Lezen

Honger

Ik heb honger, en niet zo’n klein beetje. Lastig. Het hotelrestaurant is dicht. Ik ben te verlegen om op straat elk menu naast de deur te lezen en ter plekke te beslissen. Bang wat mensen denken. Als de ober naar buiten komt, móet ik naar binnen, als vegetariër stapte ik zelfs een Steakhouse binnen.    De enige optie voor een onafhankelijk antwoord op de eetvraag, staat voor de deur. Ik haal diep adem en repeteer in mijn hoofd “waar kan ik iets eten?” Hup, door de draaideur en ik sta op straat. Ik draai om naar de portier. De portier heeft een imponerende snor, zo’n Oostenrijksekeizerssnor. Kraaienpootjes geven ogen vaak vermoeidheid. Dit is bij hem anders, de kraaien hebben vriendelijkheid en vrolijkheid rond zijn ogen gepoot. Zijn geur van Old Spice doet aan mijn vader denken.   Wat denkt hij van iemand die om half elf ‘s avonds nog wil eten? Precies een half uur nadat de keuken van het hotel dicht is? Is dat niet vreemd? Een voorverpakte sandwich bij roomservice kan toch? Of chips, pinda’s en cola uit de minibar?   ‘Weet u … misschien … waar ik… op dit tijdstip …’   De portier knipoogt en zegt: ‘Geen probleem, mijnheer.’ Uit de zak van zijn lange, rode jas haalt hij een mobiel en smoest erin. ‘De taxi rijdt binnen vijf minuten voor, mijnheer. Waar gaat de voorkeur naar uit, als ik niet te onbeleefd ben om het u te vragen?’   Ik stamel wat over geen voorgerecht en iets lichts.   ‘Begrepen, mijnheer. En bent u van de rechtopenneer? Als ik weer niet te onbeleefd ben.’   Waar heeft hij het over? Hij ziet mijn twijfel aan voor ontkenning.   ‘Meer van de bal in de mond en plets op de kont?’ Hij knipoogt. ‘Weten we wel raad mee, mijnheer.’    Ik hoop niet dat hij gehaktballen op het oog heeft, zoals gezegd: ik ben vegetariër.    Hij monstert mij als een paardenhandelaar en zegt: ‘Ik bespeur een bepaalde klasse, daar houden we wel van.’   De taxi stopt, hij duwt mij kordaat op de achterbank en zegt tegen de chauffeur: ‘Peter, deze is voor Rooie Mien, special treatment. Zeg dat ze de kelder eerst een sopje geven, deze heer is niet van de straat. Laat Mien de rekening naar ons sturen.’ Hij klopt geruststellend op mijn schouder. ‘We zetten het op de rekening als diner, dan zeurt de boekhouder niet over de bonnetjes.’ Hij licht zijn hoed en sluit de deur. Weg zijn we.   Ik heb honger, en niet zo’n klein beetje.

MCH
0 0

De Wetten

De Wetten Net als vroeger bij haar moeder thuis. Lisa snoof de geur van houten meubelen en pluchen kleedjes langzaam op, pal achter de ingang van de kringloopwinkel. Daar had ze niet op gerekend. De langzaam opkomende melancholie bestreed ze met nieuwgierigheid. Er was hier vast meer te zien. Op de benedenverdieping stond het meubilair. Via een trap kwam ze op de eerste etage vol glaswerk, huishoudelijke spulletjes, kleding en speelgoed. Ze herkende van alles maar stond er bewust niet bij stil. Voor haar doel moest ze verder, nog een trap omhoog, naar de zolder. Daar kwam ze in een andere wereld. Eindeloze rekken vol boeken, cd’s, videobanden en zelfs langspeelplaten strekten zich voor haar uit.     Hoe kon ze hier in hemelsnaam haar boek zoeken? Ze had Anna’s voorstel om ‘De Wetten’ te bespreken meteen omarmd.  Als leeftijdgenoot van Connie Palmen had ze het in één dag uitgelezen. Ze was benieuwd wat ze er nu, dertig jaar later van zou vinden. Maar toen ze het wilde gaan lezen greep ze mis. Uitgeleend natuurlijk, geen idee aan wie, ze drong haar vrienden altijd boeken op. In de leesclub was al en paar keer gezegd dat er  veel goede boeken in de kringloopwinkel te koop waren. Dat was de aanleiding geweest om hier naar binnen te gaan. Ze begon maar gewoon wat rond te kijken en ontdekte zowaar een indeling.     Op de planken waren briefjes geplakt met: streekromans, spannende boeken, buitenlandse boeken, Engelstalige boeken, kookboeken, mannelijke Nederlandse schrijvers. Een briefje met vrouwelijke Nederlandse schrijvers kon ze nergens vinden. Dan maar eens kijken bij de mannelijke Nederlandse schrijvers, dacht ze.  Daar was genoeg te zien. Haar helden stonden netjes alfabetisch geordend voor een habbekrats te koop. Couperus, Hugo Claus, Maarten ‘t Hart, Harry Mulisch, Jan Wolkers. Ze pakte ‘Eline Vere’ van de plank en bladerde er in.     ‘Wat moet je daar nou mee?’ Achter zich hoorde ze een bekende stem van lang geleden. Ze liet het boek van schrik vallen en draaide zich om. ‘Dave, wat doe jij hier?’ ‘Hetzelfde’ als jij denk ik,’ zei hij terwijl hij het boek opraapte. Haar gedachten schoten alle kanten op terwijl ze het boek van hem aanpakte. Wat was hij oud geworden, maar tussen zijn grijze haar en rimpels zag ze nog steeds dezelfde warme oogopslag. Waarom had ze hem zo lang niet gezien? Wat was er gebeurd? Was het bespreekbaar? Ze wist het weer, hij moest plotseling naar het buitenland, voor ontwikkelingswerk, en dat was dat. Ze waren niets aan elkaar verplicht geweest, maar het voelde anders. Het schuurde, zoals ze nu zeggen. Zou hij mij ook zo oud vinden? dacht ze en meteen erachteraan: natuurlijk, waarom niet. ‘Net vroeger, in onze tijd,’ zei hij en wees naar de boekenplanken. ‘Ik herkende je houding, zo stond je ook altijd bij Scheltema te kijken. Wat duurde het lang voor je een boek uitgezocht had, maar dat hinderde niet, ik vond het fijn om naar je te kijken.’ Gewoon meepraten, dacht Lisa, tijd maken om mijn hoofd op orde te krijgen. ‘Nu weet ik wel wat ik hebben wil,’ zei ze, ‘maar ik kan het niet vinden. Ik zoek “De Wetten”, zo te zien is er geen afdeling voor vrouwelijke schrijvers.’ ‘Zeker wel, daar, naast waargebeurde verhalen,’ wees Dave. Hij aarzelde, draaide zich naar Lisa toe en keek haar recht aan. ‘Wacht,’ zei hij. ‘Dit komt wel heel plotseling, maar ik kon niet weten dat ik jou hier tegen zou komen.’ Haar hart begon te bonken. ‘Je hoeft ‘De Wetten’ niet te zoeken, want ik heb het thuis.’ Hij haalde diep adem. ‘Ik had het van je geleend toen ik naar Kenia ging. Ik heb het expres niet teruggegeven omdat ik iets van je bij me wilde houden.’ Zijn linker ooglid trilde een beetje. Lisa zei zacht: ‘Dan is de leentermijn nog net niet verstreken, als je nog één dag langer wacht krijg je boete.’ ‘Laten we het dan maar meteen bij mij thuis gaan ophalen,’ zei Dave. ‘Kan dat?’ ‘Ja, dat kan,’ zei ze. ‘Ik ben aan niemand iets verplicht.’ Ze zette Eline Vere terug op de plank en samen gingen ze weg. Net als vroeger.     Corry van Eeten    

corry
5 0

Jip en Janneke

Haar hand trilt terwijl ze haar wijnglas naar haar mond brengt. Hij merkt het niet op. Hij is gefixeerd op haar mond die zich opent. “We hebben van elkaar gehouden” denkt hij, “dat hoeft nu toch niet te stoppen”. Net als het glas haar onderlip raakt, neemt ze diep adem en plaatst het met een heftige beweging terug op tafel. Er spat wat wijn uit. Ronde druppels vormen zich op het tafelkleed. Hij schrikt op. Ze kijkt hem koel aan. In haar ogen leest hij ongeduld en irritatie. “Wat een mooie vrouw” gaat er door hem heen. “Nog steeds”. Hij kan het verleden niet loslaten, hoopt ergens diep vanbinnen dat het weer goed komt, weet dat het niet goed zal komen, dat ze hem niet zal vergeven, loopt hopeloos verloren in dit stille gesprek. “Wijn was een verkeerde keuze” denkt ze. “Hier valt niets te genieten.” Ze verwijt zichzelf dat ze ingestemd heeft met dit etentje waar hij op aandrong - omwille van de kinderen en de hond. Terwijl ze zich ongemakkelijk op haar stoel verplaatst, kijkt ze naar zijn hand die zenuwachtig de dessertlepel om en om draait. Ze ziet de broze doorschijnende aders, de ouderdomsvlekken die er vroeger niet waren, de groeven in zijn vingers. “Hebben die handen mij ooit gestreeld” schiet er door haar hoofd. Ze voelt er niets meer bij. “Weet je nog” probeert hij. Hij stokt midden in zijn zin als hij ziet hoe haar ogen zich vergroten. Van diep uit haar buik komt een walging opzetten als een onstuitbare golf. Het zweet breekt haar uit, haar zicht wordt troebel. Uit de mist in haar hoofd doemt haar moeders gezicht op, bleek en verwrongen. Ze moet alle moeite doen om niet flauw te vallen. Ze voelt opnieuw de verlammende pijn en de schaamte toen ze het hoorde – haar moeder had haar voorzichtig op de hoogte gebracht, iedereen wist het blijkbaar, zij was zo naïef en blind. Waarom? Wat heb ik hem misdaan? Ze heeft het zich honderden keren vertwijfeld afgevraagd. Ze heeft het hém gevraagd. Nooit een antwoord. Toen hij vertrok om bij háár te wonen, voelde dat uiteindelijk als een opluchting. Zíj́, dat bleek een jeugdvriendinnetje van hem te zijn. Uit dezelfde tuinwijk waar hij was opgegroeid. Daar hadden ze, naar hij wist te zeggen, ontelbare dagen samen gespeeld. Jip en Janneke: ze ziet het zo voor zich. Wat een nostalgische sukkel is die ex van haar toch. Haar adem komt tot rust. Wat ze nu voelt, is afkeer. Hier heeft ze geen zin in. Wat denkt deze sentimentele vent eigenlijk? Dat hij haar terug kan winnen met goedkope herinneringen omdat hij ooit in haar bed geslapen heeft? Omdat hij de vader van haar kinderen is? Haar de hond cadeau heeft gedaan? Zonder dat ze het zelf beseft, recht ze haar schouders. Ze groeit. “Ga jij maar gezellig Jip en Janneke spelen” zegt ze. Ze kijkt hem met haar meest onschuldige glimlach aan. Ze triomfeert als ze ziet hoe hij in war is. Ze staat langzaam op, knikt hem toe met de mildheid van de overwinnaar, en vertrekt. Hij zakt weg in zijn stoel, als in drijfzand.

Nik Grymonprez
5 0

Feest!

Christel neemt een tweede glaasje cava. Hopelijk zal er lekker eten zijn, want voor de rest voorspelt dit personeelsfeest niet veel goeds. Alle omhooggevallen collega’s staan te pronken met hun partner en straks volgt vast een kijkronde op de parking.  Ze ziet haar reflectie is de grote ramen: a little black dress, haar speels opgestoken en zelfs hakjes en make up ontbreken niet. Tegen beter weten in is ze  klaar voor een opwindende avond, maar net als op kantoor heeft niemand oog voor haar. Ze kijkt rond, op zoek naar een tafeltje waar ze discreet het vijfde wiel aan de wagen zal zijn maar tenminste ongestoord kan genieten van het eten. Dan staat opeens Pieter naast haar en klinkt met zijn glas tegen het hare. ‘Lekker spul, he.’ Ze knikt alleen maar. Ze wordt altijd een beetje zenuwachtig als ze hem ziet. Hij is zo groot, heeft zo’n blauw ogen en lachende tanden. Hij is slim en grappig en weet altijd precies wat hij moet zeggen. Geen wonder dat hij zo populair is bij de vrouwelijke collega’s. Ze voelt dat hij haar aankijkt en nipt verlegen nog wat van haar glas. Net als ze overweegt om stilletjes te verdwijnen tussen de belachelijk grote bloempotten, spreekt hij haar opnieuw aan: ‘Christel? Ik had je bijna niet herkend. Wat zie je er goed uit vanavond!’ Haar hart slaat er eentje over. Hij kent haar  naam en gaf haar een compliment! Of toch bijna… ‘Weet je of Wendy er al is?’ Waarom vraagt hij naar Wendy? Zou de bitch hem niet verteld hebben dat haar man zal meekomen deze avond? Ze trekt haar gezicht terug in de plooi.  ‘Aan de oesterbar. Rode jurk.’ Over alle hoofden heen zoeken zijn ogen contact. Wendy knipoogt, likt aan haar oesterschelp en kust dan haar echtgenoot lang en vurig terwijl ze over zijn schouder Pieter uitdagend blijft aankijken. Christel ziet hoe hij instinctief een stap achteruit zet en met zijn jasje in een metershoge cactus blijft hangen. ‘Ik help je wel even.’ ‘Dank je. Je bent lief.’ Zijn blik blijft even rusten op haar blozende decolleté en dan verschijnen er sterretjes in zin ogen. Hij draait zijn rug naar de zaal, slaat zijn arm rond haar schouder en kijkt haar intens aan. ‘Lieve Christel, je weet vast wat ze allemaal over mij vertellen. Ik kan niet ontkennen dat het meeste ervan waar is. Maar ik zie dat onze anders zo ruimdenkende collega haar echtgenoot heeft meegebracht en misschien is hij wel van het jaloerse type. Wat zou je er van denken als jij en ik deze avond eens laten zien dat hij zich geen zorgen moet maken?’ Terwijl zijn stem dieper wordt, glijdt ook zijn hand langs haar rug naar beneden. Wanneer ze blijft rusten op haar billen, fluistert hij: ‘Als je begrijpt wat ik bedoel?’ Ze knikt alleen maar en neemt snel een derde glas.  

Hadewijch
0 0

Laat mij slapen!

Met een schok zit ik rechtop, een wazige gedaante danst rondjes in de kamer. Mijn vrees is bewaarheid. Ik zat er al op te wachten. Op de tast reik ik naar de muur en na een druk op de knop springt het licht in de kamer aan. Een gnoom met blonde krullen, gele tanden en een gigantische neus met pukkels zingt tijdens het dansen: ‘Niemand weet, Niemand weet dat ik …’    ‘Kop dicht en laat mij slapen,’ roep ik terug.   Hij staat stil met een verwonderde blik in zijn ogen. Eerst kijkt hij mij aan, dan zwaait die blik rond mijn slaapkamer.   ‘Wat mot je?’ vraag ik.   ‘Ik zoek de dochter van een prinses,’ antwoordt Repelsteeltje.   ‘Zie ik er uit als een prinses?’ Ik sla de dekens van mij af. Het jeukt en ik krab aan mijn kloten.   ‘Meer als een middelbare vent… ’   ‘Precies.’   ‘...met een dikke pens, vlekkerig hemd...’   ‘Precies, genoeg.’   ‘...vettige haren, uitgelubberde onderbroek.’    ‘Genoeg zei ik!’   Die veel te grote neus snuift om zich heen als een stofzuiger die spinnenwebben verwijdert en de kabouter trekt een vies gezicht maar durft niets te zeggen.   Hij zakt zwijgend op de vloer en pakt uit zijn wambuis een rol papier. Met zijn handen strijkt hij het papier vlak, zet zijn voeten op de onderste punten van het papier zodat dit niet dicht rolt en buigt voorover. Lenig is hij wel, dat moet ik hem nageven. Geconcentreerd kijkt hij naar de plattegrond waar in het midden een groot rood kruis staat, omringt door pijlen, tekens en tekst. Hij mompelt een paar getallen en opent de locatie-app op zijn mobiele telefoon.   ‘Laat me raden,’ zeg ik. ‘Drieduizend nog iets bij achttienhonderd zoveel.'    Repelsteeltje knikt verrast en toetst de getallen in de app. Hij drukt op “Go” en het scherm wordt groen, links in het scherm verschijnen drie foto’s. Hij mompelt en zoekt de overeenkomsten tussen mijn slaapkamer en de plaatjes van een slaapzaal met gouden hemelbed. Hij scrolt door naar een roodharige schoonheid met een baby in haar armen. Zijn ogen schieten van de foto naar mij en weer terug en schudt zijn hoofd.   ‘Anton…’ begint hij.   ‘... van de planning. Ja, die ken ik nu wel,’ knor ik geïrriteerd. ‘De afgelopen drie weken wordt die knul elke keer als excuus gebruikt.’ Ik stap met een been uit bed, de vloer voelt kil. ‘Eerst die prins in zijn belachelijk strakke maillot, toen een kudde dwergen en eergisteren een wolf.’ De gedachte doet mij weer rillen. ‘De eerste stak zijn tong in mijn mond en prevelde hitsig “Oh, Doornroosje” in mijn oor, de dwergen zochten tevergeefs naar een glazen kist en die laatste hield niet op met klagen over de kwaliteit van de grootmoeders: “Die tegenwoordig allemaal een snor hebben.” En nu sta jij voor mijn bed te dansen. Rot op en laat mij slapen!’   Repelsteeltje kijkt beteuterd op zijn kaart en zegt: ‘Het staat hier toch echt: 3859,43 - 1843,98.’ Hij houdt de resetknop van de app vijf seconden vast. Het scherm flikkert twee keer en wordt zwart met een draaiend, blauw zandlopertje in het midden. ‘Nou, dan ga ik maar weer.’ Hij rolt de kaart dicht en staat op.    Naast de afzichtelijke kobold vormt zich een grijze mist en vanuit deze steeds donkerder wordende schim klinkt de roep: ‘Doe open, doe open.’ Een wolf met een witte poot verschijnt en staat dreigend wijdbeens in de kamer. Nu heb ik het helemaal gehad.   ‘Laat me raden,’ schreeuw ik tegen de wolf die mij stoer aankijkt. ‘Je zoekt een geit?’    De wolf knikt vastberaden en zegt: ‘Zeven geiten om precies te zijn.’   ‘En Anton stuurt je hierheen?’   De wolf knikt weer, nu onzekerder en zoekt met zijn ogen steun bij Repelsteeltje die ingespannen de rode belletjes op de punten van zijn groene sloffen bestudeert.    ‘Zie ik eruit als een geit?’ zeg ik. ‘Of “Om Precies Te Zijn”, zie ik eruit als zeven geiten?’   ‘Volgens mij is mijn zus hier ook geweest,’ stamelt hij. Ik sta met twee benen op het koele zeil, de kou slaat op mijn blaas. ‘Ik ga pissen, en als ik terug ben zijn jullie vertrokken. Vertel al jullie vriendjes en vriendinnetjes die de komende tijd uitvliegen, dat de volgende die midden in de nacht aan mijn bed staat, terugkeert met ongelofelijke hoofdpijn!’ Bij de deur roep ik ze na: ‘Die Anton moet je ontslaan of op zijn minst een goed functioneringsgesprek mee houden. En de basiscursus planning is geen overbodige luxe.’

MCH
0 1

Duikboot

Sindsdien mochten we niet meer in de buurt van het meer komen. Mama belde de moeders van mijn klasgenoten op met de vraag of hun kinderen in de tuin kwamen spelen en tikte luid op het raampje van de keuken als ze vermoedde dat we iets verdachts aan het uitspoken waren.  Op school ruimden de lessen plaats voor urenlange praatsessies om het verlies te verwerken. Na twee weken waren we de kringgesprekken in de stille ruimte en de knutselsessies om creatief met de nagedachtenis om te gaan spuugzat. De juf begon weer over gewone onderwerpen te praten, zodat we volgend jaar zouden meekunnen in de grote school. Alles wat met water, duikboten of zelfs maar experimenteerdrang te maken had, verdween onverbiddelijk uit het programma.  De laatste dag van het schooljaar had ik er genoeg van. ’s Middags hadden we elkaar uitgewuifd, wetende dat we de helft in september zouden weerzien en de andere helft waarschijnlijk nooit meer. Toen de bel ging, stroomde de school leeg. De banken bleven achter vol chipskruimels en gemorste limonade. De naam van Benno was nergens gevallen.  In plaats van rechtstreeks naar huis te gaan, maakte ik een kleine omweg. Niet langer dan tien minuten, prentte ik me in, anders zou mama ongerust worden. Ik fietste naar het bos, zette mijn fiets vast tegen het bord waarop de wandelroutes uitgestippeld waren en verdween in de richting waarin er volgens de kaart niets lag. Het modderige pad hadden we vorige zomer zo vaak gevolgd, met Benno, op weg naar ons strandje waar we in het water doken en onze zwembroek als een vlag boven ons hoofd uitzwaaiden. Ik ging op de oever zitten, trok mijn schoenen en sokken uit en waadde door het doorzichtige water.  Ik beeldde me in hoe Benno hier had gewandeld, in het donker, met het gevaarte achter zich aan. Ik zag weer voor me hoe hij onder mijn raam had gestaan nadat hij me met kiezels had gewekt, wijzend naar de duikboot gemaakt van een houten vat, een autoruit en een tuinslang, hoe hij hijgend fluisterde dat ik moest meekomen, hoe ik uit angst mijn raam weer dichtschoof en me tussen de lakens wentelde.

Felix Sandon
9 1

Lijm... Het been.

Aan de horizon dook de zon rusteloos onder en trok ei zo na een paartje kirrende duiven met zich mee. In de verte luidden de klokken het begin van de nacht in. Elisa volgde het silhouet dat zich van haar verwijderde zo lang als mogelijk, en deed de deur dicht. Iets wat ze de laatste tijd al vaak had moeten doen. Veel te vaak. Ettelijke keren waren er mannen gekomen, nadat ze het goed met elkaar hadden kunnen vinden op Tinder. Ze was niet te vangen voor een losse flodder, dus de mannen die ze er uitpikte waren gedetailleerd uitgelicht. Beschouw het als haar verkozenen. En zij wilden haar ook. Tot ze dus bij haar aanbelden, en zij open deed en ze haar houten been niet meer kon verbergen. De ene was weggelopen zonder een woord te zeggen, een ander was roder dan een tomaat geworden en had met wat gestamel uiteindelijk ook het hazenpad gekozen. Een uitzondering had zich toch tot haar slaapkamer gewaagd, maar verder dan dat en een simpele ‘Sorry, dit was een vergissing’, was het nooit gekomen. Ze veegde een verdwaalde traan weg en dacht terug aan Dries. De enige man die het aandurfde door haar voile van mismaaktheid heen te kijken. Met weemoed in haar hart herinnerde ze zich hoe hij haar altijd op haar gemak probeerde te stellen, terwijl ze verwachtte dat het andersom had moeten zijn. Hoe hij haar nieuwsgierig maakte door een tipje van zijn eigen sluier te lichten, maar voldoende ruimte liet om meer te ontdekken. Ze proefde weer het zout op zijn lippen toen hij haar na vier glazen wijn en een hele kom chips naar zich toetrok en lang en passioneel kuste. O ja, ze wist ook nog heel goed dat ze zich afvroeg hoe het zou zijn om zijn lichaam op het hare te voelen. Ze had nooit kunnen bedenken wat hij allemaal voor haar in petto zou hebben. De zon was nu helemaal onder en de tuin was in een donkere deken gewikkeld. Eliza zette het onaangeroerde wijnglas terug in de kast en ontkurkte de fles dan maar voor zich alleen. Ze zou zich niet laten kelderen door alweer een kleine tegenslag. Vastberaden nam ze haar mobieltje, zocht de juiste app en begon aan een nieuwe swipe-marathon. Hello World, meet Eliza!

Vlechtenmeisje
12 2

Bridezilla's not allowed

‘Mama, kijk!!!!’ Andrea trekt aan mijn mouw en wijst enthousiast naar een hele tros witte ballonnen aan de zijkant van de tent. Ze komen mooi uit tegen de donkere achtergrond van de ingevallen avond en worden opgelicht door een cluster bolvormige lichtjes die vanop het gras tegen de witte wanden van de silhouette tent schijnen. ‘Mag ik er één, oh mama, alsjeblief?’ ‘Ik weet het niet, lieverd. Ik geloof dat ze er zijn voor de versiering van het feest, niet om aan kleine deugnieten als jij uit te delen.’ Ik kus haar liefdevol op haar vers gewassen haren en ruik nog een zweempje amandelbloesem. ‘Laat ons eerst even kennismaken met het bruidspaar. Ik beloof dat ik straks eens pols voor die ballon.’ De maître vinkt onze namen af en loodst ons snel naar een tafeltje aan het andere eind, waar we plaatsnemen en prompt een roos in de handen gedrukt krijgen. Vragend kijken we hem aan, en krijgen te horen dat de speech van de vader van de bruid zo zal beginnen en hij het wel zal uitleggen. En dan valt het geroezemoes, dat tot dan de lucht vulde, helemaal stil. ‘Dames en heren, mag ik even uw aandacht?’ Ik recht mijn rug en zie een man met witte haren in een overjaars maatpak staan. Hij frunnikt zijn scheef hangende stropdas recht en kucht. Zijn trillende handen verraden zijn nervositeit, maar hij steekt van wal en zijn kalme basstem verraadt niks. Hij legt uit dat het bruidspaar even naar buiten is gelokt door de fotograaf, en dat hij zijn dochter wil verrassen met een reuzeboeket witte rozen. Geduldig demonstreert hij hoe het volgens hem moet verlopen om alle bloemen bij de bruid te krijgen. Onze tafel zal het voorlaatste aan de beurt zijn, dus we hebben nog wat tijd om af te kijken. Een paar minuten later is het al zover: het bruidspaar wordt met veel tromgeroffel aangekondigd en op het moment dat ze binnen zijn, en de bruid haar gehandschoende arm door die van haar vader steekt, staat de hele zaal als een peloton soldaten recht. Een voor een komen de gasten hun roos afgeven en de armen van de bruid komen boller en boller te staan. Naarmate ze naderen, zie ik enkele tranen glinsteren op haar gemaquilleerde wangen en ik raak ontroerd door de warme blik waarmee de dirigent van dit extraatje vanonder zijn witte haren naar haar loert. Nog twee mensen en het is aan ons. Andrea’s hand verstrakt in de mijne en ik voel ook mijn spanning stijgen. ‘Alsjeblieft!’ zegt ze trots wanneer ze haar bloem afgeeft. Maar wanneer ik ook de mijne wil schenken, struikelt Andrea met haar kleine hakjes en valt languit op de sleep van de bruid. Die springt van schrik achteruit en gooit de bloemen in de lucht. Terwijl het rozenblaadjes regent en iedereen zijn adem inhoudt, hoor ik een luide krak. En daar staat de bruid plots kortgerokt. Heel kortgerokt. Mijn hart staat stil en Andrea kruipt dicht tegen me aan. Maar dan begint de jonge vrouw hartelijk te lachen, neemt een ballon, en drukt ze in Andrea’s kleine handen. ‘Hier meid, trek het je niet aan. Dit is veel makkelijker om te dansen straks!’  

Vlechtenmeisje
10 1