Jean Dexters

Gebruikersnaam Jean Dexters

Teksten

Later meer

Mijn geboorte. Aanvankelijk had het iets van een raadsel. Meisje? Jongen? Mijn oerschreeuw was deze van iemand met mannelijke eigenschappen. De bevalling had enige tijd in beslag genomen en gelijk was mijn dag om zeep. Er was van mijnentwege een voorkeur voor de maand juli, zo ergens halverwege. Het werd eind augustus. Management zou wel nooit mijn sterkste kant zijn, overwoog ik in mijn diepste binnenste.   Familiaal bezoek was niet te vermijden. Ze kwamen met hongerige blikken. Ze vertrokken met gespannen buiken. Achter mijn rug vierde een discussie hoogtij. Vijftig procent was het eens: het is een mooi kind. De andere helft was geenszins akkoord: een lelijk mormel is het. Oom Jan scoorde het hoogst met de quote: ‘Z’n beentjes staan krom en wacht maar, zijn geest zal dezelfde weg opgaan.’   De derde dag zong ik een chanson pathétique. Dat mama af te rekenen zou krijgen met tepelkloven van het zogen en hangborsten: mij zou het een rotzorg wezen.   Ik had twee kaarsjes mogen uitblazen. Onze buurman had een leuke New Forest pony. Mijn grootvader tilde mij op de rug van Charlatan. In geen tijd viel ik er aan de andere zijde weer af. 'Ooit zal hij een man zijn,' sprak mijn moeder troostend, 'dan zal hij bakens verzetten.' Mijn kinderlijke filosofie daarentegen bestond erin te denken: nooit zal ik verder springen dan mijn stok lang is.   Ach, de dagen sleepten zich voort. Schoolbezoek werd een must. Geurhinder in het klaslokaal bracht misselijkheden. Het zorgde voor een ongemeen hoge dosis druk op mijn te fragiele hersenen met concentratieverlies, misselijkheid, irritatie van neus en keel en astmaklachten tot gevolg. Peptalk was verspilling. Ik maakte een deal met mezelf. Bij gebrek aan een woud in de onmiddellijke omgeving besloot ik om in plaats van een boskakker de grootste voordeurpisser te worden die men daar ooit in dat schoolgebouw over de vloer gekregen had. En zo ging het leven verder. Daarover later meer.  

Jean Dexters
0 0

Nocturnale paden

Nog steeds ben ik de vent die weigert over het gras van een nacht ijs te lopen. Dat wil zeggen: het invullen der dagen vormt geen enkel probleem. Anders is het in de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang. Rare beelden overspoelen mij na aanvang van het donkere deel van een etmaal. De oorsprong van het rariteitenkabinet der vreemdsoortige taferelen is te situeren in de nacht die volgde na donderdag 16 april 1981, exact mijn tienduizendste dag in dit leven. Het moet te maken gehad hebben met de verbastering van ritselend hooi waardoor enig gefluister opdook in mijn hoofd. Ook vandaag, de kalender geeft zondag 13 maart 2011 aan, zijn ze ondoorgrondelijk, de nocturnale paden die ik bewandel in het lege huis dat z’n orders krijgt vanuit de kleine hersenen. Medegerekend mag worden dat dit strikt persoonlijke cerebellum de grootte heeft van een honingmeloen, wijl het bij de meeste andere menselijke wezens toch slechts gaat om iets als een verschrompelde perzik. Op vrijdag 23 december 1994, mijn veertienduizend negenhonderdnegenennegentigste dag in dit leven, vertelde Lindemans Viviane, psychologe, mij, dat ik op zoek zou moeten gaan naar iemand die zicht heeft op het verleden van het verborgene. Het moet iemand zijn met enige kennis over de middelste Middeleeuw. Zal die queeste, deze speurtocht, aflopen met het sobere geluid van een kleine kolonie kalkoenen die terechtkwam onder honderd kilo abrikozenconfituur zonder suiker? Die nacht zag ik mezelf een dubbele Bicky Burger eten, welke, los van alles, al even had liggen ontdooien op een witte radiator en uitriep: totale onafhankelijkheid is wat ik wil! Een simpele vliegenmepper, het enige voorwerp binnen handbereik in mijn omgeving bracht finaal een einde aan dit gekrakeel. Zeven stevige meppen veranderden het junk food in een Przewalski paard. Niet zo eenvoudig, dit woord spellen zonder fouten. Een speekseltest afnemen bij het dier: het bleek een driekwartsmaat voor niets. Geen Bloemenwals die er iets tegen vermocht. Temeer daar de toestand van het Przewalski paard - wederom gelukt qua orthografie - evolueerde naar een soso na loso na mayebo na bitekuteku na patate douce, zijnde een kipgerecht uit Congo. In gedachte volgde ik die nacht, omgeven door een feeërieke schijn, de sporen van gestrande golven. Een blauwe maan gaf prettige vooruitzichten, staande aan de kustlijn van Vaduz, waar ik een masterclass gitaar met een duurtijd van zes uren weggaf aan vierentwintig naakte musiciennes die met z’n allen regelrechte dubbelgangers bleken van Manon & Britt, een duo dat ooit grote sier maakte onder het motto: onze straat is onze catwalk. - Meermaals krulde daar mijn neus van, in zoverre dat ik mezelf zag wakker worden in een ziekenhuis met muren die bleken te smelten als spekblokjes. Het werd ochtend. Ik stelde vast dat het wonderwel lukte om te ontwaken zonder een hoofd vol bloed en wonden. Weer een visioen dat de eindstreep bereikt had.  

Jean Dexters
9 0