Zo onverwacht ik haar ontmoette,
zo is zij ook weer heengegaan;
verbijsterd vergat ik zelfs te groeten
toen ik in haar ogen stil bleef staan.
Alsof ik haar van vroeger kende
als ridder op het witte paard
- en zij voor mij de ware vrouw
als alter ego een bekende.
Verbazing greep me naar de keel,
mijn ziel liet weer 'ns van zich horen;
eigenlijk was 't voor mij teveel
bekoord te zijn en te bekoren.
Het leek wel Romeo en Julia,
het eeuwig blijspel van de liefde
dat eens mijn hart zozeer doorkliefde
van hier tot in de gloria.
Gelukkig komt het weinig voor
da'k iemand zie en uit moet leggen
wat ik stamelend niet eens kan zeggen;
er zijn per slot geen woorden voor.