‘Rijs en rijs opnieuw tot lammeren leeuwen worden’
Rijzen en reizen zijn één.
Onderweg zijn we allemaal.
De een al wat rijziger dan de ander.
Neem elke dwarsliggende steen
en vervoeg je pad ermee.
Bouw je huis en verzoek de voorbijganger.
Verzoek de voorbijganger, de achterligger en de vreemde.
De wandelaars van ons heden zijn de spurtkoningen van de Oudheid.
Razendsnel stevenen we op de eenzaamheid af.
Vertraag en voel.
Voel de samenhorigheid van de onthaasting.
Samen keren we de ongelijkheid de rug toe.
Samen maken we de tred gelijkmatig.
Wij, samen.
Tot iedereen mee is.