Lezen

Wat vind je het leukst aan schrijven? "Schrijven is de beste remedie tegen het bestaan."

Schrijven is binnenstappen in een wereld waar magie tot plicht is verheven. In dat land heers ik als een meester-tovenaar met plankenvrees. Het land ligt in mijn handen als een vormloze kleiklomp. Ik kan het kneden zoals ik wil, maar elke beslissing bepaalt of het universum tot bloei komt of dichtklapt in zijn eigen contradicties. Deze wereld kan een exacte kopie van de 'echte wereld' zijn, maar door de knoppen op het het Grote Mengpaneel van het Zijn een beetje meer naar links of rechts te draaien toch een heel andere lotsbestemming krijgen. Ik kan een geopolitieke situatie beschrijven die in elk detail lijkt op de heksenketel waar we anno 2025 in gaar koken, op één klein dingetje na: De Belgische regering wordt niet geleid door Bart De Wever, maar door een een flamboyante homoseksueel (geheel toevallig Pieter Van der Schoot genaamd), die door complexe interculturele interacties met drie wijzen uit het Oosten in het bezit is gekomen van een drietal draken, waardoor België van de ene op de andere dag een concurrent wordt van de nucleaire grootmachten en het machtscentrum van de EU overhelt naar het meest zorgelijke aller Lage Landen. Of ik kan een volledig fictief universum uit mijn duim zuigen, waarin alle steden en dorpen, alsook de personages die er wonen, geboren zijn in de grijze massa tussen mijn beide oren. Maar die steden, dorpen en personages lijken zo hard op het type mensen en plaatsen waar de gemiddelde Vlaming mee vertrouwd is, dat een bezoeker van mijn fictieve universum denkt dat hij een reis door eigen land maakt. Er zijn dagelijks files, niemand weet welke belasting aan welke regering wordt betaald, de tuinen worden bevolkt door tuinkabouters en goedkope replica's van antieke beeldhouwwerken, en iedereen klaagt over het weer. De zonden van de wereld worden niet, zoals in andere naties, afgeschoven op een gekruisigde Messias, maar op het nationale meteorologische instituut. In het tweede scenario is mijn verbeeldingskracht veel belangrijker dan in het eerste. In het drakenverhaal moet ik enkel de actualiteit volgen en aanvullen met een paar fantastische elementen. Het Vlaamse middenklasseverhaal daarentegen is een fictief universum met nietbestaande dorpen, bevolkt door nietbestaande mensen. Nochtans noemen we het eerste verhaal fantasy en het tweede realisme. Dat is de magie van schrijven. Ik kan me terugtrekken van de werkelijkheid zonder een escapist te zijn. Een auteur schept illusies die toch helemaal waar zijn, want wie schrijft ontdekt zoveel nieuwe verbanden tussen mensen, plaatsen, ideeën en gebeurtenissen dat ook de 'buitenwereld' in een ander verband verschijnt. Wie schrijft begrijpt de wereld misschien niet beter, maar toch op z'n minst anders. Als ik geen schrijver was, dan was ik me er nooit zo scherp van bewust geweest dat rust vinden ook een vorm van hard werken is, dat geloof en twijfel twee zijden van dezelfde medaille zijn of dat afgezaagde levenslessen uit de Libelle overtuigender klinken als ik er provocerende slogans van maak. Als schrijven me niet wijzer maakt, dan maakt het het leven in ieder geval een pak amusanter. Want schrijven is ook dansen - zelfs als je over jouw eigen voeten struikelt; een stem vinden - ook als je een stotteraar bent; een marathon lopen - ook al ben je aan een rolstoel gebonden. Wist je dat schrijvers de beste duursporters zijn? Schrijven is de beste remedie tegen het bestaan. Het is bovendien verrassend eenvoudig: je zit neer, neemt een blad en schrijft tot de sterren zullen doven en de bergen zullen bloeden.  ...en de tovenaar zag dat het goed was.  Pieter Van der Schoot Deze tekst verscheen eerder op mijn blog Observaties uit het ondermaanse.   

Pieter Van der Schoot
23 0

Alternatief

“Zij kiest voor een alternatieve levensstijl.” Het woord ‘alternatief’ wordt wel eens gebruikt om een non-conformistische of non-conventionele ideologie aan te duiden. Soms uitgesproken met een bijklank, alsof het gaat om een zijspoor dat wordt gedoogd, maar niet gebruikelijk of algemeen aanvaard is. Maar is dat 'alternatieve' in feite niet het oorspronkelijke, het natuurlijke of authentieke leven? Is het geen kromme redenering om onze ware aard, in verbinding met dieren en planten, als ‘alternatief’ te klasseren? Eerst was er de natuur en toen kwam het artificiële. Het artificiële is een alternatief voor de natuur. De van de natuur vervreemde tijdsgeest van vandaag, is dus een alternatieve tijdsgeest. Het is een alternatief voor een onafhankelijk en vrij bewustzijn. Het is een alternatief voor voeling met de (eigen) natuur. Het is een alternatief voor een holistische visie die de blauwdruk van ons wezen vormt. Het merendeel van de mensen lijkt voor dit alternatief te kiezen. Ze verwarren het met hun authentieke aard. Het meest gangbare, de norm, wordt door de massa gedwee belichaamd en beleefd. Het artificiële en onaardse wordt als 'normaal' beschouwd. Het natuurlijke wordt een vage herinnering, niet gewichtiger dan een mythe of bijgeloof. Ieder wezen die zijn ware natuur onderdrukt, voelt het stille schreeuwen vanbinnen. Er wil iets uitbarsten en zijn plaats terug opeisen. Het ontwaken van de ware aard kan pijn doen. De weg naar huis gaat niet altijd over rozen. En dus kiezen veel mensen het hazenpad. Om uiteindelijk te verdwalen en verstijven in een onnatuurlijk keurslijf. Misprijzend kijken ze naar de minderheid die schijnbaar voor een 'alternatieve levensstijl' kiest. Ervan overtuigd dat de natuur haar tekorten heeft en voor haar eigen goed gescheiden dient te leven van haar kinderen. In een wereld waar alles op zijn kop staat, waar het natuurlijke als een minderwaardig alternatief gezien wordt, is het een moedige zaak om voor het gezonde te kiezen. In deze samenleving vereist het handhaven van de geestelijke en fysieke gezondheid heel wat zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Wie zijn eigen leider wil zijn, moet om kunnen met de verantwoordelijkheid. Kiezen voor het eigen goed, uit zelfliefde, kan het maken van onpopulaire keuzes inhouden. Het is een uitdaging die bij deze incarnatie hoort. Moedig zachtaardig mens, zoekend in een wereld van beton, deze woorden willen jou eraan herinneren dat jij, net zoals zoveel anderen, de kracht van het licht en onlicht in jou draagt. Die kracht zal jou helpen bij het inslaan van de minst voor de hand liggende weg. Als anderen jouw keuzes afkeuren, zal jij doorzetten en blijven geloven in jouw intuïtie en goddelijk wezen. Wat jij hier ervaart, is een transformerende reis waarvan jij ter plaatse de route verzint. Laat jouw fantasie de vrije loop en werk zo mee aan de terugkeer naar een natuurlijke samenleving.

KarolienDeman
16 1

Niets (Een Inzicht)

Onze (Nederlandse) taal is soms ontoereikend en kan sommige zaken niet benoemen. Nog niet. Volgens mij kan het woord 'niets' 2 betekenissen hebben: ofwel is er werkelijk niets, een leeg hol vacuüm dat we ons niet kunnen voorstellen en ons petje te boven gaat.  Ofwel is er wel iets, maar blijft het onzichtbaar voor ons en benoemen we dit gemakshalve als niets.  Vergelijk het met een dichte mist. Je ziet maar een paar meter ver, maar de gebouwen, de stad en de mensen zijn er nog steeds.  De missie van de wetenschap en wetenschappers is om hetgeen wat we nog niet kunnen verklaren daar een antwoord op te bieden en angst weg te nemen. Het onzichtbare proberen zichtbaar te maken.  Ik bemerk dat veel mensen 'angst' hebben, massaal hun toevlucht zoeken tot het geloof. Veel respect, maar ik heb andere houvasten om mijn weg te vinden in dit leven.  Ik bemerk ook dat veel mensen dingen die ze niet kunnen verklaren toeschrijven aan een hogere 'macht' of ' kracht', god, allah of jahwe genaamd. Ok, dat mag, maar persoonlijk vind ik dit problematisch. We worden teruggekatapulteerd naar de Middeleeuwen en ik zie dat veel mensen met het beschuldigende vingertje naar elkaar wijzen. Mensen, zijn we dan écht niet slimmer geworden? Écht niet? We kijken massaal naar domme tiktok filmpjes, we verliezen ons massaal in debiele dwaze onzin op televisie, .... Nee, niet voor mij. Jullie mogen doen wat jullie willen. We zijn tenslotte vrij, maar kom me niet vertellen hoe ik mijn leven moet invullen en dring me jullie mening of overtuiging niet op aan mij. Wederzijds respect en begrip daar draait het voor mij om. 

Canniball
5 0

Ooit had ik in 1980 een droom…

Samen met mijn vrouw wilde ik naar Zuid-Afrika verhuizen. Beide waren we al bekend met Afrika, omdat we uit een tijdperk kwamen waarin we als kinderen de geur van de savanne in onze herinneringen hadden opgeslagen, het geluid van vogels die je nergens anders hoorde, en de warmte van de Afrikaanse zon die ons gezicht streelde. Het leek een vanzelfsprekende keuze om daar een nieuw leven te beginnen. We wilden ons leven verbinden met onze liefde voor avontuur, en ik, vooral ik, droomde van de vrijheid die het vliegen met een sportvliegtuigje met zich mee zou brengen. Ik zou gaan vliegen met een Cessna 150 – 152 voor een lokale luchtvaartmaatschappij. In mijn gedachten zag ik mezelf de lucht in stijgen, navigerend door de uitgestrekte Afrikaanse wildernis, met mijn vrouw die aan de grond les zou geven in het lager onderwijs en ikzelf in de luchtvaart zou werken, daarnaast nog mijn passie voor Lichamelijke Opvoeding (L.O.) lesgeven op een lokale school. We zouden een simpel, maar vreugdevol leven leiden, met de vrijheid van de lucht als het ultieme symbool van onze ontsnapping. De eerste stappen werden in België gezet. Vlieglessen in Schaffen en Deurne, beide niet ver van waar we woonden. Het was mijn manier om te ontsnappen aan het dagelijkse leven, een manier om de horizon te verkennen, letterlijk en figuurlijk. Maar, zoals vaak het geval is, sloeg het leven toe met onvermijdelijke financiële zorgen. De droom bleek uiteindelijk onbetaalbaar. We kochten een huis – en je weet hoe het gaat, een Belg wordt immers geboren met een baksteen in zijn maag – en de kosten voor het vliegen waren simpelweg niet te combineren met de hypotheek. De keuze was snel gemaakt: de droom werd opgeborgen. Toch was het niet zomaar een opgave. Het was een besluit dat zwaar viel. Ik stopte met mijn vlieglessen, vlak voordat ik zelfstandig zou kunnen landen. Het landen was het moeilijkste bij het vliegen, vooral bij een zogenaamde 'crab landing', waar je het vliegtuig in een schuine hoek moet houden om de wind tegen te werken. En dan het taxiën – een vliegtuig bestuur je niet met een stuur zoals in een auto, maar met voetpedalen. Je moest altijd rekening houden met de spanwijdte van de vleugels, wat in het begin een hele uitdaging was. Toch was ik trots op wat ik al had geleerd. Een van mijn meest levendige herinneringen uit die tijd is de les die ik had op een donkere grijze dag in Deurne. Mijn instructeur was Renson, een man die altijd een sigaret in zijn mond had en wiens ogen altijd wat slaperig leken, alsof hij zich liever ergens anders bevond dan in een cockpit. We hadden al verschillende oefeningen gedaan, en ik begon er vertrouwen in te krijgen. Maar op die dag ging alles anders dan ik had verwacht. Renson en ik zaten in de cockpit van de Cessna. De lucht was grijs, de luchtvochtigheid was hoog, en het leek alsof de natuur zelf zich voorbereidde op een storm. Ik manoeuvreerde de kleine Cessna tussen de andere vliegtuigen op de taxiway, en mijn hart bonkte in mijn borstkas. Het was een nieuwe uitdaging: de vleugels van het vliegtuig moesten constant goed georiënteerd worden. De zenuwen gierden door mijn lijf, maar ik probeerde rustig te blijven. Ik hoorde het gekraak van de wielen op de asfaltbaan terwijl we ons richting de startbaan bewogen. En toen, in de flauw licht van de dag, drukte Renson zijn sigaret uit op het dashboard, pakte de stuurknuppel en zei met zijn karakteristieke rokerige stem: "Vol gas, jongen." Ik gaf het gas, de motor brulde, en we schoten vooruit. Het vliegtuig trok omhoog, maar net toen we de lucht in schoten, gebeurde er iets vreemds. Renson had zijn sigaret verloren – een klein stukje rook dat langzaam in de lucht verdween, terwijl hij wanhopig begon te zoeken naar het peukje dat ergens in de cockpit was gevallen. Ik keek naar de horizon, en daar zagen we het: een enorme cumulonimbuswolk die zich langzaam richting ons beweegde. Deze wolken zijn berucht in de luchtvaart. Ze zijn onvoorspelbaar, gevuld met gevaarlijke luchtstromen die vaak gepaard gaan met hevige turbulentie. Dit waren geen normale wolken; dit waren de reuzen van de lucht, en ze waren allesbehalve vriendelijk. Ze bevatten vaak hagel en kunnen enorme stijg- en dalingsluchstromen veroorzaken. Het was dus essentieel om zo ver mogelijk uit de buurt te blijven. Maar Renson, zoekend naar zijn sigaret, merkte het gevaar niet op. Hij was zo gefocust op dat kleine stukje brandend papier dat hij de dreiging niet in de gaten had. De wolken naderden, hun donkere massa's tegen de lucht als een immense muur van verwoesting. Mijn hart sloeg een slag over; ik voelde de spanning in mijn spieren toen ik besefte dat ik de enige was die het gevaar zag. De lucht rond ons begon te trillen, het vliegtuig gaf lichte schokken, en mijn handen kromden zich om de stuurknuppel. Renson was inmiddels zover afgeleid door zijn zoektocht naar het peukje dat hij nauwelijks merkte hoe het vliegtuig begon te beven. Plotseling begon het toestel hevig te schudden – een krachtige draai naar rechts, gevolgd door een harde duik naar beneden. De wereld draaide voor mijn ogen, en het was alsof de aarde onder ons verdween. In die fractie van een seconde werd ik volledig overgeleverd aan de grillen van de natuur. Mijn maag draaide om, en ik voelde het koude zweet op mijn voorhoofd. De turbulentie was extreem, en het leek alsof we in een woeste storm terecht waren gekomen. "Renson!" schreeuwde ik door de ruis van de wind en het geronk van de motor. Maar hij hoorde me niet. Hij was nog steeds in zijn zoektocht naar de sigaret. Het vliegtuig begon een diepe duik te maken, het stuur rammelde in mijn handen terwijl ik alles in me riep om het vliegtuig te stabiliseren. Plotseling, als een soort wraak van de natuur, begon de wind nog sterker te gieren, en alles leek uit de hand te lopen. De cumulonimbuswolken waren nu bijna boven ons, hun donder in de verte was als de dreiging van een naderende oorlog. En toen, net toen ik dacht dat het voorbij was, greep Renson eindelijk de stuurknuppel. Hij reageerde met de snelheid van een professional, stuurde het vliegtuig snel naar boven en naar de zijkant, buiten de bereik van de wolk. Het toestel schudde en trilde, maar het was op dat moment onder controle. "Volhouden, jongen!" riep hij, terwijl hij zijn peukje eindelijk in zijn hand had, alsof niets er ernstiger toe deed. We vlogen door de turbulentie, maar gelukkig hadden we de ergste dreiging weten te vermijden. Renson herstelde het vliegtuig, en de turbulentie liet ons uiteindelijk met rust. Mijn ademhaling kwam langzaam terug naar normaal, maar mijn hart klopte nog steeds in mijn keel. Na wat een eeuwigheid leek, kwamen we uiteindelijk weer op koers en landden veilig. Toen we het vliegtuig taxiden na de vlucht, was er een moment van stilte. Geen woorden werden gesproken, maar we keken elkaar aan. Het besef dat we net een gevaarlijke situatie hadden overleefd, viel langzaam in. Ik had nooit gedacht dat een simpel sigarettenpeukje de oorzaak zou zijn van zo'n chaos, maar het was gebeurd. De ervaring had iets veranderd. Het had mijn verlangen om te vliegen niet gedempt, maar het had me ook geleerd hoe kwetsbaar we zijn, zelfs in onze meest moedige momenten. Uiteindelijk, hoewel ik niet verder vloog, weet ik dat die momenten in de lucht me voor altijd zouden veranderen. Het was de dramatische ondergang van een droom die ik koesterde – een droom die ik misschien nooit zou bereiken, maar die me altijd zou blijven achtervolgen. En zo was het. Mijn droom om de lucht in te stijgen was vervlogen, maar de herinnering aan die dag zou altijd blijven.  

Guy Van Damme
30 1