Sfieke

Gebruikersnaam Sfieke

Teksten

Tip

Ctrl+Alt+Del liefde (2e versie)

‘Verdomme. Wie had bedacht dat dit een goed idee was?’ Ik keek naar mijn broek. Mijn moeders skinny jeans. Hij zat zo strak rond mijn middel dat ik er vrijwel zeker van was dat mijn ingewanden inmiddels in alfabetische volgorde lagen. Ik miste mijn afhangende skaterbroek. Mijn skaterbroek en ik hadden een gezonde relatie gehad. Hij accepteerde mijn buik, ik accepteerde zijn gebrek aan ambitie. We hadden elkaar nooit proberen te veranderen. Deze broek daarentegen leek persoonlijk beledigd door mijn bestaan. Op de sleehakken die ik van Tina had geleend – ‘Ze maken je benen echt lang!’ – navigeerde ik als een dronken flamingo over de kasseien van de Binnenstraat. Voor me doemde de verlichte gevel van pizzeria Saporito op. Mijn maag maakte een salto. Ik kon nog omkeren. Niemand zou het weten. Ik zou gewoon naar huis gaan, mijn pyjama aantrekken en de rest van mijn leven doen alsof internetdating een vreemde rage uit een ver verleden was. Mijn broekzak trilde. Mama. Veel succes vanavond! Probeer vooral niet jezelf te zijn. xx mama Ik las het bericht twee keer. Daarna grinnikte ik. Fijn. Mijn eigen moeder had blijkbaar ook al vastgesteld dat ‘mezelf zijn’ vanavond niet bepaald de winnende strategie was. Ik voelde me inderdaad allesbehalve mezelf. Ik droeg haar broek, Tina’s schoenen en een persoonlijkheid die voor de gelegenheid ergens tussen ‘zelfverzekerde vrouw’ en ‘vrouw die waarschijnlijk over haar eigen voeten gaat struikelen’ schommelde. Maar ik had besloten dit te doen. Of toch te proberen. Er moest iets veranderen in mijn leven. Dit was de eerste stap. Een kleine stap. Op een paar gigantische pumps. Maar toch. De vraag was alleen: hoe zou híj eruitzien? Zijn datingprofiel hielp niet echt. De enige foto was een soort Manga-lookalike. Een gezicht met de perfecte kaaklijn, grote ogen en ongeveer evenveel emotionele diepgang als een emoji. Nerd, dus. Maar zijn berichtjes hadden me verrast. Hij was grappig. Scherp. Uitdagend. En, wat ronduit verdacht was, hij kon tegen mijn droge opmerkingen. Sterker nog: hij leek ze leuk te vinden. Al snel waren onze gesprekken behoorlijk flirterig geworden. Na een paar dagen begon ik zelfs uit te kijken naar zijn berichtjes. Wat op zich al een alarmsignaal was. Wanneer zou hij terugsturen? Waarom duurde het zo lang? Had hij mijn bericht gelezen? Had hij het grappig gevonden? Was die punt achter zijn laatste zin misschien een teken van emotionele afstand? Stop. Ik moest mezelf dringend tot de orde roepen. ‘Niet onnozel doen, Lolo.’ Ik voelde mijn wangen warm worden. Fantastisch. Ik was nog niet eens binnen en mijn lichaam gedroeg zich al alsof ik een tiener was die voor het eerst oogcontact had met een jongen. Zou onze conversatie in het echt even spontaan verlopen? Waarschijnlijk niet. In het echte leven kon ik namelijk niet gewoon drie minuten nadenken voor ik een gevat antwoord stuurde. Ik moest mijn woorden onmiddellijk produceren, met mijn mond. Een nogal beperkende technologie. Bovendien had ik zelf ook niet bepaald open kaart gespeeld. Mijn profielfoto was een gepolijste, door ChatGPT opgekalefaterde versie van een vijf jaar oude pasfoto. Het was technisch gezien mijn gezicht. Alleen had ChatGPT blijkbaar besloten dat ik meer weg had van een vrouw die op een reclamebord staat te glimlachen alsof ze nog nooit in haar leven een slechte haardag had gehad.  Bewust hadden we nog niet te veel concrete informatie gedeeld. We waren allebei IT’er – gemeenschappelijke interesses, altijd een pluspunt. We hadden allebei gevoel voor humor – uniek! En we waren allebei op zoek naar gezelschap. Dat laatste klonk achteraf gezien misschien iets te veel als een advertentie voor een gezellige seniorenclub. Mijn zenuwen raasden inmiddels door mijn lijf alsof ze een eigen Uber hadden besteld. We hadden een plan. We zouden elkaar herkennen. Dat hadden we afgesproken. Hij zou een gele polo dragen. Een gele polo. Een kledingstuk dat er naar mijn bescheiden mening onmogelijk goed uit kon zien, maar misschien kon humor zelfs een slechte kledingsstijl goedmaken. Ik zou een roze top en blazer dragen. Dat had ik uiteraard eerst bij Tina gecheckt, want tussen mijn Nirvana T-shirts zat precies niets roze. En nu stond ik voor de pizzeria. Ik aarzelde een seconde. Oké. Misschien twee. Stiekem gluurde ik door het raam. Ik wist meteen dat hij het was. Een kanariegeel hemd met roze tijgers. Ha! Spuuglelijk. Maar origineel. Helemaal mijn ding. Hij zat met zijn rug naar het raam en tokkelde zenuwachtig met zijn vingers op het tafeltje. Dat was goed. Want de kriebels in mijn buik waren ondertussen ook zenuwachtig aan het rondkrioelen. Ik glimlachte. Oké, Lolo. Gewoon naar binnen. Plots stak hij zijn hand op naar een ober. Hij draaide zijn hoofd. Ik zag zijn gezicht in profiel. Nee. Dit kon niet waar zijn. Niet híj. Mijn eerste Tinderdate bleek de pestkop van kantoor. Mijn Manga-held was Stef Peeters. Stef. Vrouwenhater. Arrogante eikel. Reeds vijf jaar de nagel aan mijn doodskist. Vorig jaar had hij mijn langverwachte – en, mag ik dat er even bij zeggen, hardverdiende – promotie voor mijn neus weggekaapt door met mijn geniale idee aan de haal te gaan. Mijn idee.  Zijn promotie. Godverdomme. Wat nu? Ik stond op het punt om weg te benen. Mijn bestie Sofie zou geen seconde twijfelen. ‘Foute boel, Lolo! Wegkomen!’ Ik hoorde haar het bijna roepen. Maar toen schoot me iets te binnen. Was Stef niet getrouwd? Vorige week had ik Tina nog horen vertellen dat zijn vrouw zwanger was. Nee.  Hier zou hij niet mee wegkomen. Ik duwde de deur van de pizzeria open en stapte met vaste tred naar zijn tafeltje. De serveerster zette net een Apérol voor zijn neus. ‘Dag Stef!’ zei ik opgewekt. ‘Of moet ik zeggen: Mangaatje03?’ Hij keek op terwijl hij van zijn glas nipte.  Ik zag het gebeuren. De blik in zijn ogen. Verwachting. Herkenning. Verwarring. En toen pure afschuw. Hij verslikte zich zo hard in zijn Apérol dat ik even bang was dat hij ter plekke zou overlijden. ‘Jij?’ Proestend probeerde hij zijn waardigheid terug te vinden. Ik ging rustig tegenover hem zitten. ‘Ik? Jazeker.’ Ik glimlachte. ‘De ideale vrouw met de looks, brains en droge humor.’ Voor het eerst in vijf jaar kreeg ik Stef Peeters met een mond vol tanden. Dat voelde verrassend goed. ‘En jij?’ vroeg ik. ‘Weet Silke hiervan? Van jouw Tinderavonturen?’ Hij sloeg zijn ogen neer. ‘Ik weet wat je nu denkt,’ zei hij. ‘Dat betwijfel ik.’ Hij zuchtte en sloeg zijn ogen neer. ‘Maar Silke en ik… dat gaat al lange tijd niet goed. En toen bleek ze plots zwanger.’ Hij zweeg. Ik wachtte. ‘En nu kan je er niet meer van weg?’ vroeg ik. ‘Is dat het? Dus zoek je je ding maar ergens anders?’ Walgelijke kerel. Ik wist het. Stef stak protesterend zijn hand op. ‘Nee. Zo is het niet. Ze heeft me toestemming gegeven. Zolang ik haar niet laat zitten met de baby.’ Ik zuchtte. Daarom geloofde ik niet in langdurige relaties. Ik had het gezien bij mijn ouders. Eerst waren ze verliefd. Dan waren ze getrouwd.  En uiteindelijk konden ze elkaars ademhaling niet meer verdragen. Blijkbaar was dat het natuurlijke verloop van de meeste relaties. Stef nam mijn hand vast. ‘Wil je dit alsjeblieft stilhouden op kantoor?’ Verdorie. Hij kon lief kijken. Dat had ik niet ingecalculeerd. En hij had prachtige blauwe ogen. Nee, Lolo. Niet smelten. Niet voor Stef Peeters. Toch knikte ik. ‘Oké.’ Hij liet mijn hand los en wenkte de ober. ‘De rekening graag.’ Mijn mond viel open. Mijn hersenen staakten. Mijn lippen hadden zich blijkbaar bij de vakbond aangesloten. Stef keek me aan. ‘Bedankt voor je begrip, Lore. Maar dit gaat toch niet werken. We doen ons allebei een plezier door de knoop meteen door te hakken.’ Ik staarde hem aan. Ik was te verbijsterd om te reageren. Mijn lippen staakten nog altijd. Mijn lijf gelukkig niet. Dat reageerde volledig Lolo-automatisch. Ik stond recht, greep zijn glas Apérol en gooide de volledige inhoud in zijn gezicht. Stilte. Het roze sap droop langzaam van zijn neus naar zijn kin. Ik keek hem aan. Hij keek mij aan. Ik glimlachte. En toen was ik klaar.

Sfieke
67 7

Ommekeer

Lore, 33 jaar. (Saai.) Mijn opvallendste kenmerk: resting bitch face.Waar word ik gelukkig van? De hele dag in mijn bed liggen.Dit mijd ik: alles wat sociaal contact vereist.Wat is mijn talent? Mijn baas op de zenuwen werken.Wat krijg je vaak cadeau? Tequila van mijn collega's en Sephora-shit van mijn moeder, die hardnekkig blijft hopen dat ik me ooit eens als een meisje ga gedragen.Als je één outfit uit je kast mocht kiezen? Simpel. Een barreljeans, mijn epische Nirvana-T-shirt en mijn gele Crocs.Waar ben je naar op zoek? Ik zucht en leun achterover. Ben ik eigenlijk wel ergens naar op zoek? Blijkbaar wel. Mensen belanden tenslotte niet per ongeluk op de aanmeldpagina van een datingsite. Een one-night stand? Ik schud heftig mijn hoofd. De herinnering aan die dronken avond op Graspop bezorgt me nog steeds spontaan schaamrood. Vriendschap? Misschien. Dat mis ik wel. Vrouwelijke vriendinnen zijn altijd een uitdaging geweest. Of ze leven voor shoppen, make-up en de nieuwste trends. Of ze zijn te luid en aanwezig. Of net kleurloos en zo saai en te boekenwurm. Heel soms lijken ze wél leuk, maar blijkt er later vaak een flinke dosis venijn achter te zitten. Het lukt me gewoon niet om die échte klik te vinden. Met mannen gaat het dan weer gemakkelijker. Je kunt ermee een pint gaan drinken, onnozel doen en uren over films of muziek praten (of voetbal). Maar over gevoelens praten? Of toegeven dat ze fout zaten? Ho maar. Eeuwigdurende liefde? Daar geloof ik al lang niet meer in. Mensen zijn gewoon niet gemaakt om hun hele leven bij dezelfde persoon te blijven. Uiteindelijk raak je elkaar toch beu. Kijk maar naar mijn ouders. Mijn moeder is zestig en ziet eruit alsof ze een yogareclame is binnengestapt. Strak lijf, gezonde glow, eindeloos optimisme. En toch vond mijn vader het nodig om op een twintig jaar jonger exemplaar te duiken. Nee. Liefde is een utopie. Maar een soulmate...  Dat is iets anders. Iemand die de leegte opvult en samen met mij thrillers bingewactcht op Netflix. Iemand die mijn sarcasme verschalkt met nóg drogere kwinkslag. Iemand die saaie netwerkavonden draaglijk maakt en die samen met mij op de vlucht slaat tijdens eindeloze familie-etentjes… En dan neem ik een beslissing. Ik zie mijn vingers razendsnel over het toetsenbord vliegen.   Lore, 33 jaar. (Maar noem me gerust Lolo.) Mijn opvallendste kenmerk: mysterieuze groene ogen.Waar word ik gelukkig van? Een perfecte margarita.Dit mijd ik: influencers.Wat is mijn talent? Droge humor.Wat krijg je vaak cadeau? Beautyproducten.Als je één outfit uit je kast mocht kiezen? Een casual jeans, een leuke top en sneakers.Waar ben je naar op zoek? Een soulmate. Enter.

Sfieke
11 1

By Proxy

“De nacht is rustig verlopen.” De verpleegster wijst naar de deur met nummer 308.  “Is de dokter al langs geweest?" Ze haalt haar schouders op. Ik zucht diep en duw zachtjes de deur open. Behalve het zachte geklop van de ventilator aan het plafond, is het er akelig stil. Er hangt een weeë geur van desinfectans met een subtiele toets van lichaamszweet.   De grauwe, grijze muren geven de kamer een mistroostige aanblik. Een leeg vierkant tafeltje en oude bruine relaxstoel lijken meer een stilleven dan uitnodigend voor bezoek. De vergeelde gordijnen hullen de kamer in duisternis. Enkele zonnestralen priemen zich een weg door enkele gaatjes in de doffe stof. Ze doorklieven de zware ziekenhuislucht, op zoek naar het lichaam. Roerloos ligt het daar. Enkel een oppervlakkige ademhaling en de dansende lijn van de hartslag op de monitor zijn de enige tekenen van leven. Een infuuszak druppelt langzaam naar de linkerarm. 3 weken lang…  ‘Onduidelijke oorzaak.’ ‘We doen ons uiterste best voor je dochter.’ Maar de uitleg wordt korter. Ontwijkende antwoorden. Ze begrijpen het niet. Ik knip mijn handtas open en haal er een lege injectiespuit uit. Geruisloos trek ik de stamper terug en koppel het aan op de bijspuitpoort. Zonder twijfelen duw ik de lucht door. Enkele centimeters luchtbellen verspreiden zich in de infuusleiding en migreren langzaam naar het lichaam toe. Geruisloos sluip ik naar het piepkleine badkamertje en sluit de deur. Ik werp achteloos de spuit in het toilet en ga plassen. Plots hoor ik het ritmisch gepiep van de monitor haperen. Een pauze. En dan één lange pieptoon. Ik hoor een peloton aan verpleging de kamer binnenstormen.  Dan sta ik gehaast op en trek het toilet door.

Sfieke
19 0