Lezen

Au Café de la paix (8) - Zonder tierlantijntjes

De dame van Saint-Sernin stond al minstens vierduizend jaar langs de weg, voor de vicaris haar opmerkte. Pas in 1888 interesseerde iemand zich voor de mooiste menhir van de Aveyron. Een paar lijnen schetsen haar strakke paardenstaart, haar gezichtstatoeages en juwelen. Haar borsten zijn twee cirkels, haar ogen stippen. Haar benen hebben geen knieën en elke teen is even lang. Ze is het pronkstuk van het Musée Fenaille in Rodez. In de wereld van de menhirs zien alle vrouwen en mannen er hetzelfde uit. De mannen dragen een ‘baldric’, een overlangse riem voor een wapen. Waren het helden, goden of hoogwaardigheidsbekleders? Het blijft een mysterie. Door hun eenvoud spreken ze me meer aan dan de gepolijste standbeelden uit de Grieks-Romeinse tijd of het classicisme. Bij de menhirs mag ik meer zelf invullen als kijker. Net als bij het houten Mariabeeld uit de dertiende eeuw. En het hoofd in kalksteen dat vroeger onder een balk aan een gevel hing, kijkt je zo indringend aan dat je je wil verbergen. Kunst zonder tierlantijntjes legt onze drijfveren bloot, net als een gesprek zonder protocol.  Geen wonder dat kunstenaar Pierre Soulages dol was op de ‘statues-menhirs’. Ze staan dicht bij de hedendaagse abstracte kunst. Soulages bewerkte het zwart zoals anderen de grond bewerken, zegt zijn goede vriendin Agnes Varda in de documentaire die ze over hem draaide. Zijn monumentale zwarte schilderijen lijken wel aangeharkt. Soulages was geobsedeerd door de reflectie van het licht op de zwarte verf. Maar ‘noir et lumière’ was toch maar een banale naam voor zijn tentoonstelling in Parijs. Daarom vond hij de term ‘outrenoir’ uit, letterlijk ‘het zwart voorbij’. Zoals ‘l’outre-tombe’, vraagt Varda hem plagerig in de docu. Het hiernamaals. ‘Zoals l’outre-mer’, antwoordt Soulages die het liever wat romantischer ziet.  Goede vrienden stellen elkaar netelige vragen, want ze weten dat ze elkaar mogen. Agnes Varda was liefdevol en laconiek. ‘Mijn films gaan over mezelf, maar vooral over de mensen die ik heb ontmoet’, zegt ze in haar film ‘Les Plages’. Ze groeide op in Brussel en kent de Belgische stranden als geen ander. Met repen pellicule bouwde ze een strandhuisje, en ze fotografeerde een typologie van de teenslipper bij elkaar. Wat een fijne verrassing, haar expo in het Musée Soulages van Rodez. In het museum van haar goede vriend. Is er een mooier eerbetoon?  Rodez betekent letterlijk marktplaats van de Rutenen, het Gallische volk dat de stad stichtte. Het relaas van mijn geestige stadsgids is doorspekt met intriges. In de vijftiende eeuw huwde Jean d’Armagnac, ook graaf van Rodez, zijn zus. Ze kregen samen een kind. De paus was woest en vroeg het koppel hun incestueuze huwelijk te ontbinden. Waarop ze nog twee kinderen kregen. Jean d’Armagnac zette een complot op met de Engelsen om zijn soeverein graafschap te beschermen tegen koning Lodewijk XI, maar werd uiteindelijk door diens troepen vermoord. Conflict boeit, vrede minder. Die avond in het Café de la paix nodigen vier stamgasten me uit aan hun tafel. ‘Hij was hier deze ochtend al!’ barst een van hen uit als hij de andere ziet op mijn foto met cafébazin Marie. Binnen praat ik nog met een arbeider die ooit wijn verbouwde. Een ex-Hells Angel aan de toog vindt mijn accent rock ‘n roll. Het terras zit vol, zus Emilie loopt zich de benen vanonder het lijf. Maar ook zij praat graag over de streek. Ze is gepassioneerd door genealogie.  Het enige minpuntje van dit café: het toilet bevindt zich in de kelder, op het einde van een smalle gang. Het is een hurktoilet. ‘Bon courage!’ zegt de vrouw die er net buiten komt. Ik hou mijn adem in, trek mijn broekspijpen op en doe mijn broek naar beneden, hang in positie. En dan floept het licht uit. ‘De kermis is een geseling waard’, denk ik wanneer ik nog half hurkend op de tast de schakelaar zoek.

Pons
0 0

Het vergif dat sociale media heet

Vooroordelen, ze zijn gemakkelijk, snel en vooral ongegrond en ondoordacht. Een oordeel vellen over iemand op basis van wat je in een eerste oogopslag ziet, is nu eenmaal gemakkelijker dan de moeite nemen om iemand te leren kennen en te ontdekken hoe die persoon echt is. Sociale media maakt het ons tegenwoordig zo gemakkelijk om onze meningen en kritiek ongestoord, ongecensureerd rond te strooien zonder dat we ons ook maar een seconde afvragen of we dit eigenlijk allemaal wel online zouden moeten zetten. De veiligheid die het schermpje en de afstand tussen onszelf en de ander ons biedt, zorgt ervoor dat we al onze normen en waarden overboord gooien. Want zouden we exact dezelfde reacties geven als we die persoon in levenden lijve voor ons hebben staan? Zouden we op straat zomaar op iemand afstappen om hem, haar of hun te vertellen dat hun voorhoofd te groot is? Dat hun neus scheef staat of dat ze beter hun mond kunnen houden want dat er niemand geïnteresseerd is in de zever die ze verkopen? Dat hun humor absoluut niet grappig is en hun stemgeluid ons de kriebels bezorgd? In het echte leven slikken we onze mening in, delen ze hooguit met de mensen rondom ons, vinden we het niet nodig dat de persoon waarover het gaat dit hoort of hebben we het merendeel van de tijd niet eens oog voor anderen. We zijn er niet mee bezig met hoe iemand erbij loopt op het strand, met wat iemand draagt als hij gaat shoppen. Waarom doen we dit dan wel online? Wie zijn wij om te oordelen over anderen? Wie zijn wij om zonder blikken of blozen onze ongezouten mening te spuien over iemand en deze voor duizenden anderen open en bloot online te verkondigen? Hebben we er ooit al een keer bij stil gestaan dat die mening één gigantisch vooroordeel is en deze iemand kan kwetsen? Niet alle mensen die online dingen posten hebben een olifantenvel, niet iedereen zit te wachten op kritiek. Sociale media is lang geleden zijn doel reeds voorbijgestreefd. Platformen om anderen te bereiken, zijn veranderd in platformen om mensen verkeerde en vertekende beelden te geven, de gelegenheid om veilig en vanop afstand iemand de huid vol te schelden, te vernederen. Sociale media is een vergiftigd geschenk dat mensen hun normen en waarden doet vergeten, dat azijnpissers een podium geeft om over alles en iedereen te klagen en te zagen, om alles te weten te komen en te dreigen. 'Van waar komt die luide muziek? Hoort er nog iemand die knallen? Aan de chauffeur die vanochtend mijn spiegel heeft afgereden, ik heb camerabeelden, als je je niet komt melden gaan deze naar de politie.' Laat ons vooral ook even opmerken dat mensen plots niet meer weten hoe ze punten en komma’s moeten gebruiken, dat ze ondanks de standaard spellingscontrole op zowat ieder apparaat niet meer in staat zijn om duidelijk leesbare Nederlandstalige teksten te schrijven.  Het enige wat we echt vergeten, aan welke kant van het scherm we ook staan, is dat iedereen gelezen en gezien wil worden, leuk gevonden wil worden en steun wil vinden bij vreemden die er net hetzelfde over denken. Iedereen heeft daar zo zijn eigen reden voor. Dat zowel degene die een boodschap heeft, als degene die zijn kritiek erop geeft, op niet meer uit is dan reactie ontlokken, of het nu op een positieve of negatieve manier is. Want negatieve aandacht, is jammer genoeg ook aandacht.  Smaken verschillen en waarschijnlijk zijn er anderen die bepaalde humor wel kunnen appreciëren, een stemgeluid wel aangenaam vinden om naar te luisteren. Waarschijnlijk zijn er redenen waarom iemand van zich wil laten horen en een publiek wil bereiken. Staat het je niet aan, scrol dan rustig verder zonder er tijd of energie aan te besteden. Bekijk filmpjes die je wel leuk vindt, want zoals ik zei ga je op straat ook niet iemand aanspreken om hem, haar of hun iets negatief in het gezicht te gooien.  Denk na voor je reageert op iemand anders, want hoe zou jij je voelen als je volledig met de grond gelijk zou worden gemaakt om een bericht waar je achter staat? Hoe groot zou je mond nog zijn mocht je diezelfde negatieve commentaar recht in het gezicht van die persoon zeggen zonder de veiligheid van een scherm en de afstand tussen jullie beide?

Joni Motmans
11 0

- de goede moordenaars - 'NATUURIJKE ORDE'

zij dievoeten afkapen, handen afhaken, - voor HET rubber-hoofden afsnijden, hersenen verwoesten, - voor HET geloof-zij zeggen'wij zijn geen criminelen, wij doen het voor het welzijn van de MENS-heid' zij diegif strooien, op de velden, bloemen, groen, doen verwelken, gronden onvruchtbaar doen wordendrug-producenten,- trafikanten,- gebruikers, vermoorden,hun families, vrienden, kinderen, vermoordenzij zeggen'wij zijn geen criminelen we werken legaalwe doen het voor het welzijn van de mens, de mens door ons ontworpen' -ONDERWORPEN- WIJ ZIJN DE GOEDE MOORDENAARSwij willen dat de MENS meer werkt, in het aanschijn van onze verheven gedachtenhet volk moetmeer sportenzodat ze fitmeer werkenmeer alcohol drinkenminder denkenterug discipline kennenhun plaatsin onze ORDEterug onze eeuwen-oude ruale tradities volgen terug in de tijd dat meteen vuisteen zwaardeen wapenheldhaftige dingen werden gedaandat het volkterug de pijn voeltdie wij dan kunnen stelpenver van het slagveld zodat de mannenopgefokt, ver-man-GELDin de handen van vrouwenvertedert, verzorgd, kunnen worden iedereen zijn plaatsin onze geschapen'NATUURIJKE ORDE'wie niet voor is, is tegen onswie geen alcohol drinktniet ONZE REL-egie volgt is tegenonze zaakis tegen in ons en met onsis tegenonze zakken GELD ********************************************** De gekwelde, geterroriseerde, in zichzelf opgesloten moderne MENS https://www.2dehands.be/q/verf+ed+de+gekwelde%2c+geterroriseerde%2c+in+zichzelf+opgesloten+moderne/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
0 0

Angst als medereiziger

De angst fluistert. Altijd. Een koude hand om je pols, een stem die je beweging wil bevriezen. Ze ademt in je nek wanneer je de drempel overweegt, wanneer je talent naar licht reikt, wanneer je hart sneller klopt van verlangen én van vrees. Ze zegt: Blijf hier. Veilig. Bekend. Wat als je valt? Wat als ze lachen? Wat als het leegte is achter die deur? En toch... kijk. Zie de zangeres wiens stem trilt voor de eerste noot, maar zingt. Zie de schrijver die naar het lege blad staart, bevangen door twijfel, maar de eerste letter zet. Zie de ondernemer wiens hand beeft bij het tekenen, maar tekent. Zie de verliefde die een afwijzing vreest, maar het hart opent. Angst is geen ijzeren rem die onverbiddelijk knarst. Ze is de koude wind tegen je gezicht terwijl je fietst. Het is het diepe water onder de brug waarover je loopt. Het is de stilte voor het woord dat je spreekt. Succes draagt vaak de geur van angst. Groei baant zich een weg door het struikgewas van onzekerheid. De mooiste talenten bloeien niet in de schaduwloze kas van absolute zekerheid, maar op de open velden waar de wind van het onbekende waait, en waar je wortels tóch de kracht vinden om zich vast te klampen, te groeien, te bloeien – schitterend en kwetsbaar. Laat angst aan boord komen. Erken haar. Geef haar een stoel achterin. Luister naar haar waarschuwingen, maar laat haar nooit het stuur grijpen. Want de reis – jouw reis naar wat je werkelijk kunt zijn, naar wat je werkelijk kunt scheppen – die begint niet waar de angst eindigt. Die begint precies waar je, met de angst als medereiziger, tóch het gaspedaal indrukt en vooruit kijkt. De weg opent zich niet voor wie geen angst kent, maar voor wie rijdt ondanks de koude hand om het hart. Rijd door. Bloei door.

Heidi Schoefs
2 1