Fantavero

Gebruikersnaam Fantavero

Teksten

Het schema

                HET ZWAARD   Het begon toen zijn vrouw een fles mondwater had gekocht tegen slechte adem en tandplak. Vooral tegen tandplak. Dagen hadden ze geruzied en gediscussieerd. Haar argument was dat het bij de T van tandverzorgingsproducten moest staan. Hij ging voor de M van mondwater. Zij vond dat het dan te dicht bij de producten voor de maag stond, bij de maagtabletjes. Ze wilde geen mondwater in haar maag krijgen. Hij klemde zijn kaken op elkaar, zijn mond in een pijnlijke grimas. Hij had bij zijn standpunt moeten blijven zoals hij altijd deed.  Hij voelde zijn greep op haar verslappen.Het mondwater was uiteindelijk bij de tandbenodigdheden terechtgekomen. In de badkamer stonden 3 bekers. Eén voor de flosdraden, één voor hem en één voor haar. Hoe had ze zo stom kunnen zijn. Het mondwater in de beker van de flosdraden.  Had ze nou toch maar gewoon haar verstand gebruikt en voor de M gekozen. Voorzichtig trekt hij het plastiek los van de lichtblauwe badkamertegels. Er blijft nog wat opgedroogde lijm achter en met zijn nagel probeert hij deze weg te krabben. Hij veegt het witte gruis van de lijm van zijn nagel af maar er blijft nog een wit randje onder zichtbaar. Nog een uur voor hij wordt opgehaald. Hij bekijkt onder het plastiek het schema waar hij met overgave aan werkte en dat hem veel plezier verschafte.  Hij zucht. Heeft hij spijt? Ja en neen. Hoe het zover kon komen? Daarop weet hij het antwoord. Het was begripsverwarring. Van begrippen weet hij alles. Ze geven de dingen een naam en al de rest zijn verzinsels of fantasie. Fantasie leidt nergens toe. Verzinsels zijn tenminste nog bruikbaar, tijdelijk, om je uit bepaalde situaties te redden, waardoor je weer grip krijgt en je weer met de echt belangrijke dingen en met de realiteit kan bezighouden. Structuur. Orde ook. Dat had hij in het leger geleerd. Je voorbereiden op de ergste dingen. Achter elke hoek een vijand. En dat kon er een zijn met een pistool, een geweer of een kalasjnikov. Ken je vijand of zijn wapen zoals je jezelf kent. Dat was zo in het leger en in het dagdagelijkse leven. En laat je niet misleiden door zentoestanden als meditatief boogschieten, want dan schiet je pas aan jezelf voorbij.  Een vizier en een doel , dat heb  je nodig. Alleen zo kan je je mannetje staan. En je mannetje kunnen staan, daar gaat het in het leven om. Ja, zo ziet hij het nu nog steeds. EN DE SCHEDE NATUURLIJK   De periode waarin ze hem graag zag, leek een eeuwigheid geleden. Ze kon het gevoel niet meer oproepen maar wist nog wel waarom ze ooit voor hem viel. Het kostte hem geen enkele moeite de dingen helder te doorzien. Hij had voor alles een oplossing. Die oplossing deed zich in hun verdere huwelijk meer en meer voor als een beslissing.  Een beslissing die hij voor haar nam. Ze had dit vrij snel door, maar had het eerst nog als een onhandigheid van hem gezien. Een poging van hem om haar te sparen. Te weten wat best voor haar was. Hij was er van overtuigd dat discussies haar en bijgevolg hun relatie zouden schaden. Zo lustte hij geen groentesoep. Hij overtuigde haar dat een bepaalde combinatie van groenten een chemische uitwerking had, die slecht was voor zijn gezondheid. Zij capituleerde. Dus maakte ze nog enkel soep van één groente tegelijk. Hij maakte een lijstje van alles wat gezond was. In kolommen. In kolom één alle voedingsmiddelen. In kolom twee de voedingswaarden. En in kolom drie de bijhorende wetenschappelijke formules. De tweede kolom kon ze nog begrijpen, maar het was de derde kolom die haar ontzag inboezemde. Omwille van de kennis. Kennis waarvoor je geniaal moest zijn. Hij deed een poging het haar duidelijk te maken, maar ze voelde zich een kind dat werd berispt. Hij zei dat hij het haar nog eens geduldig wilde uitleggen. De vreemde tekens en symbolen werden gezichten die haar nu eens grijnzend, dan weer spottend aankeken.  Ze keek beschaamd naar de grond. Gelukkig stond de bloemkool die ze die dag gekocht had ook in kolom één. Ze liet een stevige straal kraantjeswater over de bloemkoolroosjes lopen en besloot zich gewoon maar aan het schema te houden.  De routine die ze aannam als hij uit werken was, begon haar te vervelen.   ’s Ochtends maakte ze voor hem ontbijt, bereidde zijn lunchpakket en ruimde de tafel weer af als hij vertrokken was. Daarna ging ze in de keuken voor het schema zitten en bedacht wat ze die dag zouden eten. Haar boodschappen deed ze in de voormiddag. In de namiddag deed ze haar huishoudelijk werk en in de late namiddag begon ze aan de bereiding van het avondmaal. Rond half zes kwam hij thuis.  Dan luisterde ze een half uur naar het relaas van zijn dag. Tussen zes en half zeven las hij zijn krant en bekeek hij de beursuitslagen. Zijn half uurtje “lichaam in rust en verstrooiing van de geest”, zoals hij het placht te noemen.    Ze voelde zich al een tijdje erg onrustig. Na het boodschappen doen, sleepte ze zich weer eens naar de keuken.  Ze was haar antislippantoffels vergeten aandoen en gleed uit over de gladde keukenvloer. De selder viel uit haar mand en tegelijk kletterde de bokaal tomatensaus in stukjes op de grond. Een mozaïek van groene selder met stukjes tomaat. Geen seldersoep vanavond. De tranen sprongen in haar ogen en haar aandacht dreigde naar de boze kolommen te gaan. Huiverend wendde ze haar blik af en begon de boel koortsachtig op te ruimen. Haar aandacht viel op het blaadje dat mee uit haar mand was gevallen. “Hoe kook ik lekker vegetarisch?” stond erop. “Vegetarisch, da’s toch ook gezond”, dacht ze. En het kon ook met slechts één groente tegelijk. Ze trok naar de bibliotheek en haar mond viel open bij zoveel gerechten van verschillende soorten voedingsleer met elk hun eigen filosofie. Dagenlang spendeerde ze daar terwijl ze in de boeken bladerde. Het was spannend alsof ze naar een groot mysterie peilde, alsof ze zichzelf onderzocht. Hoewel ze dat gevoel niet kon  verklaren. In haar zoektocht viel haar oog  op de gerechten, bereid met de voedingsmiddelen uit kolom 1 en hun respectievelijke voedingswaarden. Een vreemde spanning werd haar meester. Dit was het moment, het moment om ze eens goed te onderzoeken. Wat betekenden die voedingswaarden? Ze bestudeerde verschillende gerechten.  Dankbaar dacht ze aan al die zuivere, gezonde producten uit de natuur. Het maakte haar helemaal warm vanbinnen.  Dan dacht ze terug aan de formules in de keuken die haar zo beangstigden. Nù, nu was ze klaar om haar nieuwe kennis te testen.  Ze bekeek de symbolen van de formules. Ze herkende niet veel. Ze bekeek ze nog eens en nog eens. Ze kwamen niet overeen met de symbolen van de voedingswaarden. De W bleek voor arbeid te staan en niet voor water. V betekende volume en had niets met vezels te maken. En op de koop toe  stond C° voor Celcius en dat was helemaal iets anders dan cholesterol. Het was een enorme wolk van teleurstelling die in haar opsteeg en haar mee nam. Ze wist even niet meer waar ze was en het duizelde haar.Verschillende fragmenten uit haar leven trokken aan haar voorbij tot ze weer teruggegooid werd in haar keuken. De plaats waar het allemaal begon. Ze herinnerde zich vaag dat er nog iemand aan deze plaats verbonden was. Haar man, die nu een vreemde voor haar  was geworden. Een kalme zekerheid kwam over haar. Neen, hij mocht hier niets van merken. Hij zou haar woede met zijn radar ogenblikkelijk detecteren. Haar duidelijk maken dat woede niet bevorderlijk is voor de algemene menselijke en geestelijke gezondheid. Beheersing. Beheersing moet er zijn. Ze zag hem snoeien in de tuin.  Zijn rug in een voorovergebogen maaiende beweging. Tussen de berg tuinafval lagen zowel dorre takken als jonge twijgjes. Ze voelde zich misselijk worden. Zij had evengoed tussen het tuinafval kunnen liggen. Door al die jaren met hem was ook haar levendige jonge binnenkant weggehaald. Het verklaarde het uitgeholde gevoel waar ze al lang mee rondliep. Haar enthousiasme door zijn maaiende beheerste snoeischaren weggeknipt. “Zeurpiet”, dacht ze. Er zat een bal in haar keel die ze uit alle macht probeerde weg te slikken. Haar keelholte leek te klein. “Zeurpiet!” Nu begonnen haar handen onophoudelijk op het keukenblad te slaan. Ze skandeerde nu, maar met een dikke, opgezwollen tong.  Alle woede, al het verdriet. Nog altijd ingeslikt. “Seurrpiett…seurrpiett!!” Blaasjes speeksel verschenen op haar lippen en het zweet stond op haar voorhoofd.  Ze klemde haar handen rond de rand van het keukenblad tot haar knokels wit werden, terwijl ze hijgend de woorden verder uitspuwde. “Zeurpiet! Zeurpiet! Zeurpiet!...f beheersing, beheersing...!”   HET OOR VAN DE POLITIE   Van zijn gezicht valt niets af te lezen, emotieloos. Is het zijn tactiek of is hij een psychopaat? Dat zal het psychologisch onderzoek nog uitwijzen. Ze kijkt van niets meer op. Er passeren nog vreemdere gevallen. Hij breekt haar gedachte.“ Structuur is belangrijk”, zegt hij op licht geïrriteerde toon. “Dat heb ik haar al die jaren proberen bij te brengen. Ik dacht dat ze er uiteindelijk wel mee weg was. Tijdens de oorlog opereer je ook niet zonder een plan.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     “Ik begrijp niet wat u bedoelt. Wat heeft dat met het delict te maken?” Ze neemt de man voor haar op. Uiterst vreemde zaak, denkt ze, en een nog vreemdere man. Een militair blijkt uit het dossier dat ze haastig doornam. Ze had het kunnen denken.  Hij is onberispelijk gekleed. Volledig in het grijs hoewel de broek iets donkerder dan de trui en de kraag van zijn hemd in een nog lichtere tint. Gemillimeterd grijs haar en een verzorgde huid. Een dure gezichtscrème, vast en zeker. “Komt u alstublieft terzake.”, zegt ze nu op besliste toon. Verbeeldt ze zich een spottend trekje? Zijn linker mondhoek trekt wat krullend opzij weg terwijl hij verder gaat. “Om 18u30, de Dow Jones  was net met 1,22 % gestegen, ik bekijk altijd de beursuitslagen voor het eten, zag ik dat het groentesoep was toen ik op wou opscheppen. Ik had het haar nog zo gezegd. Groentesoep geeft míj bij de spijsvertering gassen die deze bemoeilijken. Een kakofonie van kleuren. In het leger hou je je ook bij je eigen vlag, bij wijze van spreken. Dat is het basisbeginsel. Het solidariteitsprincipe van elke militair.” De inspecteur heeft vandaag al te veel koffie gedronken en ze voelt haar droge plakkende mond. Ze heeft weer niets gegeten dat voor gezond kan doorgaan. Snel een suikerwafel die haar zure oprispingen geeft. Ze hoort zichzelf smakgeluidjes maken. Natuurlijk denkt er hier niemand aan om een fles water en glazen neer te zetten. “Ik weet inmiddels dat u bij het leger werkt… groentesoep? Laat u zoiets banaals als groentesoep uw huwelijk beheersen? Hoe werkt dat in een huwelijk van bijna twintig jaar?” En dan denkt ze aan Willy, haar eigen man. Hij kookt voor haar en zij houdt niet van zijn kost. Vet. Zoals hij. Die slanke mooie man door de jaren en het huwelijk heen in gewicht verdubbeld.                                                                                                                                          “ Vertel mij eens wat meer over uw leven met uw vrouw.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                “Mag ik even mijn verhaal afmaken, u schijnt mij niet te begrijpen.” Het ontgaat haar niet dat zijn stem even in toonhoogte stijgt. “Je ziet wel verschillende vlaggen als er een conferentie is, maar die is aangekondigd. Die is aangekondigd. Transparantie en consequentie, dat zijn belangrijke waarden. Om op uw vraag te antwoorden, ook in het huwelijk.” Er kleuren enkele rode vlekken in zijn hals en tussen de kraag van zijn hemd.  Ze voelt zich weer op het cruciale punt aanbelanden. De hoofdinspecteur zou zeggen dat hier juist de uitdaging van de ondervragingsstrategie ligt. Pokerface spelen en op het juiste moment toeslaan. Gelukkig is hij er nu niet. Ze wil niet begrijpen wat hij hiermee bedoelt. Wat is het juiste moment? Een delict hangt toch van meerdere factoren af? En hij is doof voor wat ze haar vrouwelijke intuïtie noemt. Ze heeft wel eens meer de indruk dat het voor hem alleen maar een spel is dat hij het liefst nog met de dikke rook van zijn dikke sigaren omhult. De man voor haar is het niet gewoon tegengesproken te worden. Daar kan ze nu prat op gaan. Ze richt zich op de muur achter hem. Een zwart-wit foto van een landschap. Een donkere prent waar je vaag een vijver en een bos kan onderscheiden. Het is haar een raadsel waarom hij daar hangt. De kale muur lijkt er nog kaler door. De ruimte leent zich niet tot een vrolijker beeld.                                                                                                                                         Ze haalt diep adem. Ze mag zich hier niet om de tuin laten leiden. Haar spieren voelen gespannen als ze haar schouders recht.  Ze richt haar blik op de rechterhoek van zijn wenkbrauw zodat het tenminste lijkt alsof ze hem in de ogen kijkt terwijl ze verder gaat.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         “Laat ons hier klare taal spreken. Daar houdt u  toch van ? Transparantie toch? Over uw huwelijk heb ik al genoeg gehoord. Ik vraag het u een laatste keer. Waarom hebt u haar vermoord?”                                                            “Ik heb haar niet vermoord. Volg toch mijn redenering. Als ze nu gewoon maar de eenvoudige volgorde had gerespecteerd. Dan had ze het mondwater niet in de beker met flosdraadjes gekieperd.”                                     “Dit is opzet en geen toeval. Kom zeg! Sneeuwwitje neemt mondwater en spoelt, maar in plaats van water schiet er een ijzeren flosdraad in haar keel. En dan ligt ze daar. Dood of halfdood te wachten op de prins. Bent u die prins?Gelooft u nu echt in sprookjes? Ik niet. Als u zoals iedereen het sprookje van Sneeuwwitje kent, zal u ongetwijfeld ook wel het verschil kennen tussen schuld en onschuld. Dat kan u in de rechtbank dan even gaan uitleggen.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   “ U weet niet waarover u spreekt. Een soldaat die het leven van een vijand neemt… is die schuldig? Die handelt uit plichtsbesef, met gevaar voor eigen leven…geen vrijblijvendheid toegestaan. U hier vanachter uw bureautje…” Hij is intussen rechtgestaan. “Neen, blijft u maar rustig zitten. Ik zou weleens willen weten of u uw eigen leven zou geven voor de goede zaak, voor het algemeen belang, zoals men dat dan noemt. Ik kan je verzekeren: de laatste blik in de ogen van een strijdmakker vergeet je nooit. Nooit. Gaat u vanavond maar rustig naar huis. U zal er uw slaap niet voor laten. Ú…, ja, ú gelooft nog in sprookjes. Gemakzuchtige theorietjes…over recht en onrecht…Wat is recht, hé…?U bent bang voor diegenen die het heft werkelijk in eigen handen nemen en nu heeft u het lef om zich met mijn huwelijk te bemoeien. Het zijn zaken die u niet aangaan. Waarschijnlijk hebt u thuis een schoothondje zitten, eentje dat beweegt, als u alleen maar met uw manwijfvingers knipt. Wel, ík ben zo NIET! Is dát klare taal?” De mond van de inspecteur valt open maar ze klapt hem snel weer dicht. Ze kijkt nu recht in zijn bloeddoorlopen ogen. Zijn maaiende armen opgeheven.                                                                                                                                                Ze hoort zichzelf roepen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           “Zitten en wel nu!!”   ONT-BOTTEN   Ze kijkt door het keukenraam. Een ritueel dat ze een paar keer per dag graag herhaalt. Ze houdt erg van de lente en als tussen de rozenperken de eerste knopjes verschijnen, verheugt ze zich dat het weer zover is. Nu is het nog het einde van de winter. Zijn stem klonk deze keer onvast toen hij eindigde met “dit is het einde van deze argumentatie”. Hij noemde het nooit een ruzie. De deur ging iets harder in het slot. Een buitenstaander zou het niet gemerkt hebben, maar zij wist dat hij inwendig razend was. Ze merkte het aan de plotse onvastheid van zijn geprononceerde bewegingen. Zijn hand vergat even hoe die een deur moest openen.                                                                                             Ze weet dat ze deze keer gewonnen heeft. Het mondwater zal bij de T van de tandverzorgingsproducten staan. Ze kan zich zijn gezichtsuitdrukking maar al te goed voorstellen. Het tegenovergestelde van zijn ingestudeerde neutraliteit. Ze betrapt zichzelf op een leedvermaak.  Tijdens hun huwelijk nam ze de liefdevolle taak op zich zijn harnas open te breken. Ze wilde niet ophouden de man hierachter te leren kennen. Ze vroeg hem naar zijn vader en moeder. Hij noemde dat psychologische onzin waarmee je niet vooruitkwam. Ze verzekerde hem dat een kind het slachtoffer was in zo’n situatie.  Hij replikeerde dat het zwakkelingen waren die zichzelf ervan weerhielden een deugdzaam en eervol leven te leiden.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Ze wilde begrijpen wat er precies achter zijn maniakale drang schuilging om alles te willen controleren en ordenen. Een onbedwingbare controleoefening was een voor de hand liggende conclusie maar voor haar niet voldoende. Hij wist haarfijn welke kleur lippenstift ze bij een kledingstuk verkoos tot zelfs het nummer ervan toe.  Hij bracht het achteloos. Maar ze wist wel beter. Het had haar gecharmeerd en ontroerd In de eerste jaren van hun huwelijk kwam hij ’s avonds vaak thuis met verhalen. Het amuseerde haar. De groenteverhalen buitte hij lang uit. “Broccoli is goed voor het ijzergehalte, schat.”, zei hij.  Hij vertelde het verhaal van de competitie lopen. Hij had gewonnen. “Het ijzer ging wel flink tekeer in mijn bloed”, zei hij. Ze hield van de blosjes op zijn wangen en de viriliteit die hij uitstraalde.                                                                                                           Later bracht hij een ander verhaal. Deze keer was het het saignant gebakken rundsvlees. Saignant gebakken rundsvlees stond met een uitroepteken in de eerste kolom. Hij had de competitie lopen niet gewonnen. Hij had wel zijn record verbeterd. Ze zag die blosjes op zijn wangen en wilde hem weer in haar armen sluiten. Saignant gebakken vlees was toch goed voor de potentie, dat had hij haar toch zelf verteld? Maar zijn lichaam verstarde. “Teamwork. Teamwork is het belangrijkste in het leger.” zei hij terwijl hij elke lettergreep bijna uitspuwde. “Ja, samenwerken is belangrijk en denk je niet nog meer…het af en toe eens aan de ander durven overlaten?” Ze keek hem in de ogen, hunkerend naar iets van erkenning of iets anders, wat het ook was maar het bleef uit. Hij zou zich weer achter zijn krant terugtrekken en pas bij het avondeten, stipt om 18u30, opnieuw verschijnen. Zijn ogen zouden eerst naar de wijzers van de keukenklok gaan en dan pas naar haar. Alsof hij haar woordeloos wilde laten weten dat hij zich nog liever aan een onpersoonlijk mechanisch ding als een klok overleverde dan aan haar, zijn vrouw van vlees en bloed. Ze had niet langer de kracht om het anders te interpreteren. Haar houding veranderde. Ze vroeg zijn raad niet meer bij het kleden. Ze reageerde niet meer als hij een bijpassende lippenstift noemde en bij het overeenkomstige nummer had ze de neiging om haar oren dicht te stoppen. Hij probeerde haar meer te betrekken als hij iets vertelde. Hij begon haar opnieuw “ schat” te noemen maar ze weigerde nog langer aan die onbeholpenheid tegemoet te komen.   GROENTESOEP   Een moestuin was er nooit gekomen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 Ze begon er enkele keren over. Hij reageerde verontwaardigd. “Maar schatje, je gaat toch niet met die prachtige pianovingers van je in de grond zitten wroeten. Dan gaan ze die betoverende melodietjes van jou er niet meer uitkrijgen, hoor…!”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Dat was het nu net. Ze had vroeger op hoog niveau piano gespeeld. En hij had haar na elk optreden getrouw staan opwachten, haar uitvoerig complimenterend met het talent dat hij in haar zag. Hij was niet van haar weg te slaan. Niemand had haar zo veel liefde betoond.  Hij moest wel de veelbelovende toekomstige zijn.                                                                                                                                                                                                                                        Na 2 jaar samen zijn, legde ze hem stralend voor haar professionele muziekopleiding weer aan te vatten na die stille jaren op het vlak van muziek.  Ze keek verwachtingsvol uit naar dat  enthousiasme dat hij haar na haar vroegere muziekoptredens altijd betoonde maar dat bleef uit.  Ze zouden elkaar niet vaak meer zien als ze zo veel moest studeren. Het was beter het bij een hobby te houden, zei hij. Bovendien was het zo’n harde wereld, waartegen zij niet opgewassen was.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Maar nu zou ze zich niet meer plooien. Al zei hij dat hij haar wilde beschermen tot aan haar dood. Ze voelde zich stikken. Ze zou ze er nog aan sterven ook. Neen, ze zou alles doen wat ze zelf wilde, ook al verbood hij het haar. Intussen was ze een eind in de veertig en ze wist onderhand wel wat goed voor haar was.  En wat ze niet wist, zou ze wel leren. De groentesoep. Haar hart bonsde in haar keel. Ze nam beslist haar grootste winkelmand en begaf zich naar de groentewinkel met het ruimste assortiment fruit en groenten in de omtrek. Ze zou een groentesoep maken uit een assortiment van A tot Z. Hij kon er zeker van zijn dat ze zijn geliefkoosde alfabetische volgorde gebruikte.                                                                                                                                                                  Ze begon aan de opsomming: andijvie, boerenkool, courgette, doperwten, erwten, …Ze aarzelde even. “Hebt u een groente die begint met de letter ‘f’?” De winkelbediende keek haar verbouwereerd aan. “Geeft niet, geeft u dan maar een flinke sla.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Ook kocht ze een halve kilo kersen. Onderweg genietend stak ze ze een voor een in haar mond, waarbij het sap haar lippen rood kleurde. De pitten spuugde ze op de grond. Alle kanten op en liefst zo ver mogelijk.                                                                                                                                                     Het was alsof ze weer een jong meisje was en ondanks de 20 kilo die ze meedroeg, voelde ze zich lichter dan ooit.  

Fantavero
0 0

Het schema

                HET ZWAARD   Het begon toen zijn vrouw een fles mondwater had gekocht tegen slechte adem en tandplak. Vooral tegen tandplak. Dagen hadden ze geruzied en gediscussieerd. Haar argument was dat het bij de T van tandverzorgingsproducten moest staan. Hij ging voor de M van mondwater. Zij vond dat het dan te dicht bij de producten voor de maag stond, bij de maagtabletjes. Ze wilde geen mondwater in haar maag krijgen. Hij klemde zijn kaken op elkaar, zijn mond in een pijnlijke grimas. Hij had bij zijn standpunt moeten blijven zoals hij altijd deed.  Hij voelde zijn greep op haar verslappen.Het mondwater was uiteindelijk bij de tandbenodigdheden terechtgekomen. In de badkamer stonden 3 bekers. Eén voor de flosdraden, één voor hem en één voor haar. Hoe had ze zo stom kunnen zijn. Het mondwater in de beker van de flosdraden.  Had ze nou toch maar gewoon haar verstand gebruikt en voor de M gekozen. Voorzichtig trekt hij het plastiek los van de lichtblauwe badkamertegels. Er blijft nog wat opgedroogde lijm achter en met zijn nagel probeert hij deze weg te krabben. Hij veegt het witte gruis van de lijm van zijn nagel af maar er blijft nog een wit randje onder zichtbaar. Nog een uur voor hij wordt opgehaald. Hij bekijkt onder het plastiek het schema waar hij met overgave aan werkte en dat hem veel plezier verschafte.  Hij zucht. Heeft hij spijt? Ja en neen. Hoe het zover kon komen? Daarop weet hij het antwoord. Het was begripsverwarring. Van begrippen weet hij alles. Ze geven de dingen een naam en al de rest zijn verzinsels of fantasie. Fantasie leidt nergens toe. Verzinsels zijn tenminste nog bruikbaar, tijdelijk, om je uit bepaalde situaties te redden, waardoor je weer grip krijgt en je weer met de echt belangrijke dingen en met de realiteit kan bezighouden. Structuur. Orde ook. Dat had hij in het leger geleerd. Je voorbereiden op de ergste dingen. Achter elke hoek een vijand. En dat kon er een zijn met een pistool, een geweer of een kalasjnikov. Ken je vijand of zijn wapen zoals je jezelf kent. Dat was zo in het leger en in het dagdagelijkse leven. En laat je niet misleiden door zentoestanden als meditatief boogschieten, want dan schiet je pas aan jezelf voorbij.  Een vizier en een doel , dat heb  je nodig. Alleen zo kan je je mannetje staan. En je mannetje kunnen staan, daar gaat het in het leven om. Ja, zo ziet hij het nu nog steeds. EN DE SCHEDE NATUURLIJK   De periode waarin ze hem graag zag, leek een eeuwigheid geleden. Ze kon het gevoel niet meer oproepen maar wist nog wel waarom ze ooit voor hem viel. Het kostte hem geen enkele moeite de dingen helder te doorzien. Hij had voor alles een oplossing. Die oplossing deed zich in hun verdere huwelijk meer en meer voor als een beslissing.  Een beslissing die hij voor haar nam. Ze had dit vrij snel door, maar had het eerst nog als een onhandigheid van hem gezien. Een poging van hem om haar te sparen. Te weten wat best voor haar was. Hij was er van overtuigd dat discussies haar en bijgevolg hun relatie zouden schaden. Zo lustte hij geen groentesoep. Hij overtuigde haar dat een bepaalde combinatie van groenten een chemische uitwerking had, die slecht was voor zijn gezondheid. Zij capituleerde. Dus maakte ze nog enkel soep van één groente tegelijk. Hij maakte een lijstje van alles wat gezond was. In kolommen. In kolom één alle voedingsmiddelen. In kolom twee de voedingswaarden. En in kolom drie de bijhorende wetenschappelijke formules. De tweede kolom kon ze nog begrijpen, maar het was de derde kolom die haar ontzag inboezemde. Omwille van de kennis. Kennis waarvoor je geniaal moest zijn. Hij deed een poging het haar duidelijk te maken, maar ze voelde zich een kind dat werd berispt. Hij zei dat hij het haar nog eens geduldig wilde uitleggen. De vreemde tekens en symbolen werden gezichten die haar nu eens grijnzend, dan weer spottend aankeken.  Ze keek beschaamd naar de grond. Gelukkig stond de bloemkool die ze die dag gekocht had ook in kolom één. Ze liet een stevige straal kraantjeswater over de bloemkoolroosjes lopen en besloot zich gewoon maar aan het schema te houden.  De routine die ze aannam als hij uit werken was, begon haar te vervelen.   ’s Ochtends maakte ze voor hem ontbijt, bereidde zijn lunchpakket en ruimde de tafel weer af als hij vertrokken was. Daarna ging ze in de keuken voor het schema zitten en bedacht wat ze die dag zouden eten. Haar boodschappen deed ze in de voormiddag. In de namiddag deed ze haar huishoudelijk werk en in de late namiddag begon ze aan de bereiding van het avondmaal. Rond half zes kwam hij thuis.  Dan luisterde ze een half uur naar het relaas van zijn dag. Tussen zes en half zeven las hij zijn krant en bekeek hij de beursuitslagen. Zijn half uurtje “lichaam in rust en verstrooiing van de geest”, zoals hij het placht te noemen.    Ze voelde zich al een tijdje erg onrustig. Na het boodschappen doen, sleepte ze zich weer eens naar de keuken.  Ze was haar antislippantoffels vergeten aandoen en gleed uit over de gladde keukenvloer. De selder viel uit haar mand en tegelijk kletterde de bokaal tomatensaus in stukjes op de grond. Een mozaïek van groene selder met stukjes tomaat. Geen seldersoep vanavond. De tranen sprongen in haar ogen en haar aandacht dreigde naar de boze kolommen te gaan. Huiverend wendde ze haar blik af en begon de boel koortsachtig op te ruimen. Haar aandacht viel op het blaadje dat mee uit haar mand was gevallen. “Hoe kook ik lekker vegetarisch?” stond erop. “Vegetarisch, da’s toch ook gezond”, dacht ze. En het kon ook met slechts één groente tegelijk. Ze trok naar de bibliotheek en haar mond viel open bij zoveel gerechten van verschillende soorten voedingsleer met elk hun eigen filosofie. Dagenlang spendeerde ze daar terwijl ze in de boeken bladerde. Het was spannend alsof ze naar een groot mysterie peilde, alsof ze zichzelf onderzocht. Hoewel ze dat gevoel niet kon  verklaren. In haar zoektocht viel haar oog  op de gerechten, bereid met de voedingsmiddelen uit kolom 1 en hun respectievelijke voedingswaarden. Een vreemde spanning werd haar meester. Dit was het moment, het moment om ze eens goed te onderzoeken. Wat betekenden die voedingswaarden? Ze bestudeerde verschillende gerechten.  Dankbaar dacht ze aan al die zuivere, gezonde producten uit de natuur. Het maakte haar helemaal warm vanbinnen.  Dan dacht ze terug aan de formules in de keuken die haar zo beangstigden. Nù, nu was ze klaar om haar nieuwe kennis te testen.  Ze bekeek de symbolen van de formules. Ze herkende niet veel. Ze bekeek ze nog eens en nog eens. Ze kwamen niet overeen met de symbolen van de voedingswaarden. De W bleek voor arbeid te staan en niet voor water. V betekende volume en had niets met vezels te maken. En op de koop toe  stond C° voor Celcius en dat was helemaal iets anders dan cholesterol. Het was een enorme wolk van teleurstelling die in haar opsteeg en haar mee nam. Ze wist even niet meer waar ze was en het duizelde haar.Verschillende fragmenten uit haar leven trokken aan haar voorbij tot ze weer teruggegooid werd in haar keuken. De plaats waar het allemaal begon. Ze herinnerde zich vaag dat er nog iemand aan deze plaats verbonden was. Haar man, die nu een vreemde voor haar  was geworden. Een kalme zekerheid kwam over haar. Neen, hij mocht hier niets van merken. Hij zou haar woede met zijn radar ogenblikkelijk detecteren. Haar duidelijk maken dat woede niet bevorderlijk is voor de algemene menselijke en geestelijke gezondheid. Beheersing. Beheersing moet er zijn. Ze zag hem snoeien in de tuin.  Zijn rug in een voorovergebogen maaiende beweging. Tussen de berg tuinafval lagen zowel dorre takken als jonge twijgjes. Ze voelde zich misselijk worden. Zij had evengoed tussen het tuinafval kunnen liggen. Door al die jaren met hem was ook haar levendige jonge binnenkant weggehaald. Het verklaarde het uitgeholde gevoel waar ze al lang mee rondliep. Haar enthousiasme door zijn maaiende beheerste snoeischaren weggeknipt. “Zeurpiet”, dacht ze. Er zat een bal in haar keel die ze uit alle macht probeerde weg te slikken. Haar keelholte leek te klein. “Zeurpiet!” Nu begonnen haar handen onophoudelijk op het keukenblad te slaan. Ze skandeerde nu, maar met een dikke, opgezwollen tong.  Alle woede, al het verdriet. Nog altijd ingeslikt. “Seurrpiett…seurrpiett!!” Blaasjes speeksel verschenen op haar lippen en het zweet stond op haar voorhoofd.  Ze klemde haar handen rond de rand van het keukenblad tot haar knokels wit werden, terwijl ze hijgend de woorden verder uitspuwde. “Zeurpiet! Zeurpiet! Zeurpiet!...f beheersing, beheersing...!”   HET OOR VAN DE POLITIE   Van zijn gezicht valt niets af te lezen, emotieloos. Is het zijn tactiek of is hij een psychopaat? Dat zal het psychologisch onderzoek nog uitwijzen. Ze kijkt van niets meer op. Er passeren nog vreemdere gevallen. Hij breekt haar gedachte.“ Structuur is belangrijk”, zegt hij op licht geïrriteerde toon. “Dat heb ik haar al die jaren proberen bij te brengen. Ik dacht dat ze er uiteindelijk wel mee weg was. Tijdens de oorlog opereer je ook niet zonder een plan.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     “Ik begrijp niet wat u bedoelt. Wat heeft dat met het delict te maken?” Ze neemt de man voor haar op. Uiterst vreemde zaak, denkt ze, en een nog vreemdere man. Een militair blijkt uit het dossier dat ze haastig doornam. Ze had het kunnen denken.  Hij is onberispelijk gekleed. Volledig in het grijs hoewel de broek iets donkerder dan de trui en de kraag van zijn hemd in een nog lichtere tint. Gemillimeterd grijs haar en een verzorgde huid. Een dure gezichtscrème, vast en zeker. “Komt u alstublieft terzake.”, zegt ze nu op besliste toon. Verbeeldt ze zich een spottend trekje? Zijn linker mondhoek trekt wat krullend opzij weg terwijl hij verder gaat. “Om 18u30, de Dow Jones  was net met 1,22 % gestegen, ik bekijk altijd de beursuitslagen voor het eten, zag ik dat het groentesoep was toen ik op wou opscheppen. Ik had het haar nog zo gezegd. Groentesoep geeft míj bij de spijsvertering gassen die deze bemoeilijken. Een kakofonie van kleuren. In het leger hou je je ook bij je eigen vlag, bij wijze van spreken. Dat is het basisbeginsel. Het solidariteitsprincipe van elke militair.” De inspecteur heeft vandaag al te veel koffie gedronken en ze voelt haar droge plakkende mond. Ze heeft weer niets gegeten dat voor gezond kan doorgaan. Snel een suikerwafel die haar zure oprispingen geeft. Ze hoort zichzelf smakgeluidjes maken. Natuurlijk denkt er hier niemand aan om een fles water en glazen neer te zetten. “Ik weet inmiddels dat u bij het leger werkt… groentesoep? Laat u zoiets banaals als groentesoep uw huwelijk beheersen? Hoe werkt dat in een huwelijk van bijna twintig jaar?” En dan denkt ze aan Willy, haar eigen man. Hij kookt voor haar en zij houdt niet van zijn kost. Vet. Zoals hij. Die slanke mooie man door de jaren en het huwelijk heen in gewicht verdubbeld.                                                                                                                                          “ Vertel mij eens wat meer over uw leven met uw vrouw.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                “Mag ik even mijn verhaal afmaken, u schijnt mij niet te begrijpen.” Het ontgaat haar niet dat zijn stem even in toonhoogte stijgt. “Je ziet wel verschillende vlaggen als er een conferentie is, maar die is aangekondigd. Die is aangekondigd. Transparantie en consequentie, dat zijn belangrijke waarden. Om op uw vraag te antwoorden, ook in het huwelijk.” Er kleuren enkele rode vlekken in zijn hals en tussen de kraag van zijn hemd.  Ze voelt zich weer op het cruciale punt aanbelanden. De hoofdinspecteur zou zeggen dat hier juist de uitdaging van de ondervragingsstrategie ligt. Pokerface spelen en op het juiste moment toeslaan. Gelukkig is hij er nu niet. Ze wil niet begrijpen wat hij hiermee bedoelt. Wat is het juiste moment? Een delict hangt toch van meerdere factoren af? En hij is doof voor wat ze haar vrouwelijke intuïtie noemt. Ze heeft wel eens meer de indruk dat het voor hem alleen maar een spel is dat hij het liefst nog met de dikke rook van zijn dikke sigaren omhult. De man voor haar is het niet gewoon tegengesproken te worden. Daar kan ze nu prat op gaan. Ze richt zich op de muur achter hem. Een zwart-wit foto van een landschap. Een donkere prent waar je vaag een vijver en een bos kan onderscheiden. Het is haar een raadsel waarom hij daar hangt. De kale muur lijkt er nog kaler door. De ruimte leent zich niet tot een vrolijker beeld.                                                                                                                                         Ze haalt diep adem. Ze mag zich hier niet om de tuin laten leiden. Haar spieren voelen gespannen als ze haar schouders recht.  Ze richt haar blik op de rechterhoek van zijn wenkbrauw zodat het tenminste lijkt alsof ze hem in de ogen kijkt terwijl ze verder gaat.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         “Laat ons hier klare taal spreken. Daar houdt u  toch van ? Transparantie toch? Over uw huwelijk heb ik al genoeg gehoord. Ik vraag het u een laatste keer. Waarom hebt u haar vermoord?”                                                            “Ik heb haar niet vermoord. Volg toch mijn redenering. Als ze nu gewoon maar de eenvoudige volgorde had gerespecteerd. Dan had ze het mondwater niet in de beker met flosdraadjes gekieperd.”                                     “Dit is opzet en geen toeval. Kom zeg! Sneeuwwitje neemt mondwater en spoelt, maar in plaats van water schiet er een ijzeren flosdraad in haar keel. En dan ligt ze daar. Dood of halfdood te wachten op de prins. Bent u die prins?Gelooft u nu echt in sprookjes? Ik niet. Als u zoals iedereen het sprookje van Sneeuwwitje kent, zal u ongetwijfeld ook wel het verschil kennen tussen schuld en onschuld. Dat kan u in de rechtbank dan even gaan uitleggen.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   “ U weet niet waarover u spreekt. Een soldaat die het leven van een vijand neemt… is die schuldig? Die handelt uit plichtsbesef, met gevaar voor eigen leven…geen vrijblijvendheid toegestaan. U hier vanachter uw bureautje…” Hij is intussen rechtgestaan. “Neen, blijft u maar rustig zitten. Ik zou weleens willen weten of u uw eigen leven zou geven voor de goede zaak, voor het algemeen belang, zoals men dat dan noemt. Ik kan je verzekeren: de laatste blik in de ogen van een strijdmakker vergeet je nooit. Nooit. Gaat u vanavond maar rustig naar huis. U zal er uw slaap niet voor laten. Ú…, ja, ú gelooft nog in sprookjes. Gemakzuchtige theorietjes…over recht en onrecht…Wat is recht, hé…?U bent bang voor diegenen die het heft werkelijk in eigen handen nemen en nu heeft u het lef om zich met mijn huwelijk te bemoeien. Het zijn zaken die u niet aangaan. Waarschijnlijk hebt u thuis een schoothondje zitten, eentje dat beweegt, als u alleen maar met uw manwijfvingers knipt. Wel, ík ben zo NIET! Is dát klare taal?” De mond van de inspecteur valt open maar ze klapt hem snel weer dicht. Ze kijkt nu recht in zijn bloeddoorlopen ogen. Zijn maaiende armen opgeheven.                                                                                                                                                Ze hoort zichzelf roepen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           “Zitten en wel nu!!”   ONT-BOTTEN   Ze kijkt door het keukenraam. Een ritueel dat ze een paar keer per dag graag herhaalt. Ze houdt erg van de lente en als tussen de rozenperken de eerste knopjes verschijnen, verheugt ze zich dat het weer zover is. Nu is het nog het einde van de winter. Zijn stem klonk deze keer onvast toen hij eindigde met “dit is het einde van deze argumentatie”. Hij noemde het nooit een ruzie. De deur ging iets harder in het slot. Een buitenstaander zou het niet gemerkt hebben, maar zij wist dat hij inwendig razend was. Ze merkte het aan de plotse onvastheid van zijn geprononceerde bewegingen. Zijn hand vergat even hoe die een deur moest openen.                                                                                             Ze weet dat ze deze keer gewonnen heeft. Het mondwater zal bij de T van de tandverzorgingsproducten staan. Ze kan zich zijn gezichtsuitdrukking maar al te goed voorstellen. Het tegenovergestelde van zijn ingestudeerde neutraliteit. Ze betrapt zichzelf op een leedvermaak.  Tijdens hun huwelijk nam ze de liefdevolle taak op zich zijn harnas open te breken. Ze wilde niet ophouden de man hierachter te leren kennen. Ze vroeg hem naar zijn vader en moeder. Hij noemde dat psychologische onzin waarmee je niet vooruitkwam. Ze verzekerde hem dat een kind het slachtoffer was in zo’n situatie.  Hij replikeerde dat het zwakkelingen waren die zichzelf ervan weerhielden een deugdzaam en eervol leven te leiden.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Ze wilde begrijpen wat er precies achter zijn maniakale drang schuilging om alles te willen controleren en ordenen. Een onbedwingbare controleoefening was een voor de hand liggende conclusie maar voor haar niet voldoende. Hij wist haarfijn welke kleur lippenstift ze bij een kledingstuk verkoos tot zelfs het nummer ervan toe.  Hij bracht het achteloos. Maar ze wist wel beter. Het had haar gecharmeerd en ontroerd In de eerste jaren van hun huwelijk kwam hij ’s avonds vaak thuis met verhalen. Het amuseerde haar. De groenteverhalen buitte hij lang uit. “Broccoli is goed voor het ijzergehalte, schat.”, zei hij.  Hij vertelde het verhaal van de competitie lopen. Hij had gewonnen. “Het ijzer ging wel flink tekeer in mijn bloed”, zei hij. Ze hield van de blosjes op zijn wangen en de viriliteit die hij uitstraalde.                                                                                                           Later bracht hij een ander verhaal. Deze keer was het het saignant gebakken rundsvlees. Saignant gebakken rundsvlees stond met een uitroepteken in de eerste kolom. Hij had de competitie lopen niet gewonnen. Hij had wel zijn record verbeterd. Ze zag die blosjes op zijn wangen en wilde hem weer in haar armen sluiten. Saignant gebakken vlees was toch goed voor de potentie, dat had hij haar toch zelf verteld? Maar zijn lichaam verstarde. “Teamwork. Teamwork is het belangrijkste in het leger.” zei hij terwijl hij elke lettergreep bijna uitspuwde. “Ja, samenwerken is belangrijk en denk je niet nog meer…het af en toe eens aan de ander durven overlaten?” Ze keek hem in de ogen, hunkerend naar iets van erkenning of iets anders, wat het ook was maar het bleef uit. Hij zou zich weer achter zijn krant terugtrekken en pas bij het avondeten, stipt om 18u30, opnieuw verschijnen. Zijn ogen zouden eerst naar de wijzers van de keukenklok gaan en dan pas naar haar. Alsof hij haar woordeloos wilde laten weten dat hij zich nog liever aan een onpersoonlijk mechanisch ding als een klok overleverde dan aan haar, zijn vrouw van vlees en bloed. Ze had niet langer de kracht om het anders te interpreteren. Haar houding veranderde. Ze vroeg zijn raad niet meer bij het kleden. Ze reageerde niet meer als hij een bijpassende lippenstift noemde en bij het overeenkomstige nummer had ze de neiging om haar oren dicht te stoppen. Hij probeerde haar meer te betrekken als hij iets vertelde. Hij begon haar opnieuw “ schat” te noemen maar ze weigerde nog langer aan die onbeholpenheid tegemoet te komen.   GROENTESOEP   Een moestuin was er nooit gekomen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 Ze begon er enkele keren over. Hij reageerde verontwaardigd. “Maar schatje, je gaat toch niet met die prachtige pianovingers van je in de grond zitten wroeten. Dan gaan ze die betoverende melodietjes van jou er niet meer uitkrijgen, hoor…!”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Dat was het nu net. Ze had vroeger op hoog niveau piano gespeeld. En hij had haar na elk optreden getrouw staan opwachten, haar uitvoerig complimenterend met het talent dat hij in haar zag. Hij was niet van haar weg te slaan. Niemand had haar zo veel liefde betoond.  Hij moest wel de veelbelovende toekomstige zijn.                                                                                                                                                                                                                                        Na 2 jaar samen zijn, legde ze hem stralend voor haar professionele muziekopleiding weer aan te vatten na die stille jaren op het vlak van muziek.  Ze keek verwachtingsvol uit naar dat  enthousiasme dat hij haar na haar vroegere muziekoptredens altijd betoonde maar dat bleef uit.  Ze zouden elkaar niet vaak meer zien als ze zo veel moest studeren. Het was beter het bij een hobby te houden, zei hij. Bovendien was het zo’n harde wereld, waartegen zij niet opgewassen was.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Maar nu zou ze zich niet meer plooien. Al zei hij dat hij haar wilde beschermen tot aan haar dood. Ze voelde zich stikken. Ze zou ze er nog aan sterven ook. Neen, ze zou alles doen wat ze zelf wilde, ook al verbood hij het haar. Intussen was ze een eind in de veertig en ze wist onderhand wel wat goed voor haar was.  En wat ze niet wist, zou ze wel leren. De groentesoep. Haar hart bonsde in haar keel. Ze nam beslist haar grootste winkelmand en begaf zich naar de groentewinkel met het ruimste assortiment fruit en groenten in de omtrek. Ze zou een groentesoep maken uit een assortiment van A tot Z. Hij kon er zeker van zijn dat ze zijn geliefkoosde alfabetische volgorde gebruikte.                                                                                                                                                                  Ze begon aan de opsomming: andijvie, boerenkool, courgette, doperwten, erwten, …Ze aarzelde even. “Hebt u een groente die begint met de letter ‘f’?” De winkelbediende keek haar verbouwereerd aan. “Geeft niet, geeft u dan maar een flinke sla.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Ook kocht ze een halve kilo kersen. Onderweg genietend stak ze ze een voor een in haar mond, waarbij het sap haar lippen rood kleurde. De pitten spuugde ze op de grond. Alle kanten op en liefst zo ver mogelijk.                                                                                                                                                     Het was alsof ze weer een jong meisje was en ondanks de 20 kilo die ze meedroeg, voelde ze zich lichter dan ooit.  

Fantavero
0 0