Gevangen in de scherpe klauwen van de twijfel Verlangend naar iets buiten mijn weten Het borrelt in de diepste diepten van mijn lichaam Het voelt als een onvermijdelijke drang naar een midden Juist een zwart gat zuig ik mezelf naar binnen Oneindig lang tot er niets meer van overblijft Ik ben op zoek naar het vinden Ik vrees om te zoeken Ik wil niet verliezen En daar zit ik dan Ingedoken…
Zij heeft een schelp geplant op Bang Een schelp uit Kameroen Die schelp schoot wortel op mijn Bang Onverstoorbaar lang Haar wortel wurgde plots dat Bang Omarmde Bang Omwrong het Bang Waarom plant zijn een schelp op Bang? Een schelp uit Kameroen.
In dubbelstrijd Tussen ogen en swingen Tussen woorden en roken Tussen handen en vlinders Wat wil ik? Wat wil ik echt? Ik wil vliegen. Mijn vleugels spreiden En de wolken inademen Die tussen mijn vingers doorglippen En in mijn navel blijven steken.
Warme, wilde, ruige kleuren Smeren lagen op elkaar Borstel in haar nieuwe verfkleed Boetseert krullen in zijn haar Ik wou dat ik een krul was Zo warm tussen dat haar Dan kon ik het steeds voelen, Steeds strelen door zijn haar. Oranje warmte ruiken De groene stilte smaken De kromme neuslijn voelen Mijn blad ermee verrijken.
Een verre reis naar mooie jurken Herinneringen uit mijn kindertijd Een vlug ritme van ongebruikte maar toch beminde hakken. Een diepgewortelde elegantie krabbelt aarzelend naar boven Vol hoop en vertrouwen In de nieuwe ervaring Die geen ervaring meer is. Een verbrijzelde droom De jurken ontdaan van hun pracht door stuwende lijven Overal gevaarlijk oplichtende topjes van steunende sigaretten Een snijdende aanraking Ongemeend Muziek die geen harten doet bonzen Een vlucht, een belofte Een gastvrouw in een huis die niet van mij is.
Hevige, trekkende, bijtende, draaiende, stuwende, duwende, donkere nacht. Zwijgende Revolutionaire Ineenstortende morgen. Wat een leven hebben de mensen op deze aarde. Wat een mysterie!
Ik scheur uiteen In twee ranzige stukken Ze willen elk een kant uit De één trekt de ander Daarom ben ik Onbewogen door de tijd Alles omringt me En ik? Ik eronder erboven ertussen. Onbeweeglijk.
Een rode vis Blijft altijd rood Behalve na haar dood Dan is ze wit En zinkerig En buikerig En stil.
Tussen middeleeuwse stevige kastelen, Keek hij alle andere kanten uit. Overal waar mijn aanwezigheid Slechts een gevoel was. Blozend rolde mijn onbeantwoorde vraag de berg af. Ik ben je kwijt, vlinder. Ben ik je kwijt?
De noten van een zwerver De volle vlugge stemmen De frisse kleuren tussen vuil die er onmisbaar is Een blijvend beeld van alles Gedwongen, zonder keuze Een stilstaand beeld vervuld van stil geweld. De mensen met hun leven Hun zwartgelakte leven Hun rijk geruite leven De weg in hun bezit De harde noten roepen Om zeer spontane keuzes Bepalend voor het later Bewonderd door het zicht Een vlinder die mijn hand raakt En dan plots erop doodgaat De streling blijft voor eeuwig De gloed ervan vergaat Mijn vlinder uit mijn ogen Wat doe je in mijn hart nu? Of ben je een illusie? Of ben je een verhaal? Ontdoe je van mysterie Ontdoe je van je cover Vlieg rond in mijn gedachten Dwaal veilig in mijn ziel Maar wees voorzichtig vlinder Voorzichtig met je vleugels Die snijden juist als dolken Een wond in mijn gevoel.
Verboden handen op haar lijf Zo zacht en warm, Verlangend. Het gevoel in haar knedend. Onaangeroerd tussen hen latend. Wetend, maar negerend. En dat voor altijd, Zonder twijfel.
Verbrand, verweend, verwalst. Verwachting. Weer eens verwachting Zoals veel Wat denkt hij toch? Ik weet het niet, Weer slapen wil ik. Voor altijd. Maar na die dag die achter deze komt.
Paarse diepte. Zo kort. Zo ik. De eerste keer. Vlijmscherp gekrijs van gitaren. Dwars door me heen. Rakend. Duwend. Maar toch in vrede. Vergeten tatoeages ontbloot voor even. Een ring die me bindt En een ring die me scheidt. Een goddelijke vinger Die door de lucht zweeft En in zijn handpalm verstrengeld raakt. En dan wegglipt in de mijne.
Ring Ring Ring Doet die bel Op die kip Of die kip Op die bel Of op man: “Smaakt uw varkensvlees?” Te veel gras gegeten zeker. Neen, de broodjes uit de verkeerde frigo bij de buren.
Als mijn wil niet willen wil Dan bevriest mijn lijf Als mijn lijf bevroren is, Eet ik zoetigheid en word ik draaierig van de dialogen in mijn hoofd.
Kunst is alles, zeg ik. Een kus ook? Ja, dat ook. En plassen tussen de struikjes? Dat ook, dat ook. Raar is dat! Zing voor me? Dat kost tranen. Een aardbei in zijn plakkerige hand. Juist vroeger. Vroeger toen we hand in hand liepen. Dan verdwijn ik in het duister.
De tijd raast… Een zin lezen, Lezen en Herlezen. Zien, Maar niet vatten. De uren lopen… De woorden blijven stilstaan. Lees, lees toch verder. Gedachten hebben de macht in handen. Over toekomst en verleden en gebreken in het heden. Overbodige gedachten die me tijd ontnemen. De seconden hollen…
Mijn stoffige schoenen In het zand half begraven De toppen licht zichtbaar onder mijn broek Vol gaten van verhalen Mijn rug doet pijn De vrijheid kan pijnlijk zijn De wind, die vrijt met mijn haren.
Ik laat mijn leven niet stelen door de tijd. Ik hou alles. Ieder ogenblik is me lief. Herinneren is belangrijk Herinneren is de gestorven seconden herbeleven Nog zo veel te doen. Mijn dromen zo rijk naar de toekomst reikend. Verlies de weg niet uit het oog.
Een kikker zit Geluidloos Onbewogen Groen met groene pootjes Te luisteren naar het getik. Haar bekje valt open Is ze verbaasd? De tijd ongewoon? Voor haar is die niets. Toch is ze stil en onbeweeglijk, Aandachtig luisterend naar het getik.