Lezen

Felidi: hoofdstuk 6

'Hoe kom je aan die wallen?' vroeg Tina geschokt. Maar Lieze antwoordde niet. Ze was te moe. Wat er deze morgen gebeurd was bleef in haar hoofd hangen. Ze had daardoor geen oog dichtgedaan. 'Lieze? Is alles in orde?' vroeg Tina nog een keer. 'Tina, wat ik je deze morgen wilde vertellen...''Lieze, misschien is het beter dat je naar huis gaat. Ik hoor je later nog wel.'Ze voelde zich rot. Alsof ze weken niet geslapen had. Misschien werd ze wel ziek. De winter stond tenslotte bijna voor de deur. 'Je hebt gelijk Tina.' zei ze. Ze voelde een hand op haar schouder. Ze probeerde te glimlachen maar het hielp niet. Ze kreeg haar mondhoeken zelfs niet omhoog. Met haar krukken huppelde ze terug weg. Ze keek nog even om en vertrok. Ze staarde naar het plafond. Haar tranen liepen over haar wangen. Ze snikte maar niemand kon haar horen. Het liefst van al wilde ze een beschermend schouderklopje, een knuffel. Maar stiekem wist ze dat er toch niemand ging komen. Haar benen hingen uit haar bed te bungelen. Alsof het leek dat ze zweefde. Ze sloot haar ogen en probeerde de slaap te vinden. 'Kom je me weer een bezoek brengen?' hoorde ze Tigre zeggen. Weer zag ze de koude, witte kamer. 'Wat doe ik hier?' vroeg ze verbaasd. 'Ik wilde je proficiat wensen met het vinden van je eerste voorwerp.''Tigre, is er een manier om weer normaal te worden?''Waarom vraag je dat? Je hebt een gave Lieze? Je hebt de kracht van genezing. Waarom zou je zoiets speciaal opgeven! Iedereen droomt hiervan.' 'Omdat ik weer normaal wil zijn! Het is ondertussen al donderdag. Ik loop al een week met een gebroken been en vol vragen. Ik weet niet eens serieus wat Felidi is. Want niemand wil het me vertellen! Alstublieft Tigre, help me.''Er is wel een manier. Maar die kun je maar op één manier vinden.''Vertel het me!''Alleen als je alle elementen vind.'Maar Tigre, u hebt de sleutel.''Ik weet het Lieze, maar ik kan je die nu niet geven. Het is nog te gevaarlijk.'Lieze kroop terug recht uit haar bed. Ze wreef met haar handen in haar ogen. Er was iets raar. Iets wat ze niet kon beschrijven. Ze voelde haar voet tintelen. Hij voelde helemaal niet zwaar meer. Tot haar verbazing was haar gips verdwenen. Ze probeerde recht te staan. Maar ze voelde helemaal geen pijn meer. Alsof het opeens met een toverformule betoverd was. Ze bleef verbaasd naar haar been staren. Misschien moest ze eens op bezoek gaan naar Felidi. Gewoon om Thijs op te zoeken. Maar ook om de elementen op haar lijstje te zoeken. Hoe sneller ze die vond hoe sneller ze weer normaal kon zijn. Ze verlangde naar het normaal zijn. Het kwelde haar. Ze stond op en rende naar beneden, trok haar jas van de kapstok en vertrok. Ze sloeg de deur achter zich dicht en voelde hoe de wind in haar gezicht sneed. Voor de eerste keer sinds haar gips kon ze weer fietsen. Felidi lag spijtig genoeg buiten de stad. Dus het was wel een stukje. Ze trapte vol moed voorruit. Met de gedachte dat ze Thijs misschien zou terug kunnen zien. Misschien kon ze uit hem wel wat informatie halen. Het was een soort van appartementsgebouw. Vanaf buiten leek het doodgewoon. Je zou helemaal niet zeggen dat het een geheime organisatie was. Alleen wist ze niet hoe ze binnen moest raken. Misschien moest ze een baksteen induwen zoals in de film. Ze tikte op de rode vierkanten maar geen enkele bewoog. Ze twijfelde of ze eigenlijk nog wel bij het juiste gebouw was. Veel herinnerde ze zich niet meer. Alsof haar geheugen automatisch gewist werd als ze uit Felidi wandelde. 'Wat kom jij hier doen?' hoorde ze iemand zeggen. Ze draaide zich traag om. Alsof ze niet wilde zien wie er achter haar stond. 'Hey Thijs!' zei ze terwijl ze een zuchtte.'Weet je hoe je binnen moet komen?' Vroeg hij.'Nee, eigenlijk niet nee.'Zonder iets te zeggen liep hij naar de muur van het appartementsgebouw. In één van de bakstenen zat een klein luikje. Hij deed het open en een schermpje verscheen. Hij legde zijn hand erop en een kalme vrouwenstem zei dat hij kon binnenwandelen. Automatisch volgde Lieze hem mee de lift in. 'Het spijt me dat ik niets meer laten weten heb. Ik moest wat voorbereidingen maken omdat wij partners worden.''Hoezo partners?''Dat leg ik je later wel uit.''Nee Thijs, ik wil dat je het nu uitlegt. Eerst ontvoer je me, daarna opnieuw en niemand zegt me waarom?'De lift kraakte stevig maar toch voelde ze de stilte tussen haar en Thijs. Zijn blauwe ogen stonden wijd open te kijken naar haar. Alsof hij niet verwacht had dat ze zo uit de hoek zou komen.'Het spijt me. Door al dit gedoe wordt ik een beetje gek.''Omdat jij het bent zal ik het vertellen.''Echt?''Felidi is een organisatie die al honderd jaar bestaat. Elke aantal jaar wordt een uitverkorene geboren. Onze missie is die op te sporen en op te leiden. En niet alleen de uitverkorenen. Kinderen waarvan één van de ouders een lid van Felidi was, zoeken wij ook. Zodat wij ten strijde kunnen trekken tegen Micio. Onze bevelhebbers zijn de macht van zes, ook wel de raad van zes genoemd. Deze zijn onsterfelijk. Net zoals de uitverkorene. Je zult hier dus waarschijnlijk wel uitverkorenen tegenkomen.''Waarom vechten jullie dan tegen Micio?''Er is een boek. De kracht die het bezit is zo groot dat je heel de wereld ermee zou kunnen vernietigen. Wat Micio van plan is, is om het te zoeken en over de wereld te regeren. Wij willen dit tegenhouden maar we hebben geen idee waar het boek is. Het enige wat we weten is dat het in verband staat met onze godin Tigre.'De lift stopte en Thijs wandelde naar buiten. Lieze bleef nog eventjes verbijsterd staan. Ze herinnerde zich weer het rode boek uit de bibliotheek. Ze wist wel dat het een belangrijk boek was. Maar zo belangrijk? Misschien was het niet eens het juiste boek. Anders had Tigre dat toch wel verteld? 'Kom je nog?' vroeg Thijs.'Ja, wat ben je van plan?' vroeg Lieze.'Ik heb een opleiding voor je kunnen regelen. Ik mag de eerste sessie geven. Als je wilt kun je nu al beginnen.'Lieze twijfelde. Het zou haar dichter bij de sleutel en de raad van zes brengen. Maar ze wist dat ze een risico nam. Als ze hier zomaar zou stelen zou dat sowieso nare gevolgen hebben. Maar dan kon ze weer normaal worden en een gewoon leven hebben.'Oké, ik doe mee!'

Lentinaxxx
0 0

alleen

                                                               hiervoor                                                              was je niet                                                                    nu                                                              ben je niet                                                                  meer                                                          dan een belofte                                                             onbewaard                                                                in mijn                                                            verinnering                                                             blijf je                                                           voorgoed                                                              in het                                                          hiervoormaals  

Der Blaustrumpf
15 0

De Passie van het verzamelen.

Ik kan tegenwoordig mezelf niet genoeg uiten van mijn duizenden tot honderdduizenden, hoe rijk ik eigenlijk wel ben, met al dat verzamelwerk van media-materiaal. :) xd :$En alhoewel het einde nog lang niet in zicht blijkt te zijn daarvan, koester ik of anders gezegd heb ik altijd een boontje voor al wat nostalgie is, wat zich vooral situeert in de jaren '80 en '90. Ik ben er zelfs vrij zeker van dat moest ik in een ander generatie geboren zijn, dat dit zeker ook het geval zou geweest zijn!Want ik ben iemand die zich niet laat beïnvloeden door keuzes van programma's en muziekstijlen van zenders, terwijl de rest van de jeugd van tegenwoordig precies niet anders doet tegenwoordig! Terwijl als je geen meeloper bent met de nieuwste trends, je buiten het uitgesloten gevoel, je ook wel steeds een euforisch gevoel met je krijgt van vrijheid. Alsof je bij een aparte groep hoort die weet wat dit tenminste echt is allemaal! prod Dus wanneer men zich verzet tegen de mainstream, en dus uit eigen keuze totaal niet graag naar Lady Gaga luistert, en er dus ook totaal niet naar luistert, realiseert men zich de gemanipuleerde kracht die de media uit oefent op andere mensen! Maar stel je voor dat alles wat underground is ( waarvan ik dus wel erg veel graag van hoor ), met veel inspanning eens mainstream zou worden? In wat en waar zou die ultieme euforie van vrijheid zich dan uiten?? Maar volgens andere kenners maakt net dit, het gekoesterde werk kapot. Omdat commercialisering van producten, blijkbaar steeds leid tot het uitbuiten van het product... Kijk maar naar bv. New Beat! Hierop zeg ik zelf "Maar waarom?!"Waarom hoeft het zo te zijn (gebeurd)? Terwijl ik zelf toch ook een deel van die commerciëele dingen ( ten zeerste ) waardeer!!! Ja het is ook niet zo dat alles wat commerciëel word, rotzooi is of zal zijn hé, en dat weet iedere mediakenner in hart en nieren toch ook wel ergens, als hij/zij diep in zichzelf kijkt! Even terugkeren naar waar 'ten zeerste' tussen haakjes staat.... Dit is omwille van het ene vergeleken met het andere, uiteraard afhankelijk van de echte kwaliteit, meer of minder gewardeerd wordt dan het andere door de kenners. Pure Nostalgie!!

RaverMike
0 0

Koningskind (deel 1)

De slanke, bleke vingers van de magistraat tikten zenuwachtig op de houten balustrade. De oude man staarde voor zich uit, zijn blik ging over het grijzige landschap, maar zijn gedachten waren elders. Hij was zeer ontevreden over een reeks recente gebeurtenissen.  Snelle passen weerklonken in de rustieke gang, een man uitgerust in harnas spoedde zich naar de magistraat toe. De magistraat keurde de man geen blik waardig.“Een zoon”, hijgde hij. “De koning heeft een zoon!”Pas nu keek de magistraat op. De koning heeft een zoon, natuurlijk. De informatie die een week geleden nog zo belangrijk geweest zou zijn, drong langzaam tot hem door.“De koning…”, mompelde hij voor zich uit, waarna hij zuchtte. Het enige pluspunt in zijn ogen in het hele gebeuren was dat die oude dwaas van een koning er het leven had bij gelaten.“Het wordt tijd dat we het kind van de rebellenleider teruggeven aan de rebellen.” De man, die inmiddels weer op adem was gekomen, keek verbaasd op.“U wilt haar teruggeven?” Het was enkel door zijn verbazing dat de man de vraag luidop had uitgesproken, enkel hoge lieden waagden het de magistraat directe vragen te stellen.De magistraat draaide zich weer naar het landschap toe en glimlachte voor zich uit. Als hij de dingen wat goed plande, hoefde het nog niet eens zo slecht af te lopen, misschien kon hij er wel wat voordeel uit halen.“Nee, niet haar. De rebellen mogen de jongen hebben. Morgen delen we het land mee dat de koning een dochter heeft gekregen.”“Maar…de koningin…Ze weet al dat ze een zoon heeft gebaard! We kunnen haar niet…”“De koning heeft gefaald, de koningin is nutteloos voor ons. Ga!”, beval de magistraat.Ietwat aarzelend verliet de man de gang. De magistraat neuriede  een liedje voor zich uit. Het was lang geleden dat hij zo hoopvol was geweest. Hoopvol voor het land welteverstaan, de magistraat was niet overdreven ambitieus en wellicht te oud om het land zelf te besturen. Toen hij jonger was, had hij met het idee gespeeld, maar nu de ouderdom langzaam bezit van zijn lichaam begon te nemen, had hij andere plannen.   Het meisje aan de macht brengen was perfect. In één klap had hij zich ontdaan van de hele koninklijke familie. Een familie die naar zijn mening bestond uit arrogante dwazen. De gedachte dat het de koning zelf was geweest die het meisje binnen de muren van het paleis had gehaald, bracht een nieuwe glimlach op zijn lippen. De koning had geweten dat de vrouw van de rebellenleider aan het bevallen was en had van dat zwakke moment gebruik gemaakt om aan te vallen. Zijn plan was niet geweest de rebellen in hun eigen kamp te verslaan, maar de vrouw en het kind gevangen te nemen.  De vrouw overleed tijdens de bevalling, maar het leger van de koning had wel de dochter kunnen bemachtigen. Hoewel de koning alle touwtjes in handen had gehad, was zijn hoogmoed hem fataal geworden. Hij eiste een glorieuze overwinning, hij zou de rebellen verslaan op zo’n manier dat er nog duizenden jaren over zijn moed gesproken werd. Hij wou geschiedenis schrijven. In plaats daarvan was hij gesneuveld in zijn eigen paleis. En nog voordat één druppel bloed van de koning de stenen tegels had bedropen, had de wacht de rebellenleider gedood. Hoe meer de magistraat erover nadacht, hoe beter het plan klonk. In deze periode van verwarring zou niemand de dood van de koningin als verdacht beschouwen. Niemand zou de verwisseling van de kinderen opmerken.

Fuaran
0 0

Vunzigheden

  Deel uit mijn manuscript ‘Tiny en de schippershoer’   ‘’Het moet gedaan zijn met dat gedraai met je kont , gedaan met je geparadeer! ‘En dat jij al die venten aan je lijf laat zitten!’ Geschokt staar ik hem aan. Al die venten? Over wie heeft hij het? Nu pas merk ik de grijze vuilniszak die hij in zijn handen houdt. Zijn ogen glinsterden boosaardig, zijn lippen vormen een onverbiddelijke streep. Met woest zwaaiende armen slaat hij alles waar ik zo dol op ben van mijn commode. Als een bezetene houdt hij lelijk huis in mijn heiligdom, mijn slaapkamer vol spiegels en talloze posters van Madonna, Kim Wilde , Duran Duran die mijn ouderwetse kamer met lelijke bruine meubeltjes toch wat kleur bezorgen. Heel mijn verzameling van oogschaduwpaletjes, ontelbare rood – en roos getinte lippenstiften, penseeltjes, kleurige mascara , fond de teint stopt hij grimmig in de zak. Twee lippenstiften rollen onder mijn bed. Ik durf me niet te bewegen. Verslagen laat ik me in de hoek tegen mijn radiator, die net aanslaat, zakken. ‘Zeg nu niet dat je niet gemerkt hebt hoe Frans je gisteren zat te begluren!’blaft hij. Frans? Zijn collega die hier gisteren hooguit tien minuutjes bij ons in de keuken had gezeten, zijn lippen gulzig slobberend aan een Jupiler? Koortsachtig dacht ik na? Had ik iets verkeerd gezegd of gedaan? Ik had enkel hallo gezegd en was gewoon verdergegaan met mijn taak voor Nederlands. Frans had terloops opgemerkt dat ik toch al een groot meisje werd. Vader stampt nu tegen mijn leeggeroofde commode waardoor de enorme spiegel die er pal boven hangt vervaarlijk begint te schudden. Stop! Alsjeblieft! Jammer en smeek ik hem. ‘Smerige teef!’ sist hij. Frans zou jou ook wel ’s willen knippen! Jouw moeder, die denkt dat haar muis alleen maar dient om te zeiken! Mijn dochter is een hoer!’ schreeuwt hij. Doodsbang kruis ik mijn handen boven mijn hoofd en zet mij schrap. Twee blauw versleten pantoffels maken een kwartslag en bonken naar mij toe .

inez
0 0

Spelevaren

(Fragment uit een nog niet gepubliceerde roman ”Thermiekvliegers”. Om het te situeren: Xandra is een zeventienjarig meisje dat er veertien lijkt, het vriendinnetje van Loïc. Lamp is een wat wereldvreemde veertigjarige werfleider, die zijn middagpauze neemt aan de rand van een vijver, gelegen tussen drie woonblokken.)   Het loopt tegen de middag en Lamp zit in F. aan de oever van de vijver en eet een broodje. Het is behoorlijk warm en er is niemand in de buurt. De bewoners van de woonblokken schuilen voor de zon of zitten aan hun middagmaal. Zijn T-shirt heeft hij uitgetrokken om zijn bovenlijf een kleurtje te geven. Hij kijkt dromend naar het spel van de zon op het water, de minuscule golfjes, een loom briesje, dat nauwelijks verkoeling geeft. Hij leunt achterover en wil nog een kwartiertje genieten voor hij weer aan de slag moet. Hij is lichtjes ingedommeld en hoort een zacht geschuifel. Hij knippert met zijn ogen, is een beetje verblind door de zon. Dan pas ziet hij op een halve meter afstand twee lichtgrijze gympen met rode nestels en daarboven twee lange blote benen. Xandra is stilletjes dichterbij gekomen en kijkt lachend op hem neer. Ze is gehuld in een jeansblauw microrokje en een oranje topje zonder rug, een slabbetje, dat bij iedere beweging over haar tepeltjes schuurt, zodat die vrolijk hard staan te wezen. ‘Hoy’, zegt ze en ze lacht, ’wil je mij niet naar de overkant roeien.’ Ze knikt naar een gammele roeiboot, die wat verderop ligt. Lamp zit erg verveeld met haar vrijpostigheid. Zij verstoort zijn rust en hij wil haar het liefst zo snel mogelijk weg: ‘Die boot is niet van mij.’ Het klinkt heel kortaf en bepaald niet vriendelijk. Het vaartuig ziet er oud en totaal verwaarloosd uit. De witte en blauwe verf is afgebladderd, de roeispanen zijn met houten stroken gerepareerd en ogen bijzonder zwaar. Er is niets idyllisch aan. ‘Hij is ook niet van mij. Maar je mag hem gerust eventjes gebruiken, hoor’. Zo vlug laat ze zich niet afschepen. Ze heeft haar blonde haar opgestoken en er staat een veel te grote zonnebril boven op haar hoofd. Daardoor en vooral door het perspectief van die lange benen ziet zij er nu iets ouder uit, laat ons zeggen: bijna zestien. Ze kijkt hem met grote onschuldige ogen recht in het gezicht. ‘Ik heb geen tijd. Ik moet zo terug aan het werk. Je kunt toch gewoon rond de vijver wandelen. Dat is och arme vijf minuutjes lopen’. De toon en de klank van zijn stem zijn veel milder dan de inhoud van zijn boodschap. Dat merkt hij zelf ook. ‘Wat ben jij saai, zeg. Loïc doet dat altijd voor mij, maar hij is naar de stad. En het is nu net mooi weer.’ Ze bijt op een pruillip. Dan krijgt de nieuwe Lamp het overwicht. De man, die niet meer passief wil wachten, maar actie onderneemt. Ach, waarom niet denkt hij. Hij heeft nog wel recht op een kwartiertje middagpauze. Ze wandelen tot aan de boot en hij helpt haar galant instappen. Hij maakt het rafelige touw los en gaat tegenover haar zitten. Hij haalt zijn hand open aan een roestige spijker op de rand van de boot. Bloed, hij bindt er een zakdoek om. Haar blik vertelt dat ze hem een kluns vindt. Hij klungelt eerst met de roeispanen om het bootje in de goede richting te sturen, krijgt een kleur als een tiener, draait een keer in het rond op het water, terwijl zij gidderend lacht. Ten slotte heeft hij het bootje onder controle en roeit met lome slagen tot het midden van de vijver. ‘Wacht hier eventjes’, zegt ze. ‘Het is hier zalig.’ Hij gehoorzaamt onmiddellijk, laat de roeispanen stil in het water liggen. Het bootje dobbert op eigen kracht en tolt heel traag om zijn as. ‘Hoe romantisch’, fluistert zij. Ze rekt zich uit in de zon als een krols katje en in een wip is het topje uit. Ze ziet natuurlijk ook dat hij gegeneerd is maar zijn blik niet afwendt. Ze laat het moment even inwerken. Twee knopen later ligt ook het rokje open. Geen spoor van een slipje. Haar poesje is mooi in model geknipt en geschoren en heeft een donkerblond Hitlersnorretje. Ze schuift nog wat onderuit, zet haar gympen vast tegen de zijkant van de boot. ‘Ik lig het liefst helemaal in mijn blootje in de zon,’ lacht ze, ‘anders krijg je van die lelijke bleke strepen.’ Ze heeft de grote zonnebril op haar neus gezet. Hij kan haar ogen niet zien. Maar hij vermoedt spotlichtjes. Hij zit onbeweeglijk, blijft een lange minuut kijken. Zijn verstand wil niet mee, maar hij ziet voldoende naakte vrouwelijkheid om een lichte opstuwing in zijn kruis te voelen. Hij kan niet zien of zij het merkt. Ze blijft glimlachen en glijdt naar voor om languit achterover te gaan liggen. Het enige waar hij aan denkt is: pas op meisje voor de splinters in je blote kont. Het bootje is nu half gedraaid en ze ligt helemaal in het stralend zonnelicht, dat haar lichtbruine huid aait. Een hele tijd verroert hij niet. Dan, in een flits is hij zich bewust van de groteske situatie. Hij, in het midden van de vijver in dit aftandse roeibootje, met voor zich in al haar glorie een poedelnaakte lolita. Alle bewoners van de woonblokken rond de vijver hebben, als ze dat willen, een ongehinderd zicht op het tafereel. Eén geluk: de hefsteiger met zijn medewerkers staat aan de achterkant van het woonblok. Het duurt schijnbaar nog een eeuwigheid voor hij de riemen vastgrijpt en zenuwachtig weer naar de aanlegsteiger roeit. Zij negeert hem volledig. Vlak voor ze aan de oever zijn knoopt ze haar rokje toe. Met het topje in haar hand en voor haar borstjes springt ze schaterend aan wal en wandelt ze loom naar een bank en vlijt zich neer. Ze werpt hem nog een kushandje toe. Hij blijft nog even in de boot zitten, wachtend tot zijn aandacht en zijn zwellichamen weer verslappen.  

Kapitein
14 0