustzijn, alsook voorzag Zij elk wezen van een vrije wil. Zowel het duister als het licht kreeg een plaatsje, in Haar hart was er altijd plaats voor beide, daar Zij volledig vrij van oordeel was en gevuld met onvoorwaardelijke liefde. Alles wat Ze schiep, was op een ingenieuze manier met elkaar verbonden. Het was een beweeglijk geheel van komen en gaan, van creëren en vernietigen en van liefde en angst. En zo vonden hardheid en zachtheid aarding in dezelfde bodem. De Moeder zag hoe pure liefdevolle wezens werden getergd door kwaadaardige creaturen. En hoe er uit zulke confrontaties nog meer bewustzijn groeide. Zij deed niets dan alles in zijn volledigheid laten bestaan en genoot van de oneindige veelzijdigheid waaruit Haar creatie bestond. Met goddelijk mededogen aanhoorde Zij de ontelbare smeekbedes van de wanhopige wezens die hun armen ten hemel richtten. Vragend waarom Zij zo onverschillig scheen te zijn tegenover al dat leed. De absolute en alles omvattende liefde van God, geheel neutraal en vrij van enige voorkeur of weerstand, werd dus verward met onverschilligheid. Zij voelde geen aandrang om deze misvatting recht te zetten, want wist dat wanneer het bewustzijn zou blijven groeien dit inzicht vanzelf zou verschijnen. Het was niet zo dat God nooit sprak met haar kinderen. Dat deed Ze wel en zelfs quasi constant. Maar Ze koos ervoor om enkel zacht te fluisteren. Want ze wou dat Haar kinderen aandachtig leerden luisteren. Ook liet Zij zich niet zien, maar wel voelen. Als een observerende aanwezigheid in elk atoom. Ieder die de Moeder niet voelde en Haar bestaan zelfs ontkende, woonde even warm in Haar hart als elkeen die haar eerde. Omdat alle verderfelijke en vernietigende krachten van evenveel ruimte en creatiekracht genoten, gingen veel zachtaardige wezens gebukt onder de grootsheid van die onvoorwaardelijke liefde van de Moeder. Ze schreeuwden hun ongenoegen uit. Ze noemden Haar meedogenloos en hard. Zagen geen rechtvaardigheid noch evenwicht. Pijn leek immers veel uitdrukkelijker door te wegen dan vreugde. ‘Moeder,’ zeiden ze. Laat alstublieft het licht zegevieren! Verlos ons van het kwade!’ Terwijl ze dit uitspraken, voelden sommigen onder hen dat dit verlangen het einde van alles wat ze kenden en van zichzelf inhield. Want het duister kon nooit volledig verdwijnen zonder het licht mee te nemen. Er was slechts de keuze: bestaan in dualiteit of niet bestaan. En dus nuanceerden sommigen: ‘Moeder, geef ons de kracht en inzichten om in vrede en gezondheid te kunnen leven te midden van het duister.’ Dat ze reeds over die kracht beschikten. En dat de gevraagde inzichten voortkwamen uit het contact met het duister, fluisterde ze heel zacht. Het duister was daar ten dienste van het licht. Het bood de kortste weg naar verlichting. Telkens wanneer het duister van schemering overging naar zwarte massa, werd het licht aangemoedigd om feller te schijnen. Het vergeten van de Moeder stond ten dienste van de herinnering aan haar, hoe vreemd dat ook mocht klinken. De vernietiging van schoonheid gaf alleen maar meer waarde aan Haar bestaan. ‘Fuck that!’ riepen de experts in kommer en kwel. ‘Wij willen leven en niet overleven! Laat ons groeien en stralen op een manier die niet zo’n pijn doet! Kunnen wij onszelf niet ontplooien in een paradijs zonder klootzakken? Er moet toch een andere mogelijkheid zijn?!’ En jazeker, andere mogelijkheden waren er. Oneindig veel zelfs. De Moeder had ze allemaal geschapen en Ze aanschouwde, enthousiast als een kind, hoe deze zich als een kleurrijke caleidoscoop voor zich ontvouwden. Hoe ze zichzelf heruitvonden en transformeerden. Absoluut perfect op elkaar aansluitend en elkaar aanvullend. Als je al het verdriet, onmacht en pijn zou wegnemen, zou dit goddelijk kunstwerk gaten vertonen en in elkaar storten. De Moeder had nooit gewild dat Haar kinderen iets ontbraken. En als er niets ontbrak, dan was werkelijk alles er. Ook intenties die liefde wilden smoren. De antwoorden van de Moeder waren als dunne dekentjes voor Haar rillende kinderen. Sommigen onder hen ontdekten gestaag hoe ze zich konden laven aan het warme licht in zichzelf. Anderen bleven tasten in het duister, waar ze ook uiteindelijk altijd iets bruikbaar vonden, al was het maar iets kleins. En ze leefden nog relatief lang en gefragmenteerd gelukkig in het paradijs waar alles mogelijk was.

KarolienDeman
13 0

VOORSTELING ACT I

    ACT I een FLITS die de donkere zaal met een flits in een helder wit licht doet baden, zo wit dat de witheid een nevel veroorzaakt, die de toeschouwers omringt. FLACH;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;applaus;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;   white separate atwhite apartments color witkleurniets aan de murenniets in de hand kleur witniets aan de muren niets die de geest kan verstoren grijsgrijze hersencellendoor nietsverstoord ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ H;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/;white separate at, white separate at, white separate at, white separate at, white separate at, white separate at, \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ white separate at, white separate at,;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O white separate at, white separate at, /;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;; Mag ik u voorstellen aan mijn muzikant, met wie ik al jaren bevriend ben. Toen ik hem leerde kennen, speelde hij op vele instrumenten op een geniale manier waardoor ik stil werd van bewondering. Hij speelde zo mooi dat iedereen zijn adem inhield en geraakt werd door de gevoelens die hij met zijn spel wist op te wekken. Voor hem was wat hij deed zo simpel en gemakkelijk dat hij er verveeld van werd. Maar op een dag besloot hij smid te worden en zijn vingers, die met zoveel passie piano speelden en basgitaar verminkten, werden nu dagelijks gebruikt in het dagelijkse leven. In zijn cultuur, die gelukkig steeds minder aanhangers telt, is muziek niet voor mannen. IJzer smeden, het liefst met de blote hand, dat is hun lust en hun leven. Hij werd meegesleurd door de atletische waan en de moordende competitiedrang. Maar ik heb hem kunnen overtuigen om terug te keren naar de muziek. Met een simpele joint, haha. Een miezerige joint deed zijn werk en vernietigde het werk van de huidige moraalridders. Gelukkig is hij nu weer onder ons en is zijn dagelijkse joint zijn religieuze plicht geworden. Ik ben blij dat hij niet verslaafd is geraakt aan een religie of sekte waarin hij andere mensen zou moeten leren haten. Of erger nog, dat hij een sportman zou worden die opgehitst wordt om bevelen op te volgen en zijn gezonde leven op het spel zet. Mijn muzikant komt uit die cultuur en ik ben blij dat hij gered is. Vanavond zullen zijn vingers de toetsen en bassen weer strelen als vanouds. Mag ik daarom een applaus voor hem vragen?   ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;; color ;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ color  \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ kleur witniets aan de muren niets die de geest kan verstoren \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \ grijsgrijze hersencellendoor nietsverstoord grijsgrijze hersencellendoor nietsverstoord -\O/\O/ \O/ \O/ ;………………GRIJS;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS VVVVV;………………GRIJS VVV;………………GRIJS V;………………GRIJS V;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;……………… ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ;………………GRIJS ……;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;'Ï';;;;;;;; ;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;\/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;'Ï';;;;;;;; ;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;'Ï';;;;;;;; ;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;Ï;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;-i*FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; ;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ ;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-\O/\O/ \O/ \O/ ;;;;;;;;;;;;;;OOOOO;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;iiiiiii;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;\-O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O\O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;'Ï';;;;;;;; ;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; FLACH;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;; \-;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;O/;;;;;;;;;;;\;O;/;;;;;;;;;;;\O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \O/ \/O/ \/O/ ;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;\O;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;   foto VERF ED : DAG NA ZUIVERHEID T.A.V. SENNE 

verf ed
0 0

De poortjes stonden open

De poortjes stonden open.   Doordrijver die ik was Zette ik voet op niemandsland Aangespoeld op het eiland van de verstotenen De kwallen vroegen zich af Waar die nieuwe lading voedsel vandaan kwam Het was zomaar komen aanspoelen Op een strand zo veilig als het krabbenhol Een zee vol haaien Ach, het leven loopt wel los, dachten ze Maar wat hadden ze zich vergist Levenslust spoel je niet weg Het vermenigvuldigt zich met elke traan Gesmolten in zee Het groeit gestaag uit tot één élan, Een vuur dat niet te blussen valt Het eiland zal wel verlaten geweest zijn En onherbergzaam En net niet was er het wrak van een schip te vinden Dus geen schipbreukelingen Of mede-overlevenden Behalve de kwallen Stond er niemand van het welkomstcomité Zoals de naam het al zegde Want het was een niemandsland En de verstotenen hadden Elkaar verstoten Nu hadden hun lijven gezamenlijk het eiland Hoog boven het water verheven Want je moest ‘ns weten Één levenslustige was aangespoeld Ze beraadslaagden, de lijken, of ze deze ziel In leven moesten houden Opgegeten door kwallen Kwamen ze tot een besluit De verstotenen verenigden zich in een vakbond, De VVHN, de verstotenen van het niemandsland En niemand, echt niemand minder dan ik Werd hun voorzitter Voor het leven benoemd De kwallen werden geknecht Ze moesten vanaf nu af en aan zwemmen Met feestschotels, het was een zeebanket En ik, die nimmer kwallen had, Bedankte voor de eer Een huis kon hier niet gebouwd worden Zelfs geen hutje op palen Ik was veroordeeld tot verstotenheid En een zeebanket Elke dag buiten en elke dag vis Het was een gezond leven, dàt wel.

HildeA
4 0

De drie krijgers en de verloren stad

Het verhaal begint in het Kyushu Historical Museum dat nu geen museum is maar een trainingskamp om een krijger te worden als je een echte meester erin bent geworden. Er waren drie broers die deze droom wilden waarmaken. Tom, Julius en Kasper. Ze moesten taken doen van hun meester die hen leerde om een krijger te worden. Zoals houthakken in de bossen, de meester zijn kleren wassen. Zo ging het er elke dag aan toe. Op een dag werden ze het zat en vroegen ze wanneer het echte werk kwam.De meester zei dat ze op zoek moesten naar iets niet zo ver hiervandaan. Het was ergens in het bos dat ze moesten zoeken waardoor ze in een andere wereld terechtkomen. Toen verdween hun meester, hij vervaagde.Ze moesten het nu zelf uitzoeken. Ze waren nu onderweg in het bos. Tom en Kasper hadden geen idee welke weg ze op moesten dus ze volgden Julius die het wel wist. Ineens waren ze omsingeld door papegaaien. Maar Tom had een net om hen te vangen, zo konden ze verder zonder dat er papegaaien achter hen aan zaten. Onderweg vonden ze een hol. Ze sprongen erin en kwamen in een nieuwe wereld terecht. Die wereld was onbewoonbaar. Dus de broers hadden dit voor hen alleen. “dachten ze”. Want twee maanden later, toen ze het al wat hadden ingericht met alles dat ze er vonden, kwam er plots iets in hun wereld. Iemand had hun onbewoonde plek gevonden, die persoon wist veel over de verloren stad waar ze waren. Dus hij leerde hen kennen en vertelde dat hij hier ook plots was terechtgekomen. Hij was alleen de weg kwijt. De drie broers vroegen of hij hun kon trainen om krijger te worden.  Dus hij deed dat, want hij wou niet dat ze faalden. Ze leerden elke dag iets. De ene na de andere werd er sterker in. Op een dag waren ze er klaar voor en werden ze tot krijger genoemd. Ze konden hun eigen weg op, ze bleven in groep. Hun doel was om krijger te worden en de natuur te beschermen dus sommige dagen gingen ze ook terug naar het bos om te kijken of er geen sluikstorters waren want de nieuwe persoon vertelde hun dat er op dit moment veel sluikstorters waren. Dus ze moesten het vuil maar bij hem brengen. Hij had toch verschillende vuilbakken staan in de verloren stad waarvan ze nog niet wisten. Ze bleven bij de nieuwe persoon wonen die ze hebben leren kennen in de verloren stad. Het was een soort vader voor hen. Zo leefden ze nog lang en gelukkig. Einde.  

ikbenboris
3 0

Bosbeest

 Het is zaterdagavond en Laura zit ,zoals elke avond, weer eens alleen op haar kamer. Ze zit op de vensterbank en staart naar buiten. Het regent pijpenstelen. Af en toe is er een donderklap te horen en verlicht een bliksemschicht de hemel. De bomen van het bos ,die net achter het huis ligt, dansen samen heen en weer geleid door de strakke wind. Het is net alsof ze mee bewegen op de muziek die in haar kamer speelt. Dat zou wel kunnen want de muziek staat zo luid dat die waarschijnlijk wel tot daar te horen is. Niet dat ze zo verschrikkelijk fan is van de band die op de radio speelt. Maar zo hoort ze het geroep en geschreeuw niet in de kamer naast haar.  Laura haar vader stierf toen ze 8 jaar oud was. Hij was onderweg naar huis met zijn motor na een lange werkdag, toen een dronken chauffeur het rode licht negeerde aan het kruispunt en hem vol in de zij aanreed. De bestuurder reed in volle paniek aan hoge snelheid verder. Hij werd later die avond nog opgepakt en opgesloten maar voor haar vader kwam alle hulp te laat. Hulsthout is een zeer landelijk gelegen dorpje met weinig inwoners. Het was al na 21u toen het ongeval gebeurde en op dat uur van de dag is er hier niet veel geen beweging meer op straat. Het duurde dan ook nog meer dan een uur eer iemand zijn motor aan de kant van de straat zag liggen. Haar vader zelf lag 20 meter verder in de weide.  Nu 5 jaar later denkt ze nog elke dag aan hem. Ze had haar moeder nooit ongelukkig gezien, laat staan dat ze haar ooit had zien wenen.  De eerste maand na het overlijden van haar vader huilde Laura bijna elke avond in de armen van moeder tot ze er bij in slaap viel. Tijd heelt alle wonden zeggen ze. Maar ondertussen wist ze dat dit geen waar was. Tijd heelt geen wonden, ze maakt ze alleen dragelijker. Laura leefde nog altijd met de wonde die het gemis van haar vader was. Ze begreep dan ook niet hoe haar moeder zo gemakkelijk verder kon met haar leven. Zo leek het toch tenminste. Na amper een week ging ze terug gaan werken. Hoe kon ze dit zo snel terug doen? Voor Laura zelf leekt het allemaal zoveel moeilijker te gaan. Niemand leek de pijn die ze had te begrijpen. Ook op school werd liep het allemaal niet zoals het zou moeten. Ze voelde zich alsmaar minder begrepen. Ze kon nog altijd niet begrijpen hoe anderen konden lachen en plezier maken terwijl haar vader gestorven was. Ze zonderde zich dan ook meer en meer af. Ook na schooltijd liep ze alsmaar meer alleen naar huis. Ze wou dat ze iemand had die wist wat zij voelde. Iemand die haar begreep.  Ondertussen is het bijna een jaar geleden dat Max bij hen is komen inwonen. Max was een collega van haar moeder. Laura wist wel al dat haar moeder een nieuwe vriend had maar had nooit verwacht dat die na een maand al bij hen zou komen inwonen om daar de plaats van haar overleden vader te komen innemen. Laura was woedend toen haar moeder heel vrolijk het nieuws kwam vertellen. Hoe kon ze!! Waar zat ze met haar gedachten? Hoe kon ze haar dit aandoen! Laura rende huilend de tuin in, liet haar al snikkend op haar knieën vallen en begroef haar gezicht in haar handen. Oh wat haatte ze haar moeder op dit moment! Was ze de man van haar leven dan al helemaal vergeten? Hoe kon ze het in haar hoofd halen om van een andere man te gaan houden? Een paar seconden later kwam haar moeder haar achterna de tuin in gelopen. Maar Laura wilde haar niet zien. Ze stond op, liep naar het eind van de tuin, sprong over de omheining en liep rechtdoor het bos in. Achter haar hoorde ze haar moeder haar naam roepen maar Laura keek niet achterom en bleef lopen. Omdat ze zeker wilde zijn dat haar moeder haar zeker niet zou vinden, moest ze van plan zijn om haar achterna te komen, ging Laura van het pad af en liep tussen de bomen verder het bos in.  Minutenlang liep ze tussen struiken door, ontweek ze bomen en sprong ze over rondslingerende takken. Op een kleine open plek tussen de bomen kwam ze tot stilstand. Ze keek achterom maar daar was niemand te zien.  Ze zette zich neer op een boomstronk en liet haar hoofd hangen. Nooit wilde ze nog terug naar huis!  ‘Waarom huil je kleine meid?’  Laura schrok en keer paniekerig om zich heen.  ‘Wie is daar? Doe mij alsjeblieft geen pijn! ‘  ‘Geen schrik kleine meid. Ik ben wie je maar wil dat ik ben. Ik kan groot zijn maar ook klein. Ik kan je beste vriend zijn, maar ook je ergste vijand.’ De zachte onbekende stem kalmeerde Laura beetje bij beetje.  ‘Als ik toch mag kiezen heb ik liever dat je groot bent en mijn beste vriend. ‘ ‘Zoals u wenst jonge dame,’ lachte de onbekende stem.  Voor haar ritselde er bladeren en van tussen de bomen kwam er een gigantisch groot beest tevoorschijn.    Weken en maanden gingen voorbij. Max woonde nog altijd bij hen in maar van “de lieve attente man”, zoals haar moeder hem voorstelde, was niet veel meer over. Blijkbaar had hij een berg gokschulden en kon hij maar moeilijk de dag doorbrengen zonder, op z’n minste, 1 fles whisky leeg te drinken. Na een maand verloor hij z’n job en vulde hij z’n dagen enkel nog met in de zetel liggen of met op café zitten. Laura leefde haar dagen op haar kamer. Ze moest hem niet van dag één en hoe langer hij er was hoe meer ze hem ging haten. Ze zag ook wel dat haar moeder er niet gelukkiger van werd. Ze had ondertussen een extra job aangenomen. Ze hadden het voordien al financieel niet gemakkelijk. Maar nu dat Max er woonde en geen inkomen had was het nog moeilijker. Het duurde dan ook niet lang voor er ruzie van kwam. Eerst was dat enkel wat roepen. Later ging dit over in gooien met spullen. En de laatste weken had ze haar moeder al enkele keren gezien met blauwe plekken op haar armen, benen en in haar gezicht.   Zowat elke avond ging ze onmiddellijk naar haar kamer na het eten om er niet meer uit te komen tot ‘s anderendaags als het tijd was om naar school te vertrekken. Wanneer er weer eens ruzie was, vluchtte ze via haar slaapkamerraam de tuin in, om zo het bos in te rennen naar de open plek. Daar kon ze uren blijven praten met haar bosbeest. Ze kon er geen gepaste naam voor vinden en daarom had ze hem maar Bosbeest genoemd. Eindelijk had ze iemand gevonden die haar leek te begrijpen en het was net alsof hij voelde wat zij voelde. De laatste tijd was ze meer en meer naar de open plek gevlucht. De ruzies waren nu bijna dagelijkse kost en Laura had haar moeder nu al verschillende keren horen huilen van uit haar kamer.    Ook deze avond was niet anders. Laura zat in haar kamer terwijl aan de andere kant van de deur weer eens ruzie werd gemaakt. Door het barslechte weer kon Laura het bos niet in en had ze dus maar de radio keihard gezet zodat ze het getier en geroep niet hoefde te horen. Plots werd er keihard op de deur gebonkt.  ‘Zet die verdomde muziek stiller!’ Het was Max.  ‘Hey! Ben je doof? Zet die muziek stiller!’ Weer klonk er gebonk. De klink gaat hevig op en neer en de deur trilt in z’n scharnieren.  Verstijft van de angst blijft Laura muisstil zitten op de vensterbank. Even lijkt het alsof hij het opgeeft en haar gerust laat.    Luid gekraak weergalmd door de kamer en met een hevige knal vliegt de deur open. Max staat in de deuropening en heeft een grote voorhamer in z’n handen. Z’n ogen staan wijd open en z’n kop is bloedrood.  ‘Muziek stiller zei ik!’ Hij tilt de hamer boven zijn hoofd en met een welgemikte zwaai slaat hij de stereo, die ooit nog van haar vader was geweest, in duizend stukken. De muziek stopt onmiddellijk en de kamer vult zich met een ongemakkelijke stilte.  Max kijkt Laura recht in de ogen.  ‘Ziezo. Veel beter.’ zegt hij en draait zich om.  Laura’s ogen lopen vol. Hoe kon hij? Ze kijkt hem aan terwijl hij haar kamer uit slentert. Ze kookt van woede. Zonder nadenken springt ze van de vensterbank en al schreeuwend loopt ze hem achterna.  ‘Jij ellendige nietsnut. Die stereo is nog van m’n vader geweest wie denk je wel dat je bent?!‘ Wild begint ze op hem in te slaan.  Hij schrik even, maar zonder veel aarzelen geeft hij haar een harde klap in haar gezicht. Laura valt achterover, schud even haar hoofd heen en weer en proeft hoe een bloedsmaak haar mond vult. Haar lip is direct gezwollen en begint onmiddellijk te gloeien. Maar het kan haar niet schelen. Ze springt weer recht en loopt weer naar hem toe. Maar net als ze hem naar zijn nek wil springen krijgt ze een nieuwe klap in haar gezicht. Deze keer had hij met z’n vuist vol in haar gezicht geslagen. Versuft blijft ze op de grond liggen. Haar oogkas is gebroken en haar wenkbrauw ligt helemaal open. Bloed gutst uit de wonde terwijl ze snikkend op grond ligt. Op de achtergrond hoort ze Max haar allerlei verwijten toeroepen maar ze verstaat er maar weinig van. Even denkt ze dat hier aan haar einde komt. Straks neemt hij de hamer en slaat hij haar hoofd in duizend stukjes. Zoals hij met haar stereo had gedaan. Maar zover komt het niet. Ze hoort haar moeder luid tekeer gaan en op het moment dat Laura haar omdraait om te zien wat er gebeurt, ziet ze hoe haar moeder een klap krijgt van de zware hamer op haar been. Gillend van de pijn zakt ze in elkaar. Laura staat recht en strompelt weer haar kamer in, trekt het raam open en laat haar over de vensterbank naar buiten glijden. Nog altijd valt de regen met bakken uit de lucht. Maar dat deert haar nu niet. Het is pikkendonker. Ze ziet amper een hand voor ogen maar deze weg heeft ze al zovele keren afgelegd dat ze de route met gesloten ogen zou kunnen afleggen.  Aangekomen op de open plek valt ze uitgeput en kapot van de pijn in de grond. Bosbeest komt haar snel tegemoet gelopen en helpt haar met een van z’n sterke poten recht. Maar ze is te zwak om recht te blijven en zakt weer door haar benen. Net voor ze het bewustzijn verliest hoort ze een gegrom. Een gegrom dat alsmaar sneller wordt. Net een wilde stier net voor hij de rode vlag gaat aanvallen. Dan een hels gejank, gebrul of wat het ook mag zijn. Dan sluit ze haar ogen en gaat het licht bij haar uit.    Als Laura wakker wordt schijnt de zon. De wind is gaan liggen en de vogels fluiten uit volle borst. Het lijkt alsof er een vrachtwagen over haar hoofd heeft gereden. De felle zon in haar ogen helpt niet en krampachtig knijpt ze haar ogen dicht. Ook dit doet verschrikkelijk pijn. Ze ligt nog altijd op de open plek. Achter haar klinkt geritsel. ‘Bosbeest? Ben jij dat? ‘ Van tussen de bomen komt Bosbeest naar haar toe.  ‘Geen schrik ik ben het. ‘ Hij stapt op haar af en legt z’n grote poot boven op haar hoofd.  ‘Auww!! Wat doe je? Dat doet pijn!!’ roept ze. En weer verliest ze het bewustzijn.  Hij heft z’n poot op en kijkt haar nog eens aan.  ‘Dag Laura’ Hij draait zich op en verdwijnt tussen de bomen.    Wanneer ze terug bij bewustzijn komt ligt ze nog altijd op de open plek in hebt bos. Verdwaast kijkt ze om haar heen. ‘Bosbeest! Bosbeest! Waar ben je?’   Als ze probeert op te staan beseft ze dat de pijn in haar gezicht is verdwenen. Dit kan toch niet! Met beide handen tast ze haar gezicht af maar van haar verwondingen is niets meer te merken. Alsof die er nooit geweest waren. Je zou bijna denken dat ze dit allemaal maar gedroomd had. Vol vragen vertrekt ze naar huis. Op zoek naar antwoorden. En vooral hopend dat haar moeder ok is. Maar als dit maar een droom was, dan zal ze wel ok zijn.  Laura wandelt het gekende pad af naar huis. Als ze aankomt in de tuin ziet ze dat haar slaapkamerraam nog open staat. Ze loopt er heen en springt door het raam naar binnen.  Het was geen droom. De vloer ligt nog steeds bezaaid met houtsplinters van de deur en ook  haar stereo is nog altijd vernield.  ‘Mam?’ ‘Maaaaam!’ ‘Mam waar ben je? ‘ Ze loopt de kamerdeur uit en kijkt in het rond. Er is niemand te zien. Voorzichtig loopt ze verder door het huis. Het is er stil , te stil. Net zoals in die enge films, die ze soms ziet op tv, verwacht ze dat elk moment Max van achter de hoek kan springen. Maar als ze achter de hoek kijkt is er iemand te zien. Recht over haar is de slaapkamer van haar moeder. De deur is dicht. Schoorvoetend loopt ze naar de deur. Ze ziet dat hij niet helemaal in het slot zit en duwt hem open . Haar mond valt open en ze houd haar 2  handen voor haar mond om een gil in de kiem te smoren. Heel het bed ziet donkerrood en ook op de vloer ligt er een hele plas bloed. Max ligt op het bed. Zijn oogkas is gebroken en zijn lip is helemaal gezwollen. Net zoals zij had, voor dat Bosbeest haar genas. Als ze dichter bij het bed komt ziet ze dat zijn beide knieën verbrijzeld zijn en dat er een groot gat in zijn ribbenkas zit. Aan de andere kant van het bed ziet ze haar moeder liggen. Vlug rent ze naar haar toe.  ‘Mam! Mam! Kom op mam. Laat me niet alleen achter!  De tranen stromen uit haar ogen terwijl ze haar moeder heen en weer schud. Ze neemt haar pols vast op zoek naar een hartslag. Maar nog voor ze een polsslag vind voelt ze hoe de vingers van haar moeder haar arm vast neemt en ziet ze hoe haar moeder haar ogen opent.  ‘Mam , je leeft nog!’ Laura grijpt haar stevig vast en huilt met luide snikken terwijl ze haar hoofd op de schouder van haar moeder legt.  Nog niet goed wetende wat er allemaal gaande is kijkt ze in het rond. Ze ziet het rode bed naast haar en de plas bloed op de grond.  Als Laura wat gekalmeerd is duwt ze haar voorzichtig van haar af zodat ze op kan staan. Ze schrikt van het afgrijselijke beeld van Max die zwaar toegetakeld op het bed ligt en grijpt stomverbaasd naar haar eigen benen en ribbenkas. Ze begrijpt er niets van. Toen Laura weggelopen was had Max zijn woede op haar uitgewerkt en haar nog een extra klap op haar ander been gegeven. Toen ze, kermend van de pijn, hem nog verweet voor nietsnut had hij haar nog een klap in de ribben gegeven met de hamer. Ze herinnerde zich nog levendig hoe de punt van de hamer in haar zij bleef zitten. Verder dan dit herinnerde ze zich niets meer.  Ze pakt Laura’s hand en lopen de kamer uit. Toen pas viel het hen pas op dat er vanuit Laura’s kamer een spoor van moddervlekken liep naar de andere kamer.  Laura hoefde niet lang na te denken. Bosbeest was hen komen helpen.  Ze stapte haar kamer binnen en keek door het raam . Buiten is het opvallend stil. De vogels die anders zo vrolijk fluiten lijken een pauze ingelast te hebben. Plots ziet ze de bomen en struiken voor haar bewegen. Bosbeest steekt z’n grote kop tussen twee bomen door en kijkt Laura recht in de ogen aan.  Ze wil hem roepen en naar hem toe lopen. Maar het is net alsof ze in een standbeeld is veranderd. In haar hoofd klinkt zijn stem. ‘Hey kleine meid. Ik moet je jammer genoeg verlaten. Jij en je moeder zullen het verder wel redden. Er zijn nog andere kinderen die ik moet gaan helpen. Maar wees niet bang, de open plek in het bos zal altijd onze plek zijn. Als je het moeilijk hebt kom je maar naar daar. Vaarwel kleine meid. ‘ Ze voelt haar lichaam terugkomen en ziet hoe Bosbeest met z’n grote poot naar haar zwaait. Voor het eerst sinds lang komt er weer een glimlach op haar mond.  ‘Dank u voor alles Bosbeest. Ik ga je nooit vergeten.’, zegt ze stilletjes terwijl ze naar hem terug zwaait.  Dan verdwijnt hij terug tussen te bomen en onmiddellijk gaan de vogels weer aan het fluiten.  Laura gaat naar de keuken waar haar moeder aan de keukentafel zit met een hete kop koffie voor zich. Ze geeft haar een dikke zoen op haar wang.  ‘Alles komt goed mam. Alles komt goed.’   

Bjorn Debeir
5 0

Wéris: Megalitisch Mysterieus

De regen viel gestaag neer op het verlaten dorpje Wéris, terwijl ik, Elowen, mijn aandacht richtte op het oude, gehavende hunebed dat de heuveltop domineerde. Mijn vingers streken over de verweerde stenen terwijl ik me afvroeg waarom ik hier was, waarom ik mijn leven had gewijd aan het bestuderen van deze mystieke plek. Ik stond op het punt om mijn lang bewaarde geheim te ontrafelen, een geheim dat al generaties lang in mijn familie was doorgegeven. Mijn voorouders beweerden dat ik afstamde van de reuzen die dit hunebed hadden gebouwd. Het was tijd om de waarheid te achterhalen. Het was een kille nacht, de maan wierp haar bleke licht op de stenen. Plotseling hoorde ik een fluistering in de wind, een oud lied dat in de lucht hing. Het was een mysterieuze melodie, zonder woorden. Het gevoel dat deze melodie opriep was alsof de natuur zelf sprak, een herinnering aan een tijd erg lang geleden. Het was alsof de natuur mij uitnodigde om dichterbij te komen. Toen ik dat deed, verschenen ze voor mijn ogen, de reuzen, hun gestalten gehuld in schaduwen. "Elowen," sprak een van hen, zijn stem als het geluid van donder, "je zoekt antwoorden, en we zullen ze je geven.” Toen ik me plotseling te midden van de reuzen bevond, voelde ik een mix van verbazing, ontzag en verwondering die mijn hart liet overslaan. Hun gestalten, gehuld in schaduwen en grootsheid, deden me beseffen hoe klein en nietig ik was in vergelijking met hun immense aanwezigheid. Mijn adem stokte bij de diepe klank van de stem van de reus die sprak, als donder die door de lucht rolde. Het was een geluid dat door merg en been ging, dat een onmiskenbare autoriteit uitstraalde. Toen de woorden "Elowen" uit zijn mond rolden, voelde ik een rilling over mijn ruggengraat gaan, als een oproep van eeuwenoude tijden. Hun verschijning leek onwerkelijk, als wezens uit een droom die werkelijkheid werden. Ik staarde naar hen met grote ogen, mijn hart bonzend in mijn borst. De woorden die ze spraken waren als een betovering, en ik voelde me diep verankerd in de tijd en de geschiedenis. De aanwezigheid van de reuzen omringde me als een onzichtbare mantel van kennis en geheimen, en ik wist dat mijn leven voorgoed was veranderd. Het was alsof ik in een andere wereld was gestapt, een wereld waarin verleden en heden naadloos in elkaar overvloeiden, en ik was de bewaarder van dat mysterieuze grensgebied. Ze begonnen te vertellen over de tijd dat ze dit hunebed met hun eigen handen hadden gebouwd. Reus Aelric sprak met een diepe, rijke stem. "We trotseerden alle weersomstandigheden, Elowen. We bedekten de grote zwerfkei met een laag zand en graszoden, waardoor alleen de bovenkant van de deksteen zichtbaar was." Reus Branwen, zijn ogen schitterend van herinneringen, voegde eraan toe: "Alles wat we deden, verrichtten we voor de generaties die na ons zouden komen." Terwijl de reuzen hun verhaal deelden, begon ik de diepere betekenis van het hunebed te begrijpen. Het was meer dan zomaar een graf; het was een monument voor hun geliefden, een heiligdom voor de zielen die de reuzen hadden gekend en liefgehad. De achtergrond van dit megalithische wonder werd met elke zin duidelijker. Het verhaal ontrafelde zich langzaam, met onthullingen en geheimen die diep begraven waren. De dialoog tussen Elowen en de reuzen onthulde niet alleen de geschiedenis van het hunebed, maar ook haar eigen connectie met de plek en de reuzen zelf. Terwijl ik luisterde naar de reuzen, begon ik te geloven dat de grenzen van tijd en ruimte vervaagden. Misschien was het hunebed meer dan een monument; het was een poort naar het verleden, een mogelijkheid om de geschiedenis te herbeleven. Het verhaal bereikte zijn hoogtepunt met een mystieke samensmelting van heden en verleden. Elowen werd één met de reuzen, de stenen en de geschiedenis zelf. Ze begreep nu waarom ze hier was, waarom ze de hoedster was van dit oude geheim. Met een zucht kwam ik terug in het heden, mijn vingers nog steeds rustend op de stenen van het hunebed. Ik wist dat mijn reis nog niet ten einde was, dat er meer te ontdekken viel over de bouw van het hunebed, de reuzen en mijn eigen plaats in dit verhaal. Ik keek om me heen, terug naar de vertrouwde omgeving van het hunebed van Wéris in het heden. De reuzen waren verdwenen, teruggekeerd naar de nevelen van de tijd, maar hun verhaal, de geschiedenis van dit betoverende monument, en mijn rol als hoedster van het mysterie, waren nu meer dan ooit duidelijk voor me. Dit was niet zomaar een verhaal uit het verleden. Het was een verhaal dat zich uitstrekte over de eeuwen, een verhaal dat leefde in de stenen, de aarde en in mijn eigen hart. Het was een verhaal dat verteld moest worden, niet alleen om het mysterie te onthullen, maar ook om de waarde van verbondenheid, liefde en herinnering te vieren. Terwijl ik daar stond, mijn voeten stevig verankerd in de grond van het heden, wist ik dat mijn reis nog lang niet ten einde was. Er waren nog meer geheimen te ontdekken, nog meer verhalen te vertellen, en nog meer mensen om te inspireren met het wonder van het hunebed van Wéris. En zo eindigt mijn verhaal niet hier, maar gaat het door, als een kroniek van het verleden en een belofte voor de toekomst. Mijn naam is Elowen, hoedster van het hunebed van Wéris, en mijn reis zal voortduren, eeuwig en altijd.

Sander_H
5 0

Basilicum?

Brussel wordt soms de hoofdstad van Europa genoemd. De stad herbergt tevens het militaire bondgenootschap Navo. Ruslands gek nummer twee dreigde er onlangs mee dat een raketaanval op de splinternieuwe hoofdzetel tot de mogelijkheden behoorde. Buiten de Europese wijk, de Navosite en het vijfenzestigjarige Atomium, is er een gebouw dat meestal vergeten wordt, ook al prijkt het aan de horizon hoog boven de stad: de basiliek van Koekelberg. Zij moest de vergelijking doorstaan met de Basilique du Sacré Coeur van Montmartre in Parijs. Een wijk als Montmartre werd het nooit. In de buurt ligt de verpauperde stadswijk Molenbeek, door Donald Trump als ‘hellhole’ beroemd geworden. Diezelfde Donald vroeg zich ook af wat het grote gebouw op de heuvel met basilicum te maken had. Raar, maar onder de vloer van de imposante kerk bevinden zich zowaar vier evenementzalen waarvan één ooit zelfs als dancing werd uitgebaat. Ze hebben klinkende namen als Nobis, Rome, Mimosa en Vita. Deze laatste is ingericht als theaterzaal met honderdnegenenzeventig zitplaatsen. Vandaag wordt hij verhuurd aan de VFF, de Vereniging van de Fantastische Film. De leden krijgen in avant-première de rampenfilm ‘BXL no longer’ te zien in gezelschap van de regisseur. Het plot: een machtige onbekende groep wil de Europese inmenging  op wereldvlak teniet  doen en  Brussel verwoesten.Tijdens een luchtaanval worden de  steunpilaren onder het Atomium weggeschoten. De negen bollen rollen naar het centrum… Net wanneer in de film een van de bollen de basiliek van Koekelberg nadert, hoort men een oorverdovend lawaai en trilt de zaal hevig. Even denkt men dat het een grap is van de regisseur, maar hij veert recht en rent naar de uitgang. Iedereen wil nu weg. De elektriciteit valt uit. In het donker grijpen mensen elkaar vast. Er ontstaat paniek. Iemand roept om kalm te blijven en hulp af te wachten. Er lichten gsm’s op,  maar hier diep onder de grond is er geen bereik en kan men niet bellen.“Wat gebeurt er?” vraagt de totaal ontdane regisseur aan de securityman die met het intern communicatiesysteem contact probeert te maken.“Ik krijg geen gehoor. Ik ga zien of ik boven geraak. Probeer de mensen te kalmeren. Vraag hen terug in de stoelen te gaan zitten want ook de noodverlichting werkt niet meer.”In het gedrang hebben  mensen zich bezeerd. De regisseur slaagt erin hen gerust te stellen. Ze volgen zijn raad op en zetten zich terug neer. Niemand praat meer. Iemand huilt zachtjes. Iedereen wacht bang af. Heel in de verte hoort men sirenes loeien. De man van de beveiliging is boven geraakt. Hij kan zijn ogen niet geloven. Wat een ravage! Aan de achterzijde van de Basiliek, waar de ingang zich bevindt van de ondergrondse zalen, is een rode helikopter neergestort en heeft een elektriciteitskast verpulverd. Gelukkig is er geen brand uitgebroken. De man krijgt een naar gevoel. Hij herkent deze helikopter. Het is bekend dat de koning, die een ervaren piloot is, regelmatig toertjes maakt met dit toestel in de omgeving. De brandweercommandant verzekert hem dat de piloot, een ordonnansofficier van de koning, het overleefd heeft. Samen met enkele hulpverleners haast de securityman zich terug naar de Vitazaal. Het is er akelig stil …

Vic de Bourg
15 3