Hij die instond voor de veiligheid, en ook wel het gezelschap
...Eens thuisgekomen greep hij zijn notitieboekje. Hij plaatste het op de tafel, schreef bovenaan ‘Te doen:’ en trok er een streep onder. De pen was vastgebonden aan het leeslintje. Met die uitrusting ging hij zijn dagtaak tegemoet. Kamer voor kamer controleerde hij op rommel, onnauwkeurigheden of zelfs gebreken. Wanneer hij iets opmerkte, krabbelde hij dat in zijn notitieboekje volgens een vast stramien: "Houtvoorraad onder de 50% gedoken - kelder." Hij begon onderaan en werkte zijn weg naar boven. Tijdens zijn inspectieronde bleef hij alert en hield hij te allen tijde de deuren in een kamer in zijn gezichtsveld. Tot dat doel paste hij zijn wandelroute aan en wanneer een deur niet voortdurend gemonitord kon worden, draaide zijn nek overuren. Op zolder gekomen plofte hij neer in zijn zetel. Hij haalde zijn telefoon boven, nam een foto van het takenlijstje en verstuurde die naar Tom. Nu moest hij wachten. Na een kwartier lichtte zijn toestel op. Hij bekeek de melding en ging verder met zijn dag. Tegen 16.00 uur schrok hij op van zijn alarm. Hij repte zich naar zijn kamer en kleedde zich om voor zijn betrekking. Op enkele ogenblikken tijd had hij de comfortabele sportkledij omgeruild voor een zwart-wit geblokte broek, een hoge witte muts en een hitteschort – zelf verkoos hij voor dat laatste de term koksbuis. Hij keek naar zijn horloge en stelde tevreden vast dat hij op tijd zou komen als hij nu meteen zou vertrekken. Bij zijn aankomst had hij de keuken en het ingedommelde personeel in een mum van tijd aangevuurd, inmiddels heerste er een drukte van jewelste. Net daarom bezigde hij liever de titel van keukenmanager dan die van chef-kok. De afwasser had zich gesmeten op de vaat die was blijven staan na de dienst van gisterenavond, de sous-chef bereidde al het stoofpotje met rundsvlees voor en het keukenhulpje was in de zaal of elders de vloer aan het boenen. De eigenaar zou tevreden zijn met de gang van zaken en dan was hij ook tevreden. Met nog één uur en 15 minuten te gaan tot de dienst, liep er plots een jongetje de tuin van het restaurant in. Hij kende zijn taakjes en dit kind behoorde daar niet toe. Toen het zich naar de brede glaspartij begaf tussen keuken en buitenwereld, was het de taak van de portier om deze vroegtijdige tafelgast te wijzen op de openingsuren van het etablissement. Hij die instond voor de veiligheid, en ook wel het gezelschap, werd op de bol geaaid en een koekje toegestopt, waarna het kind binnenwandelde en een glas uit de kast nam. "Dag nonkel Rik!"...