(1) Dani Shapiro, “Hourglass. Time, Memory, Marriage”, Knopf, 2017. (2) Rita Verschuur, “hoe moet dat nu met die papillotten, Van Goor, 1991.

9 dec 2017 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Wie vertelt mij het verhaal?

Dani Shapiro, de auteur die op de kaft van het boek staat vermeld. Het verhaal is in de ik-persoon geschreven. Het is een autobiografisch boek, waarin Shapiro het verhaal vertelt vanuit het ‘nu’, de leeftijd die ze heeft wanneer ze het boek schrijft (52 jaar is dat, dat  vermeldt ze ergens in het boek) .

 

Weet hij alles of niet? Wat is het vertelperspectief, wisselt dat?

Het vertelperspectief wisselt niet. We lezen alles vanuit de ik-persoon die steeds dezelfde blijft, maar af en toe wel wijze raad geeft aan haar ‘zelf’ van vroeger, nadat ze schriftjes terugvindt van net voor haar huwelijk of haar huwelijksreis. Die leest ze terug, en ze reflecteert op hoe ze nu geëvolueerd is, wat ze toen dacht en hoe het nu is.


  • Wat vertelt de eerste zin? Hoe zet de schrijver de ‘toon’?

De eerste zin luidt: “From my office I see my husband on the driveway below.”In de eerst zin worden meteen de twee ‘hoofdpersonages’ van het boek vermeld. De ik-persoon (de schrijfster) en haar echtgenoot. Dat het om de hoofdpersonages gaat, weet je als lezer al omwille van de ondertitel van he tboek (time, memory, marriage). Inhoudelijk lijkt de eerste zin banaal (de schrijfster ziet haar man), maar kan tegelijkertijd als beladen overkomen en symbolisch geïnterpreteerd worden. Zij zit in haar bureau, is aan het werk, terwijl haar man buiten op de oprit staat (wat staat hij daar te doen, moet hij niet werken?), ze kijkt naar beneden (below), de eerste zin komt op die manier over als een soort van metafoor waarbij de schrijfster van bovenaf haar leven (en haar man) observeert en erover schrijft enerzijds en tegelijkertijd kan het iets zeggen over hun verhouding en de balans daarin (hiërarchisch, de sterke versus de zwakke, de zekere versus de zoekende?),…


  • Door wiens ogen kijk ik en hoe beïnvloedt dit mijn kijk? Is het maar één persoon of zijn het er meer?

De lezer kijkt door de ogen van de ik-persoon en dat is de schrijfster, we krijgen haar verhaal, over haar leven, haar gedachten, het samenleven met haar man, tegenslagen, gedeeld geluk. Af en toe (be)schrijft ze reacties van haar man, of schrijft ze hoe hij dingen heeft aangevoeld, maar het is haar verhaal. Ze is zich wel heel bewust dat ze niet ‘uit één stuk” bestaat, maar gevormd is door verschillende ‘zelven’ die door de tijd heen en afhankelijk van de ‘rol’ die ze in haar leven opneemt (moeder, echtgenote, vrouw, professioneel) anders is. Daarop wordt gereflecteerd.

  1. 136/ “I understand that I am composed of many selves that make up a single chorus.”

  • Bij wie ligt mijn sympathie en in hoeverre word ik daarin gestuurd door de verteller?

De verteller neemt je mee in haar gevoelsleven, vertelt ogenschijnlijk kleine anekdotes die later in het verhaal terugkomen en gekoppeld worden aan nieuwe ervaringen, gedachten en op die manier heel betekenisvol blijken in het leven van de schrijfster. Het worden kapstokjes, rode draden, knooppunten. Op die manier word je deelgenoot van een vol, samenhangend en intiem verhaal dat bovendien altijd geschreven is met respect voor de personen waarover geschreven wordt.


  • Als er meer vertellers, perspectieven zijn, wat zijn dan de onderlinge relaties, wat is ieders rol en motivatie in het verhaal? Hoe verhoudt iedereen zich tot de gebeurtenissen?

Nvt


  • Zijn er personages in het boek van wie ik niet te weten kom wat zij zelf denken? Wat voor rol spelen zij?

De Echtgenoot: Shapiro schrijft over haar echtgenoot ‘M’: hoe hij handelt, zich voelt, wat hij doet, maar we krijgen zelden rechtstreeks iets van hem te horen. Ze schrijft expliciet dat er ook voor haar zwarte gaten zijn: “Still, there are pockets, absences. Sinkholes inside my husband where whole other lives are contained – ones impossible for me to know. His years in Africa are inaccessible to me.”

Eén keer krijgen we de echtgenoot rechtstreeks te lezen. Bijna op het eind toont ze de gelofte-brief die hij haar voorlas op de dag van hun huwelijk. Het is een brief die helemaal bevestigt wat ze voordien allemaal schrijft: hoe zij zich voelt ten aanzien van haar man en hoe ze denkt dat hij zich voelt. Het is natuurlijk heel mooi die bevestiging aan het eind ook te lezen – al wist de schrijfster natuurlijk al lang dat ze daar naartoe schreef…

De zoon: Er wordt over de zoon geschreven in functie van de relatie die Shapiro en haar man hebben, maar de zoon zelf komt niet aan het woord. De zoon als liefdesbaby van de twee, de zoon met een ernstige ziekte die hun relatie juist sterker maakt, de zoon als knappe, steeds meer onafhankelijke jongvolwassene.


  • Wat zou het verhaal zijn als ik het ‘in goede ‘chronologische volgorde’ zou vertellen? Wat is het effect (voordeel) van door elkaar gooien? Krijg ik uiteindelijk een sluitend verhaal of zitten er gaten in?

Het verhaal is in de grote lijnen chronologisch: je ziet als het ware de schrijfster aan haar bureau zitten en dit verhaal neerpennen, waarbij ze af en toe terugkeert naar vroeger en uitlegt hoe het vroeger was en hoe het daardoor nu loopt hoe het loopt, als een boom met veel zijtakken:

  • Begint wanneer het putje winter is en op het ogenblik dat ze ‘schrijft’
  • Volgende paragraaf vertelt ze over de vorige herfst
  • Mijmering over 20 jaar huwelijk en daardoor een soort van toonzetting (‘hierover gaat het boek’) aan de hand van een heel concrete herinnering/gevoel: “I’ll take care of it, M. said. A familiar refrain, one I have always loved and long to believe. This longing – my longing – is part of our marriage. We have been together for nearly two decades.
  • Vanuit het nu een blik op haar man voor het huwelijk
  • Weer naar gisteren: M vond boekjes van haar huwelijksreis
  • Op basis van die boekjes, mijmering over de snelheid van de tijd: “I feel time collapsing on itself. It is as if I reach out and tap that blissed-out honeymooning not-so-terribly young woman on the shoulder, point her away from the fluffy towels and cafés and shitting pigeons, and direct her towards another screen, a future screen.” P. 9
  • 11: “Some facts, at the moment I write this, I am fifty-two. M is fifty-nine. …”

 

Shapiro geeft ons het gevoel dat ze eigenlijk gewoon continu aan haar schrijftafel zit en mijmert over haar huwelijksleven, dingen aan elkaar knoopt, inzoomt op een bepalend moment, rondfladdert als een vlinder van struik tot struik, moment tot moment, …. Uiteraard zijn er lege plekken en weet je niet alles, maar je hebt helemaal niet de indruk dat het geen samenhangend verhaal is.


  • Hoe verhoudt de tijd binnen het verhaal zich tot de tijd die nodig is om het verhaal te vertellen? Zijn er sprongen in de tijd en hebben die een functie?

Shapiro schetst in haar dunne boekje van 150 blz het gevoelsleven in haar 18 jaar durende huwelijk. Er is dus niet zo gek veel tijd nodig om het verhaal te vertellen, maar door een aantal bepalende dingen aan te halen en het gevoelsleven daarvan te benadrukken, heb je als lezer het gevoel dat je heel goed mee bent in hoe het daar zit.

 

Ze maakt tijd trouwens heel expliciet een onderwerp in haar boek. Op een bepaald moment kijkt ze samen met haar man naar een slideshow waarop alle foto’s van hun gezamenlijk leven ad random worden afgespeeld: p 17: “It’s the randomness that’s mermerizing. Just five more, we’ll sit, transfixed. Okay, really, now just seven. Ten, and we’ll stop. The jumble of images! At times I’ll turn to M. and ask what I’m looking at. Were were we? What was the moment? (…) When chronology is eliminated, when life is shuffled like a tarot deck, it’s hard to keep track.”

 

Of nog p. 116 (over eindigheid): “Some things that definitely won’t happen: we won’t have more children, we won’t host big family reunions, we won’t own a compound where generations will spend summer weekends playing badminton and roasting ‘s mores.


  • In welke maatschappelijk historische tijd en in welke omgeving speelt het verhaal zich af? Is er maar één periode of locatie? Hoe laat de schrijver de maatschappelijke context mee resoneren in het verhaal? Zijn er dingen die ik over die tijd weet die de schrijver nadrukkelijk of heel subtiel niet in het boek laat doorklinken? Zo ja, waarom is dat dan?

Het verhaal speelt zich af in het heden. Er wordt niet expliciet over actualiteit of gebeurtenissen gepraat, maar heel terloops komen een aantal elementen ter sprake die voldoende zijn om de plaats, cultuur en het historisch kader neer te zetten en die terloopsheid versterkt de geloofwaardigheid:

  • De joodse cultuur (Hineni, Bar mitswa)
  • Amerika: Walmart, 60 minutes, “Another close-up of the front page of the New York Times: “two youths in colorado school said to gun down as many as 23 and kill themselves in a siege
  • Provence en Parijs op huwelijksreis: benoeming van herkenbare, typische buurten
  • A popular book about the japanese art of tidying up: dat is een boek dat niet bij naam wordt genoemd maar waarvan je meteen weet over welk recent boek het gaat.
  • Poëzie van Wendell Berry

  • Moet ik dingen opzoeken om het verhaal te begrijpen? Wat?

Ik heb, nadat ik het boek uithad, het volgende gegoogeld: ‘echtgenoot Dani Shapiro’ , ik was dus nieuwsgierig of het écht allemaal echt is: zijn naam, zijn beroep, zijn carrière. En ik wilde graag ook zien hoe het koppel eruitziet. Ze zien er helemaal anders uit dan ik eerst dacht. Maar je moet niets opzoeken om dit verhaal te begrijpen.


  • Waar ligt de focus van het verhaal?
    Op één episode met een duidelijk begin en einde? Eén afgebakend voorval per episode? Waarover gaat het, wat is het verhaalgegeven? Staat er een probleem centraal? Wordt het anekdotische overstegen?
    Als het verhaal bestaat uit verschillende episodes, hoe is de samenhang tussen de gebeurtenissen, personen, plaats en (historische) tijd en zijn de overgangen dan duidelijk?

Focus ligt op hoe een vrouw verschillende mensen in één is, hoe je als koppel op mekaar ingespeeld geraakt, hoe tijd, relaties en gevoelens evolueren.

 

Mijmering en terugblikken over het verloop van het leven, waarbij het huwelijk en de relatie tot de man centraal staan, en hoe het ‘zelf’ geëvolueerd is, wat ankerpunten zijn geworden, …


  • Zijn er elementen in het verhaal die steeds terugkomen, die elkaar versterken of steeds een ander aspect laten zien? Kortom: welke motieven en thema’s kan ik vinden?

 

Het zelf

Kleine zinnetjes en gesprekken die bepalend zijn

Notities – het schrijven

De tijd die vooruit gaat


  • En tot slot: kan ik beelden en beeldspraak vinden? Staan er metaforen of zelfs symbolen in het verhaal? En zo ja, hoe sturen zij mijn denken en gevoelens over de personages en het verhaal? Wat is hun functie, waar staan ze voor?

 

 

boek 2

Rita Verschuur, “hoe moet dat nu met die papillotten, Van Goor, 1991.

 

Wie vertelt mij het verhaal?

Rita Verschuur, de auteur die op de kaft staat vermeld. Het is een autobiografisch boek, het is in de ik-persoon geschreven, maar vanuit kinderperspectief. De ik-persoon is aan het begin van het boek 4 jaar oud (in 1940) en aan het eind 9 jaar oud (in 1945).

 

Weet hij alles of niet? Wat is het vertelperspectief, wisselt dat?

Het vertelperspectief wisselt niet. We lezen alles vanuit de ik-persoon die op 126 pagina’s wel 5 jaar ouder wordt (van 4 naar 9 jaar) wat voor die leeftijdscategorie een hele grote tijdsspanne is. Het kind weet niet alles, vanuit haar kleine ervaringswereld geeft ze haar eigen interpretaties, hetgeen heel mooie effecten oplevert omdat je als oudere lezer ‘wel beter weet’ maar aan de andere kant ook de onbevangenheid van het kind kwijt bent en het je dus ‘anders’en opnieuw ‘voor de eerste keer’ naar de dingen laat kijken.

Het boek lijkt opgevat als een soort dagboek met per blad een ervaring of gebeurtenis (genummerd). Het is geschreven in de tegenwoordige tijd eerste persoon: ‘ik zig-zag op mijn autoped tussen de mensen door en telkens hoor ik dat woord oorlog.’


  • Wat vertelt de eerste zin? Hoe zet de schrijver de ‘toon’?

De eerste zin luidt: “Ik word wakker van een gonzend geluid.” Deze zin zegt op zich niet zoveel maar je kan er wel een aankondiging in zien dat zintuigelijke ervaringen belangrijk zijn. Een jong kind, dat alles voor de eerste keer beleefd en nog niet over een breed vocabularium beschikt om zich uit te drukken, zet al zijn zintuigen in om de wereld in zich op te nemen. Geluid, lichtsterkte, geuren, …het zijn ook dingen die je je als volwassene nog precies herinnert bij bepaalde momenten van je kindertijd. Het is een heel ‘tactiele’ zin.

Een ‘gonzend geluid’ kan ook iets onheilspellends aankondigen. Het wordt in het boek op de eerste bladzijde al duidelijk dat de oorlog begonnen is en die oorlog speelt het hele boek een belangrijke rol.

De eerste zin verbindt dus twee eigenschappen die doorheen het boek, voor de sfeer en de toonzetting, eigenlijk heel belangrijk zijn, al is de zin op het eerste zicht van weinig belang. Subtiel.


  • Door wiens ogen kijk ik en hoe beïnvloedt dit mijn kijk? Is het maar één persoon of zijn het er meer?

Je kijkt door de ogen van de kleine Rita die je vertelt over haar dagelijkse ervaringen tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 – de oorlog is continu (maar soms slechts op de achtergrond) aanwezig. Het gaat evenzeer over de scheiding van haar ouders, de nieuwe vrouw van haar papa en haar gevoelends daarover, haar dagjes uit met haar grootouders. Je wordt als lezer dus in een soort kikvorsperspectief geplaatst (kleine meid) die beschrijft hoe de wereld aan haar voorbijtrekt.


  • Bij wie ligt mijn sympathie en in hoeverre word ik daarin gestuurd door de verteller?

Bij de ik-persoon, het kleine meisje dat heel ontwapenend en zonder veroordeling toch haar gevoelens heel eerlijk uit. Opeens hertrouwt haar vader met een mevrouw die echt helemaal niet zo aangenaam lijkt te zijn – dat voel je aan door wat Verschuur schrijft – maar toch doet ze dat vanuit een kinderpen en wordt het nooit kwetsend. Dat is knap gedaan. Je bent als volwassen lezer geneigd het een vervelend mens te vinden en dat Rita beter verdient, maar dat beoordeelt zij zelf nooit op die strenge manier.


  • Als er meer vertellers, perspectieven zijn, wat zijn dan de onderlinge relaties, wat is ieders rol en motivatie in het verhaal? Hoe verhoudt iedereen zich tot de gebeurtenissen?

Nvt


  • Zijn er personages in het boek van wie ik niet te weten kom wat zij zelf denken? Wat voor rol spelen zij?

De vader, de moeder, de stiefmoeder, het vriendinnetje en de opa van Rita zijn de belangrijkste figuren uit/in haar omgeving. De gevoelens en gedachten van die personen krijgen we uit tweede hand, via de interpretatie van de kleine Rita, en af en toe door een rechtstreekse dialoog. Maar ze komen nooit zelf aan het woord. Het zijn wel de bepalende figuren in haar leven.


  • Wat zou het verhaal zijn als ik het ‘in goede ‘chronologische volgorde’ zou vertellen? Wat is het effect (voordeel) van door elkaar gooien? Krijg ik uiteindelijk een sluitend verhaal of zitten er gaten in?

Het verhaal wordt chronologisch verteld. Het is opgebouwd in 5 hoofdstukken, die naar thema niet van elkaar verschillen, maar slechts door het jaartal die indeling krijgen: het boek overspant 5 jaren.

1940 telt 11 pagina’s

1941 telt 6 pagina’s

1942 telt 7 pagina’s

1943 telt 25 pagina’s

1944 telt 32 pagina’s

1945 telt 24 pagina’s

 

Het boek zijn geen dagboekfragmenten maar je zou het zo wel kunnen omschrijven. Het gaat om kleine gebeurtenissen en sleutelmomenten in het leven het kind. Er is geen sprake van een heel concrete verhaallijn, maar wel van gebeurtenissen die min of meer aan elkaar hangen. Je krijgt een prima beeld van de leefwereld van een kleuter en hoe die oorlog en het familieleven ervaart.

 

1940 (11 pagina’s) (oorlog, familie, angsten van een kind)

Hoe Rita te horen krijgt dat het oorlog is en wat ze daarbij voelt (blij, oorlog is fijn want veel mensen op straat)

Hoe de oorlog zich concretiseert in het uniform van oom jan en hoe ze zich nu voelt (oorlog is het ergste dat er is)

Het bezoek afluisteren– wat er zou kunnen gebeuren bij de oorlog

Concrete impact van de oorlog – en haar gevoelens tav Duitsers

Angst voor gewone dingen omdat Duitsers om alles boos zouden kunnen worden

Een nieuw vriendinnetje – Rita

Bezoek van een meneer die een andere taal spreekt

Hoe papa anders kan zijn als hij niet met mij maar met een grote mens bezig is (als een jongen)

Hoe het haar op school vergaat

De familie van het vriendinnetje

Angst dat mama haar vergeten is op de school

Troost en angst voor de Duitser

 

1941 telt 6 pagina’s (oorlog)

Altijd bang op school

Het marcheren van de Duitsers

Joden moeten mee

Hans, de broer van Rita, en in de loopgraven spelen

De grote school en lezen

Bij luchtalarm onder de bank kruipen

 

1942 telt 7 pagina’s (familie)

Samen met Rita op verlof op een boerderij

De grammofoon en hoe die werkt

Bij opa en oma Verschuur: geuren en stoelen en wat ze doen

Bij opa

Bij opa en de steentjes die ik zoek in het grind

Bij opa en oma Bussum die nooit iets tegen haar zeggen

Hoe mama het haar van papa kamt die dat niet leuk vindt

 

1943 telt 25 pagina’s (familie, scheiden, tijdsbeleving)

Vrij van school omwille van de oorlog

Mama en papa tennissen op Wimbledon

Papa en mama maken ‘s nachts ruzie

Gaan ze scheiden?

Mama zegt dat ze gaan scheiden

Opa Vershuur en wandelen (eeuwigheid)

De turkwaasjes

Met opa naar de plantentuin (elk jaar komt er een bloem)

Volwassen worden en een korset dragen (in dit hoofdstuk is de tijd en het besef daarover duidelijk een (subtiel) issue)

Turkwaasjes

Mama is verhuisd

Tante Bine slaapt in het kinderbed

Mama woont bij juffrouw Rietz

Rita vraagt haar vriendinnetje of ze liefst papa of mama heeft

Een andere vriendin komt papa helpen

Die nieuwe vriendin is niet zo leuk

Logeren bij een tante en oom, die zijn niet gescheiden

Mam is weer verhuisd, ze geeft massages

Mama wil terugkomen maar papa wil niet

De nieuwe vriendin verbiedt me iets

De nieuwe vriendin nodigt deftige mensen

Papa en mama zeggen ‘Rita’ aan ‘Toon’ tegen elkaar

Papa gaat trouwen met de nieuwe vriendin

Hoe ik eruit wil zien op de trouw

Papillotten in mijn haar

 

1944 telt 32 pagina’s (Familie en gevoelens, oorlog,)

Het huwelijk

De nieuwe inboedel van moeder

Het zingen van moeder is niet leuk

Ik wil liever mama maar soms denk ik dat ze mijn mama niet meer is

Juffrouw Martens

Albert is joods en heeft een wonde

Bang van moeder

Zelf afwassen

Moeder is zwanger

Een muis in het bed

Een brandende trein

Liegen tegen de moffen

Papa moet toch niet mee met de Duitsers

Luchtalarm op school

De school is dicht

Spelen bij Rita

Bij Rita slapen

Poepen in bed

Broertje wouter

Moedermelk

Tulpentaart

Pikant uienpateetje

Gaarkeuken en vallen

Drinken aan het brouwerskolkje

Spelen in de loopgraven

Bijgeloof om de oorlog te stoppen

Evacuatie en nieuwe mensen in huis

Te veel volk in huis

Boter

Huilen in bed

Wandelen met de baby’s

 

1945 (oorlog en de bevrijding)

Al mijn jurken zijn te kort

Helpen bij het wassen van woutertje en de kom laten vallen

Petertje heeft vaders leven gered

Twee moffen zoeken vader

Luizen

Haar eraf

Drie kinderen sterven

Zweeds witbrood

De oorlog is gedaan

Meerijden met de Canadezen

Een collaborateur

Samen het volkslied zingen

De verstopplaats

Mevrouw Martens

Piedewiedewiet

Mama gaat vieren met de Canadezen

Mama stuurt kaarten

Padvindersriem

Snoep van juf rietz

Leslie van canada

Verstoppertje spelen op straat

Op bed springen

Duitsers uitlachen

Turkwaasjes en te groot geworden voor zulke grapjes

 


  • Hoe verhoudt de tijd binnen het verhaal zich tot de tijd die nodig is om het verhaal te vertellen? Zijn er sprongen in de tijd en hebben die een functie?

5 jaar in 120 pagina’s en dus 120 fragmenten. Het zijn snapshots. Herinneringen van een klein meisje die voldoende informatie geven om de leefwereld van het kind goed te schetsen. Wat niet opvalt in het boek is dat Rita ouder wordt, je krijgt als lezer niet de indruk dat het taalgebruik uitgebreider wordt, maar het stoort ook niet. Het is pas door er achteraf over na te denken dat het opvalt nochtans doorloopt een kind toch een hele ontwikkeling tussen 4 en 9 jaar, dus dat is toch een beetje vreemd.

De vijf hoofdstukken zijn chronologisch opgebouwd, en binnen de hoofdstukken is er ook een chronologie maar die lijkt van minder belang omdat het op zich staande kleine anekdotes zijn.

 

  • In welke maatschappelijk historische tijd en in welke omgeving speelt het verhaal zich af? Is er maar één periode of locatie? Hoe laat de schrijver de maatschappelijke context mee resoneren in het verhaal? Zijn er dingen die ik over die tijd weet die de schrijver nadrukkelijk of heel subtiel niet in het boek laat doorklinken? Zo ja, waarom is dat dan?

Het verhaal speelt zich af in Nederland tijdens de tweede wereldoorlog. Er wordt heel veel maar wel subtiel naar de oorlog verwezen en de impact die dat heeft op het dagelijkse leven: weinig voedsel en de creativiteit die dat met zich meebrengt (tulpentaart eten, pikant uienpateetje, moedermelk drinken), het gebrek aan kleding (de rokken die almaar verlengd worden met lappen stof), kapotte fietsen, de school die dichtgaat,.. heel concrete dingen die een jong kind toch meekrijgt: de dood van drie kindjes die op terugweg van de school door een bom zijn gedood,..


  • Moet ik dingen opzoeken om het verhaal te begrijpen? Wat?

neen


  • Waar ligt de focus van het verhaal?
    Op één episode met een duidelijk begin en einde? Eén afgebakend voorval per episode? Waarover gaat het, wat is het verhaalgegeven? Staat er een probleem centraal? Wordt het anekdotische overstegen?
    Als het verhaal bestaat uit verschillende episodes, hoe is de samenhang tussen de gebeurtenissen, personen, plaats en (historische) tijd en zijn de overgangen dan duidelijk?

Het gaat om het levensverhaal van een klein kind en de klemtonen daarin: hoe een kind de tweede wereldoorlog als macro gebeurtenis en een scheiding als micro gebeurtenis ervaart, waarbij er een duidelijk begin is, m.n. het boek begint de dag dat de oorlog start en het eindigt na de bevrijding. De oorlog vormt het decor waarbinnen zich het familieleven afspeelt: gekibbel, scheiden, nieuwe vrouw, vriendjes maken, opa en oma, … die dingen komen in verschillende fragmenten terug en vormen uiteindelijk het weefsel van haar leven.


  • Zijn er elementen in het verhaal die steeds terugkomen, die elkaar versterken of steeds een ander aspect laten zien? Kortom: welke motieven en thema’s kan ik vinden?

 

Het verloop van de tijd voor een kind – tijdsbeleving

Angst, oorlog, schaarste

Geborgenheid en het omgekeerd (mama en moeder)


  • En tot slot: kan ik beelden en beeldspraak vinden? Staan er metaforen of zelfs symbolen in het verhaal? En zo ja, hoe sturen zij mijn denken en gevoelens over de personages en het verhaal? Wat is hun functie, waar staan ze voor?

 Neen, er is geen beeldspraak omdat dat niet zou kloppen uit de mond van een jong kind. Wel wordt er opeens over ‘moffen’ gesproken, een woord dat kleine Rita allicht heeft opgepikt van de volwassenen en het dan ook begint te gebruiken. Je merkt op die manier hoe die oorlog binnensluipt in alles en hoe een kind een spons is die alles absorbeert.

 

Als je wil mag je jouw antwoorden posten op azertyfactor. Vermeld duidelijk auteur en titel van de roman. 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

9 dec 2017 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket