Door de wolken zag je af en toe een smalle maansikkel. Langs het pad reed er langzaam een zwarte Citroen. De koplichten waren gedempt met blauwe stroken papier. Vooraan in de auto zaten twee mannen met een regenjas en een vilten hoed.
Hij stopte even met tikken en nipte van zijn glas Cava. Toen hij zijn glas terugzette knetterde iets in de stroomkabel. Het scherm lichtte fel op. Hij las de laatste zin opnieuw.
Vooraan in de auto zaten twee mannen klaar om je overhoop te schieten.
Hij raakte de wistoets aan en kreeg een elektrische schok. Daarna werd alles zwart.
