Ge had mee met de tijd
moeten verdwijnen.
Maar ge tikte verder en de rest
boog onder de oorverdovende
druk.
Ge had mijn tikken
met rust moeten laten.
Mijn bonzen niet breken.
Maar gij, gij moest
niks.
Ge hebt de laatste stappen
gezet in mijn plaats.
Gewoon het spoor van daar
waar ik niet meer buigen kon
gevolgd.
Maar mijn verfrommelde
woorden worden nu
gladgestreken door de liefste
ogen die ik zag en
vond.
En gij klopt verder soms,
als ge zin hebt.
Maar we zijn met twee nu
om u monddood te maken.