Hoog tijd
Wordt het zo zoetjes aan geen tijd,
dat we van 't kleed dat kamerbreed
de maanden veel te grijs bekleedt
en winter heet, worden bevrijd?
Een zachte wind vanuit het blauw
die om en om de wangen speelt,
een panacee die dagen heelt.
Een vogel zingt ervan al gauw.
Het kwam toevallig bij me op,
heel onverwacht dit ongeduld
toen ik, van 't leven niet vervuld,
gebogen stond in tuin met schop.
Daar, tussen mij en 't wintergras
wilde iets naar bovenkomen,
groener nog - en zonder schromen,
alsof het toch al lente was.