Esther MG

Gebruikersnaam Esther MG

Teksten

Niets is gewoon...

Schrijfopdracht 3 – Esther van der Werf – Niets is gewoon. Openingsscène Noot bij de openingsscène: Ik denk dat ik geen ‘groot’ verhaal ga schrijven maar een aantal korte verhalen rondom het thema.     Niets is gewoon…   Een lijflange tunnel, te krap om te bewegen. Kloppende herrie, hakt diep in mijn wezen. Benauwd. Geel spul spuit uit mijn buik. Dagenlang. Ambulance. Ander ziekenhuis. Helpen ze hier? Zachte stemmen. Blauw hemd, vreemd licht, drie afscheidstelefoontjes. Wat valt er te zeggen? Pijn. Weinig adem, weinig tijd. Niets is nog belangrijk. Alleen laten weten: ‘Ik houd van je’. Ben ik er morgen nog? Wakker, slangetjes aan mijn buik, stekende pijn, wazige wereld. ‘Mevrouw u heeft nog een operatie nodig’. Wat? Ik ben net wakker van de vorige. Wegsoezen op de IC. ‘Wat kan ik voor u doen?’ ‘Mijn haren wassen’. Hoofd jeukt van een week niet. Magnetronwashandjes. Voel me smerig. Koel water, zachte handen. Eindelijk schoon. Wereld in pijn en mist. CT-scans, meer slangetjes. Weken lang. Schrijven wil niet. Soms beetje tv. Slaap, veel slaap. Morfine. Piepende geluiden van infuus en oproepsysteem. Zachte woorden. Wie? Nachten vol zweet, verschoningen midden in nacht, liefdevolle geruststelling. Pijn-pomp wordt omhoog bijgesteld. Engelen zweven langs mijn bed. Zweet, kletsnat bed.   Zweet. In angstzweet word ik wakker in het nu. Beelden rollen door de tijd zoals de tv van kanaal kan verwisselen. Flarden. Ik schud mijn hoofd, ze laten niet los. Eerst richting douche, onze eigen douche, waar ik geen hulp meer nodig heb om me te wassen. Dankbaar realiseer ik me het hier en nu. Het is niets Esther, het is alleen maar een MRI. Je denkt je wel in een andere wereld, weg van die benauwde buis. Het komt goed. Het is vast alleen maar weer zo’n kreng. Smerig pijnlijk secreet. Het gaat echt niet allemaal opnieuw gebeuren. Echt niet! De nacht brengt geen rust.   In de wachtkamer start ik met de eerste woorden voor mijn eerste boek. Een vreugdevolle energie vult me. Gedachten bij het boek. Een mevrouw huilt tegen de schouder van een veel jongere man. Haar zoon? Een verpleegster komt haar vertellen dat ze naar de eerste hulp moet. ‘Nee, ik ga naar huis’. Gedecideerd en luid herhaalt ze die woorden. Een kwartier later is zij toch zover. Zachte woorden van de verpleegkundige. Er is duidelijk te zien op de MRI waarom ze zoveel pijn heeft. Haar oncoloog heeft dadelijk contact met de eerste hulp. Ik heb mijn blik in mijn schrift. Natuurlijk hoor ik alles wat naast me gebeurt. Ik kan niets doen. Kon ik maar iets doen. Het is maar een galsteen. Gelukkig. Of toch vernauwing? Medicijnen of de operatie? Er is geen goed, er is alleen accepteren. Eerst MRI, bloedlab en uitslag, dan pas nadenken. Duidelijk is dat ik er beter vanaf kom dan die mevrouw. Aan mij de taak van ‘kwaad’ een nieuw ‘goed’ maken. Nu eerste woorden in mijn schriftje. Klein zwart. Dun zodat het makkelijk meekan in mijn tas. Niet denken aan de kleine ruimte in de buis. Die arme mevrouw. Ze was niet bedacht op de optie van hier blijven. De MRI komt wel goed. Van alles wat ik hier heb meegemaakt was dit de makkelijkste. Mmm nee, dat is niet waar. Maar er waren ergere. Dus niet aanstellen. Dit gaat echt nergens over. Het blauwe hemd en de felle lampen duw ik weg uit mijn gedachten. De volgende operatie is pas aan de orde als die aan de orde is. Niet vandaag. Ik blijf niet hier.   Juist hier in het UMC+ Maastricht, leerden ze mij, dat ik mijn bezorgdheden en vragen op tafel mag leggen. Wil ik misschien, om me af te leiden, een film op het scherm zien tijdens de scan? Oh kan dat? De vorige keer keek ik met langgerekte hals naar het plafond achter me. Om het dreigende beige kunststof direct boven mijn neus te ontwijken. Of hield mijn ogen dacht en dacht me in een andere wereld. Zorgzame uitleg. Mogen extra scans voor verbetering van de scanmethode in de toekomst? Absoluut ja. Ik ben er nog dankzij jullie hier. Het duurt wel wat langer dan. Mmm ja, dat is dan maar zo. Ik lig andersom en dus moet mijn hele lijf door de smalle buis om aan het andere eind de tv te zien. Vooruit dan maar, proberen. Via de spiegel die boven me geplaatst is zie ik het uiteinde van de buis, en de tv. Ik concentreer me op het nog zwarte scherm. Eenmaal daar lijkt de buis niet te bestaan, er is alleen ruimte, bewegende beelden en een stoel. Adem in, adem uit. Muziek van de radio op mijn oren, ontspringende natuur op het scherm, kloppende geluiden in de verte. Geen moment ben ik in het verleden, geen moment heb ik stress. Film en muziek leiden mij in een ander hier en nu. ‘Adem in, adem uit, adem vasthouden, ……u mag weer doorademen.’ De scan bonkt. In de spiegel groeit een bloem, in een woestijnachtige omgeving, van zaadje tot prachtige roze bloei. Om weer te verdorren. De wind helpt. De droge kop van de bloem breekt af en rolt ver weg, laat steeds zaadjes los. Overal kans op nieuw leven. Adem in, adem uit. ‘Mevrouw, we zijn klaar. Ik heb prachtige extra opnames kunnen maken. Dank u wel!’   De MRI-mevrouw haalt me snel uit de buis. Haalt de zware plaat van mijn buik en maakt me los. ‘Hoe ging het?’ ‘Ongelofelijk! Wat een verschil, die tv! Ik heb geen moment stress gehad. Wie heeft dit bedacht?’ ‘Philips’ Ik lach en zwijg want ik doelde eigenlijk op degene die het geniale idee heeft gehad een tv ter afleiding op te hangen. Ergens kwam een creatieve geest met dit plan. Ik ben er dankbaar om. Ik weet dat dit niet mijn laatste keer MRI was, maar ik hoef hier niet meer benauwd om te zijn. Dit is nu zoveel beter te tackelen.   Hoe verder ik van de scanruimte wegloop, hoe verder ik alle angstscenario’s wegduw. Dit zit er weer op en de uitslag tackel ik als die komt. Niet vandaag dus. Nu eerst een Latte Macchiato. Gewoon omdat het kan. Gewoon omdat vandaag een mooie dag is. Gewoon omdat ik nu even lief voor mezelf wil zijn. Gewoon. Eerst een kaars opsteken in de stilteruimte, waar er zoveel voor mij gebrand hebben. Dank! Ik ben er nog. Niets is gewoon.

Esther MG
3 0

Een lamp gaat branden

Schrijfopdracht 2 – Esther van der Werf - Een lamp gaat branden. Verdiepen en uitbreiden scène tot kort verhaal   ‘Hèhè, eindelijk zegt ze eens wat zij ervan vindt. Zie jij het ook? Heb je in de gaten dat ze niet meer bezig is met wat ik ervan vindt?’ ‘Het werd verdorie ook eens tijd dat ze daar mee ophield, je gaf haar er nooit iets voor terug.’ ‘Ja zeg, jij was perfect met al dat drinken van je.’ ‘Ik weet het. Hadden we toen maar geweten wat we nu weten.’ ‘Sja, het was voor haar beter geweest als wij wat minder met onszelf bezig waren geweest. Maar ja, wij ontworstelden ons aan het juk van onze tijd. Er moest hard gewerkt worden voor een nieuwe toekomst en we hadden de plicht meer uit ons leven te halen dan onze ouders. Meer materie en meer feesten, dat was onze missie. Ik heb er niet eens over nagedacht of ik haar gaf wat zij nodig had. Zo werkte dat niet. Wij gingen voor de zekerheid van de materie en de glorie van het moment. Dát weet je toch?’ ‘Jaja de plicht meer uit ons leven te halen. Hou toch op. Leuk beredeneerd. Jij was alleen voor je eigen ego en plezier bezig, daar was alles op gericht.’ ‘Ik meende toch dat ik het goed deed, omdat ik ook veel mensen hielp.’ ‘Ik weet dat je dat dacht. Hebben we het verprutst? Ons leven?’ ‘We kunnen er niets meer aan veranderen, het is water door de Maas. Blijven kijken en afwachten. Wie weet vraagt ze ons om hulp en kunnen we alsnog iets voor haar doen’ ‘Denk je dat ze ons heeft vergeven?’   Beneden worstelt Esther. Moe, hondskapotmoe is ze van alle zorgen, van het zorgen. Opruimen van puinhopen die niet de hare zijn. Waarom ligt het dan toch op haar bord? Ze wil niet meer. Haar nog zo jonge moeder verliezen was hard. Toch had ze er vrede mee. Het leek alsof haar moeders leven klaar was. Pas 54 jaar en toch klaar. Bij haar vader lag dat anders. Op de een of andere manier was ze er altijd vanuit gegaan dat hij, ondanks zijn slechte leefgewoonten, toch de leeftijd van zijn eigen ouders zou bereiken. Maar ja, 72 jaar was lang geen 93 of 94. Opa en oma gingen toch verstandiger met hun lijf om. Of hadden zij gewoonweg meer geluk gehad? Zeker is dat haar vader meer zooi achterliet dan haar moeder. Bij haar moeder was het vooral verdriet om het leven dat zo jong al zo klaar was. Maar bij haar vader ligt het dieper. Heeft het verdriet om hem verliezen niet eens een kans. De resultaten van zijn manier van leven, de constructies die hij als kerstbomen optuigde in zijn ondernemen, het totaal zonder zorgen naar de dingen kijken: het laat allemaal zijn sporen na voor de generatie na hem. De financiële crisis die zich in de laatste jaren van zijn leven zich openbaarde, trok daardoor diepe sporen in zijn dood. Beleggen met geleend geld is zelfs zonder crisis geen handige zet op je 65e. Zijn gemakkelijke manier van zijn, levert nu veel op wat onduidelijk is, financieel tekort schiet en toch geregeld moet worden. Haar zus woont in Engeland, alle praktische zooi ligt op Esthers bord. Het is onvermijdelijk. Zij is weer de verantwoordelijke. Ze is het spuugzat, moe, zo ontzettend moe.   Gelukkig is vandaag de dag van de schrijfclub. Schrijven doet haar goed. De club kwam voort uit de schrijflessen die ze samen beleefden. Docent en vier cursisten gingen verder als schrijfclub. In de twee jaren die ze hen nu kent hebben ze veel verhalen uit eigen leven gedeeld. Dat brengt dichter tot elkaar. Vooral met Peter bouwde zij een speciale band. In de gesprekken in de auto heen en terug, houdt hij haar regelmatig een spiegel voor. Hij kan snoeihard analyseren, maar ook zeer ontroerd reageren op de dingen uit haar leven en haar teksten. Het is zijn open houding die ze zeer waardeert en waardoor ze ook zelf haar eigen mening geeft. Op haar beurt helpt zij hem met zijn levensthema’s. Het samen schrijven brengt hen tot luisteren en delen.       Ze praten na de bijeenkomst op het zonnige terras nog na. De anderen zijn al naar huis. ‘Pfoeh wiefke, jij kunt schrijven’ Esther lacht bij deze constatering. Ze kijkt hem aan en durft eindelijk eens onbescheiden ‘Ja’ te zeggen.             ‘Waarom doe je daar niets mee?’             ‘Ach, wie zit daar nou op te wachten? Het is goed zo, dit schrijven voor mezelf.’             ‘Sjee, wat een onzin! Ik zou willen dat ik mijn emoties zo mooi kon verwoorden. Hoe doe je dat toch? Wil je het mij leren?’             ‘Ja zeg, wie is hier de journalist, die dagelijks met woorden speelt?’             ‘Ik meen het, ik weet feiten goed weer te geven maar mijn emoties verwoorden vind ik lastig. Ik heb het gevoel dat jij me dat kunt leren.’             ‘Gekkie, hou op. Zo goed schrijf ik nou ook weer niet.’             ‘Potverdorie! Wil je eens ophouden met dat belachelijke bescheiden gedoe. Ik wil dat jij me leert hoe ik bij mijn gevoel kom in het schrijven!’             ‘Serieus?’ Een vette klap op de tafel volgt. Koffiekopjes rammelen, het lepeltje vliegt van de tafel. Verschrikte gezichten op het terras. Esther wordt rood van verlegenheid. Zijn woorden, zijn vuur-schietende ogen, de trilling in haar binnenste van de klap op de tafel wijzen haar haar weg. Het voelt bijna als hulp van boven. Een lamp gaat branden.               ‘Wat denk je? Gaat ze hier nou eens iets mee doen, voor zichzelf?’             ‘Ben je mal, ze gaat hem helpen, maar wat doet dat voor haarzelf?’             ‘Wie weet, ik heb het gevoel dat deze vriendschap anders is, dat Peter haar teruggeeft wat ze zelf investeert in die vriendschap’             ‘Mmm daar heb je gelijk in, ze luistert echt naar hem, doet er iets mee. Hoe zou dat komen? ‘Heeft dat iets met haar verlangen naar verbinding en open houding te maken?’ Dat schrijven en het met hem bespreken, doet haar daarom ook zo goed, denk ik.’             ‘Mmm toch vaag gedoe hoor.’   Esther begint Peter te helpen. Ze ontdekt het plezier van hem helpen in zijn schrijven. Peter vraagt: ‘Waarom wordt jij niet schrijfdocent?’ Zo start Esther in het Belgische met haar opleiding. Ze helpt vele jaren erna met enthousiasme en intens plezier anderen op hun schrijfpad. De lamp blijft branden.               ‘Kijk toch eens hoe ze alles weer aanpakt. Het doet me zo denken aan haar studententijd. We hoefden haar nooit aan haar huiswerk te manen. Enthousiast, gemotiveerd, voortvarend. Met haar kop door een muur als ze moet. Van wie heeft ze dat toch, die gedrevenheid?’             ‘Hè vrouw, wat een vraag. Van mij natuurlijk! En ze wist altijd al hoe graag ik dat bij haar zag.’             ‘Pfff jij. Ik ben blij dat zij wat beter om zich heen kijkt op haar pad. Die kleine en haar man zijn haar belangrijker dan haar schrijven en lesgeven, hoe enthousiast ze daarover ook is.’             ‘Jaja, ik weet het nou onderhand wel. Dat had ik anders moeten doen. Leg je er nou maar bij neer dat we dat stuk niet meer kunnen veranderen. Wáter door de Maaaaaas!’             ‘Ik weet het, ik weet het. Ik ben ook niet meer boos. Ik constateerde slechts dat zij iets gedaan heeft met onze fouten. Geleerd. Het is fijn dat we hier nu samen zijn, zonder ruzies.’             ‘Och Wilma, konden we het haar maar vertellen.’             ‘Wat?’             ‘Nou, dat het goed komt. Dat uiteindelijk alles goed komt.’

Esther MG
0 0

In de zoektocht naar het ‘wij’ verloor ik vaak mijn ‘ik’.

Schrijfopdracht 1 - Esther van der Werf   Logboek van een onbarmhartig jaar – Connie Palmen Pag 28 onderaan ‘Samen betekent wij iets,’ t/m pag 29 bovenaan ‘angstaanjagend leeg is’   Premisse: Dienstbaarheid omwille van de te verwerven verbondenheid, levert niets op als de eerste verbondenheid niet met jezelf is.   In de zoektocht naar het ‘wij’ verloor ik vaak mijn ‘ik’.   Ik herken het in veel vrouwen van mijn leeftijd. Is het iets uit dat tijdperk? Is het een biologisch bepaald gegeven? Het is vast geen toeval dat ik meerdere vrouwen van mijn generatie ontmoet die dit als een rode draad in hun leven aangeven. De kracht tot verbondenheid, opbouw van sociale harmonieuze eenheid is vrouwen al sinds de oermens meegegeven. De mannen gingen jagen, de vrouwen zorgden voor de groep. Hadden het ook nodig in die groep een eenheid te creëren, zonder dat was er geen leven mogelijk. Is dat pas in de laatste generaties aan het veranderen? Waar mijn vader nog de guldencenten en hogere ego-glorie najoeg vanuit zijn baan en mijn moeder als enige taak had de troepen thuis te voederen en verzorgen, heeft de generatie van na pakweg 1960, een andere rolverdeling gevonden. Ik vermoed dat de zoektocht naar verbondenheid, zelfs tegen de stromen in, een combinatie is van tijdsgeest, opvoeding, omstandigheden en karakter.   Mijn grootste kracht is vaak mijn grootste zwakte. Mijn kracht tot verbondenheid. Ik omarmde dit als een gegeven waar ik niets aan wilde veranderen. Ik accepteer nu de consequenties uit het verleden als een bitterzoet gegeven. Want het had wel anders gekund, weet ik nu. In de zoektocht naar het ‘wij’ verloor ik vaak mijn ‘ik’. Dat begon al vroeg in mijn jeugd en de laatste keer overkwam het me vorig jaar. Altijd was ik de sterke en ging veel verder in loyaliteit en geven, dan goed voor me was. De consequenties voor mijn welzijn nam ik voor lief. Als ik het al in de gaten had, dacht ik er niet verder over na.   Tot de periode waarin ik niets te geven had. De laatste acht maanden van 2016. Ziek, op het randje van de dood, met lang revalideren, ging mijn energie naar de meest basale dingen. Er was simpelweg geen ruimte voor meer. Ik werd omringd door lieve gevers. Veel van de ooit door mij gegeven energie kwam terug als een geschenk. Toch kwam in die periode ook de dag, waarop de vriendin aan wie ik het meest van al gegeven had, onze tienjarige hartsvriendinnen-vriendschap via een appje uitmaakte. Bij gebrek aan energie deed ik het voor het eerst: ik calculeerde! Ik kwam tot een negatieve uitkomst en stelde mijn prioriteiten. Voor het eerst ging ik niet op de barricades voor verbondenheid maar accepteerde dat het soms niet de moeite van het geven waard is.   Voor hen uit een andere tijdsgeest, opvoeding, omstandigheden en met een ander karakter wellicht een vanzelfsprekend gegeven. Voor mij een complete omwenteling. Even niet ‘alles’ geven om naar verbondenheid met anderen te werken, maar nu ook lief zijn voor mezelf. Wat komt dat komt. Ik hoef geen vijf keren met mijn kop door een betonnen muur. Ja natuurlijk gebeurt het nog wel dat iemand over me heen loopt. Maar niet meer heen en weer! Juist als ik me eens even terugtrek zal de ander de kans krijgen om de echte verbondenheid te tonen. Ik zie nu dat zelfs als de uitkomst tegen valt, het winst is. Ik ben nu eerlijk in wat ik te bieden heb, en vooral: wat niet. In de zoektocht naar het ‘wij’ hoef ik mijn ‘ik’ niet te verliezen. Juist niet: die ‘ik’ draagt wezenlijk bij aan het pure, oprecht goede in ‘wij’.  

Esther MG
0 0

Opleiding

Publicaties

Prijzen