Jenneke

Gebruikersnaam Jenneke

Teksten

Schrijfsessie Jenneke - In 3 lessen op weg naar een kort verhaal

Ik vond dit heel lastig. Normaal gesproken geef ik in mijn schrijflessen altijd van die 'losse' opdrachtjes, nu hoop ik dat er toch een soort van opbouw in zit.  Al heb ik de opdracht van maximaal 3 a 4 schrijfopdrachten rond hetzelfde thema/ rode draad in de sessie wel overschreden, denk ik.  (Misschien wil ik er gewoon te veel in stoppen)  De leerstijlen van KOLB erin verwerken is lastiger dan ik dacht, dat is denk ik niet gelukt, helaas.    Groeten,  Jenneke     RODE DRAAD Elke les accent op een basiselement voor een kort verhaal:                                                  personage, probleem, plot   AANDACHTSPUNTEN Doelgroep en de beginsituatie van de groep: De deelnemers zijn kinderen in de bovenbouw van de basisschool, tussen de 9 en 12 jaar. Beginsituatie: kinderen kunnen zelf een kort verhaaltje schrijven. Vaak beginnen ze gewoon, maar nu gaan ze echt nadenken over hoe hun verhaal in elkaar steekt.    De (vak)leerdoelen: Aan het einde van de totale schrijfsessie, hebben de kinderen  een verhaal met plot geschreven aan de hand van een foto. Gedurende de schrijfsessie is geoefend met Het introduceren van (een) personage(s); personage ‘tot leven wekken’ Het levendig maken van een probleem; Schrijven van het hele plot/verhaal. (gaat  het lukken? /Hoe loopt het af?) samenwerken   LES 1 - Je personage, introductie * welkom + uitleg werkwijze * opwarmoefening * (voor)leesoefening + personage invullen * 1e schrijfoefening: bedenk een personage * kinderen lezen hun stukje voor + TIPS & TOPS * einde les, inleveren stukjes en tot de volgende les! ----------------------------------------------------------------  DE LES 1 minuut - *Welkom + uitleg         Juf verwelkomt alle leerlingen + uitleg werkwijze 10 minuten - Opwarmoefening - *Jij bent …. Kinderen gaan in tweetallen bij elkaar zitten. -Eerst beschrijven ze elkaars uiterlijk (kleding, haren, schoenen, accessoires) (elke minuut wisselen) -Daarna stellen ze elkaar vragen, om de beurt zoals wat is je hobby, je lievelingseten, lievelingskleur, wat wil je later worden, waar word je blij van  etc.  (juf zet tips op het bord) -Hierna vertellen ze om beurten aan elkaar wat ze van elkaar weten: dus hoe de ander eruit ziet en wat ze gehoord hebben, alsof ze de ander kort presenteren.   15 minuten – (voor)lees oefening + personages invullen * 5 minuten - Juf leest voor een fragment uit een boek voor (die een duidelijk beeld van een personage uit dit boek geeft) >. Leerlingen vertellen hierna wat zij nu al over deze persoon weten. *10 minuten -  Hierna lezen we het fragment nog een keer samen (Powerpoint: tekst op het bord) + *Juf maakt – op het bord - samen met de leerlingen een volledige / complete beschrijving van het besproken personage > het personage komt tot leven              (evt. tekening).  (Juf legt accent op typerende eigenschap + bijpassende handeling)   15 minuten – eerste schrijfoefening – bedenk een personage *Leerlingen gaan in tweetallen bij elkaar zitten > juf deelt invulformulieren personage uit Per tweetal bedenken de leerlingen een personage voor hun verhaal In 2 stappen: 1Eerst bedenken ze een naam, dan een typerende eigenschap 2.Ze zoeken er passende handeling(en) bij (bijvoorbeeld iemand die bang is, schrikt van van alles; iemand die netjes is, pakt ook zijn tas heel netjes in). Laat het zien! * Daarna schrijven ze ieder apart een stukje van ca 10 regels, waarin ze hun personage introduceren   10 minuten – kinderen lezen hun personageverhaaltje voor + TIPS & TOPS *Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven welke zin hij zelf fantastisch vindt, welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten) welke zin hij nog zou willen verbeteren *De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes, zodat iedereen het de volgende les kan teruglezen. -   3 minuten – De juf bedankt de kinderen voor deze les.  De kinderen leveren hun kort verhaaltje in bij de juf.  ---------------------------------------------------------------------------------------------------- LES 2 Het probleem – wat is er aan de hand? * welkom * 3 korte schrijfoefeningen * kinderen lezen hun (voorwerp + probleem) briefjes voor (1e briefje + reactie daarop) 2e helft: je personage in de problemen * eigen personageverhaaltje lezen * problemen bedenken * schrijven: je personage in de problemen * voorlezen + TIPS & TOPS  -------------------------------   DE LES 1 minuut - welkom 15 minuten - 3 korte schrijfoefeningen   5 minuten   1. als voorwerp of ding Je beeldt jezelf in als iets anders. Dus niet als een ander mens, maar als een voorwerp of ding. Bijvoorbeeld een appel, een bezem, een deur of een boom, alles is mogelijk. Schrijf dat voorwerp/ ding op. Beschrijf in een paar zinnen hoe jouw dag eruitziet en wat je zoal doet. 5 minuten – schrijfoefening – 2. als voorwerp ding met een probleem Bedenk vervolgens een ander voorwerp/ding (2) op dat hoort                       bij jouw 1e voorwerp/ding (1)   - (juf maakt 2 kolommen op bord) Bijvoorbeeld:   (appel)  -    fruitschaal (of appelboom)                        (kaas)  -      kaasschaaf     Jij hebt als het eerste voorwerp/ding een probleem met dat andere voorwerp/ ding en schrijft daar een briefje over. (Dus bijvoorbeeld appel schrijft briefje aan de fruitschaal) waarin je je beklag doet 5 minuten  - schrijfoefening – 3.  jouw antwoord op het probleembriefje Schuif nu je briefje door aan je buurman/buurvrouw. Iedereen leest het briefje aan (2) waarin het probleem van (1) wordt beschreven . Alsof jij (2) bent, beantwoord je het briefje van (1). Dus je schrijft nu een briefje terug waarin je het probleem probeert op te lossen – of niet.   10 minuten kinderen lezen hun briefjes voor * laat steeds de schrijvers lezen van briefje 1 (degene die het probleem aankaart) en briefje 2 (degene die antwoord geeft) bij elkaar!! * TIPS & TOPS De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden.  ------ deel 2 van les 2 : je personage in de problemen ------  Juf deelt de personageverhaaltjes van de vorige les uit                                                                5 minuten – lezen                                                                                                     Kinderen lezen hun eigen verhaaltje (les 1) terug, waarin ze hun personage introduceren.   15 minuten - problemen bedenken * Kinderen krijgen 1 minuut om problemen te bedenken voor hun personage. Dat kan van alles zijn: van ' de kat kwijt' tot aan 'ruzie met een andere persoon'  tot  'misselijk van de taart' > stap 1. Binnen 1 minuut schrijven ze zoveel mogelijk problemen op die ze te binnen schieten > stap 2. Kies nu 1 of 2 problemen van je lijstje > stap 3. Schrijf nu een stukje over je personage waarin die te maken heeft met deze problemen.  Laat zien hoe of waar jouw personage in de problemen komt. Bedenk een ( of twee) situatie(s) waaruit hij zich moet redden. Hoe doet jouw personage dat?   10 minuten Kinderen lezen ieder hun stukje voor + TIPS & TOPS: *Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven welke zin hij zelf fantastisch vindt, welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten) welke zin hij nog zou willen verbeteren *De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes,    ---------------------------------------------------------------------------------------------------   LES 3  Het plot –  op verhaal komen, naar aanleiding van een foto  *korte terugblik *associatieronde *foto kiezen + informatie verzamelen  *schrijf het begin van je verhaal *voorlezen + TIPS & TOPS --------------------------------   DE LES *2 minuten terugblik op vorige 2 lessen: personage + probleem;  .   8 minuten opwarmen - associatie ronde, 3 minuten - Op tafel een stuk of vijf voorwerpen; rouleren > doorgeven van de voorwerpen in de kring en schrijf elk woord wat in je opkomt op papier. (een paar keer rond gaan) 5 minuten -Omcirkel 5 woorden die je hebt opgeschreven. En schrijf met deze woorden een kort stukje. Alles is goed!!               Fantasie!   *15 minuten -informatie verzamelen Vooraf hangt de juf  tiental foto’s van mensen op het bord ter inspiratie. Het personage uit de vorige 2 lessen wordt opzijgeschoven. Vandaag beginnen we met een nieuw verhaal! Met een nieuw personage! stap 1 - schrijvers zoeken in tweetallen een foto uit. stap 2 - Per tweetal vullen ze samen het personage invulformulier verder in, ieder op zijn eigen blaadje stap 3 -  Per tweetal bedenken ze wat voor plan het personage heeft: Je personage is iets van plan. Dat plan kan ook te maken hebben met andere personen in het verhaal. Bedenk samen wat dat plan is en schrijf dat op. ' Mijn personage wil ..... om te bereiken dat .....' stap 4 - : Juf: 'In een verhaal zit altijd een bepaalde spanningsboog. Ook in jouw verhaal. Het plan van jouw personage lukt natuurlijk niet ineens. Er kan gevaar loeren (zoals bij Roodkapje) of er gebeurt iets onverwachts. Er moeten natuurlijk nog een paar van zulke ‘hobbels’ genomen worden. En dat levert spanning op! Bijvoorbeeld ( juf geeft voorbeeld) ‘ Zal het … lukken om … om eindelijk …? > dat is de PLOT-vraag !!!  zoals ‘ Zal het Loes lukken om de trein te halen om zo  op tijd te komen voor de wedstrijd?’ Of ‘ Zal het Tom lukken om centjes te verdienen om zo iets te kunnen kopen voor zijn oma?’ Opdracht > Bedenk  en bespreek met zijn tweeen wat het probleem zou kunnen zijn, dat het plan van jullie personage in de weg staat   20 minuten - schrijfoefening > schrijf het begin van je korte verhaal Nu gaan de schrijvers individueel werken, Ze bekijken wat ze hebben besproken. Bepalen hoe het verhaal begint en hoe het eindigt (Lukt het plan van de hoofdpersoon uiteindelijk, dus wordt het probleem overwonnen? Of lukt het niet?). Ze beginnen met het uitschrijven van hun verhaal van maximaal 1 A4-tje.    15 minuten - voorlezen en TIPS & TOPS Kinderen vertellen per tweetal over hun personage. ieder leest zijn eigen tekst voor: de eerste alinea's of de grove verhaallijn vertellen. Hun verhaal kunnen ze eventueel thuis verder uitwerken Evt emailen naar juf Jenneke Penneke, zodat de verhalen gebundeld kunnen worden!     Jenneke 

Jenneke
0 0

Aanstaande bruid

Opdracht van Prisca – voor tweede bijeenkomst - uitgewerkt door Jenneke 1. Lippenstift, pen, notitieboekje, spiegeltje, stophoest, maandverband, mobiele telefoon, katoenen sjawl, gevulde lunchtrommel, portemonnee, zakdoekjes, reservetasje, deo,  leesboekje    2. labello, armband, zonnebril , dropjes, telefoon, koeken, appel, flesje water, broodjes, telefoon, kleedje    3.+4. 1.zonnebril > zomer > handtas 2.dropjes > keelpijn > verkouden 3.armband > mooi > feest 4.broodjes > picknick > romantisch 5.telefoon > Facebook > vind ik leuk 6.appel > appelboom > appels plukken   5. *Katie is een echt buitenmens, een natuurliefhebber. Ze houdt van de zomer als het lekker warm is in de zon en de bomen die dan in bloei staan. Dan gaat ze erop uit met haar zonnebril op . *Ze gaat overmorgen trouwen met John. Ze wil er op haar trouwdag wel goed uitzien met de perfecte jurk, armband en lippenstift. Ze maakt zich wel  een beetje zorgen, want  ze heeft al een paar dagen last van haar keel. *Ze is dol op mooie dingen en vindt het leuk om zichzelf mooi te maken. *Op Facebook heeft ze zojuist een leuke man ontmoet, die luistert naar de naam Sam.   6.  Aanstaande bruid   ‘Ben je er klaar voor? ...  Hallo …. Katie ben je er klaar voor?’  Ineens drong de stem van haar vriendin Suus haar hoofd binnen.  Met een ruk draaide Katie zich om op het zonnige bloemenkleed op het gras. Ze keek op en zag twee lachende ogen en een bos wiebelende krullen. ‘Uhm ja waarvoor bedoel je?, zei ze ietwat  geschrokken.  ‘Of je er klaar voor bent om te trouwen, natuurlijk. Hé, waar was jij met je gedachten’, zei Suus vrolijk, waarna ze een hap van een broodje nam. ‘Lekker zeg die eiersalade. Wil je ook een broodje salade  of liever één met  kaas?’, ratelde ze door.  ‘Die appelsap is ook goed, proef maar eens. Nu in de aanbieding bij de Appie voor een euro. Kost geen drol, haha.  Hier … en pas op voor je lippenstift. Die kleur is echt mooi bij jou.’ Katie pakte de groene beker aan. ‘Ja, vind je?’ ‘Jaaa, die donkerrode kleur staat je echt goed! Je moet nu niet meer van kleur veranderen. Dit is gewoon perfect.  Zeker weten.’ ‘Okee’, lachte Katie, ‘als jij het zegt.’ Ze sloot eventjes haar ogen en voelde de zomerse zonnestralen over haar gezicht kruipen. Het gaf haar een warm en behaaglijk gevoel en ze ontspande zich. Alle stress van die morgen gooide  ze van zich af.  De laatste pas-sessie van haar bruidsjurk en bruidssieraden zat erop.  Katie had Suus meegevraagd. De meiden kenden elkaar al toen ze nog kleuters van vier waren en  sindsdien waren ze hartsvriendinnen.  In de zomer gingen ze vaak samen gezellig naar het park om te picknicken en om bij te kletsen. Ze vertelden elkaar altijd alles… ‘Als John jouw vrijdag ziet, dan kan hij vast zijn ogen niet van je afhouden. Ik dacht al ‘wauw’ en ik ben alleen maar je bruidsmeisje. Dus wat moet John dan wel niet denken, want hij is de bruidegom. ‘ Katie knikte instemmend.  Ze wilde graag stralen als bruid.  Ze kende John al vijf jaar. Nu was hij nog haar vriend, maar nog twee nachtjes slapen en dan kon ze hem haar ‘man’ noemen.  Het hele afgelopen jaar had in het teken gestaan van de bruiloft.  Romantisch als hij was, had John haar ten huwelijk gevraagd als een echte prins op het witte paard. In de maanden daarna had ze het druk gehad om alles rond de bruiloft goed te regelen. Ze had echt naar haar trouwdag toe geleefd, maar nu kwam het wel dichtbij. Straks was ze echt mevrouw De Vries. Het klonk toch anders dan Katie van Dijk, wat ze al haar hele leven gewend was. Katie nam een slokje uit de beker en een heerlijke, frisse en appelzoete streelde haar tong.  Ze tuurde het grasveld over.  In de verte kwamen twee verliefde stelletjes het park in lopen. Haar gedachten gingen naar Sam, die heel anders dan John was en met wie ze om de gekste dingen kon lachen.  Met John was het anders, die was heel lief voor haar, maar altijd veel serieuzer. Plots klonk er het harde gemekker van een geit.  ‘Wat is dat?’, zei Suus geschrokken, terwijl Katie meteen in haar handtas graaide. Het was haar mobieltje die afging en aan het geluid te horen was het een bericht  van Sam. Ze kende hem nu een paar weken van de volleybal.  En ook al wilde ze het niet toegeven, ze vond hem erg aantrekkelijk. Dat gevoel probeerde ze te negeren, ze had immers al een verloofde. Ze keek op het scherm en zag dat ze gelijk had.  Haar hart maakte een sprongetje en ze hoopte dat Suus het niet zou merken. Toen ze opnam en ‘Hallo, met Katie’ zei, voelde ze hoe haar gezicht rood kleurde.   Suus keek haar verbaasd aan.  ‘Nee, dit ga je niet menen …  wie heb jij aan de telefoon?’ zei ze, terwijl ze er wilde armbewegingen bij maakte.

Jenneke
0 0