Lezen

TITAANTJESWERK

Wij zijn titaantjes die titanenwerk verzetten Wij zetten onze tanden in de afdruk van onze voorvaders en proeven dezelfde grond, bijten onze wijsheid stuk op het beton Het volk is braaf en loopt de opticien binnen voor oogkleppen want het wordt hen allemaal wat te helder   En terwijl wij dezelfde straten in dwalen en tegen dezelfde gevels schoppen in de hoop barsten te zien in het glazen plafond zien wij nooit een ander seizoen.  Wij lezen tussen de lijnen of snuiven lijnen bij het lezen van grootse woorden over het niets en het beloofde nergens.   Wij kweken moed in serres, puren hoop uit een lied of persen tranen tot een medicijn voor wereldpijn Wij strooien verzen uit, ze liggen voor het oprapen  in dezelfde kroegen, in dezelfde bodemloze bekers, op dezelfde plankenvloer van vertrouwde zolderkamers waar nieuwe ideeën als kaas tussen de boterham worden gelegd.   Wij verheffen achterkamertjespolitiek tot kunst die we verkruimelen in alle hoeken om haar onvindbaar te maken voor de gevaarlijke ogen van de stad die nooit slapen, behalve voor zij die naar schoonheid op zoek gaan, zij die zoeken naar stemmen in banden op ruggen in kasten.   Deze stille strijders voeden onze dromen We eten dezelfde broden, laten dezelfde korsten liggen We pissen tegen dezelfde muren en zwalpen rond dezelfde uren We passeren Kloosterstraat 15 om de sleur te verdrinken op zoek naar dezelfde geborgenheid, dezelfde liefde,  dezelfde warme wanten voor in de winter   En net als toen scheurt het dat het kraakt Er ontstaan kleine kraters die wij blijven vullen  met zalvende woorden, oude verhalen en reikende handen waar mensen gewoon overheen stappen  met kleine spiegels in hun hand.   Wij zijn titaantjes die de wereld willen stukslaan en met de scherven een nieuwe willen maken  

Lennart Vanstaen
29 2

De Regenchallenge

Mijn carrière als turnleraar begon ooit in Putte, een dorp niet ver van Mechelen. Jong en vol energie was ik klaar om de wereld van het bewegingsonderwijs te veroveren. Mijn eerste opdracht was echter… eh, iets uitdagender dan ik had verwacht. In plaats van een sporthal of gymzaal, mocht ik lesgeven aan een groep stevige beroepsstudenten in, jawel, een overdekte speelplaats voor kleuters. Het was geen luxe sporthal met spiegels en airconditioning, maar een bescheiden, half-open ruimte met kleurrijke glijbanen en wipplanken voor kleuters. Het was ook typisch Belgisch weer, wat betekent dat de hemel grijs was en de regen gestaag uit de lucht viel. Ik wist dat deze leerlingen al weinig enthousiasme hadden voor turnen, dus deze regenachtige setting hielp niet bepaald om hen in beweging te krijgen. Toen ik de klas bij elkaar had, zag ik de gezichten vol weerstand en halfslachtige blikken: ik besefte meteen dat een beetje creatieve motivatie noodzakelijk zou zijn. Met een vleugje ironie en een flinke dosis humor kondigde ik aan: “Oké, luister goed! Degene die erin slaagt om tussen de regendruppels door te lopen en droog blijft, krijgt van mij een 10!” De klas barstte in lachen uit. De meeste leerlingen keken me met een mengeling van ongeloof en amusement aan. Ik had niet echt verwacht dat iemand de uitdaging serieus zou nemen. Het was duidelijk een grap, toch? Maar toen zag ik plots twee jongens die elkaar aankeken, hun wenkbrauwen fronsten, en besloten het erop te wagen. Het waren niet bepaald de meest snuggere jongens uit de klas, maar hun nieuwsgierigheid en hun gevoel voor competitie won het van hun logica. Voor ik het wist, stonden ze buiten op de speelplaats, klaar om hun “droog-bij-de-regen-challenge” te starten. De rest van de klas stond als versteend toe te kijken hoe hun klasgenoten zich een weg probeerden te banen door de regendruppels. Het was een geniale combinatie van sprongetjes, zijsprongetjes, en zelfs een paar halve pirouettes, alsof ze probeerden te dansen om de regen te ontwijken. Nu moet je je even voorstellen: deze twee jongens, echte grote sterke kerels, gehuld in hun korte turnbroek en gympjes, stuiteren met een brute kracht over de speelplaats. Hun gespierde lichamen, vol energie en vastberadenheid, maken een komisch contrast met hun verwoede pogingen om de regendruppels te ontwijken. Terwijl ze door de regen stampen, lijken ze wel lid van een straatcultuur, de zware jongens die overal een uitdaging in zien. Met hun brede schouders en gespierde armen bewegen ze zich als zware motoren die een pad proberen te banen door de storm, vastbesloten om niet één druppel te raken. Elke sprong is een mini-explosie van kracht, gevolgd door een draai die net iets te ver gaat, waardoor hun voeten onder hen vandaan glijden. Ze trappen in plassen zonder het te merken, maar met een grijns op hun gezicht gaan ze door, alsof het allemaal deel uitmaakt van hun "perfecte dans". Het lijkt wel een chaotische, maar vastberaden choreografie, waarbij hun armen wild zwaaien, niet in een elegant ritme, maar eerder als een overenthousiaste poging om de lucht te beheersen. Eén van hen probeert een soort sprongetje met een draai, maar zijn voet komt verkeerd neer en hij wankelt een paar stappen, voordat hij zichzelf herpakt en verder stuitert, vol zelfvertrouwen, ondanks zijn geklungel. De andere volgt zijn lead, springt in een onverwachte bocht en eindigt in een sprongetje dat meer lijkt op een duik in de regen dan een sierlijke beweging. Het is een absolute chaos, maar voor hun ogen is het een epische strijd tegen de regendruppels, en ze geven niet op, hoe klungelig het er ook uitziet. Hun gympjes ploften telkens op de natte ondergrond, spetterend in de plassen alsof het een natte dag op het strand was. De regen leek met elke sprong harder te vallen, en het water spatte om hen heen als een decor dat alleen zijzelf niet leken op te merken. De rest van de klas stond met open mond te kijken hoe deze twee dappere jongens zich doorweekt en vastberaden in hun droog-blijven-missie stortten. Het was een toneelstuk dat niemand had willen missen. De gezichten van de twee jongens spraken boekdelen: een mengeling van verbazing, teleurstelling en een snufje trots. Want tja, ze hadden het toch maar geprobeerd! Ze keken elkaar aan, schudden hun natte haren uit alsof ze echte atleten waren die net een zware wedstrijd hadden doorstaan, en kwamen naar me toe, met een blik die duidelijk vroeg: “En, meneer, krijgen we nu die 10?” Op dat moment besefte ik dat ik de jongens moest belonen voor hun motivatie. Het is niet elke dag dat je zulke inzet ziet, zelfs al was het voor iets zo dwaas. “Oké, jongens,” zei ik, terwijl ik een beetje moest grijnzen, “jullie krijgen geen 10, maar een dikke 9 voor de moeite.” De rest van de klas reageerde enthousiast, en ik zag dat die twee natte helden het applaus met trots in ontvangst namen. Vanaf dat moment was de toon gezet. Hoewel ik op een speelplaats lesgaf die eigenlijk voor kleuters bedoeld was en ik moest roeien met de riemen die ik had, werd het toch een succes. Door af en toe een grapje of een uitdaging toe te voegen, wist ik de leerlingen steeds weer te motiveren. En geloof me, in de regen lesgeven aan een stel pubers in een speelplaats vol glijbanen en wipplanken, dat is niet bepaald wat ze je leren op de sportopleiding! De rest van dat jaar was vol met soortgelijke momenten. Een keer probeerde ik de klas zover te krijgen om rondjes te rennen, en ik zei dat de eerste die vijf rondjes had gelopen zonder buiten adem te raken een zakje chips zou krijgen. Uiteraard was dat een grapje, maar sommige van hen geloofden het toch en renden de speelplaats rond als mariniers in een oefening. De vermoeidheid en het hijgen waren onmiskenbaar, maar hun doorzettingsvermogen ook, en dus haalde ik een paar appels boven om ze te belonen (veel gezonder dan chips, nietwaar?). Soms vroeg ik me af wat ik mezelf had aangedaan met deze baan, maar aan de andere kant bracht het ook veel voldoening. Op een dag, toen het wéér eens regende, vroeg een van de leerlingen: “Meneer, gaan we vandaag nog tussen de regendruppels lopen?” en ik besefte dat die eerste grap niet alleen als motivatie had gewerkt, maar ook voor een band had gezorgd. Ze leerden lachen, ze leerden bewegen, en ik, nou ja, ik leerde misschien nog wel het meest van allemaal: humor is een krachtig instrument, en soms is het belangrijkste gewoon dat leerlingen plezier hebben. En zo ging mijn carrière als turnleraar van start, vol onverwachte situaties, hilariteit en een beetje regen. Maar één ding is zeker: ik zou die eerste natte, enthousiaste poging van mijn leerlingen nooit vergeten. Wat het lesgeven betreft, vond ik een manier om het een beetje leuker te maken – en dat, denk ik, is uiteindelijk wat telt.  

Guy Van Damme
15 1

Gasolieman

zonnige herfstdag - door de straat het deuntje van de gasolieman In Japan is het gebruikelijk dat kerosine (gasolie) voor oliekachels aan huis wordt bezorgd, vooral in landelijke en koudere gebieden. Dit bezorgsysteem maakt het voor huishoudens gemakkelijker om aan brandstof te komen, vooral tijdens de wintermaanden wanneer de vraag naar warmte toeneemt. Leveranciers komen langs met speciale voertuigen en vullen de opslagtanks of containers bij, die gezinnen voor hun deur klaarzetten. Deze service is nog steeds in trek vanwege de praktische voordelen, zoals het vermijden om zware brandstofcontainers zelf te dragen. Daarnaast biedt het gemak, vooral in gebieden waar zelf kerosine halen moeilijk of minder toegankelijk is. In stedelijke gebieden komt deze praktijk iets minder vaak voor vanwege meer opties voor elektrische verwarming, maar het blijft een gangbare service in andere delen van het land. De bezorgservice voor kerosine maakt vaak gebruik van een herkenbaar muziekje. Dit is vergelijkbaar met hoe ijscomannen in sommige landen muziek gebruiken om hun komst aan te kondigen. De bezorgwagens spelen een kenmerkend melodietje terwijl ze door de buurt rijden om klanten te laten weten dat ze kerosine kunnen kopen of laten bijvullen. Deze traditie is een vertrouwd geluid in veel Japanse dorpen en steden tijdens de herfst en wintermaanden, waardoor het voor bewoners gemakkelijk is om te weten wanneer de bezorger in de buurt is. Een paar dagen geleden hoorde ik het bekende melodietje weer voor het eerst na lange tijd. De buurvrouw had haar rode jerrycans al buiten gezet. Toen het bekende deuntje door de straat klonk, kwam ze naar buiten. Ze zag me en ik zwaaide naar haar. Ze zwaaide terug en maakte daarna een praatje met de olieverkoper die haar jerrycans luid lachend vulde. Ik zat op de veranda, want het was een prachtige zonnige herfstdag. Voor mij is het muziekje van de olieverkoper onbetwist één van mijn geliefde seizoenswoorden voor de herfst en de winter.   

Margaretha Juta
8 1

Massagepaleis

Wij waren teruggegaan. Naar onze bars, massagesalons en paleizen. Onderweg hadden wij het gezien. Alle kinderen, zij waren bleek of rood en elke jood kreeg al een messteek in de keel. Eindelijk. En u moogt echt zelf kiezen waar de woorden gelegd worden, wat waaraan wordt gekleefd. Het bloed aan de muur. De stroop aan de baard en in het begin was er slechts sprake van gesprekken bij een open haard. Lekker warm zijn de vijf sterren van het chique hotel, een schoon chateau. Doch. De zon slaagt er niet in. Om zonlicht te laten schijnen op ons welzijn. Intussen blijft het maar draaien. Dat zwijn aan het spit. Opa zit daar alvast. De tanden van zijn vals gebit te slijpen. Hij denkt dat er gebeten zal worden. Door de tijd. Door een meid tijdens het pijpen. Door een mug in de zijarm van een stroom. Wij zullen nooit meer verder geraken. Hier moeten blijven. Dat is ons lot. Tot er een ster valt, er nog vier ogen naar mij staren.  Één werd ooit getekend in een driehoek. Een ander is van een naald die niets meer hechten kan. De overige twee. Die zijn van hetzelfde Palestijnse kind maar liggen ver uiteen. Het kwam door een bom of dat noodlot. Dat moet nog worden uitgemaakt door een dronken deurwaarder. Hij hangt ginds. Aan de toog van het massagepaleis. Is er nog drank die sterk genoeg is om de pijn te dragen. De waarheid echter. Zij wil niet meer geboetseerd worden. De workshop in de kelder werd intussen afgelast. En de kelner. Hij zal goed mogen poetsen. Schuren. Want zelfs de scharnieren van het luikje naar morgen stinken naar dat mensenvet. Of komt het van dat zwijn dat bijna helemaal gesmolten is. Schat, niets valt nog te smullen. Wij moeten echt terugkeren. Naar het begin. Toen er nog geen bars, geen massagepaleizen waren. Geen joden noch Palestijnen. Naar die ijstijd, mijn liefste, toen wij nog lekker likken mochten. Schuldigweg. Ja echte liefde durfden te betasten. In het donker. Zonder sterren, zonder tekens op een frak of naar elkaar. Nergens was een plas met Palestijnenbloed. De maan stond goed. Het mes lag in de schuif en bompa zat daar. Onverschillig. In een hoek. Dood. Op zijn gemak.     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
7 0