In de zoektocht naar het ‘wij’ verloor ik vaak mijn ‘ik’.

21 jan 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Schrijfopdracht 1 - Esther van der Werf

 

Logboek van een onbarmhartig jaar – Connie Palmen

Pag 28 onderaan ‘Samen betekent wij iets,’ t/m pag 29 bovenaan ‘angstaanjagend leeg is’

 

Premisse:

Dienstbaarheid omwille van de te verwerven verbondenheid, levert niets op als de eerste verbondenheid niet met jezelf is.

 

In de zoektocht naar het ‘wij’ verloor ik vaak mijn ‘ik’.

 

Ik herken het in veel vrouwen van mijn leeftijd. Is het iets uit dat tijdperk? Is het een biologisch bepaald gegeven? Het is vast geen toeval dat ik meerdere vrouwen van mijn generatie ontmoet die dit als een rode draad in hun leven aangeven. De kracht tot verbondenheid, opbouw van sociale harmonieuze eenheid is vrouwen al sinds de oermens meegegeven. De mannen gingen jagen, de vrouwen zorgden voor de groep. Hadden het ook nodig in die groep een eenheid te creëren, zonder dat was er geen leven mogelijk. Is dat pas in de laatste generaties aan het veranderen? Waar mijn vader nog de guldencenten en hogere ego-glorie najoeg vanuit zijn baan en mijn moeder als enige taak had de troepen thuis te voederen en verzorgen, heeft de generatie van na pakweg 1960, een andere rolverdeling gevonden. Ik vermoed dat de zoektocht naar verbondenheid, zelfs tegen de stromen in, een combinatie is van tijdsgeest, opvoeding, omstandigheden en karakter.

 

Mijn grootste kracht is vaak mijn grootste zwakte. Mijn kracht tot verbondenheid. Ik omarmde dit als een gegeven waar ik niets aan wilde veranderen. Ik accepteer nu de consequenties uit het verleden als een bitterzoet gegeven. Want het had wel anders gekund, weet ik nu. In de zoektocht naar het ‘wij’ verloor ik vaak mijn ‘ik’. Dat begon al vroeg in mijn jeugd en de laatste keer overkwam het me vorig jaar. Altijd was ik de sterke en ging veel verder in loyaliteit en geven, dan goed voor me was. De consequenties voor mijn welzijn nam ik voor lief. Als ik het al in de gaten had, dacht ik er niet verder over na.

 

Tot de periode waarin ik niets te geven had. De laatste acht maanden van 2016. Ziek, op het randje van de dood, met lang revalideren, ging mijn energie naar de meest basale dingen. Er was simpelweg geen ruimte voor meer. Ik werd omringd door lieve gevers. Veel van de ooit door mij gegeven energie kwam terug als een geschenk. Toch kwam in die periode ook de dag, waarop de vriendin aan wie ik het meest van al gegeven had, onze tienjarige hartsvriendinnen-vriendschap via een appje uitmaakte. Bij gebrek aan energie deed ik het voor het eerst: ik calculeerde! Ik kwam tot een negatieve uitkomst en stelde mijn prioriteiten. Voor het eerst ging ik niet op de barricades voor verbondenheid maar accepteerde dat het soms niet de moeite van het geven waard is.

 

Voor hen uit een andere tijdsgeest, opvoeding, omstandigheden en met een ander karakter wellicht een vanzelfsprekend gegeven. Voor mij een complete omwenteling.

Even niet ‘alles’ geven om naar verbondenheid met anderen te werken, maar nu ook lief zijn voor mezelf. Wat komt dat komt. Ik hoef geen vijf keren met mijn kop door een betonnen muur. Ja natuurlijk gebeurt het nog wel dat iemand over me heen loopt. Maar niet meer heen en weer! Juist als ik me eens even terugtrek zal de ander de kans krijgen om de echte verbondenheid te tonen. Ik zie nu dat zelfs als de uitkomst tegen valt, het winst is. Ik ben nu eerlijk in wat ik te bieden heb, en vooral: wat niet. In de zoektocht naar het ‘wij’ hoef ik mijn ‘ik’ niet te verliezen. Juist niet: die ‘ik’ draagt wezenlijk bij aan het pure, oprecht goede in ‘wij’.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

21 jan 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket