Mariekebn

Gebruikersnaam Mariekebn

Opleiding

Publicaties

Prijzen

Teksten

1.

Zaterdag 21 november. 14u38. De Meir. Op dit moment van de dag laat het me alles zien waar ik een hekel aan heb: kleine kinderen die aan haren trekken van nog kleinere kinderen, oude mensen die aan ijsjes likken, tienermeisjes in veel te korte rokjes voor deze tijd van het jaar. Ik beeld me in hoe ik er zou uitzien in zo’n rokje en verdring die gedachte al snel. Ik probeer me niet in te beelden hoe die oude mensen die aan ijsjes likken er in zo’n rokje zouden uitzien. Ik zit op een van de grijze banken en de koude plakt aan mijn billen, door mijn jeans heen. Ik heb de gewoonte om altijd dezelfde broeken te kopen, in verschillende kleuren. Mijn mama zei mij altijd dat ik vast moet houden aan dingen die mij gelukkig maken.    14u45. Onderweg van de meir naar de bakker zag ik vier mensen struikelen. Acht mensen hun neus snuiten. Twaalf mensen kussen. Ik heb iets met tellen en met lijstjes. Ik had alleen medelijden met de eerste persoon die struikelde en met de rest moest ik stiekem lachen. Ik weet niet wat voor een persoon dat van mij maakt.                             15u. Ik kocht twee broden: een voor mij en een voor buurman Jacques. Om 15u21 kwam ik bij hem thuis maar ik wachtte nog negen minuten tot het 15u30 was. Ik belde vier keer, zoals ik altijd deed. En ik weet dat Jacques wachtte aan de andere kant van de deur tot ik vier keer gebeld had, omdat hij wist dat dat voor mij zo hoorde. Jacques is 87 en momenteel de enige persoon die mij echt begrijpt, denk ik. Hij vindt mij niet raar als ik aan de deur wacht omdat het uur niet klopt, of als ik eens niet langskom omdat de kat mij die dag nog geen kopjes had gegeven en ik mijn huis niet kan verlaten als de kat dat niet gedaan heeft. Hij vertelde mij ooit dat er een schoonheid schuilt in mijn vastberadenheid. Mijn “vastberadenheid”, zo noemde hij dat. Hij noemde het niet abnormaal of ziekelijk, maar vastberaden. Ik heb dat altijd mooi gevonden. Vroeger zeiden mijn klasgenoten dat er beesten schuilden in mijn hoofd, maar ik had hen gezegd dat ze dat droomden, dat er in mijn hoofd niks anders zat dan woorden en dingen die ik niet gezegd krijg. En dat dat niet erg is: dat sommige dingen mooier worden door ze te verzwijgen. Ik denk niet dat ze me begrepen.

Mariekebn
0 0