Schrijfsessie Jenneke - In 3 lessen op weg naar een kort verhaal

Jenneke
27 nov 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Ik vond dit heel lastig. Normaal gesproken geef ik in mijn schrijflessen altijd van die 'losse' opdrachtjes, nu hoop ik dat er toch een soort van opbouw in zit. 

Al heb ik de opdracht van maximaal 3 a 4 schrijfopdrachten rond hetzelfde thema/ rode draad in de sessie wel overschreden, denk ik. 

(Misschien wil ik er gewoon te veel in stoppen) 

De leerstijlen van KOLB erin verwerken is lastiger dan ik dacht, dat is denk ik niet gelukt, helaas. 

 

Groeten, 

Jenneke 

 

 RODE DRAAD

  • Elke les accent op een basiselement voor een kort verhaal:                                                  personage, probleem, plot

 

AANDACHTSPUNTEN

  • Doelgroep en de beginsituatie van de groep:

De deelnemers zijn kinderen in de bovenbouw van de basisschool, tussen de 9 en 12 jaar. Beginsituatie: kinderen kunnen zelf een kort verhaaltje schrijven. Vaak beginnen ze gewoon, maar nu gaan ze echt nadenken over hoe hun verhaal in elkaar steekt. 

 

De (vak)leerdoelen:

Aan het einde van de totale schrijfsessie, hebben de kinderen  een verhaal met plot geschreven aan de hand van een foto.

Gedurende de schrijfsessie is geoefend met

  • Het introduceren van (een) personage(s); personage ‘tot leven wekken’
  • Het levendig maken van een probleem;
  • Schrijven van het hele plot/verhaal. (gaat  het lukken? /Hoe loopt het af?)
  • samenwerken

 

LES 1 - Je personage, introductie

* welkom + uitleg werkwijze

* opwarmoefening

* (voor)leesoefening + personage invullen

* 1e schrijfoefening: bedenk een personage

* kinderen lezen hun stukje voor + TIPS & TOPS

* einde les, inleveren stukjes en tot de volgende les!

----------------------------------------------------------------

 DE LES

1 minuut - *Welkom + uitleg        

Juf verwelkomt alle leerlingen + uitleg werkwijze

10 minuten - Opwarmoefening - *Jij bent ….

Kinderen gaan in tweetallen bij elkaar zitten.

-Eerst beschrijven ze elkaars uiterlijk (kleding, haren, schoenen, accessoires) (elke minuut wisselen)

-Daarna stellen ze elkaar vragen, om de beurt zoals wat is je hobby, je lievelingseten, lievelingskleur, wat wil je later worden, waar word je blij van  etc.  (juf zet tips op het bord)

-Hierna vertellen ze om beurten aan elkaar wat ze van elkaar weten: dus hoe de ander eruit ziet en wat ze gehoord hebben, alsof ze de ander kort presenteren.

 

15 minuten – (voor)lees oefening + personages invullen

* 5 minuten - Juf leest voor een fragment uit een boek voor (die een duidelijk beeld van een personage uit dit boek geeft) >. Leerlingen vertellen hierna wat zij nu al over deze persoon weten.

*10 minuten -  Hierna lezen we het fragment nog een keer samen (Powerpoint: tekst op het bord)

+ *Juf maakt – op het bord - samen met de leerlingen een volledige / complete beschrijving van het besproken personage > het personage komt tot leven              (evt. tekening).  (Juf legt accent op typerende eigenschap + bijpassende handeling)

 

15 minuten – eerste schrijfoefening – bedenk een personage

*Leerlingen gaan in tweetallen bij elkaar zitten > juf deelt invulformulieren personage uit

Per tweetal bedenken de leerlingen een personage voor hun verhaal

In 2 stappen:

1Eerst bedenken ze een naam, dan een typerende eigenschap

2.Ze zoeken er passende handeling(en) bij (bijvoorbeeld iemand die bang is, schrikt van van alles; iemand die netjes is, pakt ook zijn tas heel netjes in). Laat het zien!

* Daarna schrijven ze ieder apart een stukje van ca 10 regels, waarin ze hun personage introduceren

 

10 minuten – kinderen lezen hun personageverhaaltje voor + TIPS & TOPS

*Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven

  1. welke zin hij zelf fantastisch vindt,
  2. welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten)
  3. welke zin hij nog zou willen verbeteren

*De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes, zodat iedereen het de volgende les kan teruglezen. -

 

3 minuten – De juf bedankt de kinderen voor deze les.  De kinderen leveren hun kort verhaaltje in bij de juf.

 ----------------------------------------------------------------------------------------------------

LES 2 Het probleem – wat is er aan de hand?

* welkom

* 3 korte schrijfoefeningen

* kinderen lezen hun (voorwerp + probleem) briefjes voor (1e briefje + reactie daarop)

2e helft: je personage in de problemen

* eigen personageverhaaltje lezen

* problemen bedenken

* schrijven: je personage in de problemen

* voorlezen + TIPS & TOPS

 -------------------------------

 

DE LES

1 minuut - welkom

15 minuten - 3 korte schrijfoefeningen  

5 minuten   1. als voorwerp of ding

  • Je beeldt jezelf in als iets anders. Dus niet als een ander mens, maar als een voorwerp of ding. Bijvoorbeeld een appel, een bezem, een deur of een boom, alles is mogelijk. Schrijf dat voorwerp/ ding op. Beschrijf in een paar zinnen hoe jouw dag eruitziet en wat je zoal doet.

5 minuten – schrijfoefening – 2. als voorwerp ding met een probleem

  • Bedenk vervolgens een ander voorwerp/ding (2) op dat hoort                       bij jouw 1e voorwerp/ding (1)   - (juf maakt 2 kolommen op bord)

    Bijvoorbeeld:   (appel)  -    fruitschaal (of appelboom)

                           (kaas)  -      kaasschaaf    

  • Jij hebt als het eerste voorwerp/ding een probleem met dat andere voorwerp/ ding en schrijft daar een briefje over. (Dus bijvoorbeeld appel schrijft briefje aan de fruitschaal) waarin je je beklag doet

5 minuten  - schrijfoefening – 3.  jouw antwoord op het probleembriefje

  • Schuif nu je briefje door aan je buurman/buurvrouw.
  • Iedereen leest het briefje aan (2) waarin het probleem van (1) wordt beschreven . Alsof jij (2) bent, beantwoord je het briefje van (1). Dus je schrijft nu een briefje terug waarin je het probleem probeert op te lossen – of niet.

 

10 minuten kinderen lezen hun briefjes voor

* laat steeds de schrijvers lezen van briefje 1 (degene die het probleem aankaart) en briefje 2 (degene die antwoord geeft) bij elkaar!!

* TIPS & TOPS

De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden. 

------

deel 2 van les 2 : je personage in de problemen

------

 Juf deelt de personageverhaaltjes van de vorige les uit                                                                5 minuten – lezen                                                                                                     Kinderen lezen hun eigen verhaaltje (les 1) terug, waarin ze hun personage introduceren.

 

15 minuten - problemen bedenken

* Kinderen krijgen 1 minuut om problemen te bedenken voor hun personage. Dat kan van alles zijn: van ' de kat kwijt' tot aan 'ruzie met een andere persoon'  tot 

'misselijk van de taart'

> stap 1. Binnen 1 minuut schrijven ze zoveel mogelijk problemen op die ze te binnen schieten

> stap 2. Kies nu 1 of 2 problemen van je lijstje

> stap 3. Schrijf nu een stukje over je personage waarin die te maken heeft met deze problemen.  Laat zien hoe of waar jouw personage in de problemen komt. Bedenk een ( of twee) situatie(s) waaruit hij zich moet redden.

Hoe doet jouw personage dat?

 

10 minuten Kinderen lezen ieder hun stukje voor + TIPS & TOPS:

*Elk schrijver /kind mag bij eigen stukje aangeven

  1. welke zin hij zelf fantastisch vindt,
  2. welke zin niet per se fantastisch is, maar wel goed van pas in het verhaaltje (zonde om weg te laten)
  3. welke zin hij nog zou willen verbeteren

*De overige kinderen kunnen aangeven wat zij nog zouden aanpassen en wat zij goed vinden of (TIPS & TOPS).  - De juf noteert dit en schrijft de TIPS en TOPS later bij de verhaaltjes, 

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------

 

LES 3  Het plot –  op verhaal komen, naar aanleiding van een foto

 *korte terugblik

*associatieronde

*foto kiezen + informatie verzamelen 

*schrijf het begin van je verhaal

*voorlezen + TIPS & TOPS

--------------------------------

 

DE LES

*2 minuten terugblik op vorige 2 lessen:

personage + probleem; 

.  

8 minuten opwarmen - associatie ronde,

3 minuten - Op tafel een stuk of vijf voorwerpen; rouleren > doorgeven van de voorwerpen in de kring en schrijf elk woord wat in je opkomt op papier. (een paar keer rond gaan)

5 minuten -Omcirkel 5 woorden die je hebt opgeschreven. En schrijf met deze woorden een kort stukje. Alles is goed!!               Fantasie!

 

*15 minuten -informatie verzamelen

Vooraf hangt de juf  tiental foto’s van mensen op het bord ter inspiratie.

Het personage uit de vorige 2 lessen wordt opzijgeschoven. Vandaag beginnen we met een nieuw verhaal! Met een nieuw personage!

stap 1 - schrijvers zoeken in tweetallen een foto uit.

stap 2 - Per tweetal vullen ze samen het personage invulformulier verder in, ieder op zijn eigen blaadje

stap 3 -  Per tweetal bedenken ze wat voor plan het personage heeft:

Je personage is iets van plan. Dat plan kan ook te maken hebben met andere personen in het verhaal. Bedenk samen wat dat plan is en schrijf dat op.

' Mijn personage wil ..... om te bereiken dat .....'

stap 4 - :

Juf: 'In een verhaal zit altijd een bepaalde spanningsboog. Ook in jouw verhaal. Het plan van jouw personage lukt natuurlijk niet ineens. Er kan gevaar loeren (zoals bij Roodkapje) of er gebeurt iets onverwachts. Er moeten natuurlijk nog een paar van zulke ‘hobbels’ genomen worden. En dat levert spanning op!

Bijvoorbeeld ( juf geeft voorbeeld)

‘ Zal het … lukken om … om eindelijk …? > dat is de PLOT-vraag !!!

 zoals

‘ Zal het Loes lukken om de trein te halen om zo  op tijd te komen voor de wedstrijd?’

Of

Zal het Tom lukken om centjes te verdienen om zo iets te kunnen kopen voor zijn oma?

Opdracht > Bedenk  en bespreek met zijn tweeen wat het probleem zou kunnen zijn, dat het plan van jullie personage in de weg staat

 

20 minuten - schrijfoefening > schrijf het begin van je korte verhaal

Nu gaan de schrijvers individueel werken, Ze bekijken wat ze hebben besproken.

Bepalen hoe het verhaal begint en hoe het eindigt (Lukt het plan van de hoofdpersoon uiteindelijk, dus wordt het probleem overwonnen?

Of lukt het niet?).

Ze beginnen met het uitschrijven van hun verhaal van maximaal 1 A4-tje. 

 

15 minuten - voorlezen en TIPS & TOPS

Kinderen vertellen per tweetal over hun personage. ieder leest zijn eigen tekst voor: de eerste alinea's of de grove verhaallijn vertellen.

Hun verhaal kunnen ze eventueel thuis verder uitwerken

Evt emailen naar juf Jenneke Penneke, zodat de verhalen gebundeld kunnen worden! 

 

 Jenneke 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Jenneke
27 nov 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket