Pijler
Zo meteen knal
en wij tegen die pijler
en alles is
voorbij, dachten we.
We gingen tegen de vlakte
en ik, ik kroop weg in je armen,
mijn luchtbrug, mijn vluchtheuvel.
Waar bleef je zo lang, vroeg je?
Even uitwaaien, zei ik.
En je rook de wind
in mijn haar, mijn huid
tot je aan geen pijler meer dacht,
zo zacht was de berm.
moniek de vis