Ludovico48

Gebruikersnaam Ludovico48

Teksten

Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden

Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden“Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden.” Dat is de titel van een taak die mijn kleindochter Laurence gisteren kreeg, in het vijfde jaar Grieks-Wiskunde. Ik weet niet of de heer Musk het met die titel eens is. Ik denk het niet. Iemand die van plan is de kleinkinderen van mijn kleinkinderen naar Mars te sturen, kan niet anders dan daar een andere mening over hebben.Gisteren was ook de dag dat ik in de supermarkt een oude bekende tegenkwam. We stonden in de frisdrankafdeling met onze ruggen naar elkaar toe en draaiden ons tegelijk om. We botsten letterlijk, alsof we elkaar gingen kussen. Ik zette vlug een stap terug, en zij zei, met grote ogen en een brede glimlach: “Wim!” En ik zei: “Marianne!” Na een korte aarzeling omhelsden we elkaar. Het was vrij druk in de supermarkt, en onze knuffel viel wel op.Marianne is de zus van wijlen mijn vrouw. Ze is drie jaar jonger dan mijn vrouw, en ze verdween vrij vlug uit ons leven, omdat ze haar vriend volgde naar Zuid-Frankrijk, naar Saint-Siffret. De laatste keer dat ik haar zag, was op de begrafenis van mijn vrouw Julie, zeventien jaar geleden. Mijn dochter Fleur was toen in verwachting van Laurence. Marianne is nog steeds een mooie vrouw, net zoals haar zus, mijn vrouw, dat was. En in mijn hoofd nog is.Ze vertelde me dat haar vriend haar had verlaten voor een ander. Sinds ze terug was in België, woonde ze in bij een vriendin die voor zes maanden in het buitenland zat.We spraken af om elkaar diezelfde avond nog te zien, bij mij thuis. In haar ouderlijk huis.Ik stond haar op te wachten toen ze om zeven uur het laantje naar ons huis op reed. Ze reed in een opvallend rode Tesla, en ze stapte uit in een opvallend lange, groene jurk. Ik kon er niet naast kijken: een split tot hoog op haar dij. Haar slipje was rood, net als de Tesla. Ik liep naar haar toe, en ze sloeg meteen haar armen om me heen en kuste me, tot mijn verrassing, op de lippen. Ik meende zelfs het puntje van haar tong te voelen. Ze nam een klein zwart handtasje, en we liepen met de armen om elkaar heen naar binnen. Toen ze het salon binnenging, keek ze even om zich heen.“Het is helemaal anders dan vroeger, en toch ook weer niet,” zei ze, en ze vlijde zich neer op onze sofa.Zo kwam haar rechterbeen helemaal vrij, en even flitste er een herinnering voorbij: het zwembad, Viols-le-Fort, haar been.“Maak je nog eens een aperitiefje, zoals vroeger?” vroeg Marianne, terwijl ze zich uitstrekte op de sofa. “Zoals vroeger aan het zwembad? Campari met gin? ‘Dat houdt het pittig,’ zei je altijd.”De beelden kwamen nu langer en scherper binnen: de baby, Julie, mijn schoonouders en het zusje. Ik voelde als het ware de hitte weer en hoorde de krekels. Al die jaren had ik daar nooit meer aan gedacht, en nu was het alsof het gisteren was. Ik draaide me snel naar de bar.“Inderdaad, Marianne. Pittig!” zei ik, en ik voelde plots een onverwachte golf van begeerte. Van verlangen.Ik deed drie ijsblokjes in het glas, en toen ik het haar gaf, keek ze me recht in de ogen.“Je weet het toch nog, Wim?”“Ja, Marianne. Ik weet het nog.”“Julie wou absoluut naar Avignon. Maar jij had geen zin. Mijn ouders wel, en toen heb ik voorgesteld om samen met jou te babysitten. Dan konden zij meer van hun uitstap genieten.”“Wij waren goede babysitters,” zei ik. “Fleur heeft ons met rust gelaten. Na haar flesje heeft ze een heel eind doorgeslapen. Als baby was Fleur een schatje. Later is dat wel een tijdje anders geweest. Puberen…”“Ik had toen voor ons gekookt: spaghetti alla puttanesca. En na de twee pittige aperitiefjes hebben we bijna twee flessen van die goedkope wijn gedronken. En toen zei je iets tegen mij wat nog nooit iemand tegen mij had gezegd, en wat ik ook nooit ben vergeten. Weet je dat nog?”“Neen,” zei ik. “Dat weet ik niet meer.”“Je zei, met je stem van leraar Nederlands: ‘Marianne, ik vind jou een begeerlijke vrouw. Begeerlijk.’”“Zei ik dat?”“Ja, Wim. Begeerlijk. Ik vond dat zo’n speciaal woord dat ik het later heb opgezocht. Ik begreep het toen al, maar in het woordenboek stond dat ‘begeerlijk’ betekent dat je iets of iemand heel graag wilt hebben of bezitten. Toen ik dat las, dacht ik: dan had ik het toen toch goed begrepen.” Ze hield haar glas omhoog. “Wim, geef me nog eens zo’n aperitiefje. En bestellen we straks iets om te eten? Chinees of Thai of zo?”Ik stond nog altijd recht, en ik had zelf nog niets gedronken. Ik draaide me weer om en maakte meteen twee campari-gins.Ondertussen was Marianne rechtgestaan. “Is het toilet nog altijd op dezelfde plaats, Wim?”“Ja,” zei ik, en ze verdween.Ik stond daar een beetje verweesd, met twee campari-gins in mijn handen, terwijl plots hele flarden herinneringen aan die vakantie in Frankrijk door me heen raasden.Julie en Marianne waren vrij hecht. Wat nieuw was, was dat Julie mij al vanaf het begin van de vakantie plaagde met haar jongere zus, met zinnen als: “Vind je niet dat Marianne een mooie vrouw geworden is?” of “In die bikini zie je toch echt heel goed hoe mooi Marianne is?”Dat begon altijd ’s avonds. Dan waren haar ouders al naar bed, en zaten wij achteraan in de tuin, met de babyfoon.“Vind je haar lippen even sensueel als de mijne? Dat zijn toch lippen om te kussen?”Op een of andere manier vonden we dat leuk, vanaf de eerste avond. En toen Julie later op de avond in de slaapkamer merkte dat het mij toch had opgewonden, vond ze het leuk, dat vertelde ze me achteraf, om na de babymaanden weer een man in bed te hebben die er echt voor ging.Marianne kwam weer binnen, nam haar glas en ging vlak voor me staan. Ze had haar blonde haar opgestoken met een of andere speld. Zo was haar mooie, lange nek helemaal zichtbaar. Op een of andere manier hing haar jurk ook anders. Ze ging weer in de sofa zitten.“Weet je nog wat we deden toen ze weg waren?”Het kwam me allemaal helder terug voor de geest. “Ik denk het wel,” zei ik.“Wel, Wim. Dan mag jij, na al die tijd, jouw versie van de feiten vertellen.”“Toen Julie en je ouders vertrokken waren, zijn we met Fleur in de kinderwagen naar het dorp gewandeld. In de plaatselijke superette heb jij inkopen gedaan voor het eten, terwijl ik in bar Les Musquetaires een pastis dronk. Toen zijn we teruggewandeld. Jij hebt Fleur in haar bedje gelegd, en je kwam naar buiten in een rood badpak. Een badpak dat ik nog niet had gezien. Ik vroeg me meteen af of je dat ook zou durven dragen als je ouders erbij waren. Rouge ardent, dacht ik toen.”“Ja… En dan?” zei Marianne. Ze had haar schoenen naast de sofa gezet. Ik kon het groen van haar gelakte teennagels goed zien.Buiten was het donker geworden. Ik trapte op het knopje van de uplighter en deed de gordijnen dicht.“En dan ben jij het zwembad in gedoken. Toen je even later uit het water kwam en een handdoek nam, kon ik zien waarom je dat badpak misschien voor je ouders verborgen hield. Ik zal het nu ‘vrij transparant’ noemen, als je het daarmee eens bent.”“Ja, Wim. Dat noemen ze een mesh-badpak,” antwoordde Marianne. “Daarna trok je je badpak uit en een groene tuniek aan, kwam je naar me toe en pakte je mijn boek af.”“Natuurlijk. Je was Opus Pistorum van Henry Miller aan het lezen. In het Frans, nota bene. Ik heb je nog gevraagd of dat alleen was om je Frans bij te spijkeren.”“Je nam mijn boek en zei: ‘Kom mee naar de keuken voor het aperitief. Jij mag kijken hoe ik het eten klaarmaak.’”Toen we in de keuken aankwamen, hoorden we Fleur. Het was tijd voor haar middagflesje, een nieuwe luier en misschien haar middagdutje.Door het keukenraam zag ik haar badpak buiten over een stoel hangen, te drogen in de zon.“De spaghetti alla puttanesca was lekker, en we hebben toen inderdaad flink gedronken, glas na glas. Jij stond recht, liep naar de rand van het zwembad, deed je tuniek uit en trok je badpak weer aan. Toen zag ik je voor het eerst echt naakt. Je rug, je dijen. Het was vlug voorbij, want je dook meteen weer in het zwembad. Ik bleef naar je kijken, jij riep me, en ik sprong naar je toe, in het zwembad. Naar jou!”“Hier neem ik over,” zei Marianne. “Hier vertel ik mijn verhaal. Ga maar in de sofa liggen, en luister!”Toen ze rechtstond, zag ik dat ze geen beha meer droeg. Dat was duidelijk te zien.“Hoewel het niet haar bedoeling was, heeft Julie mij die week op een pad gezet dat ik eigenlijk al een beetje gekozen had. Ik wist alleen niet hoe ik erop moest geraken. Ik had je altijd al een fijne man gevonden, en door die vakantie kon ik echt dicht bij je komen. Toen Julie jou zo begon op te jutten en het voortdurend over mij had, over mijn lippen, mijn figuur, mijn borsten, waren zij en jij niet de enigen die opgewonden raakten. Ik ook. Alleen mocht Julie daar als enige de vruchten van plukken. Ik niet. Toen er op de vierde dag gesproken werd over een uitstap naar Avignon, zag ik mijn kans. Zeker toen ik hoorde dat papa ook nog een neef wou bezoeken, die een grote vakantiewoning had in Foissac, in de buurt van Uzès. Met de wegenkaart van papa kon ik uitrekenen hoe lang ze onderweg zouden zijn. Ik vroeg mama om te bellen voor ze terugreden, om zeker te zijn dat we niet gestoord zouden worden. Tenzij door de onschuldige Fleur.”Marianne ging helemaal op in haar verhaal en kreeg een blos op haar wangen. Ik denk dat ik met open mond lag te luisteren.“Ik zorgde ervoor dat je in mijn armen sprong, en dat we elkaar in het water half gedwongen omhelsden. Dat was mijn bedoeling. Niet de jouwe. Maar je liep niet weg. Toch ben je even weggegaan, omdat je Fleur hoorde via de babyfoon. Je liep naar binnen. Ik heb toen van de gelegenheid gebruikgemaakt om mijn badpak uit te trekken. Toen je weer in het water sprong en bij mij aankwam, aarzelde je even toen je het merkte. Maar ik was je voor en heb je letterlijk besprongen. Ik heb je voluit gekust, jij deed mee, en het resultaat was dat we elkaar aan de ladder van het zwembad genomen hebben. Zo herinner ik me die eerste keer. De tweede keer was een tijdje later, in mijn bed, en die was zachter en rustiger. Ik ben Fleur nog altijd dankbaar dat ze ons die kans heeft gegeven.”Marianne kwam naar me toe en liet in twee bewegingen haar jurk op de grond vallen. Ze trok me recht, en we omhelsden elkaar. Tot mijn verbazing rook ik haar geur: de muskusgeur van haar parfum. De geur van Julie. Maar dat hield me niet tegen. We namen elkaar, net zoals toen aan het zwembad: hevig en gretig. Daarna gingen we naar boven.Ruim een uur later lagen we daar nog.“En heeft Julie het ooit geweten, Wim?” vroeg Marianne.“Ik denk het niet,” antwoordde ik. “Al herinner ik me wel dat ze me dat jaar, ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar, toen ze wat gedronken had, vroeg: ‘Dat was een leuke vakantie dit jaar, hè Wim, met Marianne erbij? Dat vond jij ook wel sexy, niet?’ Dat was alles. Kort na die vakantie ben jij met een vriendin naar Barcelona gegaan, en daar heb je de vriend leren kennen die nu vertrokken is.”“En heb je spijt dat we dit nu gedaan hebben?”“Neen, toch niet. Ook niet nu ik weet dat je me een beetje in de val hebt gelokt. Als je in België blijft, wil ik je wel blijven zien, Marianne. Als jij dat wilt, tenminste.”“Ja, dat wil ik!” lachte ze. “Maar jij moet op een bepaald moment wel met je dochter praten. En met Laurence.”* * *Terwijl ik dit verhaal schreef, heeft Elon Musk weer een nieuwe stap gezet richting Mars, met zijn nieuwste raket.Zou hij dan toch het buskruit hebben uitgevonden?Dat moet ik aan Laurence vertellen.EINDE

Ludovico48
5 0

De verkeerde voordeur

De verkeerde voordeurDendermonde in de regen, 10 uur“De tweede straat rechts, en dan het huis met de gele voordeur.” Dat had de man in het café op de hoek gezegd. Ik had wel de straat opgeschreven, maar niet het nummer. Daar woonde Marijke Elshout.De gele voordeur. Daar stond ik nu. Mijn paraplu dicht. Nog een keer door mijn haar geveegd. Zat mijn jasje goed? Ik belde aan en wachtte af of Marijke echt thuis zou zijn. Ik had via 2dehands.be afgesproken om de dressboy van de opa van Marijke te kopen, voor 25 euro. Ophalen bleek makkelijker, want een dressboy in een pakje, dat leek wel een tegenspraak.De bel. Nog een keer? Ik wachtte nog even. Daar denderde iemand de trap af.De deur ging open. Daar stond een grote vrouw met grote ogen, een grote bos krullend haar, een omvangrijke boezem en een bijzondere glimlach. Marijke!“Dag mijnheer! Komt u toch binnen. Ik had u al vroeger verwacht, maar nu bent u er toch. Kom binnen, kom binnen. Sorry, ik moet me nog even voorbereiden. Ja, ik ben te laat, ik moet nog even… Maar mag ik uw jas aannemen? Uw paraplu kan daar in de hoek. U moet daar in die rode zetel gaan zitten, en ik haal een kop koffie voor u. Of had u liever iets sterkers? Zegt u het maar, ik haal het voor u.”Voor ik het wist, zat ik in een rode zetel die wel heel laag was. Marijke was plots verdwenen, maar stond er even snel weer, met een kop koffie én een borrel. Ik wou iets zeggen, maar zat daar met een kop koffie in de ene hand en een borrel in de andere, een beetje achterover balancerend in de zetel. Marijke verdween alweer, deze keer de trap op, maar kwam meteen weer naar beneden en zei nerveus: “Het spijt me dat u moet wachten, mijnheer, maar het is voor mij de eerste keer. Sorry, hoor.” En ze liep weer de trap op.Ik slaagde er na enige tijd in het kopje en het borrelglas op een bijzettafeltje te zetten, en keek rond. De living was niet groot. De voordeur en de trap kwamen uit in de living; er was geen halletje. Door een deur zag ik een kleine, rommelige keuken, en achter mij lag een binnenkoer met een waslijn, waaraan een kleurrijk assortiment damesondergoed hing. Ik hoefde niet goed te kijken om te weten dat de lingerie uit de kleerkast van Marijke kwam. De maten leken allemaal even groot.In de living zag ik een oude schouw met een elektrisch verwarmingselement ervoor. Op de schoorsteenmantel stonden een heleboel eenhoornfiguurtjes, met kerstverlichting eromheen gedrapeerd. Verzamelwoede? Aan de muur hingen posters: Leonardo DiCaprio uit zijn Titanic-periode, een naaktfoto van Lady Gaga uit haar wilde periode en een heel bijzondere van Beyoncé.In de hoek stond een tv-toestel, en behalve de rode zetel was er een vrij grote, brede sofa, gedrapeerd met een heel grote patchworkdeken.Ondertussen had ik heel wat geluiden gehoord: een toilet, een bad of een douche of iets dergelijks, maar niet lang. Bizar? Waar bleef Marijke met de dressboy?“Komt u maar, mijnheer!” hoorde ik Marijke roepen. “Komt u maar boven.”Ik dronk vlug mijn borrel uit en liep de trap op. Bovenaan stond Marijke te wachten, in een lange, glanzende blauwe jurk vol groene sterretjes, met aangestifte lippen en, zo leek het mij, glitter op haar oogleden.“Komt u maar, mijnheer. Hier is het waarvoor u kwam.” Terwijl ik de deur binnenstapte die Marijke aanwees, zei ze: “Hier vindt u wat u zoekt. Chiara en Talara zullen u helpen…”Ik stapte de kamer binnen. Daar stond een vrouw, even groot als Marijke, met een kleine boezem en een lange, felgroene jurk met blauwe sterretjes. Ze had heel donkere ogen en lang, sluik zwart haar. Ik was zo onder de indruk van alles wat er gebeurde, dat ik ongevraagd ging zitten in een zetel die midden in de kamer stond. Tegen het plafond was een donkere hemel nagemaakt, met glinsterende sterretjes en een maan. Voor de muren hingen zware rode gordijnen.“Dag mijnheer,” zei de vrouw. “Welke naam heeft uw moeder u gegeven?”“Mijn moeder? Wat… U weet toch wie ik ben?” zei ik. “Ik ben Werenfried Vandeloo.”“We-ren-fried Van-de-loo. Wat een bijzondere naam. Heeft uw moeder u die gegeven?”“Neen. Ik heet Vandeloo, zoals mijn vader,” antwoordde ik geïrriteerd.“We-ren-fried: de bewaker van de vrede.”“Neen, ik bewaak helemaal niets. Ik werk bij de belastingen, en mijn naam is Vandeloo,” antwoordde ik, op boze toon.“Van-de-loo is…”“Mevrouw,” onderbrak ik haar.“Mijn naam is niet mevrouw, maar Chiara. Chi-a-ra: helder licht.”“Wij weten dat u uit de duisternis naar het licht komt. U wilt verlichting van uw duisternis,” zei de andere vrouw ineens. “Mijn naam is Talara. Ik bied beschutting.”“Ik kom die dressboy ophalen!” riep ik luid.“Niet roepen, Werenfried. Roepen is een slecht teken van je lichaam.”“Talara: de dressboy!” riep ik.“Pakchoi. Geen stress, boy,” zei Talara zachtjes.“Neen, geen stress,” fluisterde Chiara.Ik sprong recht. “Ik ben naar hier gekomen om een dressboy op te halen, een herenknecht, die u mij zou verkopen voor 25 euro.”“Vijfentwintig euro? Neen, ons tarief is 100 euro voor 90 minuten,” antwoordde Chiara.“Neen,” zei Talara, “ik denk dat Werenfried iets anders bedoelt. Wat kwam jij doen, Werenfried?”“De dressboy van je opa ophalen. Jij bent toch Marijke Elshout?” antwoordde ik.“Neen, Marijke Elshout is mijn zus. Ik ben Marina Elshout, en dat is mijn vriendin Klaartje Moeremans. Waarom heb jij die dressboy nodig?”“Wat dacht je? Om mijn hemd, mijn broek en mijn jas op te hangen. En om weer orde te brengen in mijn leven. Daarom!” brulde ik. Ik stond te trillen op mijn benen.* * *“Dat is goed: orde,” antwoordde Marina. “Daar zullen we voor zorgen. En voor rust. Ik ga straks met je mee naar de echte Marijke, voor je dressboy. Die woont hier een paar deuren verder. Maar wil je eerst even met ons praten, Werenfried?”“Waarover moet ik met jullie praten?” zei ik. “Over waarom jullie doen wat jullie doen? Zijn jullie psychiaters misschien? Ik dacht even dat jullie herengezelschap verkochten, maar dat is blijkbaar niet zo.”“Neen,” antwoordde Klaartje. “Wij zijn geen psychiaters of therapeuten. Wij verkopen rust en orde, en soms antwoorden. Wij kunnen goed luisteren.”“Hoe doen jullie dat dan?” vroeg ik.“Door aan jou te vragen waarom er geen orde is in je leven, en hoe je die hoopt te bereiken met een dressboy.”Ik ging weer zitten. “Sinds mijn vrouw Linda vijftien maanden geleden omkwam bij een verkeersongeval, is er geen orde en geen rust meer in mijn leven. Ik mis heel veel: haar liefde, ons samenzijn en de orde die zij bracht. Ik slaag er niet in mijn leven weer op te pakken.”Beide dames waren één en al oor. En ik vertelde verder.“Toen ik vorige week weer eens over mijn broek struikelde in de slaapkamer, en de dag erna mijn vest niet meer vond, heb ik besloten mijn leven weer in handen te nemen en de orde terug te brengen die zij in mijn leven bracht. Ik kende dressboys van de hotels tijdens onze vakanties. En hoe belachelijk dat ook klinkt: daar vond ik de kapstok. Een echte, mooie dressboy kost al gauw 150 euro, en omdat Linda dikwijls spullen kocht via 2dehands.be, heb ik daar ook eens gezocht. Zo ben ik hier beland.”“Wat een ontroerend en mooi verhaal,” zei Klaartje.“Marijke zal het ook fijn vinden dat de dressboy van haar opa zo goed terechtkomt,” reageerde Marina.Ik zei dat ik het fijn vond dat ze zo reageerden, en voegde eraan toe dat hun tarief te laag was, zowel voor dames van plezier als voor een luisterend oor. De belastingen zouden het nooit geloven: dat bedrag, voor twee personen, zelfs in bijberoep.Terug beneden hebben we nog een borrel gedronken. Ze zeiden dat ik nog een keer gratis terug mocht komen, voor een nieuwe beurt.We zijn samen naar Marijke gegaan, en die bleek ook een gele voordeur te hebben. Bovendien was zij de tweelingzus van Marina. Ze leken echt niet op elkaar. Zelfs niet boezemsgewijs. Marijke bleek meer het afstandelijke type. Dat kon je van haar zus en Klaartje niet zeggen. Die deden of ze me al lang kenden. Ondertussen was het één uur, en we zijn met z’n allen gaan lunchen in een brasserie in de buurt.De herenknecht staat nu in mijn slaapkamer en doet wat hij moet doen: dressboy zijn!EINDE

Ludovico48
0 0

De vrouw van ‘Ga even naar de bakker’

De vrouw van ‘Ga even naar de bakker’“Waar is de bakker?” zei de vrouw die aan de beurt was.Het tienermeisje achter de koffiekoeken, met slaapoogjes en een vuile schort, zei: “De bakker slaapt, mevrouw. Wij mogen hem niet wakker maken van zijn vrouw.”“Vraag haar dan of het vandaag niet kan. Ik denk dat het vandaag moet van mijn man.”Datzelfde meisje met Shakira op haar badge trok grote ogen en verdween.De andere klanten werden ongeduldig omdat er niemand anders was om hen te helpen. Vooral de mannen zuchtten diep. Drie zuchten later verscheen de bakkersvrouw in haar peignoir, met pieken natte haren. Ze keek een beetje boos en zei: “Wie was dat van die vraag?”De vrouw die aan de beurt was, zei: “Mevrouw, mijn man zei: ‘Ga even naar de bakker.’ Daarom dus die vraag. Mijn tweede vraag nu: is hij wakker?”“U bent toch aan de beurt, mevrouw? Wat kunnen wij u bieden?”“Zoals ik u al zei: ik moet even naar de bakker.”“Daar bent u toch!”“Maar ik wil Dirk, de bakker.”“Wel, Dirk, die slaapt, en wat u vraagt, kan ik u ook verschaffen. Wat zou u willen: brood, koeken of een of andere taart?”“Ik zie dat u Charlotte heet. Dat staat zo op het raam. Charlotte, kan ik u even spreken? En Esther is mijn naam.”“U mag Charlotte zeggen, Esther, maar als het zo speciaal is, schrijf het dan op een briefje.”“Nee, echt niet, echt, dat schrijven, dat hoeft echt niet. Het is nu net iets dat nog moet gebeuren, want ik wacht al zo lang.”“Waarop dan wel, en dan nog op de bakker? U bent toch aan de beurt. Ik wil u helpen. Zegt u nu maar hoe.”“Zal u dan met me meegaan naar de bakker en vragen of hij het geeft?” vroeg Esther.“Waarom toch? Waarom kan ik dat niet? Ik kan dat ook wel geven.”“Charlotte, u heeft die vandaag misschien al wel gekregen, dat weet ik niet. Dat mag u mij vertellen. Dan weet ik dat het goed is.”“Wat moet hij u dan geven?”“Een beurt, want mijn man wil het niet.”Hij zei: ‘Ga even naar de bakker.’

Ludovico48
0 0