Maya

Gebruikersnaam Maya

Teksten

De roedel van Siberië_Deel1_hoofdstuk 1

Het was vroeg in de ochtend in het uitgestrekte Siberië, het begon net te schemeren en iedereen sliep nog. Zelfs de wolven van ‘Greywolves’ lagen nog in hun hol. De roedel bestond uit het alfapaar Lea en Derek en hun kinderen David en Sky. Allemaal bruingrijze wolven met blauwgrijze ogen. Maar bij de ingang van het hol lag nog iemand: Calla, hun geadopteerde dochter, een slank meisje met blond haar en grasgroene ogen. Ze was geen gewoon meisje, ze was een weerwolf. Ze kon zich wanneer ze wil veranderen in een wolf en terug. De Greywolves hadden haar met enige moeite geaccepteerd in hun roedel. Ze was op een winteravond in hun territorium aangekomen, verkleumd en hongerig. Ze kon zich maar amper staande houden, maar toch slaagde ze erin de meeste aanvallen van Derek af te weren. Lea had voorkomen dat Derek haar doodde en had Calla haar verhaal laten doen. Calla vertelde hun alles, zelfs dat ze een weerwolf was. Sky en David vonden het reuzeleuk dat Calla dat was. Lea vond het minder leuk, maar wel handig en Derek vond het maar niets. Op dit moment lag Calla diep in slaap. Ze droomde van haar roedel weerwolven. Plots schrok ze wakker doordat er ergens in de verte een fazant een kreet slaakte. Calla veranderde in een wolf, spitste haar oren en keek, luisterde en snoof in het rond. Ze kon niets verdachts ontdekken, of toch. Daar beneden in het dal kwam een eenzame wolf hun territorium binnen. Calla wist direct dat hij niet van de streek was en dat hij gewond was. Ze sloop het hol uit en ging op zoek naar de eenzame wolf, al snel had ze zijn spoor te pakken en rende in zijn richting, want ze wist dat als ze hem niet ging helpen dat de wolf dood ging. Binnen een paar minuten was ze bij het verse spoor gekomen en liep ze behoedzaam verder. Plots bleef ze stokstijf staan. Voor haar tussen de bomen liep de eenzame wolf, het was een wolf die ze hier nog nooit had gezien. Hij was zo zwart als de nacht van kleur en was zeker een kop groter dan zij. Pas toen merkte ze de grote wonde op zijn zij en ze zuchtte diep, omdat de wonde vuil was en veel tijd zou nodig hebben om te helen. Op dat moment keek de zwarte wolf om en zijn hemelsblauwe ogen haakten zich vast in haar grasgroene ogen. Calla meende er een glimp van herkenning in te zien. Calla sloeg als eerste, al blozend, haar ogen neer en kwam voorzichtig dichterbij. Na een aantal meter gromde hij zachtjes, maar Calla schonk er geen aandacht aan en kwam steeds dichter bij. “Laat me met rust!” grauwde de zwarte wolf toen Calla een meter van hem verwijderd was. Calla bleef een seconde staan, plukte wat kruiden en wierp daarna de zwarte wolf tegen de grond, drukte de kruiden op zijn wonde en grauwde dat hij moest blijven liggen. Hij gehoorzaamde omdat hij de pijn héél lichtjes voelde afnemen. Calla stond recht om nog wat kruiden te plukken die ze bij op de wonde van de zwarte wolf legde. Daarna verbond ze de wonde met wat grashalmen en berkenbast en zei dat hij moest rechtstaan en wat rondstappen, zodat de kruiden hun werk konden doen. Ze hield hem goed in de gaten en spitste haar oren toen ze en kort woest geblaf in de verte hoorde. “Shit!”, zei ze, “We moet hier weg en zo snel mogelijk ook!” “Waarom?”  “Mijn stiefvader, Derek, is wakker!”  “Ik zie het probleem nog altijd niet.” “Derek en ik kunnen het niet goed met elkaar vinden, we zijn beiden alfa’s en beiden koppig”, legde Calla uit. “Denk je dat je een eindje kunt lopen?” “Ik zal wel moeten zeker”, zuchtte hij. “Super! Deze kant op”, zei ze en ze liep snel verder. Plots hoorden ze gehuil dat zeer dichtbij klonk. Calla begon te rennen. De zwarte wolf rende haar achterna, maar kon na een paar meter al niet meer volgen. “Stop”, hijgde hij, “Ik… ik kan niet meer.”  Calla stopte en dacht even na, toen ging ze naast de zwarte wolf staan, pakte hem vast en probeerde daarbij zoveel mogelijk zijn wonde te ontzien, wat niet gemakkelijk was. Zo liepen ze verder tot ze bij een omgevallen boom kwamen die overwoekerd was door klimop en mos. Helemaal onderaan was een gat waar net een wolf doorkon. Calla zei dat de zwarte wolf naar binnen moest gaan, moest gaan liggen en geen geluid mocht maken. De zwarte wolf was nog maar net het hol binnen of daar kwam de stiefvader van Calla al aan, hij was woedend. “Waar is die indringer!”, grauwde hij. “ Dit is hier MIJN deel van het territorium en jij hebt zelf gezegd dat ik hier mocht doen wat ik wilde”, zei Calla rustig. “Dit is nog altijd mijn territorium en jij doe wat ik je zeg! Dus je geeft me nu die indringer! ”, grauwde Derek. “Ik dacht het niet!”, antwoordde Calla. “Je hebt het zelf gewild!” Derek sprong op haar af. Calla ontweek de aanval behendig. Haar vader zette terug een aanval in en die ontweek ze ook heel behendig, of toch niet, ze bleef met haar linkervoorpoot haken achter een boomwortel en viel op de grond, haar vader sprong direct op haar, zetten zijn tanden in haar keel en gromde. “Wie zei er ook weer ik doe hier wat ik wil?”, vroeg hij spottend. “Ik! ” Calla duwde haar vader met haar achterpoten van zich af, de grond op en zette op haar beurt haar tanden in zijn keel en gromde. “De indringer krijg je nooit! Ga nu weg of je zult niet lang meer te leven hebben!” “Dat durf je toch niet, mij doden”, spotte haar vader. “Oh nee?”, antwoordde Calla en ze zette haar tanden nog wat harder in zijn keel. Op dat moment kwam Lea, Calla’s stiefmoeder, aangerend. “Cal, laat onmiddellijk je vader los!”, beval ze.  Calla liet los en deed een paar stappen achteruit. “En jij”, zei Lea terwijl ze haar blik op Derek richtte, “Jij gaat je verontschuldigen tegenover je dochter! Je hebt haar beloofd dat dit haar gebied was. Daarbij is ze oud genoeg om zelf beslissingen te nemen en als het haar beslissing is om een eenzame gewonde wolf te helpen, dan doet ze dat en heb jij je er niet mee te moeien!” Derek zuchtte en gromde. ”Het spijt me. Je moeder heeft gelijk, ik zal het niet meer doen”. “Dat is te hopen”, gromde Calla terwijl ze haar wonden likte. Haar vader wou iets zeggen, maar hield wijselijk zijn mond toen hij de blik van Lea voelde. Hij draaide zich om en liep terug naar hun hol, Lea volgde nadat ze afscheid had genomen van Calla. Calla draaide zich om naar het hol waar de zwarte wolf zat en zag alleen zijn blauwe ogen die vol ongerustheid stonden. “Laat me raden. Ik zie er afschuwelijk uit”, lachte Calla. De ongerustheid in de ogen van de zwarte wolf verdween een klein beetje.  “Gaat het?”, vroeg hij terwijl hij uit het hol kwam. “Ja hoor”, antwoordde Calla, terwijl ze naar hem toe kwam en moest op haar tong bijten om het niet uit te schreeuwen van de pijn. “Nee Cal, het gaat helemaal niet”, zei hij met een bezorgde blik in zijn ogen, “Geef me je poot eens.” Calla gaf hem haar poot en jankte luid wanneer hij er lichtjes op drukte. “ Verstuikt”, zei hij, “ Dat dacht ik al.” Calla hinkte naar het hol en haalde er wat kruiden en twee brede, dunne, maar stevige takjes uit en vroeg hem om haar te helpen met haar poot te verbinden. Hij pakte heel voorzichtig haar poot op, legde de kruiden erop, drukte de latjes ertegen en verbond het geheel. Hij deed alles zo voorzichtig mogelijk, maar toch lag Calla na afloop jankend van de pijn in zijn poten. Hij plukte wat mos, legde dat op de grond, legde Calla erop zodat ze zacht lag, legde zich naast haar om haar te beschermen en dan probeerde hij haar te troosten. “Wie ben je eigenlijk?” vroeg Calla toen ze een beetje bedaard was. “Herinner je me niet meer? Ik ben het Tam, jouw halfbroer,” zei de zwarte wolf. “Tam? Tamani, ben jij het echt?” riep Calla uit terwijl ze veranderde in een mens en Tamani, die ook veranderd was, om de hals vloog. Ze was iets te onstuimig en gebruikte haar gewonde arm waardoor ze het uitschreeuwde van pijn. Tamani bood haar zijn arm aan zodat ze zijn bloed kon drinken en haar wonde kon genezen. Weerwolven gebruikten roedelbloed om hun wonden te genezen. Het werkt alleen wanneer het bloed aangeboden wordt. Nadat ze voldoende gedronken had, liet ze hem haar bloed drinken. Toen ze allebei voldoende hersteld waren veranderden ze terug in wolven en stoeiden wat. Plots hief Calla haar kop op, spitste haar oren, snoof en gromde. Tamani sprong recht en ging voor Calla staan, al zijn haren stonden overeind en hij grolde naar wat uit het struikgewas kwam. “Rustig, rustig, ik ben het maar,” zei Lea terwijl ze uit het struikgewas tevoorschijn kwam en voorzichtig dichterbij kwam. “Ik kwam alleen even kijken wat er aan de hand was, want ik hoorde een gegil dat door merg en been ging. Wat is er gebeurd?” “Tam en ik waren gewoon wat aan het stoeien”, zei Calla tegen Lea. “En je weet dat ik niet tegen kietelen kan.” Ze glimlachte naar Tamani die dicht bij haar ging zitten omdat hij Lea nog niet vertrouwde. “Het is in orde, haar kun je vertrouwen,” zei Calla terwijl ze hem een dankbaar likje gaf. “Dus jij bent de zogenaamde indringer?”, glimlacht Lea terwijl ze hem bestudeerde “Jullie kunnen het precies goed met elkaar vinden.” “Mama, dit is Tamani, mijn halfbroer”, zei Calla terwijl ze ging rechtzitten en haar kop op zijn schouder legde. “Jullie kunnen bij ons blijven, David en Sky gaan het reuzeleuk vinden dat ze er een vriendje bij hebben.” “Maar mama, wat doen we met Derek, hij zal het nooit goedvinden dat Tam bij ons intrekt!” “Dat zullen we straks wel zien”, zei Lea terwijl ze opstond en richting het Grote Hol wandelde. “Nu moeten we hier weg, Tiikiri kan elke moment op jacht vertrekken en ik wil dat jullie veilig zijn als hij ons territorium zou binnenkomen”. “Wie is Tiikeri?”, vroeg Tamani. “Dat is een sabeltandtijger die hier in de buurt rondzwerft en het niet zo voor wolven heeft.”, zei Calla terwijl ze rechtstond en achter Lea aan liep. Tamani kwam achter haar aan. Plots hoorde ze een luide brul en een klagelijk gehuil. “Sky!”, riep Calla en rende naar het geluid toe. Tamani en Lea volgden haar, al ging ze zo snel dat ze bijna niet te volgen was. “Help!”, huilde Sky. “Hou vol, ik kom eraan!”, antwoordde Calla en ze begon nog harder te rennen. Ze spurtte tussen de bomen door, sprong over de struiken die de ingang van het hol onzichtbaar maakten, landde vlak voor Sky en weerde Tiikeri’s aanval behendig af. “Zozo, wie we hier hebben, ons witte dappere wolvinnetje”, lachte Tiikeri. “Let op je woorden, Tiikeri! Ik ben sterker dan jij, weet je nog?”, grauwde Calla “Ja, en maak dat je wegkomt!”, grauwde Sky. “Ach, nu het zusje erbij is durf je plots wel alles, hoe schattig”, lachte Tiikeri waardoor Sky woedend werd en hem aanviel. “Sky, nee!”, schreeuwde Calla, toen ze Sky recht in de klauwen van Tiikeri zag springen. Ze probeerde Sky tevergeefs tegen te houden, maar het was te laat. Sky sprong, maar net voor hij in de klauwen van Tiikeri zou springen werd Tiikeri ruw opzei gesmeten door een zwarte schim. “Tam!”, schreeuwde Calla verwonderd. Daarna draaide ze zich om naar Sky die versuft op de grond lag en rende naar hem toe. Tamani was ondertussen druk bezig met Tiikeri: ze rolden over de grond en geen van beiden wou toegeven dat de ander de sterkste was tot Tiikeri Tamani op de grond duwde en hem vastklemde met zijn klauwen. “Nu piep je wel anders hé”, lachte Tiikeri naar Calla die geschokt naar de twee keek. “Waag het niet, Tiikeri!”, grauwde Calla. “Wat ga je doen?”, vroeg Tiikeri en lachte. “Tegen dat je hier bent, is hij dood”. Die lach was maar van korte duur want voor hij het wist, duwde Tamani hem met zijn voorpoten van zich af, de grond op. Hij zette hem klem en zette zijn tanden in Tiikeri’s keel. “Wie laatst lacht, lacht het best”, zei hij en zette zijn tanden nog wat harder in Tiikeri’s keel. Tamani keek naar Calla en vroeg met zijn ogen of hij Tiikeri mocht doden, Calla keek naar Lea en Derek. Deze knikten. “Doe maar”, zeiden ze.  Tamani keek nog eens naar Calla, maar die keek weg. Tamani keek Tiikeri aan en zette zijn tanden nog dieper in zijn keel. “Stop!” riep Calla en sprong op Tamani en Tiikeri af. “Hij verdient dit niet!”  “Het spijt me Calla,” zei Lea, “maar ik denk dat we niets meer voor hem kunnen doen, hij was al half heengegaan. Tam heeft hem alleen maar uit zijn leiden verlost”  “Ik moest hem nog een laatste ding vragen! Nu kom ik nooit te weten waar de rest van mijn roedel is!” gromde Calla.  Ze draaide zich om en rende weg, Tamani en Sky rende achter haar aan. “Calla wacht!” Sky probeerde om naast haar te gaan lopen, maar Calla week uit zodat hij niet bij haar kon komen. “Laat me met rust, Sky!” Calla begon harder te rennen, maar Sky kon haar moeiteloos volgen terwijl Tamani alle moeite van de wereld had om hen bij te houden. Hij had al lange tijd niet meer gerend. Hij verbaasde er zich ook over hoe Calla zo sterkt geworden was. De laatste keer dat hij haar gezien had, waren ze even sterk geweest. “Calla alsjeblieft laat me even met je praten”, zei Sky. “Nee, Sky ik wil niet, laat me met rust!” Calla rende geïrriteerd verder. Ondertussen was Tamani gestopt met rennen en volgde hij hun spoor al stappend. Toen Sky naast haar bleef rennen, draaide Calla zich om. “Ik zei dat je me met rust moest laten, Sky!” Ze rende terug in de richting van waar ze kwamen. Daar botste ze tegen Tamani aan, struikelde, viel met haar volle gewicht op haar poot, schreeuwde het uit van de pijn en bleef uitgeput liggen waar ze lag. Sky kwam geschrokken aanlopen: “Wat is er gebeurd?!”  “Calla botste tegen mij op, struikelde en viel met haar volle gewicht op haar poot. Volgens mij is ze doodop, we moeten haar terug naar het hol brengen,” antwoordde Tamani. “Ik kan zelf lopen hoor!” Calla stond op, maar ze zakte direct terug door haar poot en bleef hijgend van inspanning liggen. “We zullen je wel dragen”, zei Sky en pakte haar vast en trok haar recht. “Laat mij maar”, zei Tamani toen hij Sky zag klungelen. Hij pakte Calla in zijn voorpoten en wandelde, met Sky naast zich, terug naar het hol. Onderweg liet hij Calla zijn bloed drinken zodat haar poot zich kon genezen. “Sky?”, vroeg Calla toen ze gedronken had. “Wat is er Calla?”  “Wat wou je daarnet tegen mij zeggen?”  “Ik wou zeggen dat Tiikeri nog leefde. Toen jij wegliep heb ik nog een blik op hem geworpen en zag ik zijn borst op en neer gaan,” antwoordde Sky. “Dan is het goed.”  Calla deed haar ogen toe, liet haar kop tegen Tamani’s schouder rusten en viel half in slaap. Plots dook Lea op uit het struikgewas. “Sky, Tamani, Calla! David is verdwenen!”  “Wat!”, schrok Calla wakker, “Dat meen je niet!”  “Wanneer ?”, vroeg Sky. “Toen jullie weg waren. Wij waren nog even met Tiikeri bezig die toch niet dood bleek te zijn en toen we terug bij het hol kwamen, was David weg!” “Ik wring Tiikeri de volgende keer zijn nek om”, gromde Tamani. “Nee, hij kan het niet geweest zijn, hij werd immers door Lea en Derek achtervolgd.”  Calla sprong uit Tams armen. “Waar was David voor het laatst, mama?” “In het hol. Waarom?”  Calla was al op weg, met Sky in haar kielzog. Bij het hol gekomen minderde Calla vaart en snuffelde in het rond, haar haren gingen overeind staan. Calla ging het hol binnen. “Oh nee, laat dit alsjeblieft niet waar zijn!” Ze rende terug naar buiten en wierp zich al jankend in Tamani’s poten. “Sssst rustig maar zusje, rustig”, suste Tamani, “Zeg eens wat er binnen is gebeurd.” “Er hing dezelfde geur als toen papa en mama vermoord werden”, snikte Calla. “Oh nee”, zuchtte Tamani.  Hij drukte haar wat dichter tegen hem aan. Plots klonk er een luid gegrom, gevolgd door een gehuil door de bomen. “Oh nee, Derek!”, gilde Lea. Ze rende op het gehuil af. Calla, Tamani en Sky volgen haar. Toen ze aankwamen, zagen ze nog net hoe Tiikeri op een grote zwarte wolf afsprong waarna die wolf hen in de gaten kreeg en wegrende. “Tiikeri, was dat wie ik denk dat het was?”, vroeg Calla. Ze klampte zich aan Tamani vast. “Jammer genoeg wel Calla, dit is de wolf die je ouders doodde”, zei Tiikeri. Hij legde een poot op haar schouder. “Laat me met rust!”, gromde Calla.  Ze rende in de richting waar de wolf naartoe gerend was. “Cal, wat ga je doen?”, vroeg Sky terwijl hij haar tegenhield.  “Ik ga die moordenaar zijn verdiende loon geven!”, gromde ze en rukt zich los. “Wacht”, zei Tiikeri, “Je kunt Musta niet meer inhalen, maar ik weet wel waar zijn territorium is. Jouw vader was een goede vriend van mij en ik wil jou graag helpen. Dat is wel het minste wat ik kan doen na al wat ik jou heb aangedaan.”  “Ik ga mee, zusje, er moet toch iemand zorgen dat je niets overkomt”, zei Tamani. Hij ging naast Calla staan en zijn blik op Tiikeri gericht hield. “Oh, hoe lief, zwartje beschermd witje”, plaagt Tiikeri. “Och, hou je kop Tiikeri”, gromde Calla terwijl ze zich naar Tamani draaide die haar een likje op haar neus gaf. Ze leunde genietend tegen zijn schouder totdat er iemand op haar schouder tikte. Het was Sky. “Mag ik alsjeblieft met jullie mee?” smeekte hij.  Calla barstte in lachen uit. “Dat was wel een serieuze vraag, hoor”, zei hij een beetje geïrriteerd. “Sorry Sky, maar jij bent gewoon weg zo schattig als je staat te smeken”, glimlachte Calla, “Heb je het trouwens al aan je ouders gevraagd?”  “Ik durf niet.” Sky boog zijn kop naar de grond. Calla draaide zich om een keek Lea aan, die knikte instemmend. Vervolgens keek Calla Derek aan, deze keek emotieloos terug, maar uiteindelijk knikte hij. Calla draaide zich glimlachend terug naar Sky. “Je mag mee.”  “Oh nee, straks is dat hier een hele kindertuin”, kreunde Tiikeri. “Tiikeri, Cal en ik zijn jongvolwassen en Sky bijna. Trouwens volwassenen kunnen ook heel kinderachtig zijn hoor, dus je moet niet zagen”, zei Tamani. “Tiikeri stop me te stoken en toon ons de weg, we vertrekken!” Calla stapte naar Lea en drukte haar kop tegen haar moeders schouder. “Je bent de perfecte moeder voor me geweest, Lea. Ik beloof je dat we David terugvinden en hem terug zullen brengen”. “Dank je, Calla, jij bent de perfecte dochter voor me geweest, houd je goed en kom levend terug”, glimlachte Lea. Vervolgens stapte Calla naar Derek en deed hetzelfde bij hem. “Ik weet dat ik niet de perfecte dochter was voor jou en dat we het niet zo goed met elkaar konden vinden, maar je was een geweldige vader voor me”. “Je was inderdaad niet de dochter die ik wenste en ik was ook niet de perfecte vader, maar ik hoop van harte dat je David vindt en dat je heelhuids terugkomt”, glimlachte Derek. Vervolgens nam Tamani afscheid van Lea en Derek. “Het spijt me dat ik me zo koppig tegenover je opstelde, maar je hebt daarstraks bewezen dat je een wolf bent met een groot hart. Je hebt er alles aan gedaan om je zusje en haar vriendjes te beschermen. Het ga je goed”, glimlachte Derek. Als laatste nam Sky afscheid van zijn ouders.  “Kom heelhuids terug Sky. Dat is het enige wat ik wil”, zei Lea met tranen in haar ogen. “Je bent bijna net zo koppig als Calla, dat is wat ik het meest bewonder aan jou. Je bent koppig en slim tegelijk, als ik niet beter zou weten zou ik denken dat je Calla’s broer was. Het ga je goed, mijn jongen,”zei Derek. Het leek wel alsof hij ook tranen in zijn ogen had. Als allerlaatste gaf Tiikeri Sky’s ouders een klopje op de schouder. “Ik zal goed op ze passen, dat beloof ik uit de grond van mijn hart.” Daarna draaiden ze zich om en gingen op weg, Musta achterna. Ze vertrokken richting het noorden om zoveel mogelijk andere territoria te omzeilen en zo weinig mogelijk een gevecht te moeten aangaan, niet dat ze zo zwak waren, Tamani en Calla konden uitstekend vechten, maar Tiikeri en Sky hadden het iets moeilijker. Tiikeri was een tijger en had andere vechtmethodes dan wolven. In een man tegen man gevecht kon hij winnen, maar als er meerdere wolven op hem afkwam, dan was hij hopeloos verloren. Sky had nog nooit een echt gevecht meegemaakt en Calla wou hem er liever niet aan blootstellen, ook al wist ze dat dit onmogelijk zou zijn.

Maya
0 0

De echte Waarheid

Ze zat in haar auto en vervloekte het trage verkeer en het feit dat ze niets wist over de man. Ze had de opdracht nog maar een paar minuten geleden gekregen. Ze moest de man een rondleiding geven door de stad. Hij verwachtte haar om één voor tien bij de snoepautomaat in het station. Tijd had ze nog meer dan genoeg, maar ze kwam liever te vroeg dan te laat. Om de tijd te doden, speelde ze wat met het mes in haar mouw. Ze ging nooit weg zonder een wapen. Meestal had ze haar revolver en een mes bij zich. Als de man echt ongevaarlijk was, zoals Jules beweerde, zou ze haar wapens waarschijnlijk niet eens nodig hebben. Ze vertrouwde Jules, hij had haar immers nog nooit in de steek gelaten en zou haar nooit de dood in jagen. Hij zorgde er altijd voor dat er een betrouwbare back-up ploeg achter haar stond. Ook stond hij altijd klaar om extra informatie op te zoeken en die aan haar door te geven. Jules vertrouwde ze, haar nieuwe baas vertrouwde ze niet. Ze kende zijn naam niet eens. Hij was nu ongeveer een jaar haar baas en deed niet anders dan iedereen opdrachten geven. Zelf nam hij nooit een opdracht aan terwijl haar vorige baas dat wel deed. Om twee voor tien parkeerde ze haar auto vlak voor de ingang van het station. Ze schrok toen ze het stationsgebouw binnenliep. De man die op haar stond te wachten, kende ze goed, zeer goed zelfs. Ze had niet verwacht hem ooit nog terug te zien, zeker niet na wat er tien jaar geleden gebeurd was. In minder dan een seconde herstelde ze zich en liep schijnbaar zelfverzekerd naar de man toe. Hij leek haar nog niet gezien te hebben. "Ik ben Media. U had gevraagd om u te begeleiden door de stad?" De man drukte haar de hand. "Light…euhm…John Light, aangenaam kennis met u te maken. Ik hoop dat het u niet stoort." "Helemaal niet. Ik kan u direct een aantal mooie plaatsen laten zien als u wilt, mijn auto staat hier vlak bij." "Graag." Hij schonk haar een glimlach. Toen ze waren ingestapt, reed Media zo snel ze kon de stad uit. Ze wist heel wat verlaten plekjes waar niemand hen zou kunnen storen. Onbewust taste ze een paar keer naar haar mes. Toen ze aankwamen bij een bos op een verlaten grindweggetje, stopte ze bruusk haar auto. Ze stapte uit en sloeg de deur dicht. Het grind knerpte onder haar voeten. Ze deed een paar passen alvorens zich om te draaien. Haar ogen waren net kogels en haar mes lag in haar hand, klaar om gebruikt te worden. "Hoe waag je het om hier te komen, Brandon!” Hij glimlachte: "Je weet mijn naam nog." "Hoe zou ik die kunnen vergeten na wat je me hebt aangedaan?" "Media, het..." "Nee! Van je spijt moet ik niets weten. Ik wil weten wat je hier doet, waarom niemand iets van je verleden weet en waarom je naar mij gevraagd hebt." Ze deed een stap in zijn richting. "Ik ben hier omdat ik je wil beschermen.” "Ik heb geen bescherming nodig!" "Herinner je je die nacht nog dat je ouders vermoord werden?" "Natuurlijk. Je hebt ze zelf vermoord!" "Nee, dat heb ik niet." "De bewijzen spreken het tegendeel." "Mijn DNA zat op je ouders omdat ik hen, voor ik wegging, heb bedankt omdat ze zo gastvrij waren. Daarna heb ik hen niet meer aangeraakt. Ik ben er zelf ingeluisd, Media. Het was een bende, ze wisten dat ik goed met je ouders overweg kon en dat ik er alles aan zou doen om jou te beschermen. Ze hebben me naar een hotelkamer gelokt met een smoes. Ik was toen zo naïef dat ik erin trapte. Toen ik daar aankwam, hebben ze mijn mes en revolver afgenomen en me aan een stoel vastgebonden. Ik weet dat de bewijzen voor zich spreken, maar de politie heeft mij in de hotelkamer gevonden en bevrijd de dag erna. Ik heb je ouders niet vermoord, Media. Ik houd te veel van je om je zoiets aan te doen.” Ze keek hem onderzoekend aan. In zijn ogen las ze pijn. Ze wist dat hij de nacht opnieuw beleefde. Zelf haalde ze ook de beelden terug voor de geest. * Ze was naar haar kamer gegaan nadat Brandon vertrokken was. Het was al rond elf uur ’s avonds en ze moest de volgende dag vroeg op voor haar lessen. Ze sliep nog niet lang toen ze wakker werd van en knal en glas dat op de grond viel. Ze ging tegen de muur tussen haar raam en haar kamerdeur staan met een schaar in haar handen, meer bescherming had ze niet. Beneden hoorde ze geschreeuw. Het was haar moeder die iets riep dat op ‘geen kinderen’ leek. Ze hoorde een tweede knal en nog meer geschreeuw van haar moeder. Ze zakte op de grond ineen. Die schreeuw kon maar één ding betekenen, haar vader was dood. Het werd stil toen de schreeuw abrupt werd afgebroken, te stil. Ze bleef ineengedoken zitten met de schaar in haar handen, tranen rolden over haar wangen. Van de rest van die nacht en de dagen erna herinnerde ze zich alleen nog maar flarden. CIA-agenten die haar meenamen, ellenlange gesprekken over wat er gebeurd was, honderden zakdoeken, slapeloze nachten, de melding dat Brandon de dader was… * Ze stopte de beelden weer weg. “Waarom nu? Waarom niet tien jaar geleden?” Ze voelde de woede van toen terug opkomen. “Je had me niet geloofd en toen ik eindelijk onschuldig werd verklaard, was je al overgeplaatst en had men al je informatie al vernietigd. Het heeft jaren geduurd voor ik je vond.” Voordat ze kon antwoorden, ging haar mobieltje af. Geïrriteerd nam ze op. "Jules, wat is er?" "Is Brandon nog bij je?" “Ja.” “Oké, zet me op speaker." "Al gebeurd." "Oké, goed luisteren allebei. Jullie zijn in gevaar. Brandon vroeg me om het dossier van je ouders eens in te kijken en het is waar wat hij zegt. Hij heeft ze niet vermoord. Het was je baas, beter gekend als de Black Cat. Hij was lid van een bende, maar alle leden ervan zijn dood. Men vermoedt dat hij er voor iets tussen zit. Ook heeft hij jouw ouders gedood, maar omdat er een tekort aan bewijsmateriaal was, door onder andere het feit dat Brandons wapens en DNA aanwezig waren, konden ze hem niet aanhouden.” “Ik weet genoeg, Jules. Dankje.” Ze klemde haar kaken op elkaar zodat ze niet zou beginnen te schreeuwen. Ze stak haar mobieltje in haar zak en draaide zich om. Met een luide pok boorde haar mes zich in de stam van een boom. "Ik had het moeten weten! Ik had godverdomme moeten weten dat hij het was! Alle opdrachten die hij mij gaf, allemaal met het doel mij te doden. De enige reden dat ik nog in leven ben is omdat ik Jules’ back-up ploeg achter me heb staan." Ze ijsbeerde op het grindweggetje. Brandon nam haar arm vast. "Media, het is niet jouw schuld. Jij hebt niets verkeerd gedaan." "Ik heb je ten onrechte beschuldigd." Ze keek weg. "Het heeft je sterk gemaakt. Ik heb veel meer dingen fout gedaan." Hij nam haar kin vast en tilde haar gezicht op zodat ze hem aankeek. "Zoals?" "Ik heb je verlaten die nacht, ik had het kunnen voorkomen als ik was gebleven." Zijn stem was niet meer dan een gefluister. "Dat weet je niet, je had evengoed dood kunnen zijn, Brandon." Ze schudde zich los uit zijn greep en haar mes uit de boom haalde. “Waarom heb je me niet gewoon gebeld of ben je niet gewoon naar me toegekomen?” “Ik ken je, Media. Je zou nooit naar me geluisterd hebben als je wist dat ik het was.” “Daarom heb je Jules laten doen alsof het een opdracht was en hem gevraagd het dossier van mijn ouders in te kijken. Hoeveel overtuigingskracht heb je daar voor nodig gehad?” “Minder dan bij jou.” Ze gaf hem een stomp en stapte naar haar auto. "Kom we gaan naar huis. Ik heb nog heel wat te bespreken met je." Brandon stapte na haar de auto in en legde even zijn hand op haar been. Media had de auto nog niet gestart, dat was niet een van haar gewoontes. "Wat is er?" Hij streelde zachtjes haar kaak. "Er klopt iets niet, ik voel het." Ze nam zijn hand vast en haalde hem van haar kaak. Plots drong het tot haar door. Het getik waarvan ze dacht dat het van de motor kwam, was een heel ander soort getik. Ze duwde hem van haar weg. "Ga uit de auto! Nu!" "Maar..." "Ga!" Haar dwingende, angstige ogen zorgden ervoor dat hij uitstapte. Media nam haar mobieltje, drukte Jules’ sneltoets in en stapte uit. Op dat moment explodeerde de auto. Media werd met een immense kracht naar voren geslingerd. Ze rolde zich op toen ze grond onder zich voelde en kwam een eind verder tot stilstand. Ze zat op haar hurken, met een hand op de grond geleund en keek naar haar auto. Haar mes hield ze stevig in haar andere hand. Ze voelde dat haar rug helemaal verbrand was. De pijn deed haar goed, maar putte haar lichaam uit. Toch moest ze kost wat kost Brandon zien te vinden. Ze kwam overeind en stapte moeizaam naar de andere kant van de auto. Bij elke stap ging er een pijnscheut door haar lichaam. Ze vond hem een aantal meter van de auto vandaan. Hij lag op zijn rug en bewoog niet. Zijn T-shirt was weggebrand en zijn handen zaten onder de blaren. Media ging naast hem liggen, met haar hoofd in zijn oksel. Zo lagen ze vroeger ook altijd en het voelde nog steeds perfect. Heel zacht hoorde ze zijn hartslag. Ze smeekte hem in leven te blijven terwijl bij haar de duisternis intrad. Ze vroeg zich af waarom ze in godsnaam deze baan genomen had en hoe het zou geweest zijn wanneer ze dat niet gedaan had. De duisternis nam haar mee. Ergens ver weg dacht ze nog sirenes te horen, maar ze was te ver heen om het met zekerheid te kunnen zeggen. Het laatste wat ze dacht was dat Black Cat zou boeten voor wat hij hen had aangedaan, al koste het haar het leven.

Maya
0 0