1. Aandachtspunten voor mijn schrijven
Uit de feedback destilleer ik dat mijn stijl in het algemeen toont, soms vertelt en dat dit een evenwicht is dat voldoende aan de lezer overlaat. Visueel, filmisch, beeldend zijn terugkerende woorden. In bepaalde scenes gebruikte ik typerende woorden uit specifieke woordvelden. Ook trof mij dat mijn woordgebruik alledaags wordt genoemd, en als ik het goed begrijp is daarmee bedoeld: “zonder veel beeldspraak die voor een lezer lastig te volgen kan zijn.” Dialogen worden voldoende en effectief ingezet, “stuwen de handeling voort” staat er twee keer. Waar ik korte, elliptische zinnen gebruik, in innerlijke monoloog, wordt dit passend gevonden.
Voor het eindstuk leid ik hieruit af: doorgaan in de stijl die ik overwegend hanteerde. Wel wil ik proberen iets meer beeldspraak te gebruiken, gewoon om me daarin te ontwikkelen.
Bij opdracht 3 kreeg ik negatieve feedback, op de lange complexe zinnen in het begin van het verhaal. In latere bewerking zette ik dit recht en dit werd herkend. Waar ik alert op moet zijn: als ik qua thematiek of structuur het verhaal niet helemaal in de vingers krijg, wordt dit merkbaar in zinsconstructies. Ofwel: betrap ik mezelf op lange ingewikkelde formuleringen, dan moet ik zoeken naar vereenvoudiging in inhoud. Dat vertaalt zich dan vanzelf in de zinsbouw. Dat wordt oppassen bij de scène die ik nu voorzie als opening (1994) want nog altijd is mij een beetje duister hoe het kwam dat ik toen juist door het ijs zakte.
Over mijn stem is gezegd: licht-ironisch, beetje humor, scherp observerend. Bij opdracht 6, het verhaal De Kom, zeiden mensen: cynisch, sarcastisch. Dat is geen stem die ik wil hebben. In dat verhaal kan ik me de karakterisering enigszins voorstellen. Aan de stem kan ik niet veel veranderen.
Structuur en perspectief: in het algemeen is de verhaalstructuur helder genoemd. Bijna alle verhalen zijn verteld vanuit de belevende ik of hij-personaal, met flashbacks. Per verhaal ging dat lekker, bij opdracht 3 merkte ik dat ik het moeilijk vond om de lijn vol te houden, c.q. om helder te blijven. Toch ga ik voor het eindverhaal proberen die lijn te volgen, het biedt me de optie beschrijving en innerlijke monoloog (die dan flashbacks oplevert) voortdurend te combineren en die vorm bevalt me.
Kortom, ik ga door op de allang ingeslagen weg, wil meer beeldspraak invoegen en proberen in structuur de vorm te handhaven die ik in vrijwel alle verhalen koos.
2. Structuurplan eindverhaal
De thematiekWat gebeurt er als een slimme verlegen jongen
- opgroeit in een net, maar eenvoudig RK dorpsgezin met een dominante pa en een ma die de zorg voor de in haar beleving weerbarstige jongen in het grote gezin lastig vindt,
- terecht komt in een stads en meer welgesteld schoolmilieu,
- zich ontpopt en zijn talenten (woorden, intellect) ontdekt
- maar in zijn loopbaan en privéleven zijn afkomst en de kloof met anderen blijft voelen?
Strijdt de jongen/man? Blijft hij strijden? Vindt hij een evenwicht tussen zijn neiging afstand te bewaren, zich onafhankelijk op te stellen, en zijn verlangen naar geborgenheid, een plek waar hij er mag zijn zonder iets te hoeven laten zien? Is hij een buitenstaander, een loner of kan hij ook samen zijn/vertrouwen?
Structuur
Het liefst kies ik voor een opbouw die ik in de meeste eerdere teksten hanteerde: een hij-personale verteller (of belevende ik-verteller), vertelling in tegenwoordige tijd, door een gebeurtenis of observatie ontstaat een flashback die na een tijdje eindigt, waarna we terug zijn in het vertelheden en het procedé zich al dan niet herhaalt. Er zijn dan dus telkens scènes waarin het HP via zijn handelen en innerlijke monoloog zich aan de lezer laat kennen.
Als begin stel ik me “1994” voor, een periode waarin ik uit het arbeidsproces viel door een burn-out, die volgde op scheiding (1991), een ongewenst kind (1992), een verkeerde loopbaankeuze. Een crisis als begin met flashbacks naar het ontstaan ervan. Na dat begin wil ik twee bewegingen maken: een naar de periode ervoor (jeugd enz. tot 1994) en een naar de periode erna (naar nu toe). Als het goed gaat, komt daar een open einde uit, maar wel ziet de lezer dat HP een zekere vrede met zichzelf heeft gevonden, vertrouwen heeft in zichzelf en durft te genieten van geborgenheid die hem geboden wordt en die hij zelf te bieden heeft.
Overige voornemens
- Mijn verhaal ga ik schrijven vanuit een hij-personaal perspectief,
- HP is Johan, (maar misschien noem ik hem gewoon Jan),
- De maatschappelijke context breng ik erin door beschrijving van kleding, manier van omgaan met elkaar, en inhoudelijk, het omgaan met de thematiek,
- Ik ga dat – als het even kan – niet expliciet doen, maar laat het zien, de lezer kan verbanden zelf leggen. Zo wil ik ook de thematiek inbrengen: zo min mogelijk benoemen, wel tonen.
Jan Loogman